Samenvatting Farmaceutische Patiëntenzorg

-
ISBN-10 903681197X ISBN-13 9789036811972
1361 Flashcards en notities
19 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Farmaceutische Patiëntenzorg". De auteur(s) van het boek is/zijn F A C Van Opdorp. Het ISBN van dit boek is 9789036811972 of 903681197X. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Farmaceutische Patiëntenzorg

  • 1.1 1.1 Inleiding

  • Wat is farmacotherapie?
    De behandeling van ziekten met geneesmiddelen noemen we farmacotherapie.
  • Wat is farmacodynamiek?
    Wat doet het geneesmiddel met het lichaam. 
    Bijvoorbeeld: Komt in de bloedbaan terecht en heeft een bepaalde functie. Bloeddrukverlagen, nemen het in, komt in het lichaam (bij het hart) en zorgt ervoor dat de hartslag lager wordt. 
  • 1.2.1 Causale behandeling

  • Wat is Causale behandeling?
    Als het geneesmiddel de oorzaak van de kwaal kan bestrijden, wordt gesproken van een causale behandeling (causa = oorzaak). Voorbeeld: longontsteking, blaasontsteking. 
  • 1.2.2 Symptomatische behandeling

  • Wat is symptomatische behandeling?
    Bij een symptomatische behandeling (symptoom = verschijnsel) bestrijdt het geneesmiddel alleen de gevolgen van een aandoening, de klachten of de ziekteverschijnselen. Voorbeeld: als iemand griep heeft, is daar met geneesmiddelen niets aan te doen. Wel kunnen de klachten en de ziekteverschijnselen bestreden worden met pijnstillers en koortsverlagende middelen (denk bijvoorbeeld aan paracetamol). 
  • 1.2.3 Substitutietherapie

  • Wat is substitutietherapie?
    Een geneesmiddel kan soms een stof vervangen die het lichaam normaal zelf aanmaakt. Om de een of andere reden doet het lichaam dat zelf niet meer voldoende. In die situatie wordt gesproken van substitutietherapie (substitutie = in de plaats stellen van). Het geneesmiddel vervangt de lichaamseigen stof.
    Voorbeeld: normaal wordt in het lichaam insuline aangemaakt in de alvleesklier. Insuline speelt een rol bij de koolhydraat- en vetstofwisseling. Bij een tekort aan insuline ontstaat suikerziekte, ook wel diabetes mellitus genoemd.
  • 1.2.4 Preventieve behandeling

  • Wat is preventieve behandeling?
    Preventieve of profylactische behandelingen zijn gericht op het voorkómen van het optreden van een ziekte.
    Voorbeeld: als iemand een wond heeft die ernstig vervuild is, dreigt het gevaar van tetanus. Iedereen wordt daarom na een ongeluk waarbij een wond is veroorzaakt of een katten- of hondenbeet ingeënt tegen tetanus als hij niet voldoende beschermd is.
  • 1.2.5 Verschillende therapievormen tegelijk

  • Is het altijd duidelijk welke therapievorm je toepast?
    Het is soms moeilijk te beoordelen met welke therapievorm we te maken hebben. Iemand met een te hoge bloeddruk kan preventief behandeld worden tegen het gevaar van een hartinfarct. Het verschijnsel dat behandeld wordt, is de bloeddruk, dus een symptomatische behandeling. Als de oorzaak van de te hoge bloeddruk bestreden wordt, is het een causale behandeling.
  • 1.2.6 Palliatieve therapie

  • Wat is palliatieve therapie?
    Palliatieve therapie is gericht op het verlengen van het leven van de patiënt, het verminderen van pijnklachten, het bestrijden van symptomen en eventueel het remmen van de ziekte.
    Het doel van de behandeling is dus niet genezen, maar verlichting van het lijden of het verlengen van het leven – de kwaliteit van leven staat dus centraal. In die zin is palliatieve therapie een symptomatische therapie.
  • 1.2.7 Diagnostisch gebruik van geneesmiddelen

  • Wat is een diagnostische behandeling?
    Een diagnostische behandeling is gericht op het achterhalen van de oorzaak of aard van de aandoening. Nadat de aard van de aandoening is vastgesteld, kan met een verdere behandeling worden begonnen.
  • 1.3 Gebruiksduur van geneesmiddelen

  • Welke drie gebruiksduren van geneesmiddelen zijn er?

