Samenvatting Geld, internationale economische betrekkingen en bedrijfsomgeving

-
ISBN-10 9001813798 ISBN-13 9789001813796
1144 Flashcards en notities
32 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Geld, internationale economische betrekkingen en bedrijfsomgeving". De auteur(s) van het boek is/zijn W Hulleman, A J Marijs. Het ISBN van dit boek is 9789001813796 of 9001813798. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Geld, internationale economische betrekkingen en bedrijfsomgeving

  • 1 Aanbod van geld

  • Welke 3 functies kan geld hebben?
    • Ruilmiddelfunctie
    • Rekeneenheid
    • Oppotmiddel
  • Practice
    Practice
  • Wat bekent auspiciën?
    Onder bescherming, leiding van
  • Wat betekent promesse?
    Schriftelijke belofte tot betaling
  • Wat zijn deviezen?
    Tegoeden in vreemde valuta die onmiddellijk opeisbaar zijn.
  • Wat betekent substitutie?
    Het in de plaats komen van, plaatsvervanging 
  • Wat is primaire liquiditeitenmassa? (M1)
    Het begrip omvat al het chartaal en giraal geld dat in handen is van het publiek, particulieren en ondernemingen met uitzondering van het kasgeld van de geldscheppende (primaire) banken.
  • 1.1.1 Functies van geld

  • Wat is een goederenruileconomie?

    Mensen in deze gemeenschap ruilen een klein deel van de productie om dingen te kopen die ze zelf niet kunnen maken.

  • Wat is een goederenruileconomie?
    Als goederen direct tegen elkaar worden geruild, en dus de economie op goederen gebaseerd is. 
  • Welke functies kent geld in de moderne economie?
    • Geld als ruilmiddel;
    • geld als rekeneenheid;
    • geld als oppotmiddel.
  • Wat is een goederenruileconomie?
    In een goederenruileconomie ruilen mensen in een gemeenschap spullen met elkaar die ze zelf niet kunnen maken.
  • Wat zijn transactiekosten?

    Kosten die gepaard gaan met de ruil van goederen en diensten

  • Wanneer neemt de arbeidsdeling toe?
    Als de noodzaak tot ruil toeneemt doordat de economie ingewikkelder wordt. Mensen gaan zich dan specialiseren in de productie van een of enkele goederen. 
  • Wat is een goederenruileconomie?
    Een eenvoudig economie waarin mensen weinig verschillende goederen produceren en van de productie steeds kleine delen ruilt voor een ander geproduceert goed.
  • Waarom is er in een goederenruileconomie weinig behoefte aan geld?
    In een goederenruileconomie is er weinig behoefte aan geld omdat er veel zelf geproduceerd wordt. Ze zijn weinig afhankelijk van anderen. Ze hebben spullen van anderen maar voor een klein beetje nodig. Vaak zijn deze gemeenschappen aangewezen op de jacht, landbouw of visserij.
  • Welke functie heeft geld in de economie?

    Ruilmiddel, rekeneenheid, oppotmiddel

  • Wat zijn transactiekosten?
    De kosten die gepaard gaan met de ruil. 
  • Wat is de onstane arbeidsdeling in een ingewikkelder geworden economie?
    Mensen specialiseren zich in één of enkele goederen om daarna van hetzelfde goed op grotere schaal te produceren. 
  • Welke verandering vind er plaats wanneer er sprake is van meer arbeidsdeling. 
    Wanneer de arbeidsdeling toeneemt specialiseren mensen zich in de productie van één of enkele producten. Ze zijn minder zelfvoorzienend. Ze hebben andere mensen nodig en er is meer behoefte om te ruilen. De economie wordt ingewikkelder.
  • Dat geld als ruilmiddel zeer effecient komt door de volgende twee aspecten:
    1.geld splitst de ruil op in twee delen
    2. en er kan tijdverschil zitten tussen het verkopen van het ene goed en het kopen van een ander goed.

