Samenvatting Fundamentals of anatomy & physiology

-
1442 Flashcards en notities
14 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Fundamentals of anatomy & physiology ". De auteur(s) van het boek is/zijn Frederic H Martini, Judi L Nath, Edwin F Bartholomew William C Ober, coord and Claire W Garrison, Kathleen Welch, clinical consult Ralph T Hutchings, biomedical. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Fundamentals of anatomy & physiology

  • 1 introduction to anatomy and physiology

  • Definieer anatomie
    studie van het interne en externe lichaamsonderdelen
  • Serous membrane (serosa)
    thin tissue layer
  • definieer fysiologie
    studie naar werking van levende organismen en zijn fuctie (hoe werkt het lichaam)
  • 2 functions of body cavities
    1. they protect delicate organs from shocks and impacts
    2. they permit significant changes in the size and shape of internal organs
  • Waaruit bestaat terminologie
    prefixes, suffixed, roots and combinatie van
  • Viscera
    The internal organs that are enclosed by the body cavities
  • Gross anatomy
    Surface - General form + oppervlakkige herkenning
    Regional - Specifieke regio's van het lichaam (bv hoofd, nek enz)
    Systemic - structuur van een orgaan (skelet, spieren, cardiovasculair)
    Clinical - combinatie met specialismen (radiologische, chirurgische, pathologisch)
    Developmental - verandering door tijd (embryologie, adolescent enz)
  • Visceral serosa
    the portion of a serous membrane that covers a visceral organ
  • Microscopische anatomie
    alleen zichtbaar bij vergroting

    Cytologie - interne structuren individuele cel
    Histologie - groep gespecialiseerde cellen , die gezamenlijk een functie hebben
  • Parietal serosa
    the opposing layer that lines the inner surface of the body wall or chamber
  • Fysiologie
    Cell fys. - functie van een cel <- chemisch proces in cel en tussen cellen
    Organ fys. - functie van orgaan (hartfunctie)
    Systemic f. - orgaan systemen - bv cardiovasculair systeem enz.
    Pathological f. - effect van ziekten op orgaan functie 

    in de praktijk combinatie van anatomisch, fsiologisch, chemisch ter evaluatie patient
  • Visceral + parietal pericardium
  • Sign and symptoms
    signs - objective ziekte indicator (koorts)
    Symptoms - subjective ziekte indicator (vermoeidheid)
  • 6 niveau's van organisatie molecuul naar compleet
    - chemisch niveau - atomen. Deze vormen gecombineerd = moleculen in compl vormen welke de functie bepalen
    -Cel niveau - kleinste levende eenheid in ons lichaam. Moleculen kunnen samen organelles vormen <- welke een specifieke functie in een cel hebben. bv. energie produceren organelle zorgt voor de energie nodig om een hartspiercel te laten contraheren
    - Weefsel niveau - groep cellen die samenwerken voor een specifieke functie
    -Orgaan niveau - Organen bestaan uit 2 of meer weefsels die samen werking.
    -orgaan systeem niveau - een groep organen welke samenwerken en gezamenlijk een bepaalde functie hebben  . bv.  hartsm bloed en grote vaten zorgen voor cadiovasculaire systeem
    -organisme niveau - individuele mens.
  • Homeostasis (homeo = unchanging + statis = standing)
    instaat zijn van het menselijk lichaam om aanpassing in het fysiologisch systeem toe te passen om homeastase te behouden
  • Homeostase regulering
    - autoregulatie - het proces waarbij een cel, weefsel, orgaan of orgaansysteem zich aanpast als gevolg op omringende (milieu) verandering. Bv. vermindering van hoeveelheid zuurstof <-- zuurstof neemt af -> chemisch stofje komt vrij om bloedvaten te verwijden -> verwijding zorgt voor hogere doorstroming bloed door de vaten -> meer zuurstof  naar de gewenste regio
    - Extrinsieke regulatie - proces tgv zenuwstelsel of endocrine system. Deze organen detecteren een verandering en sturen een signaal (zenuwst. elecktrisch signaal, endocrien chemisch signaal) om de activiteiten van een anders systeem(en) te controleren of aan te passen. bv. bij sporten het zenuwst. geeft signalen dat hartslag omhoog moet. Tevens zorgt zenuwst. ervoor dat er minder bloedtoevoer komt naar minder actieve organen bv degestive tract. waardoor zuustof beschikbaar is waar deze het meeste nodig is.

