Samenvatting Essentials of geriatric psychiatry

-
ISBN-10 1585622478 ISBN-13 9781585622474
1207 Flashcards en notities
15 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Essentials of geriatric psychiatry". De auteur(s) van het boek is/zijn Dan G Blazer, David C Steffens, Ewald W Busse. Het ISBN van dit boek is 9781585622474 of 1585622478. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Essentials of geriatric psychiatry

  • 1 Demograph and Epidemiology of Psychiatric Disorders in Late Life

  • Wat betekenen demografie en epidemiologie ook alweer precies?

    Epidemiologie: de studie van de distributie van psychiatrische  stoornissen bij oudere mensen en de factoren die die distributie beïnvloeden

    Demografie: De verdeling van de aantallen in een populatie.

  • In 2000 was ....% van de totale bevolking van de USA 65 jaar of ouder
    13%

  • Van de totale bevolking van de USA is ......% ouder dan 85 jaar
    1,6%
  • Hoofdstuk 1: Demografie en epidemiologie van psychische stoornissen in de ouderdom

    Het gaat hier om de studie van de verdeling van psychische stoornissen onder ouderen en van de factoren die van invloed zijn op deze verdeling.

     

    Demografie

    65-plussers:

    in 2007: 14%; 

    in 2020: 19,2%;

    in 2050: 25%


    2007: 12,5% van de mannelijke bevolking was 65+ ; 16,4% van de vrouwelijke bevolking 65+

    Levensverwachting in 2007: mannen 78; vrouwen 82,3

     

    Bijdragen van epidemiologische studies aan geestelijke gezondheid van ouderen:

    1.     Identificatie van casussen

    2.     Verdeling van psychische stoornissen over de bevolking

    3.     Opsporen van historische trends van psychische stoornissen onder ouderen

    4.     Opsporen van oorzaken van psychische stoornissen op oudere leeftijd

    5.     Onderzoeken van het gebruik van gezondheidsdiensten door ouderen.

     

    Identificatie van casussen

    Verschil tussen symptomen die duiden op een psychische stoornis en gewone ouderdom is vaak moeilijk vast te stellen. Epidemiologen helpen clinici bij het identificeren van clusters van symptomen en de ernst van bepaalde symptomen. Het doel van clinici is het identificeren van subjecten met uniforme onderliggende psychopathologie, zoals is vastgelegd in DSM-IV. Dit gebeurt via verschillende methoden:


    gebruik van diagnostische instrumenten

    o   gestructureerd klinisch interview (SCID)

    o   diagnostic interview schedule (DIS)

    gebruik van zelfrapportage lijsten en persoonlijkheidslijsten

    o   center for epidemiological studies depression scale (CES-D)

    o   geriatric depression scale

    o   mini-mental state exam (MMSE)

    Voordeel: geen subjectieve toewijzing van patiënten aan een diagnostische categorie

    Nadeel:  gebrek aan diagnostische specificiteit.

    bepalen van een casus op basis van ernst van symptomen van een stoornis.

    Hier gaat het meer om het verbeteren van functioneren, minder om genezing. Daarom is het bij clinici minder populair maar juist familie is meer geïnteresseerd in het verbeteren van het functioneren. De epidemiologische methode hangt vooral af van de duidelijke onderscheiding tussen case en niet-case, terwijl de meeste ouderen niet ideaaltypisch passen in een bepaalde diagnose.

     

    Voor welke benadering men ook kiest, een diagnose moet betrouwbaar en valide zijn. Dat betekent dat de uitkomst consistent en herhaalbaar moet zijn. Betrouwbaarheid garandeert geen validiteit.

     

    Verdeling van psychische stoornissen

    Prevalentie van stoornissen:

    Angststoornis bij 60+:  10,4%; 

    depressie: 2,3%      

    dementie: 6,8%.

    Symptomen kunnen wijzen op meer dan één diagnose. 

    Psychische stoornissen komen over het algemeen minder voor onder ouderen dan onder elke andere leeftijdscategorie.

    DSM-IV verschaft leeftijdsspecifieke info. voor kinderen, maar niet voor ouderen.

    Is dat nodig? Nee. Wat wel een tekort van DSM is: het maakt weinig onderscheid tussen psychische symptomen die wijzen op een psyschische stoornis en die, welke wijzen op een onderliggende fysieke oorzaak.

     

    Historische studies

    Epidemiologische studies voegen een historisch perspectief toe aan huidige cross-sectionele studies en klinische bevindingen. Historische studies zijn zeldzaam, vooral voor ouderen.

