Samenvatting Dit is marketing!

-
ISBN-10 9046903036 ISBN-13 9789046903032
187 Flashcards en notities
5 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Dit is marketing!
  • Loek ten Berge
  • 9789046903032 of 9046903036

Samenvatting - Dit is marketing!

  • 1 Marketing: basisbegrippen

  • Tijdens welke periode in de ontwikkeling van de marketing verandere de 'seller's market'naar een 'buyers market' en werd de consument de machtigste partij in het spel van vraag en aanbod.

    Het verkoopconcept.

  • Voor welke van de drie marktvormen vanuit aanbodzijde (monopolie, oligopolie en polypolie) is een hoge C4-index kenmerkend?

    Oligopolie

  • De markt wordt niet alleen vanuit aanbodzijde bekeken maar, natuurlijk ook vanuit de vraagzijde. Van welke marktvorm is sprake als er gekeken wordt naar de markt voor de aanleg van autosnelwegen in Nederland?

    Monopsonie

  • In welk niveau bevindt zich de indirecte concurrent?

    Generieke vraag

  • 1.1 Inleiding

  • Marketing heeft vooral te maken met de consument, zijn wensen en behoeften waarover gaat het hierbij?

    Ontwikkeling, Prijsbepaling, Promotie en Distributie van producten

  • 1.2 Wat is marketing?

  • De definitie van marketing volgens de AMA: 'Marketing is de -op de behoeften van de afnemers afgestemde- ontwikkeling van producten en de vaststelling van de daarbij horende verkoopprijzen, promotie en distributie. Daarbij is het oogmerk van de organisatie planmatig ruiltransacties te creëren om haar doelstellingen te realiseren.'

    - Marketing houdt zich bezig met de behoeften van klanten

    - Er is in marketing altijd sprake van ruil
    - Marketingactiviteiten worden altijd volgens een vooropgesteld plan ondernomen en er is altijd sprake van doelstellingen 

     

  • Op welke niveaus bestuderen we de relaties tussen de consumenten en producten onderling?

    Microniveau (1 organisatie), Mesoniveau(meerdere organisaties), Macroniveau(gehele maatschappij)

  • De micro-economie bestudeert het economisch gedrag van individuele consumenten en producenten.

    In de micro-economie staan vraag en aanbod op afzonderlijke markten centraal.

     

     

     

    De meso-economie bestudeert economische activiteiten op het niveau van bedrijfstakken of sectoren.

     

     

     

    De macro-economie bestudeert de werking van de economie als geheel, waarbij met opgetelde of geaggregeerde grootheden wordt gewerkt.

     

    In de macro-economie staan de factoren die de welvaart op nationaal of internationaal niveau bepalen centraal.

     

     

  • De micro-economie bestudeert het economisch gedrag van individuele consumenten en producenten.

    In de micro-economie staan vraag en aanbod op afzonderlijke markten centraal.

     

     

     

    De meso-economie bestudeert economische activiteiten op het niveau van bedrijfstakken of sectoren.

     

     

     

    De macro-economie bestudeert de werking van de economie als geheel, waarbij met opgetelde of geaggregeerde grootheden wordt gewerkt.

     

    In de macro-economie staan de factoren die de welvaart op nationaal of internationaal niveau bepalen centraal.

     

     

  • 1.2.1 Behoefte

  • De behoefte van de markt is het uitgangspunt bij het denken en handelen van organisaties die marketing toepassen. Hierdoor kunnen ondernemersrisico's tot een verantwoord niveau worden teruggebracht. Wanneer een product wordt geïntroduceerd zonder gedegen marktonderzoek heet dat een lucky shot

  • Hoe heet het introduceren van een nieuw product zonder gedegen marktonderzoek?

    Lucky shot 

  • 1.2.2 Wat wil de klant?

  • Het centrale thema in marketing: Wat wil de klant? In de praktijk gaat het vaak mis met de 'vertaling' van wat de klant zegt te willen naar een product of dienst.

     

  • 1.2.3 Marketing op drie niveaus

  • Macromarketing betreft de rol die marketing in de maatschappij als geheel speelt. In primitieve samenlevingen vinden ruilprocessen nog plaats in de vorm van bartering: goederen/diensten worden rechtstreeks geruild tegen andere goederen/diensten.

