Samenvatting Educational assessment of students

-
ISBN-10 0131382888 ISBN-13 9780131382886
106 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Educational assessment of students". De auteur(s) van het boek is/zijn Susan M Brookhart, Anthony J Nitko. Het ISBN van dit boek is 9780131382886 of 0131382888. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Educational assessment of students

  • 1 De basis voor assessment

  • Verschillende termen van assessment moeten onderscheiden worden. Welke vier zijn dat?

    1. Assessment
    2. Tests
    3. Metingen
    4. Evaluatie
  • Geef een definitie van het begrip assessment?

    De proces voor het opdoen van informatie wat gebruikt kan worden bij het maken van beslissingen over studenten, curricula, programma's en educatief beleid.

  • Welke vijf begeleidende principes moet je gebruiken om assessment in de klas betekenisvol te kunnen selecteren en gebruiken?

    • Wees duidelijk over welke leerdoelen je wilt assessen.
    • Assessment techniek moet aansluiten bij de doelgroep/lerende.
    • Assessment techniek moet de behoeften van de lerende dienen (de technieken moeten dus betekenisvolle feedback geven).
    • Probeer verschillende indicatoren van prestaties te gebruiken voor elk leerdoel (gebruik vb verbindoefeningen, essayvragen en een project van een maand lang).
    • Hou rekeningen met de beperkingen van de studenten.
  • Geef een definitie van testen?

    Het is een instrument of systematische procedure voor het observeren en beschrijven van één of meer karakteristieken van studenten, dit gebeurt a.h.v. een numerieke schaal of classificatieschema. Het is een concept dat nauwer is dan assessment.

    Ook de staat heeft een test programma ontwikkeld om te bepalen of de scholen voldoen aan een bepaalde doelen of standaard. Dit gebeurt norm-gerelateerd (vergeleken met hele populatie). 

  • Geef een definitie van metingen?

    Een procedure voor het toewijzen van nummers (meestal scores genoemd) aan een gespecificeerde attribuut of karakteristiek van een persoon op zo'n manier dat de nummers de mate beschrijven waarin de persoon over voldoende kennis beschikt van de attribuut. Assessment is een bredere term dan metingen (en tests) omdat niet uit alle assessments metingen voortkomen.

  • Geef een definitie van evaluatie?

    Het wordt gezien als proces waarin je een oordeel geeft over de waarde van een product of proces van de student. Evaluaties geven de basis over welke cursus of actie moet volgen. Ze bepalen de waarde, kwaliteit en effect van het onderwijs/leermiddel.

    Evaliuatie wordt echter wel beinvloedt door een bepaalde mate van subjectiviteit, inconsistentie en biases (testen en metingen kunnen dit echter verminderen).

    Evaluatie gaat niet alleen over individuele studenten, kan ook over materialen, tekstboek of scholen gaan.

  • Wat is het verschil tussen formatieve evaluatie en summatieve evaluatie van scholen, programma's of materialen?

    Formatieve: oordeel over kwaliteit tijdens het ontwerpproces. Deze oordelen worden gebruikt om te modificeren, vormen of verbeteren van onderwijs etc. (als een leraar de lessen of materialen aanpast door eerdere ervaringen, is dat ook formatief). Geeft meer suggesties voor verbeteringen dan summatieve. (vb tijdens les vragen of student het begrijpt)

    Summatief: oordeel over kwaliteit na het ontwerpproces. Deze vat sterke- en zwakke punten samen, in hoeverre de (leer)doelen zijn bereikt. Het geeft een beeld of een product 'werkt' en onder welke omstandigheden en welke mate van implementatie deze werkt. (vb cijfer geven na cursus)

  • Wat is high-stakes testing?

    Testen die worden gebruikt om beslissingen te maken die grote gevolgen kunnen hebben voor school administrators, leraren en studenten. Vb een examen, testen hoe goed een school op een bepaald vak presteert. Er moet wel belangrijke consequentie aan verbonden zijn (vb examen), anders zijn het low-stake testen.

  • Wat is accountability testing (verantwoordelijkheid testen)?

    Assessment die wordt gebruikt om individuele studenten of scholen verantwoordelijk te houden om te verzekeren dat studenten het nationale standaard behalen. Dit wordt vaak gedaan door high-stake testen toe te voegen.

  • Wat zijn inhouds- en prestatiestandaarden? (welke door de overheid worden vastgesteld)

    Inhoudsnormen beschrijven het onderwerp, de concepten, principes etc waarvan wordt verwacht dat de student deze leert.

    Prestatienormen beschrijven de vaardigheid die de student kan uitvoeren nadat de inhoudsstandaarden zijn geleerd.