    Maar ook longitudinale studies hebben methodologische problemen, vooral met de opvolging. Toch zijn ze zeer belangrijk. Zelfmoordcijfers zijn positief gecorreleerd met leeftijd. Maar de eeuwenlange trend cijfers die stijgen met de leeftijd, is gedaald. Waarom?

    Dit cijfer is afhankelijk van: leeftijd, generatie invloeden en stressoren voor een bepaalde leeftijdsgroep op een bepaald moment. De verandering van gas leidde tot een daling van die methode van zelfmoord. Er zijn vele factoren die bijdragen aan een verandering in cijfers.

    Een historisch perspectief maakt het mogelijk te anticiperen op de toekomst.

     

    Etiologische studies

    Het is belangrijk om risicofactoren te identificeren:

    o   genetische of biologische factoren;

    o   omgevings- of chemische factoren;

    o   sociale factoren.


    Erfelijke factoren:  de erfelijke vorm van Alzheimer wordt geassocieerd met een vroeger begin van de ziekte. Ook wordt een relatie verondersteld tussen een vroeg begin van Alzheimer en het Down-syndroom, wellicht door gemeenschappelijke biologische mechanismen. Storingen in het immuunsysteem en het toegenomen risico op Alzheimer.


    Omgevingsfactoren: voedingspatroon, alcoholgebruik. Oestrogeen beschermt tegen Alzheimer, maar de studies spreken elkaar tegen.


    Sociale factoren


    Zowel psychische stoornissen als symptomen die horen bij de ouderdom, kunnen verschillende oorzaken hebben en deze factoren kunnen invloed op elkaar hebben en tot verschillende uitkomsten leiden.

     

    Het gebruik van gezondheidsdiensten

    Hoewel ouderen minder gebruik lijken te maken van gezondheidsdiensten, maken ze meer gebruik van psychoactieve medicijnen. Daardoor blijven belangrijker klachten vaak onbehandeld (depressie) Meestal gaan ze naar hun huisarts.

    Gemeenschapsstudies onder ouderen tonen aan dat de prevalentie van psychische stoornissen en symptomen onder ouderen significant is. Dit heeft implicaties voor allerlei soorten van gezondheidszorg.

  • De verwachting is dat in het jaar 2050 .... miljoen mensen in de USA ouder zijn dan 85 jaar
    20
  • Het aantal ouderen zal toenemen tot ... miljoen in 2030 in de USA. de meesten zijn ....... (54%) en ..... (84%)
    70, vrouw, blank

  • Gemiddelde levensverwachting in 1900
    49 jaar

  • Gemiddelde levensverwachting voor mannen en vrouwen in 1997
    74 man en 79 vrouw

  • Mensen die ouder worden dan 65 jaar, leven gemiddeld nog ... jaar, mensen die 85 jaar worden, leven gemiddeld nog ... jaar (vrouwen) en ...... jaar (mannen)
    18 jaar,   7 en 6 jaar.
  • Hoeveel 85plussers worden er verwacht in 2050
    20 miljoen
  • Bijna de helft van de 65 + voelt zich vaak eenzaam ? waar of onwaar ?
    onwaar. de eenzaamheid in NL is gelijk verdeeld over de verschillende leeftijdsgroepen.

    25% van de ouderen heeft last van lichte eenzaamheid

    10% van ernstige eenzaamheid
  • Met hoeveel wordt de ouderpopulatie verwacht te groeien tot 2030?
    70 miljoen
  • 65 + zijn gemiddeld even gelukkig als andere volwassenen? waar of onwaar?
    waar. met het klimmen van de leeftijd is geen afname van het gemiddelde welbevinden zichtbaar.
  • Case identification in de geriatrie is vooral relevant omdat
    Veel van de symptomen en tekenen van een psychiatrische stoornis op latere leeftijd te maken kunnen hebben met het verouderingsproces en zo dus het onderscheid tussen een zaak en een non-zaak vertroebelen
  • Bijna de helft van de 65 + verveelt zich en is ontevreden over hun huidige leven?
    onwaar.
  • Meer dan 1 op 5 gepensioneerden woont niet meer zelfstandig, maar in een bejaardentehuis, verzorgingsthuis of vrpleeghuis?
    onwaar. van de 2,2 miljoen nederlanders van 65+ en ouder woont 93% zelfstandig.

