Samenvatting Fundamentals of Cognitive Neuroscience A Beginner's Guide

-
ISBN-10 0124158056 ISBN-13 9780124158054
560 Flashcards en notities
39 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Fundamentals of Cognitive Neuroscience A Beginner's Guide". De auteur(s) van het boek is/zijn Bernard Joseph Baars Nicole M Gage. Het ISBN van dit boek is 9780124158054 of 0124158056. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Fundamentals of Cognitive Neuroscience A Beginner's Guide

  • 1 Mind and brain

  • Welke twee eigenschappen geven een idee van meten van de brein?
    Grootte en tijd.
  • Wat zijn de meest gebruikte meettechnieken in de Cognitieve Neuroscience and Neuropsychology?
    • EEG
    • (f)MRI
    • MEG
    • PET
    • TMS
    • single-cell recording
  • Welke drie doorsnedes van de brein zijn er?
    1. Sagitaal
    2. Horizontal
    3. Coronal
  • Stel je wilt bij iemand een laesie localiseren. Welke meettechniek is dan het handigst om te gebruiken? MEG of MRI?
    MRI. De MRI heeft een betere spatiële resolutie omdat het de T1 of T2 van waterstofatomen meet. Deze atomen zitten in weefsel dat op een bepaalde plek zit.
  • Wat is prosopagnosia?
    Niet kunnen herkennen van gezichten.
  • Wanneer is het handg om een MEG te maken?
    Dit doe je wanneer je geïnteresseerd bent in het verloop van de elektrische potentialen over de tijd.
  • Wat is de radiologische conventie?
    Dit is de afspraak dat de MRI geïnterpreteerd wordt alsof de person naar je kijkt. Hierdoor zijn links en rechts omgedraaid.
  • 2 A useful framework

  • Wat scheidt input van output in de hersenen?
    De central fissure. frontale helft is output en posterior half is input.
  • Wat is primary projection area en noem enekel.
    Elk sensorisch pad de cotex in zijn eigen primary projection area.
    • V1 voor primary visual projection area
    • A1 voor primary auditory
    • S1 voor primary somatosensory cortex (body map).
  • Wat is de sensory buffer en wat doet het?
    Een zintuigelijke buffer, houdt kort de zintuigelijke informatie vast.
  • Wat is het verschil tussen bottom-up en top-down aandacht? 
    • bottom-up: aandacht wordt getrokken door gebeurtenissen van buitenaf, bijvoorbeeld een harde knal.
    • top-down: willekeurig je aandacht richten, ook wel selectieve aandacht.
  • Is inner-speech een werkgeheugen of langetermijngeheugen component?
    Beide, je vocabulaire komt uit je langetermijngeheugen. Inner-speech hoort bij het linguïstische en semantische component van het langetermijngeheugen.
  • Wat is cross-modal transfer en met welke cortex wordt het geassocieerd?
    De visuospatieele sketchpad gebruikt cross-modal transfer (cross-sensory) als je bijvoorbeeld als je je ogen sluit en het aanraken van voorwerpen probeert voor te stellen, daarvoor moet er een cross-modal transfer plaatsvinden tussen visueel en voelen. Hoort bij de parietale cortex.
  • Alle zintuiglijke systemen beginnen als domeinspecifiek (visueel, gehoor, gevoel), maar ze worden snel gecombineerd in een multimodale ruimte dat onze lokale omgeving representeert. 
  • Waar zijn de frontale lobben van de hersenen verantwoordelijk voor?
    hoger-orde doelgericht gedrag; herkennen van het doel, projecteren van het doel, plannen hoe het te bereiken, organiseren van de benodigdheden voor het uitvoeren van het plan, monitoren en beoordelen van de consequenties. 
  • Welke twee groepen spieren hebben we, en waarvoor worden ze gebruikt?
    1. voluntary/vrijwillige spieren. Ook wel skeletspieren. We kunnen deze spieren gecontroleerd bewegen.
    2. smooth muscles/autonome spieren: Zijn niet onder vrijwillige controle. bijvoorbeeld: hartslag. 
  • Waardoor worden vrijwillige en autonome spieren bestuurd?
    vrijwillige spieren door de frontale kwabben van de cortex. Autonome spieren vanuit de hersenstam en ruggengraat.
  • Wat is dual-control?
    Een systeem dat vrijwillige controle combineerd met onvrijwillige controle systemen in de hersenen en de ruggengraat. Vaak wordt dit gebruikt bij reflexen.
  • Werkt het cerebellum bij het indrukken van een knop, contralateraal of ipsilateraal?
    Het cerbellum werkt ipsilateraal, als met de rechter hand een knop ingedrukt moet worden, wordt de rechterkant van het cerebellum actief. 
    Van de motorcortex wordt de linkerkant actief en deze werkt dus contralateraal.
  • Wat behoort tot limited-capacity processes?
    Bewust denken, selectieve aandacht, onmiddellijk geheugen, vrijwillige controle
  • Wat behoort tot large-capacity functions?
    langetermijngeheugen, veel geoefende vaardigheden, vocabulaire.
  • Wat is chunking?
    De mogelijkheid om een grote hoeveelheid van informatie samen te persen in één georganiseerde unit.
  • Waarom is er een geringe capaciteit aan mogelijkheden van de brein?
    • door het beperkende input systeem
    • door andere beperkingen (maar 2 handen en benen etc.)
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Welke functie is aangedaan bij schade aan Wernicke's area?
Perceptie van spraak.
Welke functie is aangedaan bij schade aan Broca's area?
Spraak productie
Wat voor verschil is te zien in de auditieve cortex bij spraak en gewone geluiden?
Spraak activeert een groter deel van de auditieve cortex dan gewone geluiden
Wat is de belangrijkste taak van het spraak systeem?
Om geluid aan betekenis te koppelen.
Wat is het cocktail party problem?
Hoe het auditieve systeem onderscheid maak tussen verschillende geluiden tegelijkertijd.
Welk gebied is actief bij het herkennen van geluiden?
Middle temporal gyrus (MTG)
Welke twee principes worden gebruikt om geluid te lokaliseren?
  1. interaural (tussen oor) time difference: Het verschil in tijd van een geluid dat je oren bereikt.
  2. interaural level difference: verschil in volume, het hoofd produceert een geluidschaduw dus het oor dat verder weg is van een geluid hoort het wat zachter.
Waar is de primaire auditieve cortex gelokaliseerd?
IN de Heschl's gyrus. Deze ligt meer anterieur in de rechter hemisefeer. Sommige mensen hebben meer dan één Heschl's gyrus.
Welke gedeelte is tonotopic georganiseerd?
De verntral cochlear nucleus.
Welke informatie verwerken de ascending banen van het auditoire systeem?
Informatie over geluiden van buiten naar de cortex. Ze evalueren de informatie van de twee oren om geluid te lokaliseren.