    HOM. REG  is altijd aan het werk om de interne omgeving binnen de limieten te houden
  • Verschil functie elektrisch signaal en chemisch signaal
    Zenuwstelsel - elektrisch, direct, kort-termijn en erg specifiek bv bij branden vingers
    Endocrien - chemisch signaal, Hormonen in bloedsomloop, niet altijd direct effect, effect kan dagen tot weken aanhouden. bv langer termijn samenstelling en volume van bloed
  • Drie onderdelen van homeostatic regulatie mechanisme
    1. Receptor - een sensor die sensitief is voor bepaalde stimulans dan wel verandering in het interne milieu
    2. Control-center - ontvangt en verwerkt informatie aangeleverd door de receptor. En verstuurd opdrachten .
    3 . Effector - cel of orgaan dat reageert op de opdrachten vanuit het control-center en wiens activiteit de waargenomen stimulans ( opgevangen door receptor) versterkt dan wel tegenwerkt
  • noem de verschillende orgaansystemen
    integumentary
    Skeletal
    Nervous
    Endocrien
    Cadriovasculair
    Lympfatisch
    Ademhalingstelsel
    Degestive
    Urinary
    Voortplaning man
    Voortplaning vrouw
  • integumentary
    MA: skin, hair, sweat glands, nail   F; bescherming tegen mogelijke gevaren, temperatuur regeling, sensorische informatie
  • Skeletal
    MA: Botten, Kraakbeen, bijbehorende ligamenten, beenmerg  F: stevigheid en bescherming, calcium en mineralen opslag, vorming bloedcellen
  • Muscular
    MA: skeletspieren en bijbehorende pezen
    F; beweging, bescherming, warmte vorming voor lichaamstemperatuur
  • zenuwstelsel
    MA; brain, spinalcord, perpheral nerves, sense organs
    F; Direct respons bij stimuli, coordineren en of meehelpen bij activiteiten andere orgaan systemen, voorziet in en interpreteert sensorische informatie of external conditions
  • Endocrine
    MA: Hypofyse, schildklier, alvleesklier, bijnieren, gonade en overige endocriene weefsel in andere systemen
    F; Stuurt lange termijn veranderingen aan in andere oraan systemen, veranders metabolische activiteit en energie van het lichaam, beheert vele structurele en functionele veranderingen tijden ontwikkeling (prematuur tot adelocent enz)
  • Cardiovasculair
    MA: Hart, Blood en bloedvaten
    F; transport bloedcellen water en opgeloste stoffen zoals nitrients, waste product, oxygen, carbon dioxide,  Transporteert warmte en assisteert bij regulatie lichaams temperatuur
  • Lymfatisch
    MA; milt, thymus, lymf. vaten, lumf.klieren, amandelen
    f; bescherming tegen infectie en ziekte, breng lichaamstsappen terug de bloedstroom in
  • Ademhalingst.
    MA. Neusgaten, sinussen, larynx, trachea, bronchi, lungen, alveoli
    f; transport lucht naar alveoli, levert zuurstof aan bloedstroom , extraheren carbon dioxide (koolstof dioxide), produceren geluid voor communicatie
  • Digestivest.
    MA. Tanden, tong, keelholte, slokdarm, maag, dunnedarm, dikke darm, lever, galblaas, alvleesklier

    f, Verwerken en opnemen voedsel, opnemen en opslaan water, absorberen nutriens (voedingstoffen), opslaan energie reserve
  • Urinaryst.
    MA  nieren, urineleiders, blaas, urinebuis
    f. excretie afvalstoffen uit bloed, controle water balans door regulatie urine, regulatie ionen concentraties en PH
  • Mannelijk geslachts
    MA . zaadballen, bijballen, ductus deferentia, zaadblaasjes, prostaat, penis, scrotum
    f;. produceren sperma en hormonen, sexual intercourse
  • vrouwelijk geslachts,
    MA. eistokken, eileiders, baarmoeder, bagine, schaamlippen, clitoris, borstklieren
    f; produceren vrouwelijke sex cellen (oocytes/eicel)., ondersteunen ontwikkeling embryo, lactose productie, sexaul intercourse
  • Negatieve feedback homeostase
    een soort van tegen aanval. Vb.