    De gebruiksduur van geneesmiddelen hangt af van het doel van de therapie. Het geneesmiddelengebruik kan op drie manieren worden ingedeeld:
    gebruiksduur bij duidelijk omschreven klachten;
    gebruiksduur bij een kuur;
    langdurig gebruik.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Zelfzorg geneesmiddelen bij allergische rinitis
Eerstekeuzemiddelen:
  • cetirizine
  • loratadine.
Deze middelen werken binnen enkele uren.

Cromoglicine-neusspray werkt niet snel genoeg en is alleen effectief als er aan het begin van het hooikoortsseizoen mee wordt begonnen. De werking treedt pas na één tot drie weken in en is maximaal na drie tot zes weken.
Wanneer doorverwijzen naar de huisarts bij allergische rinitis?
Bij kinderen, als de cliënt naast de andere klachten benauwd wordt en/of als de hevige klachten blijven aanhouden.
Allergische rinitis is een ontsteking van het neusslijmvlies als gevolg van een allergische reactie. Deze klacht komt voor bij hooikoorts, bij huisstofmijtallergie en bij allergie voor huisdieren. Wat zijn de verschijnselen?
  • niezen, jeuk aan de neus, loopneus;
  • zwelling neusslijmvlies, oorpijn;
  • jeukende, branderige, tranende rode ogen;
  • jeuk aan gehemelte en kriebelhoest;
  • hoofdpijn en/of benauwdheid (soms).
Kenmerken corticosteroïden in gebruik bij allergie
  • Altijd kortdurend gebruikt.
  • Soms in de vorm van korte kuur (stootkuur)
  • Soms een ‘zo nodig’-dosering
  • Lokale corticosteroïden worden veelal wel langdurig gebruikt
  • Neusspray bij allergische rinitis: een- tot tweemaal daags. Na sprayen de neus dichtknijpen en heel voorzichtig snuiven.
Kenmerken in gebruik histamineafgifteremmende stoffen
  • Effectief als ze gebruikt worden voordat de klachten beginnen en dat ze voortdurend gebruikt worden, ook als er geen klachten zijn
  • Werken pas optimaal na drie tot zes weken gebruik
  • Gebruik mag niet plotseling gestaakt --> allergische reactie mogelijk. 
  • Moet langzaam worden afgebouwd.
Astma en salicylaat...waarom is het een contra-indicatie?
Er zijn astmapatiënten die na het innemen van een salicylaat of NSAID reageren met een astma-aanval. Aparte contra-indicatie, namelijk acetylsalicylzuur/NSAID-overgevoeligheid bij astma.
Corticosteroïden geven een interactie met een aantal NSAID’s. Wat is anders bij gebruik bij allergie? 
Bij allergie is het gebruik van een corticosteroïd bijna altijd kortdurend, maar oplettendheid blijft ook dan geboden.
Corticosteroïden zijn een contra-indicatie bij een groot aantal aandoeningen, welke? 
  • suikerziekte
  • hartfalen
  • hoge bloeddruk
  • maagzweer
  • verhoogde oogboldruk
Waarom is een hyposensibilisatiekuur voor pollen seizoensgebonden?
Iemand die een hyposensibilisatiekuur krijgt, mag niet in aanraking komen met een allergeen van buiten. Een hyposensibilisatiekuur voor boompollen dient uiterlijk eind januari te worden afgerond. Na 1 februari mogen geen allergenen voor boompollen meer worden toegediend. Een hyposensibilisatiekuur met graspollen moet eind maart afgerond zijn. Een hyposensibilisatiekuur kan het beste begonnen worden vlak nadat het ‘seizoen’ afgelopen is.
Hoe noemen we de allergische reactie waarbij corticosteroiden toegepast worden als het gaat om de ontsteking van neusslijmvlies?
Allergische rinitis