Samenvatting Gedragsproblemen in scholen

-
ISBN-10 9033474980 ISBN-13 9789033474989
110 Flashcards en notities
14 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Gedragsproblemen in scholen". De auteur(s) van het boek is/zijn Kees van der Wolf Tanja van Beukering. Het ISBN van dit boek is 9789033474989 of 9033474980. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Gedragsproblemen in scholen

  • 1 Gedragsproblemen in de school: plaatsbepaling

  • welke probleem categorieën mbt gedragsproblemen worden onderscheiden?

    ADHD, ODD, CD, angststoornissen, Ass, stemmingsstoornissen

  • Uit onderzoek blijkt dat een goede school de effecten van verschillende risicofactoren in een aantal gevallen kan beperken of opheffen. Hoe noemen we dit?
    Buffering-hypothese
  • welke methoden zijn er en welke interactie modellen werken het best

    verschillende modellen nog uitzoeken

  • Wat betekent de SEV? 
    Sociaal Emotionele Vragenlijst
  • Welke 4 gedragingen staan er op de SEV lijst?
    1. Aandachtstekort met hyperactiviteit (ADHD)
    2. Sociale gedragsproblematiek (ODD en CD)
    ODD = agressief gedrag, CD = anti-sociaal gedrag
    3. Angstig en stemmingsverstoord gedrag 
    4. Autistisch gedrag 
  • Wat betekent comorbiditeit?
    Verschillende gedragsproblemen die zich in combinatie voor doen 
  • Welke 9 criteria voor de ernst van gedragsproblemen zijn er? 
    1. Leeftijdsadequaat: past het gedrag in het ontwikkelingsstadium van het kind?
    2. Duur van probleemgedrag
    3. Omstandigheden
    4. Socioculturele setting: past het gedrag in de cultuur waarin het kind hoort?
    5. Hoeveelheid en frequentie van problemen
    6. Type problemen en hoeveel deze voorkomen bij de populatie
    7. De intensiteit van de problemen
    8. Verandering van gedrag: was de verandering van het gedrag te verwachten gezien de voorgeschiedenis of onverwacht? 
    9. Situatiegebondenheid: komt het gedrag in meerdere situaties voor
  • Hoe kan het dat het aantal diagnoses van ADHD en PDD-nos zijn toegenomen? Noem er vier. 
    - Toenemende bekenheid van deze beelden
    - Hulpverlening is toegankelijker geworden
    - Leraren hebben steeds meer diagnostische kennis waarmee ze sneller leerproblemen detecteren
    - Er komt een 'rugzakje' met extra geld en zorg voor kinderen hierdoor is het aantrekkelijk om kinderen met gedragsproblemen op te sporen en te laten testen. 
  • Wat betekent attributeren? 
    op zoek gaan naar de factoren die met de oorzaak samenhangen
  • Wat betekent externe attributie?
    De leerkracht zoekt de oorzaken van de problemen bij de leerling, bij de ouders, gezondheisproblemen van het kind. Zoeken naar een oorzaak van buitenaf. 
  • Wat betekent interne attributie?
    Eigen rol in ogenschouw en voelen zich eigenaar van het probleem. Oorzaak bij jezelf leggen en kritisch naar jezelf kijken 
  • Wat betekent externe locus of control?
    Men heeft het idee dat hij of zij weinig invloed kan uitoefenen op de situatie
  • Wat betekent interne locus of control?
    Men heeft het idee dat hij of zij wel invloed kan uit oefenen op de situatie 
  • Wat beweert Bronfenbrenner? 
    Omgeving heeft een belangrijke invloed op het sociaal-emotioneel functioneren. Als de omgeving verandert, dan verandert ook het individu
  • Wat zijn de verschillende omgevingsniveaus van Bronfenbrenner? 
    Microniveau: ontwikkeling van het kind zelf en omvat relaties tussen het kind en zijn directe omgeving.
    Mesoniveau: invloed van de subsystemen op elkaar: samenwerken tussen school en ouders.
    Macroniveau: maatschappelijke factoren zoals politiek, oorlog, etc. 
  • Wat is het goodness-of fit model?
    In dit model worden niet de kindkenmerken of de omgevingsfactoren verantwoordelijk gesteld voor bepaald gedrag, maar vooral de interactie en afstemming van beide. 
  • Wat is het verschil tussen goodness-of fit en poorness-of fit?
    Bij goodness zijn ouders en kind of leraar en kind goed op elkaar afgestemd bij poorness of fit niet. 
  • Wat zijn negatieve kanten van het goodness-of fit model? (2)
    Model heeft de neiging om alle problemen en stoornissen te zien als een afstemmingsprobleem. 
    Model doet geen uitspraken over transformaties als gevolg van interacties. 
  • Wat doet het transactionele model?
    Hierin wordt verondersteld dat zowel kindkenmerken als omgeving elkaar beïnvloeden, maar ook zelf beïnvloed worden, waarbij beide veranderen als gevolg van de interactie. 
  • Op welke vier aspecten kunnen gedragsproblemen gebaseerd zijn?
    Situatief, relationeel, relatief, fluctuerend
  • Waar kenmerkt het situatieve aspect van gedragsproblemen zich door?
    Gedrag wordt bepaald door de situatie waarin het zich manifesteert. 
  • Wat kenmerkt het relationele aspect bij gedragsproblemen?
    Relationeel en communicatief aspect. Interactiepatronen en het gedrag van de leerling heeft invloed op leerkr en andersom 
  • Waar kenmerkt het relatieve aspect van gedragsproblemen zich door?
    er bestaat geen absolute maat voor goed of slecht gedrag. 
  • Waar kenmerkt het fluctuerende aspect van gedragsproblemen zich door?
    dat gedragsproblemen van tijdelijke ard zijn: fluctueren. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.