Samenvatting Etiologie & pathogenese van parodontale aandoeningen

-
116 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Etiologie & pathogenese van parodontale aandoeningen

  • 1 Experimenteel gingivitis

  • Bestaat een compleet gezonde situatie in de mond?
    Nee, er zijn altijd wel  Gram+ coccen en stafen aanwezig in de mond. Plaque veranderd van samenstelling naarmate het langer aanwezig is in de mond, juiste balans is belangrijk en zorgt voor een zo laag mogelijke aanval op de gastheer.
  • Wat verstaat men onder de gingival index?
    Index die onderscheid maakt in de gradatie van de ontsteking van de gingiva.
  • 2 Gingivitis

  • Wat is gingivitis?
    Ontsteking zonder aanhechtingsverlies
    Reversibel proces
  • Waar is de snelheid van de ontwikkeling van gingivitis afhankelijk van?
    Microflora 
    Ontstekingsrespons
    Snelheid plaqueopbouw
  • Hoe ontstaat parodontitis?
    Aanval --> microbiële aanval (acquisitie, transmissie) verworven factoren
    Afweer --> immuunrespons (genetisch bepaald?)
    Effect --> osteoclast activatie (fenotype, uiting van ontsteking, mate van afbraak)
  • Wat zijn verworven factoren in het ontstaan van parodontitis?
    Slechte mondhygiëne 
    Verkregen immuunstoornissen
    Roken
    Stress
    Medicijngebruik
  • 2.1 Microbiële aanval

  • Welke paro-pathogenen hebben een sterke associatie met ernstige/acute parodontitis?
    Porphyromonas gingivalis Pg
    Aggregatibacter* actinomycetemcomitans Aa actinobacillus*
    Tannerella forsythia * bacteroides forsythus 
  • Benoem de kenmerken van de bacterie Porphyromonas gingivalis.
    Strikt oraal
    Strikt anaeroob
    Gram- staaf
    Sterk proteolytisch (verteren eiwitten)
    Zelfbescherming aanvallen
    LPS
    Overdraagbaar
  • Benoem de kenmerken van de Aggregatibacter actinomycetemcomitans 
    Strikt oraal
    Facultatief anaeroob
    Gram - staaf
    Fermentatief
    Leukotoxinen (dood leukocyten)
    LPS
    Overdraagbaar
  • Welke paro-pathogenen hebben een associatie met chronisch verloop?
    Campylobacter rectus (sterk verdiepte pockets)
    Eubacterium nodatum
    Fusobacterium nucleatum
    Prevotella intermedia
    Parvimonas micra
    Treponema deticola
  • 2.2 LPS Lipopolysaccharide

  • Waar bevind zich endotoxine lipopolysaccharide (LPS)?
    Op de buitenmembraan van gram negatieve bacteriën (peptidoglycaan laag)
  • Waar zit het meest schadelijke deel van LPS?
    In de celwand LipidA (onderste deel)
  • Wat doet de O-Antigen van LPS?
    Zorgt ervoor dat de bacterie wordt herkend door antistoffen van de gastheer
  • Hoe verloopt het parodontale proces van LPS?
    Bacterie herkend door antistoffen gastheer
    Bacterie wordt gefagocyteerd LPS komt vrij
    Activatie: Monocyt, Lymfocyt en Granulocyt
    Productie cytokines (IL-1, TNF-a)
    Activatie fibroblas / osteoclast 
    Vorming MMP's / osteoclast vorming
    Matrixafbraak (collageen, PDL) / Botresorptie 

    LipidA
    zorgt voor de afbraak van bot- en collageenmatrix
  • Welke soorten cytokinen kunnen fibroblasten aanzetten/activeren tot verhoogde vorming van MMP's en/of osteoclastvorming?
    IL-1 en TNF-a
  • 2.3 Parodontale afbraak

  • Hoe ontstaat parodontale afbraak?
    Bacteriën passeren pocket-epitheel en penetreren bindweefsel met LPS

    PMN's, B- en T-lymfocyten, plasmacellen en macrofagen migreren naar de gingiva

    LPS stimuleert productie van ontstekings-factoren IL-1, TNF-a en PGE2, MMP (genetisch bepaald-genpolymorfisme)   

    Dit leid tot afbraak collageen en bot   
  • Wat zijn genetisch bepaalde risicodeterminanten bij parodontitis?
    Etniciteit
    Geslacht
    Aangeboren immuunstoornis 
    Downsyndroom
    Papillon-Lefèvre syndroom 
    Ehlers-Danlos syndroom
    Genpolymorfisme (productie ontstekingsfactoren/cytoines)      
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is een mutatie & hoe kan dit ontstaan?
Een verandering in de lettercode waardoor het eiwit veranderd of onwerkzaam wordt. Dit kan komen door:
- Transitie (A vervangen door G)
- Deletie (base verdwijnt)
- Insertie (komt base extra bij)
Welke base paren zijn er?
Gunanine (GC)
Cytosine (CG)
Thymine (TA)
Adenine (AT)

Een groep van 3 samen is een codon
Waaruit bestaan de nucleotide?
Deoxyribrose (suiker)
Fosfaatgroep
Base 
Zitten dmv waterstofbruggen aan elkaar vast 
Wat zijn histonen?
Verpakkings eiwitten waar de DNA streng omheen gedraaid zit
Wat is translatie?
Bij de translatie bindt het tRNA aan een aminozuur, om deze vervolgens "af te leveren" bij het ribosoom. In het ribosoom komen het mRNA en het passende tRNA bij elkaar. Het rRNA-molecuul van het ribosoom katalyseert (versnelt) de reactie die de eiwitketen verlengt
Wat is transcriptie?
Transcriptie is het biologische proces waarbij de nucleotidevolgorde van een stuk DNA wordt overgeschreven naar messenger-RNA (mRNA).
Wat is mRNA?
Messenger RNA is een kopie van DNA buiten de cel = transcriptie
Wat is tRNA?
Eiwit wat gevormd wordt uit een codon (uit 3 base paren) = translatie 
Wat is een codon?
Bestaat uit 3 base paren
Startcodon voor een eiwitreeks = meteodine
Stopcodon om het proces te stoppen = varieert
Waaruit bestaat een chromosoom?
Uit strak opgerold DNA wat een eindeloze reeks van base paren is.