Samenvatting Deeltoets I

-
48 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Deeltoets I

  • 1 Deeltoets I

  • HE kleuringen:
    Zure structuren: ...
    Basische structuren: ...
    Zuur: paars (celkernen, eosinofielen)
    Basisch: lichtroze (cytoplasma, basofielen)
  • Hoe worden monoklonale antilichamen verkregen uit een muis?
    Definitie: afantilichamen afkomstig van één geactiveerde plasmacel (ab's tegen één epiteep op antigen)

    Vekrijgingsmethode:
    - Antigen bij muis twee keer inspuiten
    - Milt eruit (verschillende ab's voor het antigen (meer epitopen) = polyklonaal antiserum
    - Fusie met tumorcel (door polyethyleenglycol) = hybridoma
    - Verdunnen: 1 cel per bakje
    - Antigen laten binden voor zoeken
  • Functies van epithelia: (afscheidingslaag)
    - Bescherming onderliggend weefsel tegen bacteriën en slijtage
    - Voedingsstoffen absorberen
    - Secretie en excretie (klieren/nieren)
    - Selectieve diffusie
    - Transport met cilia
  • Macromoleculen in basaal membraan
    Type IV collageen, laminine (grote glycoproteinen gehecht aan transmembraaneiwitten), nidogen (kort, rod-like) en perlecan (proteoglycan)

    Nidogen en perlecan cross-linken laminine aan collageennetwerk
  • Tight junctions:
    Zonula occludens
    Intercellulaire ruimtes afsluiten, cludine, occludine adhesiemoleculen
  • Zonula adherens
    Anchoring
    Doorlaatbaarheid gereguleerd door Ca, cadherine, actinefilamenten koppelen
    In stratum basale
  • Desmosomen
    macula adherens
    Plaatselijke verbinding tussen celmembranen van cellen: cytoskelet verbinden door intermediate filamenten te koppelen
  • Hemidesmosomen
    Macula adherens
    Epitheelcellen verbinden met BL via integrines
  • Functies huid
    Beschermend
    Gevoel
    Thermoregulatoir
    Metabool (vit. D3)
    Seksuele signalering
  • Aanwezige cellen in epidermisq
    Keratinocyten, melanocyten, Langerhans en Merkel cellen (zenuwen)
  • Opbouw dermis: binnen naar buiten
    Hypodermis: bindweefsel met veel vetcellen
    Reticulaire laag: bindweefsel, zenuwen, hair follikels en klieren
    Papillaire laag: bloedvaatjes, collageenvezels
  • Opbouw epidermis
    Basale laag
    Stekelcellaag
    Stratum granulosum
    (stratum lucidum)
    Hoornlaag
  • Epitheel capillair
    eenlagig plaveiselepitheel
  • Epitheel dunne darm
    Eenlagig cilindrisch epitheel met microvili en slijmbekercellen
  • Epitheel galblaas en grote verzamelbuizen van nier
    Eenlagig cilindrisch epitheel
  • Epitheel opperhuid
    Meerlagig, verhoornd plaveisel-epitheel
  • Opbouw dunne darm
    Tunica mucosa (villi en crypten)
    Tunica submucosa (bindweefsellaagje)
    Tunica muscularis
    Tunica serosa
  • Paneth cell functies
    Membrananen vernietigen MO
  • Longen epitheel
    Eenlagig plat plaveise, met cilia
  • Collageentypes
    I: huid
    II + IV: kraakbeen (groot en klein)
    III: milt (reticulair, ook met VII)
  • Kenmerken collageenq
    Glycine is elk derde aminozuur
    Veel proline
    Triplehelix
    Cross-linking door hydroxyproline en hydroxylysine
  • Afbraak collageen
    MMP's: metalloproteinases
  • Proteoglycanen
    Meerdere binden samen aan hyaluronzuur

