Samenvatting Diabetes mellitus

-
117 Flashcards en notities
5 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Diabetes mellitus

  • 1 Diabetes mellitus

  • Wat zijn de normaalwaarden voor glucose?
    Glucose nuchter <6,1 mmol/l. Glucose niet nuchter <7,8 mmol/l
  • Bij diabetes mellitus is de hoeveelheid suiker  in het bloed te hoog. Suiker (glucose) komt uit de koolhydraten in onze voeding. Na de maaltijd stijgt de hoeveelheid glucose in het bloed. Onder invloed van insuline, een hormoon dat gemaakt wordt in de alvleesklier, wordt glucose naar de lichaamscellen gebracht. Mensen met Diabetes mellitus hebben een tekort aan insuline of het lichaam is minder gevoelig voor insuline. Hierdoor heeft het lichaam moeite de glucose in de lichaamscellen op te nemen. De glucose blijft achter in het bloed en er ontstaat een te hoge bloedglucosewaarde.
  • Wanneer spreekt men van een gestoorde nuchtere glucose?
    Nuchter >6,1 en <7,0. Niet nuchter <7,8 (NHG)
  • Organen die van invloed zijn op diabetes:
    1. Koolhydraten uit voedsel komen als glucosedeeltjes in het bloed terecht. Hierdoor stijgt de bloedsuikerspiegel.
    2. De alvleesklier geeft insuline af aan het bloed.
    Insuline werkt als een sleutel om de glucose in de lichaamscellen te krijgen. De bloedsuikerspiegel daalt weer. 
    (de alvleesklier zorgt voor de aanmaak van insuline) 
  • Wanneer is er sprake van een gestoorde glucosetolerantie?
    Glucose<6,1 en >=7,8 en <11,1
  • Wat is insuline afhankelijke (type 1) diabetes?
    Type 1 diabetes ontstaat meestal op jonge leeftijd. De symptomen ontstaan in de loop van enkele dagen tot enkele weken. Type 1 diabetes wordt veroorzaakt doordat de insulineproducerende betacellen in de alvleesklier te gronde gaan. Hierdoor kan het lichaam geen insuline meer produceren. De bloedglucosewaarde stijgt. Mensen met type 1 diabetes hebben de rest van hun leven behandeling met insuline nodig.
  • Wanneer kan je DM vaststellen?
    Glucose nuchter > 7,0 en Glucose niet-nuchter>11,1. Op 2 dagen 2 onafhankelijke metingen nuchter hoger dan 7. Of een nuchtere plasmaglucosewaarde >7 of een willekeurige plasmaglucosewaarde>11,1 i.c.m. klachten die passen bij hyperglykemie
  • Onderzoek naar nieuwe behandelingen van type 1 diabetes richt zich op medicijnen die het afweersysteem bijsturen (het afweersysteem ruimt per ongeluk soms de cellen op die insuline maken in de alvleesklier), medicijnen die zogenaamde 'slapende' insulineproducerende cellen activeren en transplantatie van nieuwe insulineproducerende cellen.
  • Welke andere typen DM heb je in de DD naast DMII?
    MODY: Maturity-onset diabetes of the young. Dit is een autosomaal dominant overervende ziekte waarbij een monogenetisch bétaceldefect leidt tot stoornissen in insulineproductie en/of afgifte.
    LADA: Late autoimmune diabetes in adults. Is het langzaam ontstaan van type 1 DM op oudere leeftijd (>40 jr). Het klassieke DM1 beeld ontbreekt meestal (gewichtsverlies, ketonen in urine, hyperglykemie, korte ziekteduur). De behandeling met orale bloedglucoseverlagende middelen is bij deze patienten dikwijls minder effectief dan bij type II-diabetespatienten. Hiervoor moet dan voortvarend insulinetherapie worden ingesteld.
  • Wat is niet-insuline afhankelijke (type 2) diabetes?
    Type 2 diabetes ontstaat doorgaans op oudere leeftijd, het komt echter steeds vaker bij jongeren voor. Bij type 2 diabetes is de insulineproductie onvoldoende om een verhoogde behoefte aan insuline op te vangen. Die behoeft is verhoogd door ongevoeligheid voor insuline (ook insulineresistentie genoemd). Dit type komt vaak bij meerdere mensen in een familie voor.
    Erfelijke vatbaarheid om ongevoelig te worden voor insuline bij overgewicht en onvoldoende beweging, is de belangrijkste oorzaak.
  • Wat zegt het HbA1c over de Diabetespatient?
    Bepaling van het HbA1c heeft vooral zin om te controleren of de beoogde glykemische instelling is bereikt of om te bepalen of er een nieuwe stap in het beleid is geindiceerd.
