Samenvatting Diagnostiek van alledaagse klachten

ISBN-13 9789036811545
101 Flashcards en notities
11 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Diagnostiek van alledaagse klachten". De auteur(s) van het boek is/zijn . Het ISBN van dit boek is 9789036811545. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Diagnostiek van alledaagse klachten

  • 7 Moeheid

  • Moeheid (fatigue):
    een subjectieve klacht en wordt wel omschreven als 'een overweldigend, aanhoudend gevoel van uitputting en een verminderd vermogen tot lichamelijke en geestelijke inspanning’
  • Surmenage (overspannen zijn):
    wordt beschouwd als het gevolg van een langdurig te zware belasting door emotionele factoren en/of mentale en/of fysieke inspanning. Gaat gepaard met klachten als moeheid, lusteloosheid, prikkelbaarheid, slapeloosheid, hoofdpijn, concentratieproblemen, duizeligheid, gejaagdheid, gespannenheid en emotionele labiliteit.
    Deze symptomen werden voorheen ook wel aangeduid als neurastheen syndroom of als hyperesthetisch emotioneel syndroom. Surmenage speelt een belangrijke rol bij ziekteverzuim. Doorgaans wordt de draaglastproblematiek als belangrijkste oorzaak gezien. Toch spelen soms draagkrachtproblemen een rol, zoals een minder goede lichamelijke gezondheid of persoonlijkheidsproblemen, bijv perfectionisme. De prognose zou over het algemeen gunstig zijn, met een volledig herstel in weken tot maanden
  • Chronisch vermoeidheidssyndroom:
    Hoofdcriteria
    Klinisch geëvalueerde chronische vermoeidheid die onverklaarbaar is, continu aanwezig is, of herhaaldelijk terugkeert, die nieuw is, of een duidelijk begin heeft (niet het hele leven al aanwezig), die niet het resultaat is van voortdurende belasting en niet duidelijk minder wordt door rust, en die een aanzienlijke afname van het vroegere activiteitenniveau op het gebied van werk, studie, sociale of persoonlijke activiteiten tot gevolg heeft.
    Nevencriteria
    Ten minste 4 van de volgende symptomen, die allemaal een periode van minstens 6 achtereenvolgende maanden aanhouden of gedurende deze periode steeds weer terugkeren en niet reeds hebben bestaan voor de vermoeidheid begon:
    verminderd kortetermijngeheugen of concentratievermogen dat zo ernstig is dat het een aanzienlijke vermindering van het vroegere activiteitenniveau op het gebied van werk, studie, sociale of persoonlijke activiteiten tot gevolg heeft, keelpijn, gevoelige cervicale of axillaire lymfeklieren, spierpijn, pijn in verschillende gewrichten zonder zwelling of roodheid, hoofdpijn die qua vorm, patroon en ernst nieuw is, slaap waar de patiënt niet van uitrust, en malaisegevoel na inspanning dat langer dan 24 uur aanhoudt.
    Exclusiecriteria
    Daarbij zijn geen aanwijzingen gevonden voor somatische of psychiatrische aandoeningen die de moeheid kunnen verklaren. De CBO richtlijn geeft voorbeelden van verscheidene uitsluitdiagnosen.
  • Anamnese
    Uitsluiten van infecties en maligniteiten:
    • koorts;
    • nachtzweten;
    • verminderde eetlust;
    • vermagering;
    • veranderd defecatiepatroon.
     Overige relevante bevindingen:
    • hoesten, of een veranderd hoestpatroon als symptoom van luchtweginfectie of bronchuscarcinoom;
    • dyspnée d’effort, orthopneu en oedemen passen bij hartfalen;
    • proximale spierpijn of stijfheid wijst op een polymyalgia rheumatica;
    • dorst en veel plassen kunnen op een diabetes mellitus of hyperkaliëmie wijzen;
    • bij gejaagdheid, hartkloppingen en vermagering valt te denken aan een hyperthyreoïdie;
    • hartkloppingen of gejaagdheid kunnen naast hyperthyreoïdie ook duiden op een angststoornis;
    • kouwelijkheid, traagheid, obstipatie en gewichtstoename wijzen op hypothyreoïdie;
    • spierzwakte past bij neuromusculaire aandoeningen;
    • met het oog op mogelijk psychische oorzaken vraagt men naar een sombere stemming en verlies van interesse. Dit kan passen bij depressie.
    Risicogedrag bij in eerste instantie onverklaarde moeheid:
    • roken; met het oog op de pathologie die daarvan het gevolg kan zijn;
    • misbruik van alcohol en andere middelen (incl. overmatig gebruik van psychofarmaca);
    • onveilige seksuele contacten (soa, hiv, HBV).
  • LO
    Voorbeelden belangrijke bevindingen bij ouderen met moeheid als hoofdklacht:
    • vergrote lymfeklier, 
    • voelbare tumor, 
    • aanwijzingen voor een endocriene ziekte (orthostatische hypotensie, habitus) 
    • (pijnlijke) zwelling van de arteria temporalis
  • Aanvullend onderzoek:
    Bloedonderzoek:
    • BSE
    • Hb
    • TSH/T4
    • glucose
    • creatinine (bij ouderen)
    • ALAT (bij gering vermoeden leveraandoening)
    • leukocytengetal en differentiatie (In de praktijk dit vaak nog toegevoegd)
    Urineonderzoek:
    • nitriet
    • leukocyten
    • erytrocyten
    • dipslide of kweek
    uitsluiten van asymptomatische chronische urineweginfecties.