    van de 1 miljoen 75 + , woont 86% zelfstandig

    250.000 NL 85 + , woont nog 70% zelfstandig
  • De meeste 65 + zeggen dat ze zelden boos zijn?
    Waar. Het klimmen van de leeftijd gaat gemiddeld gesproken gepaard met een toename aan emotionele stabiliteit.
  • Na pensionering gaan bijna alle relaties met collega's verloren?
    Waar. Pension = breuk in het sociale leven. Mensen moeten een nieuw netwerk opbouwen.
    1 op 3 werkrelaties eindigt direct na pensionering en nog eens 1 op 3 valt af in het eerste jaar na pensioen.
  • Het bezoek van volwassen kinderen en hun ouders over en weer is in de afgelopen 15 jaar afgenomen?
    Onwaar. De relaties zijn de laatste jaren gemiddeld gezien juist verbeterd.

    dat ouders soms toch minder bezoek krijgen, heeft er ook mee te maken dat zij gemiddeld minder kinderen hebben.
  • Sociale netwerken worden meestal kleiner bij het ouder worden?
    onwaar. er vallen soms gaten, maar meestal komen hier weer nieuwe mensen voor in de plaats. uitzondering: ouderen met ernstige gezondheidsklachten, welke vooral in het laatste levensjaar niet meer op bezoek kunnen - leidt tot verkleining van het netwerk.

    een plaatsing in een verzorgingstehuis kan echter juist weer zorgen tot meer sociale contacten en minder eenzaamheid.
  • De mensen die nu 65+ en ouder worden, leven gezonder dan hun leeftijdgenoten van 10 jaar geleden?
    onwaar. in werkelijkheid heeft de leeftijdsgroep van 55 tot 65 jaar juist een MINDER gezonde leefstijl dan hun leeftijdgenoten van 10 jaar geleden. ze bewegen minder en zijn vaker te zwaar (eerste fastfoodgeneratie).
  • Valt sterfelijkheid te bestrijden?
    Nee, als gevolg van de biologische veroudering zal er aan het eind van de levensloop schade ontstaan aan de cellen, organen en het lichaam.

    Herstelmechanismen werken niet meer goed genoeg, waardoor de ontstaande schade niet kan worden verholpen
  • Betekend veroudering perse achteruitgang en ziekte?
     
    Ja en nee. Lichaamelijke veroudering staat wel gelijk aan achteruitgang.

    Maar op andere factoren zoals

    tevredenheid

    welzijn


    hoeft er geen sprake te zijn van achteruitgang.

    heterogeniteit speelt ook een rol - de ene oudere is de andere niet, grote verschillen!
  • Betekend veroudering perse achteruitgang en ziekte?
    Ja en nee. Lichaamelijke veroudering staat wel gelijk aan achteruitgang.

    Maar op andere factoren zoals

    tevredenheid

    welzijn

    dan hoeft er geen sprake te zijn van achteruitgang.

    heterogeniteit speelt ook een rol - de ene oudere is de andere niet, grote verschillen!
  • Hoe kunnen ouderen ervoor zorgen dat ze minder last krijgen van cognitieve achteruitgang?
    Door cognitieve reserve te vergroten en cognitiev actief te blijven, conform de 'use it or lose it' theorie. 

    cognitiev uitdagende activiteiten ondernemen

    bridge spelen

    een cursus volgen
  • Wat was in NL het % 65 + in 2007 ?
    14 %
  • Wat zal naar verwachting het % 65+ in 2020 zijn ? NL
    19,2 %
  • Wat is naar verwachting het % van 65+ in 2050 ? NL
    25 %
  • Hoeveel % van de mannelijke bevolking was 65 of ouder in 2007 ? NL
    12,5 %
  • Wat was in NL de levensverwachting voor vrouwen in 2007 ? NL
    82,3 jaar
  • Wat was de levensverwachting voor mannen in 2007 ? NL
    78 jaar
  • Hoe veel langer leven vrouwen gemiddeld ? NL
    Vrouwen leven 4,3 jaar langer dan mannen-
  • Hoeveel % van de vrouwelijke bevolking was 65 of ouder in 2007 ? NL
    16,4 %
  • Hoe veel % van de 60 + heeft een angststoornis ? NL
    10,4%
  • Hoe veel % van de 60+ heeft een depressie ? NL
    2,3 %
  • Hoe veel % van de 60+ heeft dementie ? NL
    6,8 %
  • Hoe veel 65 + zijn er in 2000, in de USA ?
    13 %
  • Hoe veel 85+ zijn er in de USA ?
    1,6 % van de bevolking
  • Hoe veel 85+ gaan er zijn in de USA in 2050 ?
    5 %
  • Wat zijn de levensverwachtingen van vrouwen en mannen in de USA ?
    vrouwen : 79 jaar

    mannen : 74 jaar  (vrouwen in de VS leven dus 5 jaar langer dan hun mannen)
  • Vergelijk angst, depressie en dementie in USA vs. NL ?
    USA  angst                               5,5 %         NL 10,4 %