    Het geeft informatie over de instelling van de patient in de voorafgaande 8 tot 12 weken. Een hogere nuchtere glucosewaarde bij een goed HbA1c kan worden beschouwd als een momentane uitschieter of beginnende ontregeling. Een chronisch verhoogde bloedglucose met minder hoge pieken heeft meer invloed op het HbA1c dan een kortdurend hoge glucose met snelle correctie.
    Als het nuchtere glucose 2x te hoog wordt gemeten, dan wordt het HbA1c opnieuw bepaald.
  • kwetsbare ouderen zijn ouderen die meerdere problemen tegelijk hebben op meerdere gebieden: op geestelijk, lichamelijk en sociaal gebied.
  • Wat zijn de streefwaarden voor plasmaglucose
    Nuchter tussen 4,5 en 8,0 mmol/l
    2 uur postprandiaal <9 mmol/l
  • Wat zijn de verschijnselen van diabetes mellitus?
    • dorst
    • veel drinken
    • veel plassen
    • moeheid
    • jeuk slecht genezende wondjes en infecties van de huid.
  • Wat zijn de factoren die van invloed zijn op het HbA1c?
    Leeftijd van de patient, intensiteit van de diabetesbehandeling en diabetesduur.
    Verder zijn ook van belang: comorbiditeit (complicaties en ernst daarvan) en wensen van de patient met het oog op haalbaarheid
  • Wanneer mag de diagnose diabetes mellitus gesteld worden?
    Als men op 2 verschillende dagen 2 nuchtere plasmaglucosewaarden (meting venapunctie) vindt > 7,0 mmol/l
  • Wat zijn de HbA1c streefwaarden?
    Algoritme voor het bepalen van de HbA1c-streefwaarde
  • Wat is de behandeling van type 1 diabetes?
    Bij type 1 diabetes maakt de alvleesklier geen insuline meer aan. Het is daarom noodzakelijk de kunstmatige insuline toe te dienen. Dit gebeurt via injectie in het onderhuids bindweefsel (subcutane injectie)
  • Eigenschappen van orale bloedglucoseverlagende middelen?
    Zie hiernaast het schema
  • Wat is de behandeling van type 2 diabetes?
    • leefstijladvies zoals stoppen met roken, voldoende beweging, gezonde voeding en afvallen. Wanneer de bloedglucosewaarde onvoldoende daalt behandeling met orale bloedglucosewaarde verlagende tabletten, zoals Metformine.
    • Combinatie van verschillende bloedglucosewaardeverlagende tabletten. zoals Metformine en sulfonylureumderivaat zoals Glicazide.
    • Wanneer de orale combinatietherapie niet lukt om de bloedglucosewaarde onder controle te krijgen, kan naast de behandeling met tabletten insuline worden gespoten.
  • Hoe ziet het stappenplan bloedglucoseverlagende middelen eruit?
    Stap 1 metformine. Dosering tablet: 500/850/1000mg
    500-3000 mg1-3 dd tijdens of na maaltijd
    Stap 2: SU-derivaat bij metformine, bij voorkeur glicazide.
    Dosering tablet: Tablet (mga) 80 (kort) mg 
    Tablet (mga)* 30 mg (lang)80-240 mg
    30-120 mgTablet 80 mg: 1-3 dd bij maaltijd
    Tablet 30 mg: 1 dd bij ontbijt
    Stap 3: eenmal NPH insuline toevoegen. Bij nachtelijke hypo's kan overgestapt worden op langwerkend insuline.
  • Naast de syptomen van diabetes mellitus zijn er complicaties die kunnen optreden door de ziekte (korte termijn) of door een slechte controle er van lange termijn.
    Complicaties die optreden door de ziekte zijn hypoglycaemie en hyperglycaemie.
  • Wanneer ga je in het stappenplan bloedglucoseverlagende middelen over naar de volgende stap?
    Je moet altijd starten bij een lage dosering. Ophogen doe je elke 2-4 weken. Overgaan op de volgende stap doe je wanneer ophoging van de dosis door bijwerkingen of bereiken van de maximale dagdosis niet meer mogelijk is EN  de glykemische instelling volgens HbA1c onvoldoende is.
  • Wat is hypogycemie?
    Bij een hypoglycemie of 'hypo'is de bloedglucosewaarde te laag, met daarbij passende verschijnselen. De bloedglucosewaarde is lager dan 4mmol/l.
  • Bij insuline bestaat er geen maximale dosis waarboven geen effect meer bestaat op de glucosespiegel.
  • Wat zijn de verschijnselen bij een hypoglycemie?
    • honger, beven, zweten;
    • bleekheid;
    • moeite met concentreren, duizeligheid, wazig zien;
    • hartkloppingen;
    • soms hoofdpijn;
    • trillende handen, voeten, lippen of tong.