    Mesomarketing omvat de gezamenlijke marketingactiviteiten van een aantal organisaties binnen een bedrijfstak of branche. Voorbeeld: koop eens wat vaker een bloemetje.
    Bij micromarketing staan het marketingbeleid en de marketingactiviteiten van een individuele organisatie centraal.

  • Hoe wordt het genoemd wanneer goederen/diensten rechtstreeks geruild worden tegen andere goederen/diensten?

    Bartering 

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Dit is marketing!
  • Loek ten Berge, Johan van Kooten
  • 9789062834846 of 9062834841
  • 2006

Samenvatting - Dit is marketing!

  • 1 Marketing Basisbegrippen

  • 1.1

    Marketing  heeft vooral te maken met de consument , zijn wensen en behoeften. Het gaat hierbij om ontwikkeling, prijsbepaling, promotie en distributie van producten (dit kunnen diensten, goederen of ideeën zijn) Door middel van verschillende marketingactiviteiten wordt het product planmatig op de markt afgesteld. Hierbij is er sprake van doelstellingen en ‘ruil’.

     

    1.2

    De wensen en behoeften van de markt staan in de marketing centraal en vormen de basis van alle beslissingen. Om te ontdekken wat de klant precies wil, bestuderen we de relaties tussen consumenten en producten onderling op micro-(één bepaalde organisatie), meso-(meerdere organisaties) en macroniveau (maatschappij).

     

    1.3

    Hieronder volgen 5 uitgangspunten die bij het ondernemen een belangrijke rol spelen. Bij het marketingconcept staan klanttevredenheid centraal. Hierbij is het belangrijk te handelen vanuit het perspectief van de klant, een goed oog op de concurrentie te hebben, marktonderzoek te verrichten en flexibel in te kunnen spelen op wijzigende marktomstandigheden. Het maatschappelijke marketingconcept zoekt evenwicht tussen het welzijn van de consument, de producent en de maatschappij. Bij de productconcept richt men zich op het behalen en verbeteren van een goede productkwaliteit. De prioriteit van het productieconcept  is om producten tegen een redelijke prijs zo efficiënt mogelijk te mogelijk te produceren en distribueren. Bij het verkoopconcept wordt de nadruk op verkoop-, promotie- en distributieactiviteiten gelegd, met als doel zoveel mogelijk omzet te maken. Alle organisaties hebben één ding gemeen : er wordt gestreefd naar continuïteit. Winst en marktaandeel zijn dus belangrijke doelstellingen. 

     

    1.4

    De 4 met elkaar samenhangende marketinginstrumenten om doelstellingen te bereiken worden aangeduid, als de marketing mix of de 4 p’s,  die bestaan uit de volgende deelinstrumenten : product, promotie, prijs en plaats. Vaak worden de 2 p’s toegevoegd, namelijk personeel en presentatie. Deze zijn vooral in Retail en dienstverlening van belang. Bij fast moving consumer goods gaat het om intensieve toelevering van dagelijkse verbruiksgoederen, zodat distributie belangrijker is dan kwaliteit en vormgeving.

     

    1.5

    Het ruilproces van de marketing speelt zich af tussen 2 partijen: vragers en aanbieders. Geld is een belangrijk ruilmiddel voor producten, diensten en andere zaken, maar in ontwikkelingslanden valt men vaak terug op ruilvormen zonder geld (zgn. bartering). De plaats waar vragers en aanbieders elkaar treffen, onderscheiden we in concrete en abstracte markt. In het eerste geval is er een fysieke plaats waar handel wordt gedreven, in het laatste geval niet.

    Volgens het algemene economische marktbegrip koopt de consument producten altijd in de beste prijs-kwaliteitverhouding. Dit heet de rationeel calculerende consument.

    De marketingwetenschap maakt onderscheid, tussen de navolgende vier marktvormen.

    ·         De consumentenmarkt, waar we spreken van een ‘finale vraag’. De vraag van eindgebruikers naar goederen en diensten.

    ·         De industriële markt bestaat de ‘afgeleide vraag’. De vraag van organisaties naar producten of diensten, die ontstaan doordat consumenten naar bepaalde producten vragen.

