Samenvatting Economie in context VWO Bovenbouw deel 2

-
ISBN-10 9042539127 ISBN-13 9789042539129
1237 Flashcards en notities
86 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Economie in context VWO Bovenbouw deel 2". De auteur(s) van het boek is/zijn Ton Bielderman, Wens Rupert, Theo Spierenburg Ivonne Hermens. Het ISBN van dit boek is 9789042539129 of 9042539127. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Economie in context VWO Bovenbouw deel 2

  • 1.1 Productie en goederen

  • Wat is productie in ruime zin?

    Productie in ruime zin gaat om alle activiteiten gericht op het vervullen van menselijke behoeften.

  • 1.1.1 Soort inleiding

  • Wat is zelfvoorziening?

    Als je voor jezelf produceert, dit is geen betaald werk, maar wel productie. Denk hierbij aan koken en huiswerk maken.

  • Wat is productie in ruime zin?

    Bij productie in ruime zin gaat het om alle activiteiten gericht op het vervullen van menselijke behoeften.

  • Wat is formele productie of productie in enge zin?

    Dit is de officieel geregistreerde productie die plaatsvindt bij de overheid en in bedrijven.

  • Wat is informele productie?

    Niet officieel geregistreerde productie, zoals vrijwilligerswerk, onbetaald huishoudelijk werk en zwart werk.

  • Informele productie en zwart werk is niet hetzelfde. Zwart werk valt onder informele productie.

  • 1.1.2 Primaire en secundaire goederen

  • Stoffelijke producten/goederen zijn goederen die je kunt aanraken. 

    Onstoffelijke goederen zijn goederen die je niet kunt aanraken, denk hierbij aan diensten.

     

    Primaire goederen zijn noodzakelijk. Secundaire/luxegoederen zijn niet echt nodig, het is een luxe.

    Categorie binnen luxegoederen zijn statusgoederen. Hiermee kun je indruk maken op de omgeving en een bepaalde status verlenen. 

  • 1.1.3 Individuele en collectieve goederen

  • Individuele/persoonlijke goederen voorzien in een individuele behoefte. Je kunt ze altijd individueel kopen.

    Collectieve goederen zijn nuttig voor de hele samenleving (collectieve behoefte). Je kunt het niet persoonlijk kopen, maar het wordt collectief gefinancierd. Bijv. politie. 

     

    Quasi-/ semicollectieve goederen: door de overheid geleverde individuele goederen. Bijv. onderwijs of OV

  • 1.1.4 Productie en productiefactoren

  • Productiefactoren zijn middelen die nodig zijn voor het produceren van arbeid.

    4 productiefactoren:

    • Arbeid: alle lichamelijke inspanning van de mens
    • Kapitaal: alle goederen in bezit van een bedrijf. Vlottende kapitaalgoederen; kan 1x gebruikt worden. Vaste kapitaalgoederen; meer dan 1 productieproces meegaan.
    • Natuur: leverancier van grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen.
    • Ondernemerschap: juiste hoeveelheid werknemers, grondstoffen en kapitaalgoederen.
  • 1.2.1 Interne en technische arbeidsverdeling

  • Interne of technische arbeidsverdeling: arbeidsverdeling is ver doorgevoerd. 

    Voordelen: 

    • Arbeidsproductiviteit neemt toe, doordat ze door ervaring sneller hun taak kunnen doen.
    • Productiecapaciteit neemt toe
    • Vereenvoudiging van werkzaamheden
    • Arbeidskosten per product dalen

    Nadelen:

    • Werk is saai, daardoor misschien minder gemotiveerd
    • Arbeidsvervreemding, doordat ze maar met zo'n klein deel van het proces bezig zijn. Niet verbonden met het product.
    • Als 1 taak vertraging oploopt, doet alles dat.
    • Werknemer zijn beperkt inzetbaar, waardoor de kans op andere banen kleiner wordt.
  • 1.2.2 Externe of maatschappelijke arbeidsverdeling

  • Externe/maatschappelijke arbeidsverdeling houdt in dat elk bedrijf zich richt op de productie van 1 of enkele goederen.

    1. Primaire sector: Landbouw, mijnbouw en visserij. Helaas veel mechanisatie en automatisering.
    2. Secundaire sector: Industrie en bouw
    3. Tertiaire sector: Commerciële dienstverlening 
    4. Quartaire sector: Niet-commerciële dienstverlening (politie, ziekenhuis, rechtspraak)
  • 1.2.3 Geografische arbeidsverdeling

  • Geografische arbeidsverdeling: Verdeling van productie over verschillende gebieden. 2 soorten.

    Regionale arbeidsverdeling: productie van bepaalde goederen in een bepaald gebied.

    Internationale arbeidsverdeling: Landen specialiseren zich in bepaalde goederen. Niet meer zelfvoorzienend zorgt voor internationale handel. Toename van internationalisering is globalisering.

  • 1.2.4 Verschuiving arbeidsverdeling mannen en vrouwen

  • Participatieniveau van vrouwen is gestegen omdat:

    • het opleidingsniveau hoger is
    • er een lager kindertal is
    • de partner meer vrije tijd wilt
    • er de wens is zelf geld te verdienen

    Opofferingskosten: het inkomen wat je mist als je huishoudelijk werk doet in plaats van betaald werk. Zie voor berekening en voorbeeld bron 7.9

    Door hoger opleidingsniveau van vrouwen zijn de opofferingskosten gestegen. Daardoor nemen mannen ook taken over. 

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.