Samenvatting Exercise physiology : energy, nutrition, and human performance

-
ISBN-10 1608318591 ISBN-13 9781608318599
1178 Flashcards en notities
25 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Exercise physiology : energy, nutrition, and human performance". De auteur(s) van het boek is/zijn William D McArdle, Frank I Katch, Victor L Katch. Het ISBN van dit boek is 9781608318599 of 1608318591. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Exercise physiology : energy, nutrition, and human performance

  • 1 Carbohydrates, Lipids, and Proteins

  • Woordenlijst:

    Engels                          -                             Nederlands

     

    Carbohydrates                                          Suikers

    Metabolism                                               Metabolisme (stofwisseling)

    Starch                                                         Zetmeel

    Combustion                                               Verbranding

    Fatty Acids                                                 Vetzuren

    Catabolism                                                 Katabolisme (afbraak stoffen)

    Anabolism                                                  Anabolisme (opbouw stoffen)

     

     

     

     

  • Hoe wordt carbohydrate ook wel genoemd?

    suiker

  • Wat zijn de 3 macronutriënten?

    Koolhydraten, vetten en eiwtten

  • soorten koolhydraten zijn

    monosacharides, oligosaccharides and polysaccharides

  • Wat zijn de 3 micornutriënten?

    Vitamines, mineralen en antioxidanten

  • Wat is het verschil tussen essentiële en niet-essentiële aminozuren?

    Essentiële aminozuren worden niet in het lichaam van de mens aangemaakt, niet-essentiële aminozuren wel.

  • 1.1 Carbohydrates

  • Wat is de standaard formule van een koolhydraat?

    (CH2O)n

  • Zetmeel komt voor in 2 vormen (2)
    • Amylose
    • Amylopectine

  • Welke 3 soorten koolhydraten zijn er?

    Monosachariden, Oligosachariden en Polysachariden.

  • Polysachariden
    Lange suikers (zetmeel)
  • Hoeveel monosachariden kan een oligosacharide bevatten?

    2 - 10

  • Belangrijkste disachariden (3)
    • Sucrose (glucose + fructose)
    • Lactose (glucose + galactose)
    • Maltose (glucose + glucose)
  • Disachariden
    Dubbele suikers
    Gevormd door twee monosachariden
  • Galactose 
    Wordt gebruikt om met glucose lactose te vormen (melksuiker)
  • Fructose wordt omgezet in
    glucose in de lever
  • Glucose wordt nadat het is opgenomen gebruikt voor (3)
    • Energie
    • Glycogeen in lever en spieren
    • vet
  • Gluconeogenese vind plaats in
    Lever 
  • Aanmaken van suikers
    Gluconeogenese
  • Glycogenese
    Vorming  van glycogeen uit glucose onder invloed van insuline
  • Gluconeogenese
    Productie van glucose in de lever
    Uit aminozuren, glycerol, pyruvaat en lactaat
  • koolhydraten in verhouding tot vetten (2)
    • Worden 2 keer zo snel omgezet
    • leveren 6% meer energie op
  • Hoeveelheid energie die een gram vet levert
    9kcal

  • Hoeveelheid energie die een gram koolhydraten levert
    4kcal
  • Hoeveelheid energie die een gram eiwit levert
    4kcal
  • Vet oplosbare vitaminen
    A, D, E, K
  • Water oplosbare vitamines
    B-complex en C
  • Botresorptie
    Afbraak van botten --> door osteoclast cellen
  • Osteopenie
    Te kort aan bot, botdichtheid is lager dan gemiddeld
  • Osteoporose
    Poreuze botten
  • IJzer (2)
    Heemijzer: Dierlijk ijzer
    non Heemijzer: plantaardig, minder goede opname
  • Hemocriet
    Hoeveelheid met hemoglobine gebonden rode bloedcellen
  • Phosphocreatine
    bevat o.a. fosfaatgroepen dus bij het afbreken komt energie vrij, dit 
    gebeurt anaeroob. Tijdens de eerste 10 seconden van inspanning is dit belangrijk, omdat 
    er heel snel energie vrijgemaakt kan worden
    - PCr + ADP CR + ATP 
    - Skeletspieren bevatten 4-5 x meer PCr dan ATP
  • Glycolyse
    Omzetting van glycogeen naar glucose
    - Voornaamste energiesysteem tijdens intense inspanning van relatief korte duur. 
    - Anaeroob lactaat formatie 
    - Veel lactaat ophoping 
  • 1 kcal = hoeveel joule
    4,186
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

How much higher is the amount of capillaries per muscle (and capillaries per mm2 of muscle tissue) in endurance-trained athlethes compared to untrained counterparts?
40% -> tus almost equals the 41% difference in VO2max between the two groups.
What part of the fiber belongs to the following definition? An extensive longitudinal lattice-like network of tubular channels and vesicles.
The sarcoplasmic reticulum
True or false. The muscle's origin refers to the location where the tendon joins a relatively stable skeletal part (generally the proximal or fixed end of the lever system). The point of distal muscle attachment to the moving bone represents the insertion.
True
Wat doet caffeine?
Uithoudingsvermogen verbeteren bij aerobe inspanning door toegenomen vetverbruik voor energie en behoudt glycogeen.
Wat is epoetin?
Synthetische variant epo
Hoe werkt bloeddoping?
Rode bloedcellen ontrokken aan bloedplasma welke later weer geinjecteerd worden.
Wat zijn amfetaminen?
Een group stoffen die sterke stimulerende invloed hebben op het cns.
Hoe werken anabole steroiden?
Vergelijkbaar als testosteron. 
Waaruit bestaat hypertrofie?
Eiwit synthese met myofibrilair verdikking
Proliferatie van connective tissue
Toename satelliet cellen rond elke vezel.
Wat zijn 6 neurale adaptaties als gevolg van krachttraining?
1. Greater efficiency in neural recruitment patterns.
2. Increased motor neuron excitability
3. Increased central nervous system activation.
4. Improved motor unit synchronization and increased firing rates
5. Lowering inhibitory reflexes
6. Inhibition of golgi tendon organs.