  • Insuline gaat gepaard met een gewichtstoename van 2-4kg afhankelijk van de dosering
  • Wat zijn de verschijnselen bij een ernstige hypoglycemie?
    • grofheid in gedrag, vreemd gedrag;
    • verwardheid;
    • sufheid en uiteindelijk bewusteloosheid;
    • neurologische symptomen zoals dubbelzien, moeite met spreken, verwardheid, diepe slaap en coma.
  • Tijdelijk gebruik van insuline is geindiceerd bij koortsende ziekte of gebruik van corticosteroiden.
  • Behandeling en advies hypoglycemie.
    Geef de cliënt glucose. Glucose wordt opgenomen in het bloed. De bloedglucosewaarde kan snel stijgen. In eerdere richtlijnen werd limonadesiroop als bron van glucose geadviseerd. Limonadesiroop bevat vaak fruitsuiker (fructose) wat een tragere stijging van de bloedglucosewaarde geeft dan glucose. Gebruik alleen limonadesiroop als bekend is dat het glucosegehalte hiervan hoog is. Sacharose (kristalsuiker) bestaat uit glucose en fructose, ook dat geeft een tragere stijging van de bloedglucosewaarde. De hoeveelheid glucose die nodig is om een juiste stijging van de bloedglucosewaarde te geven, verschilt per persoon. Het advies is om 0.3 – 0.5 gram glucose te geven per kilogram lichaamsgewicht, met een maximum van 20 gram bij volwassenen. Op basis van ervaring met een cliënt kan de hoeveelheid bijgesteld worden.
  • Eenmaal daags een dosis NPH insuline is al effectief bij 3/4 van de patienten
  • Geef bij hypoglycemie:
    • Limonadesiroop: gemiddeld 2 eetlepels=30 ml of 1/5 glas.
    • Sportdrank high energy: 125 ml (1/4 fles van 500 ml)
    • Suiker opgelost in water: 20 gram (4 klontjes)
    • Vruchtensap: 200 ml (1 glas) 
  • Wanneer zijn glucose dagcurven nodig?
    Bij een discrepantie tussen nuchter glucose en de HbA1c
  • Controleer 15-20 minuten na de inname van de geadviseerde hoeveelheid glucose de bloedglucosewaarde opnieuw. Is deze onvoldoende gestegen, herhaal dan de procedure. Is de bloedglucose voldoende gestegen en duurt het nog meer dan twee uur voordat de volgende maaltijd gebruikt wordt? Adviseer dan, een snee brood met hartig beleg of een stuk fruit te eten of een ander product dat ongeveer 15 gram koolhydraten bevat.
  • Hoe start je het toevoegen van insuline?
    Tussen het avondeten en  bedtijd 10 E NPH. Dagelijks wordt dan de plasmaglucosespiegels bepaald. Nuchter moet het glucose tussen de 4,5-8,0 mmol/L
  • Wat zijn de oorzaken van hypoglycemie?
    • teveel geslikte tabletten of teveel gespoten insuline.
    • verkeerde spuitplaats (bij weinig onderhuids vetweefsel risico intramusculair spuiten)
    • lipodystrofie, veranderingen in het onderhuidse bindweefsel door vaak op dezelfde plek te spuiten.
    • minder gegeten of niet gegeten.
    • meer lichamelijke inspanning (sporten dan normaal);
    • ziekte.
  • Wijzig de dosis elke 2/3 dagen op basis van het volgende schema:
    • nuchtere bloedglucose > 10 mmol/l: verhoog met 4 E;
    • nuchtere bloedglucose 8 tot 10 mmol/l: verhoog met 2 tot 4 E;
    • nuchtere bloedglucose 4,5 tot 8 mmol/l: continueer dezelfde dosering;
    • nuchtere bloedglucose < 4,5 mmol/l of nachtelijke hypoglykemieën: verlaag met 2 tot 4 E.
  • GlucaGen toedienen Wanneer de cliënt niet meer bij bewustzijn is, bij een ernstige hypo, kan het nodig zijn GlucaGen toe te dienen. Waarschuw de arts. Geef de cliënt geen eten of drinken, de kans op verslikken is erg groot. GlucaGen bevordert de omzetting van leverglycogeen in glucose waardoor de bloedglucosewaarde snel stijgt. GlucaGen werkt na inspuiten snel (binnen 5-10 minuten). Het is aan te bevelen dat cliënten met diabetes mellitus GlucaGen beschikbaar heeft.
  • Hoe moet je handelen bij hypoglykemieen?
    • Probeer de oorzaak te achterhalen (gewijzigd inspannings- of eetpatroon; soms: te diep spuiten, lipodystrofie bij de injectieplaatsen, doseringsfouten, overmatig alcoholgebruik) en corrigeer deze om herhaling te voorkómen.
