Samenvatting EHBO voor baby's en kinderen

-
130 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - EHBO voor baby's en kinderen

  • 1.1 Wat is EHBO

  • Wat is het doel van EHBO?
    • Levens redden
    • Zorgen dat het letsel niet erger wordt
    • Zorgen dat het slachtoffer minder pijn heeft
    • Zorgen dat het letsel kan genezen
  • Wat is een letsel?
    Een verwonding in of aan het lichaam
  • Benoem 3 voorbeelden van klein letsel
    1. Tand door de lip
    2. Vuiltje in het oog
    3. Schaafwondje
  • Wat moet u doen als u twijfelt over een klein letsel?
    Je kunt de huisarts bellen voor advies
  • Noem twee verschillen tussen grote en kleine letsels
    1. Bij grote letsels is het slachtoffer in levensgevaar
    2. Schakel altijd professionele hulpverleners in
  • In welke leeftijdscategorie valt een baby?
    0 tot 1 jaar
  • In welke leeftijdscategorie valt een kind?
    Vanaf 1 jaar tot en met de pubertijd
  • Op welke manier benader je de eerste hulpverlening bij een kind met het lichaam van een volwassene?
    Je benadert het slachtoffer als een volwassene
  • Wat maakt de eerste hulpverlening bij baby's en kinderen anders ten opzichte van volwassenen?
    • De reactie, sneller in paniek
    • Kunnen niet goed vertellen wat er is gebeurt en waar het pijn doet.
    • Manier van ademen
    • Botten
    • Verhoudingen van het lichaam
    • Hoeveelheid bloed
    • Onderhuids bindweefsel
  • "Reflexen van baby’s of jonge kinderen zijn anders dan bij volwassenen. Sommige reflexen hebben baby’s en jonge kinderen nog niet.

    Andere reflexen hebben baby’s en jonge kinderen wel, die volwassenen niet meer hebben. Een voorbeeld daarvan is slikken. Bij baby’s is dit geen bewuste handeling, maar dit is een reflex. Oudere kinderen en volwassenen kiezen ervoor om iets door te slikken of niet. Bij baby’s gaat dit automatisch. Dit gaat nog weleens een keer verkeerd. Hierdoor verslikt een baby zich vaker dan een ouder kind of een volwassene."


    Welke reflexen betreft het hier?
    • Terugtrekreflex
    • Slikreflex
  • 3.1 Reanimatie

  • Je ziet een vreselijk ongeluk op straat. Een kind wordt aangereden. Hij ligt stil op het fietspad. Je handelt direct.
    wat zijn de 4 te nemen stappen van handelen?


    Stap 1:
    Zorg voor veiligheid
    Door de schrik wil je direct naar het kind toe rennen. Gelukkig kijk je eerst om je heen voor je de weg oversteekt. Je vraagt omstanders om andere fietsers om het ongeluk te leiden.

    Stap 2:
    Beoordeel de toestand van het slachtoffer
    Je bent bij het kind en vraagt: "Gaat het?" Geen reactie. Je vraagt aan een omstander om 1-1-2 te bellen. Een andere omstander gaat op zoek naar een AED. Jij voert de kinlift uit en luistert 10 seconden of er een ademhaling is. Helaas, het kind ademt niet.
       
    Stap 3:
    Alarmeer de hulpdiensten
    De omstander die 1-1-2 heeft gebeld, heeft de meldkamer aan de lijn. De telefoon staat op de luidspreker en ligt naast het hoofd van het kind. Je roept naar de telefoon: "Volgens mij is er geen ademhaling." Aan de andere kant van de lijn klinkt: "Weet u hoe u moet reanimeren? We gaan u helpen."

    Stap 4:
    Verleen
    verdere eerste hulp
    Daar ga je. Reanimeren!
  • 3.2 Circulatie