    Thermoregulatie: homeostatisch control center zit in de hypothalamus met sensoren op de huid en in de hypoth.  Bij een verhoogde temp. 37.2  twee effectoren worden geïnitieerd. Spieren rond om de bloedvaten verzorgen bloed naar de huid en zweetklieren. Spier ontspannen waardoor bloedvaten verwijden, toenemende bleodstroom door de vaten onderhuid. Zweetklieren verhogen production. The huid werkt dan als een radiator en geeft zijn warmte aan de omgeving. Als temp weer normaal is dan de thermoregulatie neemt af, bloedstroom naar de huid en zweetproductie nemen af tot voorgaande niveau.
  • Negatieve feedback <- termijn en range
    Nagatieve feedbak is het primaire systeem van homeostase. Geeft langertermijn controle en maakt gebruik van een range ipv gefixeerde waarde.  bv bij temp. 36.7 t// 37 <- voorbeeld want deze waarden is bij iedereen verschillend.  95% van de populatie val hier onder.
  • Positieve feedback homeostase
    een stimulans die het proces versterkt en overdrijft ipv het tegenwerken zoals bij negatief. een extreme response.

    In het lichaam gebeurd dit bij (potentieel) gevaarlijke momenten waarbij het proces snel moet plaatsvinden om hemeostase te herstellen.

    Bv. bij een snee, bloedverlies, door blood clotting . Dus het lichaam zorgt er voor dat er bloedverlies is! en door chemische reactie uit de vaat want ontstaat de clotting
  • Homeastase onderinvloed van gevaren
    infecties, trauma/injury/ genetische afwijking
  • State of equilibrium
    Evenwicht  <- bv evenwicht tussen warmte verlies en warmte productie,

    in de praktijk  bij fitale funties die binnen een bepaalde range opteren is dit een dynamic quilibrium. Het fysiologisch systeem is continue aan het addepteren  

    nb. elke aanpassing in het ene systeem kan een gevolg hebben op een andere systeem direct of indirect.
  • Lees Table 1-1 blz 39 + figuuren blz 41 - 46
  • Relatie quadranten + organen
    BLAUW   RUQ (r upper quad.  | LUQ
                    RLQ (lower) |LLQ
    Rood   R. hypogondriac reg | epigastric reg | L hypogondriac reg 
                R. lumbar reg | Umbilical (navel) reg | L lumbar reg  
                R. Inguinal (lies) reg | Hypogastric reg | L Inguinal reg
  • Posterior anterior
    post. achterzijde
    ant. voorzijde
  • Thoraxholte + abdominaal holte
    TH     \=Pleura holte (zitten longen)
                  Pericardial holte (hart) 

    ABH  =\ peritoneal cavity
                   abdominal cavity
                   pelvic cavity
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Welke hormonen worden er in de testes aangemaakt? In welke cellen? Wat is hun functie?
In de interstitiële endocriene cellen van de testes worden androgenen aangemaakt (testosteron). Testosteron zorgt in feutussen voor de ontwikkeling van delen van het centrale zenuwstelsel. In de nurse cellen van de testes stimuleren de differentiatie en het volwassen worden van spermacellen. Als de nurse cellen worden gestimuleerd door FSH maken ze inhibine aan, dat FSH productie remt en (misschien) ook GnRH productie remt.
Welke vier soorten cellen bevatten de eilandjes van Langerhans? Wat is hun functie?
- alpha-cellen: maken glucagon --> verhogen bloedglucose level
- bèta-cellen: maken insuline --> verlagen bloedglucose level (maken ook amyline)
- delta-cellen: maken GH-IH --> vertragen productie van glucagon en insuline, vertraging vertering en opname
- PP-cellen (pancreatische polypeptide-cellen): maken PP --> verminderen samentrekkingen galblaas, reguleren productie pancreatische enzymen
Wat is de functie van glucocorticoïden?
Ze versnellen het tempo van glucosesynthese en glocogeenformatie (vooral in lever). In vetweefsel zorgen ze voor het loslaten van vetzuren in het bloed. In andere weefsels zorgen ze ervoor dat cellen eerder vetzuren dan glucose gebruiken als energiebron. (glucose-sparing effect).