  • Waarom is disaggregatie (opsplitsing) van test resultaten op school niveau noodzakelijk?

    De resultaten van de hele populatie worden opgesplitst om rapportages te kunnen doen over kleine subgroepen of studenten (vb studenten met lage SES, met beperkingen etc).

  • Welke vragen moet een leraar zichzelf stellen voordat hij begint met lesgeven?

    1. Welke inhoud moet ik overbrengen op mijn leerlingen ?
    2. Met welke capaciteiten (achtergrond, interesse, vaardigheden) moet ik rekening houden als ik mijn activiteiten plan?
    3. Welke materialen zijn gepast bij deze doelgroep?
    4. Welke leeractiviteiten zijn bij de les betrokken (unit, cursus)
    5. Wat zijn de leerdoelen die de studenten moet bereiken door mijn lesgeven?
    6. Hoe moeten de klassenopstelling eruit zien?
  • Welke beslissingen/vragen moet een leraar zichzelf stellen tijdens de les?

    1. Gaat mijn les goed? Begrijpen leerlingen het?
    2. Wat moet ik doen om mijn les (activiteit) beter te maken?
    3. Welke feedback geef ik studenten?
    4. Zijn de studenten klaar om naar het volgende level te gaan?
  • Welke vragen/beslissingen moet een leraar zich na de les stellen?

    1. Hoe goed bereiken mijn leerlingen de korte- en lange termijn leerdoelen?
    2. Welke sterke- en zwakke punten rapporteer ik naar de student?
    3. Welke cijfer geef ik de student?
    4. Hoe effectief heb ik het lesmateriaal overgebracht naar de studenten?
    5. Hoe effectief is het curriculum en de materialen gebruikt?
  • Welk type assessment pas je toe als de instructie niet goed aansluit op een student? (de instructie geen effect heeft)

    Diagnostische assessment: je beantwoord de vraag: welke leeractiviteiten zal ik gebruiken die het best aansluiten bij de individuele behoeften van de student waardoor de kansen op het succesvol volbrengen van het leerdoel toeneemt (bepaal juiste content en leer activiteiten).

  • Feedback heeft niet altijd effect op het leren. Waardoor komt dat?

    Feedback moet wel een specifieke begeleiding zijn over wat studenten moeten doen om hun leren te verbeteren. Moet dus zowel, samen met de student, naar de goede als foute antwoorden kijken en hier feedback op geven.

  • Feedback heeft meerdere doelen/ voordelen. Noem er een paar?

    • geeft een richtlijn aan studenten over wat ze moeten doen om hun leren te verbeteren
    • geeft de docent inzicht over wat de studenten hebben geleerd en hoe hij les heeft gegeven.
    • is een voorbeeld voor studenten omdat je ze laat zien wat ze moeten kennen/leren (modelling).
    • Het motiveert studenten om te studeren.
  • Wat zijn selection decisions (selectie besluiten)?

    Een institutie of organisatie bepaald wanneer een bepaald individu wel of niet geschikt is voor hen. Degene die niet geschikt zijn, vallen niet langer onder de verantwoordelijkheid van de institutie. Assessments gaan vaak vooraf aan zo'n selectie (op basis van de test scores wordt een beslissing genomen).

  • Welke verschillende soorten beslissingen zijn er op organisatorisch/institutioneel niveau, waarbinnen assessment een belangrijke rol speelt?

    • Selectie beslissingen (sommige wel, andere niet)
    • Plaatsing van studenten besluiten (geplaatst op bepaald niveau)
    • Classificatie beslissingen (in bepaald categorie, baan, programma geplaatst)
    • Advies en begeleidings-beslissingen (helpt studenten ontdekken, kiezen en voorbereiden)
    • Certificaat beslissingen (student/ leraar bepaalde standaard behaald?)
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Verbale feedback kan ook variëren in manieren zoals ook andere communicatiemiddelen dat doen. In welke manieren?  
  • In helderheid: studenten moeten feedback begrijpen
  • In specificiteit: generale doelen zijn vaak minder belangrijk dan specifieke.
  • In persoon: gebruik eerste- en derdepersoons feedback.
  • In toon: houd de toon ondersteunend.
Feedback bij formatieve assessment moet beschrijvend, specifiek en informatie geven voor verbetering. Leg dit uit?  

Beschrijvende feedback geeft informatie over het werk (goed doordacht). Deze beter dan evuluatieve omdat het potentie geeft aan de student om zijn werk te verbeteren.

Feedback kan varieren in of het resultaten of de onderliggende processen beschrijft:  uitkomsten feedback (resultaten) of cognitie feedback (relatie met taakaspect wordt beschreven, waardoor ze leren wat ze kunnen verbeteren).