  • Ander woord voor circulatie?
    Bloedsomloop
  • Wanneer is er sprak en aan een circulatiestilstand?
    Als het bloed niet meer door het lichaam rond stroomt. Dit is een levensbedreigende situatie.
  • Beschrijf de werking van circulatie.
    Als je lucht inademt, komt deze lucht in je longen. In de lucht zit zuurstof. Je longen halen het zuurstof uit de lucht en geven dit af aan het bloed dat langs je longen stroomt. Doordat het hart het bloed met het zuurstof rondpompt, komt de zuurstof in je hele lichaam. Bloed waar geen zuurstof meer inzit, gaat terug via je hart en naar de longen om weer nieuw zuurstof te halen. Dit is de circulatie of de bloedsomloop. 
  • Loopt een lichaamsdeel altijd schade op als het geen bloed, en dus geen zuurstof krijgt?
    Een lichaamsdeel of orgaan loopt niet altijd schade op als het geen bloed en dus geen zuurstof krijgt. Het verschilt per lichaamsdeel of orgaan hoe lang het zonder zuurstof kan voordat het ernstige gevolgen heeft.. De hersenen kunnen maar een paar minuten zonder zuurstof terwijl een voet langer zonder zuurstof kan voordat het schade oploopt.
  • Wat is een circulatiestoornis?
    Als er ergens in de circulatie iets mis gaat, ontstaat er een gevaar voor de gezondheid van het slachtoffer. Als er iets mis gaat in de circulatie, noem je dit een circulatiestoornis of zelfs een circulatiestilstand. 
  • Benoem 4 potentiele oorzaken van een circulatiestoornis.
    1. Geen ademhaling. Als een slachtoffer niet ademt, komt er geen zuurstof meer in de longen. De longen kunnen dan geen zuurstof meer afgeven aan het bloed. Hierdoor kunnen lichaamsdelen te weinig zuurstof krijgen en schade oplopen. 
    2. Een niet-normale ademhaling. Als een slachtoffer een niet-normale ademhaling heeft, dan komt er niet genoeg zuurstof in de longen. Een niet-normale ademhaling is bijvoorbeeld naar adem happen, onregelmatig ademen of heel langzaam ademen. Hierdoor kunnen lichaamsdelen te weinig zuurstof krijgen en schade oplopen.
    3. Geen hartslag. Als het slachtoffer geen hartslag heeft, wordt het bloed niet meer rondgepompt door het lichaam. Hierdoor kunnen lichaamsdelen te weinig zuurstof krijgen en schade oplopen.
    4. Een niet-normale hartslag. Als het slachtoffer een niet-normale hartslag heeft, wordt het bloed niet meer goed rondgepompt door het lichaam. Een niet-normale hartslag is bijvoorbeeld hartfibrilleren. Het hart trilt dan, waardoor het niet meer goed kan pompen. Hierdoor kunnen lichaamsdelen te weinig zuurstof krijgen en schade oplopen.
  • Hoe controleer je of er sprake is van een circulatiestoornis?
    De eerst hulpverlener controleert niet of het slachtoffer nog een hartslag heeft. Om te beoordelen of er een circulatiestoornis is, controleert de eerstehulpverlener de ademhaling.
  • Kan een ernstige bloeding een circulatiestoornis veroorzaken?
    Ja, bij een ernstige bloeding verliest het slachtoffer veel bloed. Er is dan te weinig bloed om alle lichaamsdelen van zuurstof te voorzien. Dit is een circulatiestoornis.
  • Binnen hoeveel minuten bij het optreden van een circulatiestoornis heeft het slachtoffer de meeste kans om te overleven?
    Een slachtoffer van een circulatiestoornis heeft de grootste kans om te overleven als hij binnen 6 minuten wordt gereanimeerd. Na 6 minuten zonder zuurstof lopen onder andere de hersenen ernstige schade op. Hierdoor wordt de kans kleiner dat het weer goed komt met het slachtoffer.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Eerste hulp bij koortsstuipen (4 stappen)
Stap 1: Zorg voor veiligheid
Zorg eerst voor veiligheid. Ga naar het slachtoffer toe, zonder dat je zelf gevaar loopt.

Stap 2: Beoordeel de toestand van het slachtoffer
Beoordeel wat er aan de hand is. Als het kind koorts heeft en de symptomen van een koortsstuip heeft, ga je verder met stap 3 van de 4 stappen van EHBO.

Stap 3: Alarmeer de hulpdiensten
Als het kind een koortsstuip heeft, bel je 1-1-2.

Stap 4: Verleen verdere eerste hulp
Tijdens een koortsstuip zorg je ervoor dat het slachtoffer zich geen pijn kan doen. Dit doe je door bijvoorbeeld stoelen, tafels en speelgoed bij het slachtoffer vandaan te schuiven. Hij kan zich hier dan niet tegen stoten.


Leg het slachtoffer van een koortsstuip in de stabiele zijligging als het schudden voorbij is.
Het kan na een koortsstuip even duren voordat het slachtoffer weer helemaal helder is. Een versuft slachtoffer na een koortsstuip is dus niet direct reden tot paniek. Na een uurtje is het slachtoffer weer goed aanspreekbaar.
 
Wat zijn de symptomen van koortsstuipen?
Door de ontregeling van de hersenen verstijft het slachtoffer eerst. Soms houdt het slachtoffer zijn adem even in of laat het urine lopen. Deze fase duurt niet langer dan een minuut. Daarna schokt het lichaam heftig. Vooral de armen en benen zwaaien erg. Ook dit duurt niet langer dan een minuut. Als het schokken is gestopt, wil het kind vaak slapen.