Daarnaast hebben ze een ontstekingsremmend effect, en worden ze gebruikt voor het tegengaan van allergische reacties. (phagocyten worden minder actief, mastcellen maken minder histamine aan)
Welke hormonen worden er in de zona fasciculata van de bijniercortex gemaakt? Waardoor wordt de productie van deze glucocorticoïden gereguleerd?
Glucocorticoïden, die effect hebben op glucose-metabolisme. Vooral: cortisol. Ook: corticosteron en cortison. Gereguleerd door hypothalamus (CRH) en hypofyse (ACTH).
Hoe worden de schildklierhormonen T3 en T4 aangemaakt? (7 stappen)
Follicelcellen maken thyroglobuline (gemaakt van aminozuur tyrosine)
1. jodiumionen worden geabsorbeerd uit voeding en via de bloedbaan naar schildklier vervoerd. Actief transport via TSH-sensitieve dragers zorgen voor actief transport van jodium naar cytoplasma
2. jodium-ionen verliezen een electron en worden jodium-atomen. Deze jodiumatomen worden op het apicale opppervlak van de schildkliercellen vastgemaakt aan de tyrosinedelen van een molecuul thyroglobuline
3. de tyrosinemoleculen met jodium worden aan elkaar gemaakt met covalente verbindingen, en vormen zo schildklierhormonen (T3 en T4, ofwel thyroxine en tri-jodiumthyroxine) in een molecuul thyroglobuline

Dan onder invloed van TSH:
4. follicelcellen halen thyroglobuline uit follicels door endocytose
5. lysosomale enzymen breken thyroglobuline af in aminozuren en schildklierhormonen
6. T3 en T4 diffuseren de bloedbaan in (grootste deel is T4)
7. grootste deel T3 en T4 bindt aan thyroïde-binden-globulinen en transthyretine --> evenwicht tussen gebonden en ongebonden schildklierhormonen
Hoe wordt de achterste kwab van de hypofyse ook wel genoemd? Welke neuronen van de hypothalamus zijn betrokken bij deze kwab?
Wordt ook wel neurohypofyse genoemd. De supra-optic en paraventriculaire nuclei uit de hypothalamus zijn van belang voor de functie van de achterste hypofyse-kwab.
Welke mechanismen zijn er voor de werking van GH?
GH werkt via een direct en een indirect mechanisme. Bij het indirecte reageren levercellen op GH door somatomedinen te maken (insulin-like growth factors, IGFs). Deze stoffen stimuleren opname van aminozuren in doelcellen, zijn vooral van belang na een maaltijd. 

Directe effecten van GH treden vooral op als bloedglucoselevels en aminozuurconcnetraties weer terug naar normaal zijn. Dan zorgt het voor:
1. in epitheelcellen en bindweefsel: stamceldeling en differentiatie van dochtercellen
2. in vetweefsel: afbraak triglyceriden, waardoor vetzuren vrijkomen (glucose-sparend effect)
3. in lever: afbraak glycogeenreserves, waardoor meer glucose vrijkomt --> diabetogenisch effect
Wat is een andere naam voor GH? Wat is de functie van GH?
GH wordt ook wel somatotropine genoemd. Stimuleert celgroei en celdeling door de snelheid van eiwitsynthese op te voeren. De cellen die het meest gevoelig zijn voor GH zijn skeletspiercellen en kraakbeencellen.
Hoe zijn de hypothalamus en de hypofyse met elkaar verbonden?
De hypothalamus bevat neuronen en endocrien weefsel. Hij is verbonden met de hypofyse via een dunne band die het infundibulum heet. De hypofyse wordt op z'n plaats gehouden door de sella turcica en het seller diafragma.
Hoe kan een G-eiwit de hoeveelheid Ca-ionen in een cel vergroten?
1. het G-eiwit activeert het enzym pospholipase C (PLC)
2. PLC zorgt voor een kettingreactie die begint met de productie van diaglycerol (DAG) en inositol triophosphaat (IP3)
3. IP3 gaat cytoplasma in en zorgt ervoor dat Ca2+ daar vrijkomt uit intercellulaire reserves (bvb van glad ER)
4. DAG zorgt samen met calciumionen voor het activeren van protein kinase C (PKC). Dat zorgt er weer voor dat Ca-kanalen in het membraan openen --> positieve feedback
5. Ca zorgt samen met het eiwit calmodulin voor het activeren van enzymen.