    USA depressie                       1 - 3,3 %     NL    2,3 %

    USA dementie                        5 - 10 %      NL    6,8 %
  • Wat kan je zeggen over suicide in USA en NL ?
    USA    suicide neemt fors toe na 65 jaar, vooral mannen   

    NL   ouderen zijn oververtegenwordigd, met name veel mannen boven de 80 jaar
  • Benoem verschillende aandachtspunten welke bij de Anamese besproken worden
    introductie huisarts
    hoelang, waneer begonnen
    zijn de klachten erger geworden
    wat zijn de problemen
    wat vergeet u zoal
    welke oplossingen
    bent u trager geworden
    hoe zit het mit het tempo
    concentratie
    kunt u goed de aandacht houden
    moeite met begrijpen van andere mensen
    spreken en begrijpen van taal
    schrijven
    rekenen
    onhandiger
    ordenen van activiteiten
    somber
    angstiger
    prikkelbaarder
    minder energiek
    veranderingen dagelijkse activiteiten
    algemene vragen
    familie samenstelling
    medicijnen
    alcohol
    is er in het vreledn iets gebeurd
    zien en horen
    andere dingen
    afdwalen
    moeielijk op woorden komen
    apparaten bedienen
    interesse verlies
    drugs
    afronding van testen
  • Observatieformulier  - noem 6 aandachtspunten
    1 Voorkomen
    Betrokkene is goed verzorgd en oogt conform zijn kalenderleeftijd. Hij draagt een bril, hetgeen geen belemmering vormt voor het onderzoek. Bewustzijn is helder en betrokkene heeft adequaat oogcontact. In het gesprek is hij zeer vriendelijk, communicatief en beleefd.


    2 Affect en stemming
    Stemming is normal gedurende de anamneses, niet overmatig gespannen of gedeprimeerd. Klachten worden met bijpassend affect benoemd.


    3 Psychomotorische activiteit
    Wat betreft de motoriek zijn er geen bijzonderheden zichtbaar. Mimiek is normaal en past bij het affect. Tijdens het gesprek wordt de inhoud ondersteund met handgebaren.


    4 Perceptie
    Het lijkt er niet op dat er sprake is van hallucinaties of andere stoornissen in de perceptie. Een heteroanamese is wel noodzakelijk om dit punt uit te vragen.


    5 Stoornissen in gedachten (inhoud of progressive)
    Het gesprek geeft geen aanleiding om te concluderen dat er stoornissen zijn in gedachten. Waanbeelden of brede associaties zijn niet aan de orde. Betrokkene kan gestructueerd spreken en lijkt voldoende reflectievermogen te hebben.


    6 Suicidale gedachten
    Dit punt is niet nagevraagd en zou in een verlengde intake wel aandacht moeten krijgen.


    Familiegeschiedenes? – psychopathologie of cognitieve stoornissen
    Gebruik van medicatie? Medicatielijst + pillendoosje
    Zijn er comorbiteiten? Vragen aan huisarts
    Hoe zit het met het sociale netwerk? Welke hulp is er en wat vind patiënt ervan
  • 5 meetinstrumenten die gebruikt worden bij de diagnostiek bij ouderen. Ze worden ingedeeld in de volgenden categorieen:
    meetinstrumenten gericht op:
    • cognitieve stoornissen & dementie
    • depressie
    • depressive klachten
    • algemene meetschalen
    • gestructueerde diagnostische interviews          
  • Center for Epidemiologic Studies Depression Scale (CES-D)
    meetinstrumenten gericht op depressie
  • Diagnostic interview schedule (DIS)
    gestructureerde diagnostische interviews
  • Short Portable Mental Status Questionnaire, welk meetinstrument is dit? Waarop gericht?
    meetinstrument gericht op cognitieve stoornissen & dementie
  • Geriatric Mental State Schedule, waarop is deze meetschal op gericht?
    algemene meetschalen
  • Composite International Diagnostic Interview (CIDI)
    gestructueerde diagnostische interviews
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.