    1. Backbone van polysacchariden
    2. Verbinen tetrasaccharide van 4 suikerketens
    3. Lange keten van dissachariden: GA
  • Fibronectine
    Bindt aan ECM componenten in bindweefsel
  • immunohistochemie
    kluerur aan antigenen geven
  • Adaptaties
    Reversibele, functionele en structurele veranderingen van een weefsel als reactie op een fysiologische of pathologische verandering
  • Stadia van kernverval
    Karyoknosis: samenklontering van kernplasma
    Karyorhrhexis: uiteenvallende kernen
    Kyaryolisis
  • Neoplasie
    Nieuwvorming, klonale differentiatie
    CEllen gaan autonoom delen door eranderd gen (groeifactoren, signaaltransductie etc. )
  • Naamgeving goedaardige tumor
    -oom:
  • Goedaardige tumor bindweefsel
    Fibroom
  • Goedaardige tumor glad spierweefsel
    Leiomyoom
  • Goedaardige tumor skeletspieren
    Rhabdomyoom
  • Naamgeving epitheliaal kwaadaardige tumor
    -carcinoom
    (komt vaak voor, metasteert niet via lymfe, in situ fase en meestal jonge mensen)
  • Uitzonderingen op kwaadaardige tumoren
    Lymfoom: lymfoïde cellen
    Melanoom: Melanocyten
    Mesothelioom: mesotheel
    Seminoom: kiemcellen van testis of ovarium
    Teratoom: kiemcel dat nog alles kan worden
    Pleiomorf adenoom: zowel epitheliaal als mesenchymaal
  • Anaplastische tumor
    Tumor waarvan de origine niet te acherhalen is
  • Dysplasie
    Misvorming
    Ernstige dysplasie: carcino in situ (pre-invasief carcinoom)
  • Carcinoma in situ
    Cellen met kwaadaardige kenmerken die nog niet in het omliggende weefsel zijn geïnfiltreerd en nog niet op afstand zijn uitgezaaid
    In situ = op zijn plek
  • Bepaling maligniteit van tumor
    Necrose, infiltratie, mitotische activiteit, differentiatie, pleiomorfie
  • Kenmerken immuun
    Zelf/niet-zelf herkenning
    Specifek
    Adaptief
    Geheugen
    Systemisch
  • Diapedese
    Macrofaag: produceert cytokines --> activatie P-selectines op endotheel
    - Ligand van P-selectine op leukocyten
     Chemokines begeleiden de integrines op leukocyten om naar de juiste plek te komen
    Binding ligand-integrines is binding
    CD31 van leukocyten bindt aan unctions
    Interactie verbroken tussen catenines en cadherines
    Pecam en avb-IAP-complex interactie
  • Kern B-cel
    Klokstructuur: witte euchromatine (spaken) zwarte heterochromatine en nucleolus
  • MCH I
    MHC I: alle cellen, interactie met Tc (CD8+), 9 az (A, B, C op HLA)
    MHC II: APC's, interactie met CD4+, 15 az, DP, DQ, DR
    - komt met inariant chain
  • Virus scheidt IFN-alfa uit
  • De context van wat een Th-cel moet wroden (1 of 2) wordt bepaald door IL-12 wat wordt uigescheiden
  • Antigen wordt in kleine stukjes door proteasoom gemaakt en TAP vervoert het naar het ER waar MHC1 klaarligt
  • RAG: recombination associated genes: slordig aan elkaar maken bij nucleo's inbouwen
  • Selectie: eerst positieve selectie en dan negatieve
  • Thymus:
    Cortex:
    - Type II: antigenen presenteren via MHC, wat niet bindt gaat dood (positieve selectie)  
    - Cortico-medullaire barrière
    Medulla:
    - Type V: lichaamseigen antiene worden gepresenteerd (negatieve selectie) door AIRE-genen
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

HE kleuringen:Zure structuren: ...Basische structuren: ...
1
Hoe worden monoklonale antilichamen verkregen uit een muis?
1
Functies van epithelia: (afscheidingslaag)
1
Macromoleculen in basaal membraan
1
Pagina 1 van 11