    Wanneer de moeheid 6 maanden bestaat, is het voor diagnostiek + behandeling van chronische vermoeidheidssyndroom zinvol om ter uitsluiting van somatische pathologie opnieuw een anamnese en een uitgebreid LO te verrichten en uitgebreid lab.
    • Lab: Hb, Ht, leukocytenaantal en -differentiatie, BSE, ferritine, TSH, vrij T4, glucose, creatinine, ALAT, bilirubine, γ-GT, alkalische fosfatase; 
    • Urine: leukocyten, eiwit en erytrocyten. 
    • Bij jongeren wordt dit aangevuld met coeliakie serologie, IgA, Na, K, Ca, albumine
    • Bij ouderen een X-thorax en een ECG
  • 27 Kortademigheid

  • Medical Research Council-score (MRC-score): mate van functionele beperkingen door dyspneu in vijf gradaties
  • DD kortademigheid
    - Longen: stoornissen in de ventilatie
    • Obstructieve longaandoeningen: • astma • COPD • bronchitis • bronchiolitis
    • Restrictieve longaandoeningen: • atelectase: als (een deel van) de long geen lucht meer krijgt en daardoor collabeert of verstopt raakt met bijv pus of slijm • pneumonie • corpus alienum • pneumothorax • fibrose • afwijkende thoraxvorm (ziekte van Bechterew) • hoogstand van het diafragma tijdens zwangerschap
    • Obstructie van de hogere luchtwegen: • laryngitis subglottica of pseudokroep (bij kinderen) • epiglottitis • obstructie agv zwelling na insectenbeet
    -Hart en bloedvaten: stoornissen in de circulatie
    • Pompfalen: • ischemische hartziekte • hypertensie • kleplijden
    • Obstructie door een longembolie:
    • Anemie: geen kortademigheid, maar vermoeidheid en afgenomen inspanningstolerantie
    - Hersenen: stoornissen in het centraal zenuwstelsel
    • Cerebrale doorbloedingsstoornissen • lokaal toegenomen druk (tumor) • infectie (meningitis) • psychotrope medicatie (benzodiazepinen, morfine) kunnen ademcentrum ontregelen → het stoppen van de ademhaling, of afwijkend adempatroon
    Psychische problematiek:
    • Hyperventilatie agv paniekstoornis • stress
  • DD's kortademigheid
  • Pompfalen:
    Langdurig tekortschieten van de pompfunctie van het hart kan daarnaast, door toename van de hydrostatische druk in de bloedvaten, oedeem veroorzaken.
    • linkerharthelft minder functioneren → oedeem in de long
    • rechterharthelft minder functioneren→ oedeem in perifere weefsels
    Beide vormen kunnen aanleiding geven tot kortademigheid. Kenmerkend hierbij is vaak de zogenoemde orthopneu: kortademigheid die optreedt of toeneemt in liggende positie. Door mobilisatie van perifere oedemen in liggende positie stijgt de pulmonale veneuze druk, met longoedeem als gevolg.
  • Cardiovasculaire risicofactoren in de VG voor circulatoire oorzaak van kortademigheid
    • belaste familieanamnese voor cardiovasculaire aandoeningen, roken, overmatig alcoholgebruik, hyperlipidemie, hypertensie, diabetes en recente chemotherapie
    • atriumfibrilleren, andere ritme- of geleidingsstoornissen, hartklepafwijkingen (vooral aortastenose, mitralisklepinsufficiëntie), hypertensie, ischemische hartziekte, medicatie, intoxicaties, anemie, exacerbatie van COPD, pneumonie, andere ernstige infecties, hyperthyreoïdie en longembolie 
  • Anamnese:
    • Dyspneu die acuut is ontstaan in combinatie met het opgeven van sputum en de aanwezigheid van koorts → luchtweginfectie.
    • Acuut ontstane dyspneu → longembolie of spontane pneumothorax.
    • Hoesten >14 dagen in combinatie met dyspneu, piepen en enkele gegevens uit de voorgeschiedenis → astma of COPD.
    • pijn of een knellend gevoel op de borst, gerelateerd aan het wel of niet verrichten van lichamelijke inspanning → ischemisch hartlijden
    • voor paniekstoornis, niet specifiek genoeg
  • Longembolie beslisregel
    pijn vastzittend aan de ademhaling
  • LO
    • enkeloedeem
    • gestuwde halsvenen
    • verlengd, al dan niet piepend, exspirium bij auscultatie van de longen → pulmonale obstructie
    Alarmsymptomen
    • cyanose
    • bloed ophoesten
    • gebruik van hulpademhalingsspieren
    • intercostale intrekkingen
    • afwezigheid van ademgeruis over een groot deel van de long → stille thorax
  • AO
    • Spirometrie: astma • COPD
    • Pulsoximetrie: meten van de saturatie
    • ECG: diagnose hartfalen
    • Lab: • Hb (anemie) • NT-proBNP: bij hartfalen neemt de productie toe van peptiden die oa de uitscheiding van natrium bevorderen • D-dimeer: spoort afbraakproducten van fibrine (stolsel) op → longembolie
    • X-thorax: pneumonie • pneumothorax
    • CT-scan: bevestiging van longembolie bij klinische verdenking (Wells + D-dimeer)
    • Echocardiografie: • kleplijden • linkerventrikelhypertrofie, hypertrofische cardiomyopathie • pericardeffusie
    • Bloedgasanalyse: vooral ter objectivering en minder voor diagnose. Het bepalen van de ernst van onbegrepen dyspneu en cyanose, het bepalen van de mate van CO2-retentie bij COPD en bepalen van de ernst van acute ontregelingen van astma en COPD.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

DD pijn op de borst 7

  • Aandoeningen van skelet en/of borstwandspieren: traumatisch, myalgie, artralgie
  • Aandoeningen van het hart: infarct, angina pectoris, pericarditis
  • Psychiatrisch: angststoornissen
  • Gastro-intestinaal: refluxoesofagitis, spasmen, GERD (gastroesophageal reflux disease)
  • Vasculair: dissectie van de aorta thoracalis
  • Huidaandoeningen: herpes zoster
  • Pulmonaal: embolie, pneumothorax, pneumonie
hoe kan verwarring ontstaan tussen pob klachten en oesofagusspasme
beide kunnen reageren op nitroglycerine
als bop klachten toenemen bij bukken of liggen denk je ook aan
refluxziekte
bij welke psychiatrische aan doening komt pob het meest voor
bij een paniekaanval. Gaat vaak gepaard met tintelingen rond de mond en in de handen
Röntgen geïndiceerd
- wervelinzakkingsfracturen
- metastasen/bottumoren
- ziekte van Bechterew
BSE
bezinkingssnelheid erytrocyten
antalgisch
pijnvermijdend
Spondylolisthesis
wanneer er een afschuiving van het wervellichaam plaatsvindt, veelal na een trauma, kunnen er wel klachten ontstaan.
Spondylolysis
een defect in het pars interarticularis van de wervelboog, meestal op niveaus L4 of L5. Kan aangeboren of gedurende leven ontstaan
Osteoporotische inzakkingsfractuur
Tgv van voortschrijdende osteoporose (verminderde botdensiteit) kunnen inzakkingsfracturen van wervellichamen ontstaan die pijn en verminderde mobiliteit veroorzaken. Meest frequent op niveau Th12 en L1