    ·         De institutionele markt bestaat uit financiële instellingen, zoals pensioenfondsen.

    ·         De overheidsmarkt  wordt gevormd door alle centrale en decentrale overheids- en semioverheidsinstellingen en –organen.

    De marktvormen kunnen worden benoemd vanuit de aanbodzijde en de vraagzijde: homogeen en heterogeen. Bij de aanbodzijde zijn de volgende 3 marktvormen mogelijk:

    ·         Monopolie; het monopolie is een marktvorm met slechts één aanbieder van een product, die hierdoor een grote vrijheid in handelen heeft. De aanbieder kan door middel van prijsoptimalisatie een hoge winst behalen.

    ·         Oligopolie: bij een oligopolie heeft een beperkt aantal bedrijven het grootste deel van de markt in handen, waarbij de concurrenten op elkaars strategieën reageren. Als de afnemers geen verschil tussen de diverse producten zien, spreken we van een homogeen oligopolie. Wanneer er wel duidelijk verschil wordt gezien gaat het om heterogeen oligopolie.

    ·         Polypolie; de polypolie is een marktvorm met veel aanbieders en veel vragers. Wanneer een groot aantal aanbieders ieder hetzelfde (homogene) product op de markt brengen, en geen van hen een zelfstandig marketingbeleid kan voeren, spreken we van Volledig Vrije Mededinging (VVM). Wanneer veel leveranciers een gelijksoortige, maar heterogeen product aanbieden en daarom vrij zijn om een eigen prijs en verder marketingbeleid te ontwikkelen, noemen we dat monopolistische concurrentie. ‘

     

     

    Aard van de producten

    Aantal aanbieders

    Homogeen

    Heterogeen

    één

    Monopolie

    Weinig

    Homogeen oligopolie

    Heterogeen oligopolie

    Veel

    Homogeen polypolie (volledige vrije mededinging )

    Heterogeen polypolie (monopolistische concurrentie)

           

     

    Vanuit de vraagzijde gezien kunnen we ook een aantal marktvormen onderscheiden. Bij een monopsonie is er slechts één vrager. Is er beperkt aantal vragers, dan spreken we van oligopsonie.  Bij een polyopsonie hebben we het over een marktvorm met veel vragers. De vraag naar producten kan door de volgende criteria worden afgebakend : product, aantal afnemers, periode, geografische gebied, afzet en omzet.

     

    Binnen deze algemene afbakeningen wordt er nog een verdeling gemaakt  tussen verschillende soorten vragen.

    Een generieke vraag is de vraag om een product of dienst om een behoefte te bevredigen. 

    Een primaire vraag is de vraag naar een bepaald soort product.

    Een secundaire vraag is de vraag naar een bepaald type of merk.

    Een selectieve vraag is de secundaire vraag gedeeld door de primaire vraag (het marktaandeel).

    De actuele vraag is de vraag die echt wordt uitgeoefend. Bij duurzame artikelen wordt de vraag verdeeld naar eerste aankoop, additionele aankoop en vervangingsvraag. Bij niet-duurzame artikelen wordt deze verdeeld in eerste aankoop en herhalingsaankopen.

     

    De potentiele vraag is het marktpotentieel (maximale vraag van alle consumenten) minus de actuele vraag. Wanneer je de actuele vraag tegen het marktpotentieel afzet, spreken we van de penetratiegraad , ook wel PG. Bij niet duurzame artikelen geeft de PG het aantal afnemers weer dat in een bepaalde periode een bepaald product/merk minstens één keer heeft gekocht, in verhouding tot het marktpotentieel. Bij duurzame artikelen of gebruiksartikelen wordt de PG ook wel de bezitsgraad genoemd. Dat getal heeft het werkelijke aantal afnemers weer ten minste één exemplaar van een artikel op een bepaald moment of periode bezit, in verhouding tot het marktpotentieel.

     

    Wanneer er gesproken wordt over de cumulatieve penetratiegraad (CPG), wordt een langere periode bekeken. Bij duurzame artikelen geeft het verschil tussen de PG en de CPG, het aantal personen weer die een product vroeger in bezit had, maar nu niet meer.