    • Verlaag bij gecombineerd gebruik van insuline met een sulfonylureumderivaat allereerst de dosering van dit sulfonylureumderivaat. Zo nodig wordt de insulinedosering aangepast. Bij nachtelijke hypoglykemieën geldt als vuistregel dat de bloedglucose voor de nacht niet lager mag zijn dan 8 mmol/l.
    • Overweeg bij onvoldoende effect van deze maatregelen bij personen die frequent ernstige nachtelijke hypoglykemieën hebben, een langwerkend insulineanaloog (insuline glargine, insuline detemir).79,80)
  • Wat is een hyperglycemie?
    Bij een hyperglycemie of 'hyper' is sprake van te veel glucose in het bloed. De bloedglucose is vaak hoger dan 9 of 10 mmol/l.
  • Wanneer kies je voor een tweemaal daags schema mix-insuline?
    Als de glykemische instelling onvoldoende blijft bij eenmaaldaags regime insuline-therapie. Of anders een schema met kortwerkende insuline voor maaltijden en middellangwerkend voor de nacht. Kiezen voor het een of ander heeft vooral te maken met de mogelijkheid tot zelftoediening van insuline en zelfcontrole bij de patient en ook de motivatie.
  • Wat zijn de verschijnslen bij een hyperglycemie?
    • dorst;
    • veel drinken;
    • veel plassen;
    • misselijkheid en braken;
    • zware ademhaling;
    • sufheid.
  • Wat voor eetpatroon is benodigd bij mix-insuline?
    Omdat het een combi is van kort- en langwerkende insuline, is dit schema minder flexibel. De patient moet een regelmatig eetpatroon hebben en gebaat zijn bij een simpeler schema dan een basaal-bolusregime. Pas op, bij overschakelen op het een of ander, is er een soms aanzienlijke gewichtstoename te verwachten.
  • Wat is de behandeling en het advies bij hyperglycemie?
    Bij een verhoogde bloedglucosewaarde zijn maatregelen nodig om een verdere stijging van de bloedglucosewaarde en verslechtering van de situatie te voorkomen:
     Dien extra insuline toe volgens afspraak;.
     Geef extra vocht. Het lichaam wil zelf het teveel aan suiker in het bloed kwijtraken, door veel urineren. Veel blijven drinken (maar niets zoets!) helpt daarbij;  Ook beweging is goed, dan verbranden de spieren glucose.
  • Wat is het schema voor tweemaal daags mix-insuline?
    • continueer metformine en eventueel sulfonylureumderivaat;
    • neem 80% van de totale dagdosis insuline tijdens het eenmaal daagse regime en verdeel deze hoeveelheid in twee delen: geef tweederde van het aantal E vóór het ontbijt en eenderde van het aantal E vóór het avondeten;
    • pas de dosering aan tot een nuchtere bloedglucose 4,5 tot 8 mmol/l en postprandiale glucose < 10 mmol/l.
  • Wat zijn de oorzaken van hyperglycemie?
    • medicatie niet ingenomen of gespoten;
    • lipodystrofie, veranderingen in het onderhuids bindweefsel door vaak op dezelfde plek te spuiten. 
    • meer gegeten;
    • minder lichamelijke inspanning dan normaal.
  • Wat betekent een basaal-bolusregime?
    naast het (middel)langwerkende insuline voor de nacht (= basaal) bij één, twee of drie hoofdmaaltijden (= bolus) een snelwerkend insuline wordt gegeven. 
  • Hoe kan een hypo- en hyperglycemie zich bij kwetsbare ouderen uiten?
    De manier waarop hypo- of hyperglycemieën zich bij kwetsbare ouderen uiten, kan duidelijk verschillen van relatief gezondere cliënten met diabetes mellitus1 . Wees je daar als zorgverlener bewust van!
    Verschijnselen van hypoglycemie kunnen zijn: incontinentie, desoriëntatie, verandering in persoonlijkheid en stemming, vallen en hallucinaties.
    Verschijnselen bij hyperglycemie kunnen zijn gewichtsverlies, cognitieve veranderingen zoals toenemende verwardheid en toenemende verschijnselen van dementie, vallen en toename van incontinentie.
  • Hoe begin je een basaal-bolusregime?
    Een geleidelijke aanpak is om eerst alleen een snelwerkend insuline te gebruiken voor de hoogst gemeten piek na de meest koolhydraatrijke maaltijd, meestal de avondmaaltijd.
  • Mensen met diabetes mellitus hebben vaker paradontitis (vergevorderde tandvleesontsteking)2 . Slechte mondzorg kan bovendien tot slechte regulatie van de bloedglucosewaarde leiden. Zorg dus voor een goede mondhygiëne.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.