Er is ook nog evaluatieve feedback: deze geeft een oordeel (vb goed werk!)

Welke elementen worden aan elkaar verbonden door leerdoelen?
  • Opdrachten
  • Formatieve feedback van docent en zelfevaluatie student
  • Summatieve assessment
  • Scorings criteria.
Wat zijn de voordelen van formatieve assessment?  
  • Leerling krijgen duidelijk wat ze zelf kunnen en waarbij ze hulp nodig hebben
  • Actieve vorm van leren waarbij leerling gefocussed blijft op de leerdoelen.
  • Vooral peer evaluatie en zelfevaluatie helpen de student bij de sociale construct van kennis
  • Het geeft gerichte feedback waardoor leerling weet wat die moet veranderen om het te verbeteren.

Cognitie: studenten horen wat ze kunnen doen om hun leren te verbeteren en leren hoe ze kunnen leren.

Motivatie: ontwikkelen betere zelfregulatie en krijgen daarom meer het idee dat ze hun leerproces kunnen controleren.

Wat werkt beter, zelfevaluatie of evaluatie door klasgenoten?

Zelfevaluatie. Al moet de leerkracht wel helpen bij het bedenken van goede technieken en naderhand een goede evaluatie geven.

Er wordt gezegd dat formatieve assessment eigenlijk een loop (cirkel) is (Sadler). Leg dit uit en welke vragen zijn hierbij relevant die een student zichzelf kan stellen?

Het begint met een focus op de leerdoelen, daarna de evaluatie daarvan en vervolgens wordt gekeken wat er nog verbeterd kan worden om het leerdoel te behalen (zelfevaluatie). Er wordt dan weer bij het begin begonnen.

Een student kan zichzelf de volgende vragen stellen:

  1. Wat is mijn doel?
  2. Hoe dicht ben ik bij dat doel?
  3. Wat moet ik daarnaast nog doen om het doel te bereiken?

Assessment moet gericht zijn op de studenten maar begint in dit geval bij de docenten. Zij moeten een duidelijk leerdoel, criteria, en interesse en participatie vd leerlingen teweeg brengen.

Formatieve assessment heeft te maken met het leerproces zelf. Het gaat om leerdoelen, feedback van leraren en zelf assessment. Waarop zijn goede assessment methoden gericht?
  • cognitie
  • motivatie
Wat zijn de zes benaderingen om leerproblemen te diagnosticeren?  
  1. In kaart brengen van sterkten en zwakten in vergelijk met klasgenoten. Dit geeft goed beeld van prestaties op bepaalde gebieden, maar is niet heel betrouwbaar (verhoogde kan op meetfout).
  2. Identificeer tekortkomingen in voorkennis: maak leerhierachie volgens Gagne. Voordeel is dat het duidelijk maakt wat de kennis is en daarop ingespeeld kan worden. Nadeel, er hangt veel af vd zorgvuldigheid en juistheid vd vaardigheden die iemand al moet hebben (worden vaardigheden niet goed gekozen, dan lage validiteit).
  3. Identificeer leerdoelen die de leerling nog niet beheerst. Gaat om uitkomsten cursus, niet vereiste voorkennis. Voordeel: focus op specifiek leerdoel. Nadeel: meetfouten.
  4. Identificeren van prestatiefouten (errors) van studenten: vooral gekeken wat iemand fout doet. Voordeel: inzocht waar concrete fouten liggen. Nadeel: weinig ingezoomd op onderliggende denkprocessen.
  5. Identificeren kennisstructuren studenten: gaat om incorrecte mentale organisatie van concepten en diens relaties (vb door MindMap). Voordeel; ziet hoe ze verbindingen maken. Nadeel: concept maps zijn lastig te beoordelen.
  6. Identificeren competenties voor oplossen verbale (woord) problemen: Voordeel: goed te gebruiken bij woordproblemen waarin algoritme of formule moet worden toegepast. Nadeel: moeten veel items per kennisdomein worden gebruikt, nakijken dus tijdrovend.
Welke 2 doelen heeft diagnostische assessment met het meten van leermoeilijkheden?  
  1. Identificeren welke leerdoelen een student nog niet heeft behaald
  2. Voorstellen wat de oorzaak/redenen zijn dat de student deze nog niet heeft behaald.

Focus op leerproblemen en ingrijpen op wat de leerling nog niet weet of kan!

Wat is de overeenkomst en wat het verschil tussen diagnostische en formatieve assessment?  

Verschil: formatief vindt plaats tijdens het leren (gericht op leerproces), diagnostisch vóór het leren (gericht op inzicht verkrijgen in studenten en daar instructie op aanpassen).

Overeenkomst: ze liggen vrij dicht bij elkaar.