Je herkent een koortsstuip aan de volgende 3 symptomen:
  1. Verkrampen en verstijven van de armen en benen
  2. Schokkende bewegingen
  3. Tijdelijk stoppen van de ademhaling
Bij een koortsstuip handel je volgens de 4 stappen van EHBO.  
Wat zijn koortsstuipen en op welke leeftijd komen koortsstuipen het meeste voor?
Koortsstuipen komen meestal voor bij kinderen tussen de zes maanden en zes jaar. Bij een koortsstuip stijgt de lichaamstemperatuur snel in een korte tijd. Hierdoor zijn de hersenen kort ontregeld. Hoe verleen je eerste hulp bij koortsstuipen?
Waarom moet een slachtoffer ook altijd nagekeken worden door een arts als hij niet buiten bewustzijn is geraakt?
Een slachtoffer moet ook altijd nagekeken worden door een arts als hij niet buiten bewustzijn is geraakt. Dit komt omdat het water dat in de longen of in de maag is gekomen, soms langzaam opgenomen wordt door het bloed van het slachtoffer. Door al het water in het bloed moet het hart meer bloed rondpompen. Het hart krijgt dit niet voor elkaar met een circulatie stoornis als gevolg.
Eerste hulp bij verdrinking(4 stappen)
Stap 1: Zorg voor veiligheid
Als je een verdronken slachtoffer ziet drijven, of je ziet een slachtoffer die op dat moment aan het verdrinken is, probeer je het slachtoffer zo snel mogelijk uit het water te halen. Zorg wel dat je dit veilig kunt doen. Doe zware kleding en schoenen uit voordat je het water ingaat.

Stap 2: Beoordeel de toestand van het slachtoffer
Haal het slachtoffer zo plat mogelijk uit het water. Dit omdat er bij verdrinking vaak sprake is van onderkoeling. Bij onderkoeling is het risico op een hartritmestoornis groter als je het slachtoffer rechtop uit het water haalt.
Als het slachtoffer op het droge is, beoordeel je of het slachtoffer buiten bewustzijn is. Als dit het geval is, ga je verder met de controle van de ademhaling en eventueel reanimatie.

Stap 3: Alarmeer de hulpdiensten
Bel bij een verdrinking of bijna-verdrinking altijd 1-1-2.

Stap 4: Verleen verdere eerste hulp
Het reanimeren van een slachtoffer van verdrinking is meestal succesvol, omdat het slachtoffer vaak verder gezond is. Het beademen van een slachtoffer van verdrinking voelt anders dan bij een slachtoffer dat niet verdronken is. Het beademen kost bij een slachtoffer van verdrinking meer kracht doordat water in de luchtweg aanwezig is.
Symptomen bij verdrinking
Je herkent een verdrinking vaak aan de situatie. Als het slachtoffer in het water drijft, is je eerste vermoeden dat er sprake is van verdrinking. Als het slachtoffer nog niet verdronken is, maar aan het verdrinken is, probeert het slachtoffer meestal om boven water te blijven. Het slachtoffer proest, hoest, is in paniek en zwaait om zich heen. Dit heet een bijna-verdrinking. 
Wat is verdrinking?
Bij een verdrinking sterft een kind aan zuurstoftekort omdat de longen vol zitten met een vloeistof. Meestal is deze vloeistof water. Vooral bij kinderen onder de 4 jaar is water gevaarlijk. Zij kunnen zelfs verdrinken in een laagje water van maar een paar centimeter diep. 
Juist of onjuist?Je probeert maar één keer om het vastzittende voedsel of voorwerp uit de keel te vegen.
Juist. Je probeert maar één keer om het vastzittende voedsel of voorwerp uit de keel te vegen. Herhaling kan ervoor zorgen dat het voorwerp juist vaster in de keelholte komt te zitten.
Mondinspectie en reanimatie
Voordat je overgaat tot reanimatie, voer je een mondinspectie uit. Bij een mondinspectie kijk je of je het voedsel of voorwerp kunt zien wat voor de afsluiting van de luchtpijp zorgt. Probeer een zichtbaar stuk voedsel of voorwerp te uit de keel te vegen. Dit doe je met je pink.

Bij het verwijderen van een vreemd voorwerp uit de keel, kan het slachtoffer uit een reflex bijten. Zorg ervoor dat je niet gebeten kunt worden door met duim en wijsvinger vanaf de buitenkant de wang tussen de kiezen te duwen. Het slachtoffer kan je zo niet bijten. 

Na het uitvoeren van de mondinspectie, start je met de 5 initiële beademingen. Door de beademingen kun je het voedsel of voorwerp verder blazen waardoor het slachtoffer weer een ademhaling krijgt. Ga na de initiële beademingen door met reanimatie.

Voer na elke 15 borstcompressies een mondinspectie uit. Het kan zijn dat het voedsel of voorwerp door de beademingen en borstcompressies nu wel zichtbaar is. Je probeert dit dan weer één keer uit de mond te vegen. Als dit niet lukt, ga je door met de reanimatie.   
Buikstoten bij een kind (5 stappen)

  1. Ga achter het kind staan of laat het kind op je schoot zitten.
  2. Laat het kind iets voorover buigen met zijn lichaam en hoofd.
  3. Steek jouw armen onder de armen van het kind door.
  4. Maak van één hand een vuist. Vouw de andere hand om de vuist. Plaats je handen boven de navel van het slachtoffer.
  5. Haal je handen met een draaiende beweging schuin omhoog naar je toe. Geef maximaal 5 buikstoten.


Blijf ook bij een kind het geven van stoten tussen de schouderbladen en het geven van buikstoten afwisselen totdat de verstikking verholpen is, er professionele hulpverleners zijn of het kind buiten bewustzijn raakt. Als het kind buiten bewustzijn raakt, meld je dit aan de 1-1-2-centralist en ga je verder met reanimatie.