    --> bij goederenruil valt dit samen.
  • Op welk tijdstip ligt het kopen en verkopen van producten in een goedereneconomie?
    Hetzelfde tijdstip.
  • Wat zijn de functies van geld?
    -oppotmiddel
    -ruilmiddel
    -rekenmiddel
  • Wat zijn transactiekosten?
    De kosten die zijn ontstaan door de ingewikkelder geworden (of moderne) economie, zoals kantoorkosten, personeelskosten, etc.
  • Waarom brengt arbeidsdeling meer kosten met zich mee?
    Arbeidsdeling brengt meer kosten met zich mee omdat mensen meer afhankelijk van elkaar worden dan eerst. Ze hebben elkaar meer nodig om het zelfde bestaansrecht te hebben als eerder. Dit doordat mensen niet meer zelfvoorzienend zijn.
  • Hoe wordt geld ook wel genoemd?
    Liquide middelen.
  • Waarom brengt arbeidsdeling meer kosten met zich mee?
    Arbeidsdeling brengt meer kosten met zich mee omdat mensen meer afhankelijk van elkaar worden dan eerst. Ze hebben elkaar meer nodig om het zelfde bestaansrecht te hebben als eerder. Dit doordat mensen niet meer zelfvoorzienend zijn.
  • Waarin is geld een maatstaf?
    Mensen de waarde van goederen en diensten uitdrukken.
  • Wat zijn transactiekosten? + een voorbeeld.
    Transactiekosten zijn de kosten die nodig zijn om te kunnen ruilen. Moet er meer geruild worden voor een eindproduct brengt dit hogere kosten met zich mee. Deze kosten ontstaan door het ingewikkelder worden van de economie. Voorbeelden van transactiekosten zijn personeelskosten, gebouwen etc.
  • Wat is een oppotmiddel?
    Geld als vermogensbestanddeel.
  • Waardoor zorgt geld voor vermindering van transactiekosten?
    Geld zorgt voor een vermindering van transactiekosten doordat er sprake is van minder kosten dan wanneer er geruild wordt. Wanneer er geruild moet worden moeten leverancier en afnemer elkaar op de hoogte stellen van de waarde en kwaliteit van de producten. (beide transactiekosten )
  • Welke 4 voordelen kent het gebruik van geld?
    1: Vermindering van transactiekosten, 2: levert bijdrage aan welvaart, 3: draagt bij aan efficiëntie van productie, 4: draagt bij aan verdeling van goederen en diensten.
  • Welke 3 functies kent geld binnen de economie?
    1: ruilmiddel
    2: rekeneenheid
    3: oppotmiddel
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Practice
Practice
Practice
Practice
Practice
Practice
Practice
Pactice
Practice
Practice
Aan het internationaal zaken doen zitten altijd risico's verbonden. Deze risico's kunnen beheerst worden. Noem eens 3 beheersmaatregelen voor de exporteur?
1. de keuze van de betalingsvorm
2. het sluiten van een exportkredietverzekering
3. afzetspreiding

ad 1. bijv door voouitbetaling of door international letter of credit (ILC) of bankgarantie (landenrisico blijft bestaan)

ad 2.
afdekking landen- en debiteurenrisico.
Wat geeft de Operations Risk Index weer?
Dit vat de criteria van belang voor het landenrisico samen, dit aan de hand van een bepaald gewicht per criterium. 

- Onderdeel van Business Environment Risk Index, welke wordt opgesteld door BERI (Zwitsers bedrijf).
Welk risico speelt mee voor een multinational bij het hebben van een branch in het buitenland?
Transferrisico.
- Het risico dat de gelden niet overgemaakt mogen worden naar moederland.
Naast de algemen risico's, als het economisch en politiek risico, moet er gekeken worden naar de meer specifieke landenrisico's, die meer samen hangen met de externe positie van een land. Welke drie factoren spelen hierbij mee?
1. omvang van internationale reserves
2. buitenlandse schuld
3. de betalingsbalans

ad 1. exporteurs willen weten wat de invoerdekking is.
ad 2. wat stroomt er naar buitenland voor afbetaling. Gebruik hiervoor debt-service ratio of debt-exportratio. IMF springt evt bij. Dus belangrijk te weten of land toegang heeft tot IMF.
ad 3. wat is de herkomst van de deviezen en wat is de continuiteit van deze bron?
Het landenrisico in het algemeen kunnen we meten aan de hand van de economische en politieke risico's. Vragen die hierbij gesteld kunnen worden zijn:
- hoe is de staat van de politieke en sociale stabiliteit
- wat is de toestand van de binnenlandse economie?
- wat is de externe positie?