     

    Wanneer er een marktaandeelschatting gemaakt wordt, zijn 3 indicatoren van belang: de CPG, het herhaling aankooppercentage en de verbruiks-intensiteitsindex  (de verhouding tussen het gemiddeld gebruik van alle merken ten opzichte van één bepaald merk van dezelfde productsoort). Het marktaandeel kan berekend worden door deze 3 met elkaar te vermenigvuldigen. Er bestaan veel marketingtoepassingsgebieden zoals direct marketing, dat zich richt op het krijgen en onderhouden van een duurzame, structurele en directe relatie tussen aanbieder en afnemer.


     

  • 1.2 Wat is marketing?

  • 1.2

    De wensen en behoeften van de markt staan in de marketing centraal en vormen de basis van alle beslissingen. Om te ontdekken wat de klant precies wil, bestuderen we de relaties tussen consumenten en producten onderling op micro-(één bepaalde organisatie), meso-(meerdere organisaties) en macroniveau (maatschappij).

  • Wat is Marketing?

    Marketing is de - op de behoeften van de afnemer afgestemde - ontwikkeling van producten en de vaststelling van de daarbij behorende verkoopprijzen, promotie en distributie. Daarbij is het oogmerk van de organisatie planmatig ruiltransacties te creeren om haar doelstellingen te realiseren. 

  • op basis van deze definitie kunnen we stellen: 

    Dat marketing zich bezighoudt met de behoeften van (potentiele) klanten;

    Dat op de behoefte van klanten wordt ingespeeld met een groot aantal totaal verschillende instrumenten;

    Dat er in de marketing altijd sprake is van ruil;

    Dat marketingactiviteiten altijd volgens een vooropgestelde plan worden ondernomen en dat daarbij altijd sprake is van doelstellingen

  • 1.2.1 Behoefte

  • 'markt' duidt op bestaande en potentiele klanten 

  • De behoefte van de markt id het uitgangspunt bij het denken en handelen van organisaties die marketing serieus toepassen.

  • Wat staat centraal bij het marketingdenken?

    De behoefte van de markt

  • Wat is een lucky shot?

    Een nieuw product introduceren zonder gedegen marktonderzoek te doen.

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Voor het analysedeel van een marketingplan wordt door een bedrijf gebruik gemaakt van gegevens van het CBS. Deze gegevens zijn:

Externe secundaire gegevens

De student agaat drie fietswinkels langs en koopt uiteindelijk op Marktplaats een tweedehands fiets. Welk koopgedrag vertoont deze student?

Beperkt probleemoplossend gedrag.

De behoeftenhierachie van Maslow kenmerkt zich door een vijftal onderdelen. Welke van de vijf onderdelen wordt door Maslow als het meest urgent gezien?

Fysieke behoeften.

In het mentale proces dat het individu doorloopt van de eerste kennismaking met een innovatie tot de adoptie van die innovatie, worden consumenten ingedeeld in vijf groepen naar de snelheid waarmee ze dit proces doorlopen. Welke groep is volgende deze indeling het kleinst?

Innovators.

Belangrijke aankopen kunnen achteraf leiden tot een onaangenaam gevoel van twijfel. Hoe noemen we dit in de marketing?

Cognitieve dissonantie.

Wat de consument koopt, hangt onder andere in sterke mate af van psychologische kenmerken. Welk van de onderstaande termen rekenen we daar niet toe? a. gedrag. b. motivatie c. overtuigingen en attitudes. d. perceptie.

A. Gedrag.

Welk van de onderstaande groep wordt in het algemeen niet tot een publieksgroep gerekend? a. brancheorganisaties. b. interne groepen, zoals werknemers, managers, vrijwilligers en raad van bestuur. c. leveranciers. d. lokale overheden

C. Leveranciers.

Als een bedrijf niet elk ander bedrijf als concurrent wilt zien, maar alleen concurreert met bedrijven die in dezelfde behoefte voorzien, spreken we van:

Generieke concurrentie.

Waarvoor wordt het vijfkrachtenmodel van Porter gebruikt?

Het bepalen van de winstgevendheid van de bedrijfstak.

De consument is meer waarde gaan richten aan gezondheid en uiterlijk, wat voor soort ontwikkeling is deze trend?

Sociaal-culturele ontwikkeling.