Samenvatting Geneeskunde

-
882 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Geneeskunde

  • 1.1 Hoofdstuk 1

  • Wat omvat anatomie?
    Anatomie omvat de structuren die met het blote oog (grof, zonder microscoop) of met behulp van een microscoop gezien kunnen worden
  • Hoe wordt microscopische anatomie ook wel genoemd? En wat is het?
    Histologie, de leer van cellen en weefsels.
  • Wat is regionale anatomie?
    Bij regionale anatomie wordt elke regio van het lichaam apart bestudeerd, en alle aspecten van deze regio worden bestudeerd op hetzelfde moment.
  • Wat is een voorbeeld van regionale anatomie?
    Het bestuderen van de thorax (borstholte).
  • Wat is systematische anatomie?
    Bij systematische anatomie wordt elk systeem (stelsel) bestudeerd en gevolgd door het hele lichaam.
  • Wat is een voorbeeld van systematische anatomie?
    Het bestuderen van het verteringsstelsel.
  • Welke anatomische aanpak werkt beter bij het bestuderen van een lijk?
    Regionale anatomie.
  • Welke anatomische aanpak werkt beter om de continuïteit van het lichaam te begrijpen?
    Systematische anatomie.
  • Wat is de anatomische positie en waarvoor wordt het gebruikt?
    Het is de standaard positie van het lichaam en het wordt gebruikt om aan de hand hiervan de locatie van een onderdeel te kunnen omschrijven.
  • Hoe staat het lichaam in anatomische positie?
    Rechtopstaand met voeten bijeen:
    • Tenen wijzen vooruit.

    Handen aan de zijkant (langs het lichaam):
    • Palen wijzen vooruit met vingers uitgestrekt en bijeen en het kussen van de duim is ... gedraaid richting de kussens van de vingers.

    Gezicht vooruit gericht:
    • Mond is gesloten en gezichtsuitdrukking is neutraal;
    • Rand van het bot onder de ogen is in hetzelfde horizontale vlak als de top van de opening van het oor;
    • Ogen zijn open en gericht op iets in de verte.
  • Welke drie algemene groepen van vlakken zijn te onderscheiden?
    1. Frontale vlak;
    2. Sagittale vlak;
    3. Transversale vlak.
  • Hoe wordt het frontale vlak ook wel genoemd?
    Het coronale vlak.
  • Hoe is het frontale vlak georiënteerd?
    Verticaal; door de schouders.
  • Waarin verdeelt het frontale vlak het lichaam?
    In een ventraal en in een dorsaal deel.
  • Wat is ventraal en wat is een ander woord hiervoor?
    Voorkant; anterieur.
  • Hoe is het sagittale vlak georiënteerd?
    Verticaal; door de neus.
  • Waarin verdeelt het sagittale vlak het lichaam?
    In sinister en dexter.
  • Wat is sinister?
    Links.
  • Wat is dexter?
    Rechts.
  • Hoe wordt het vlak genoemd dat door het midden van het lichaam loopt en het dus verdeeld in twee gelijke delen?
    Het mediane sagittale vlak.
  • Welke termen worden gebruikt om de positie van structuren te beschrijven ten opzichte van het mediane sagittale vlak?
    Mediaal en lateraal.
  • Wat is mediaal?
    Dicht bij de middellijn.
  • Wat is lateraal?
    Van de middenlijn af; meer aan de zijkant.
  • Waarin verdeelt het transversale vlak het lichaam?
    Superieur en inferieur.
  • Wat is superieur en wat is hiervoor een ander woord?
    Boven(kant); craniaal.
  • Wat is inferieur en wat is hiervoor een ander woord?
    Onder(kant); caudaal.
  • Wat is proximaal?
    Dichterbij de verbinding van de ledemaat aan het lichaam.
  • Wat is distaal?
    Verder van de verbinding van de ledemaat aan het lichaam.
  • Waarvoor wordt rostraal gebruikt?
    Het wordt gebruikt omdat de positie van structuren ten opzichte van de neus te omschrijven.
  • Wat is superficialis?
    Oppervlakkig.
  • Wat is profundus?
    Diep.
  • Benoem de letters.
    A) Sagittale vlak
    B) Transversale vlak
    C) Coronale vlak
    D) Anterieur
    E) Posterieur
    F) Inferieur
    G) Superieur
    H) Mediaal
    I) Lateraal
  • Waaruit bestaat het skeletstelsel?
    Bot en kraakbeen.
  • In welke twee subgroepen kan het skeletstelsel worden verdeeld?
    1. Axiale skelet;
    2. Appendiculaire skelet.
  • Wat valt er onder het axiale skelet?
    De schedel, de wervelkolom, de ribben, en het sternum.
  • Wat valt er onder het appendiculaire skelet?
    De botten van de bovenste en onderste ledenmaten.
  • Wat is kraakbeen?
    Het is avasculair bindweefsel met extracellulaire fibers omgeven door een matrix met cellen in kleine holtes. 
  • Wat zijn de functies van kraakbeen?
    • Ondersteunen van zacht weefsel;
    • Het verstrekken van een gladde, glijoppervlak voor botarticulatie bij gewrichten;
    • Het mogelijk maken van ontwikkelingen en groei van lange botten.
  • Wat zijn de drie typen kraakbeen?
    1. Hyalien;
    2. Elastisch;
    3. Fibro-.
  • Wat is hyalien kraakbeen?
    Matrix bevat een beperkt aantal collageen fibers.
  • Wat is een voorbeeld van hyalien kraakbeen?
    Gewrichtsoppervlak van botten.
  • Wat is elastisch kraakbeen?
    Matrix bevat collageen fibers en veel elastische fibers.
  • Wat zijn de voorbeelden van elastisch kraakbeen?
    Het uitwendige deel van het oor en de neus.
  • Wat is fibrokraakbeen?
    Het bevat een beperkt aantal cellen en ‘ground substance’ te midden van een wezenlijk aantal collageen fibers.
  • Wat is een voorbeeld van fibrokraakbeen?
    De tussenweefselschijven.
  • Hoe wordt kraakbeen gevoed en waarom?
    Kraakbaan wordt gevoed door middel van diffusie. Het bevat geen bloedvaten, lymfeklieren of zenuwen.
  • Wat is bot?
    Bot is een verkalkte, levende vorm van bindweefsel en het grootste gedeelte van het skelet wordt gevormd door bot. 
  • Waaruit bestaat bot?
    Het bestaat uit een intercellulaire verkalkte matrix, dat ook collageen fibers en verschillende type cellen bevat. Ze zijn vasculair en geïnnerveerd.
  • Wat is het periost?
    Een vezelig bindweefselmembraan.
  • Wat is een (unieke) eigenschap van het periost?
    Het periost heeft als unieke eigenschap dat het nieuw bot kan vormen en het bevat bloedvaten voor de buitenste laag van het bot.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat gebeurt er bij activatie van nicotine receptoren?
Ze worden permeabel voor Na+ en K+ -> snelle depolarisatie.
Waardoor worden nicotine receptoren geactiveerd?
ACh en nicotine.
Wat is het verschil tussen subtype N1 en N2?
N1: gestimuleerd door decamethonium, en geblokkeerd door d-tubocurarine
N2: gestimuleerd door tetramethylammonium, en resistent voor d-tubocurarine
Wat voor kanalen zijn nicotine receptoren?
Ligand-gated kanalen.
Wat zijn varicositeiten en waarom bevatten veel postganglionaire autonome zenuwen deze?
Bolvormige uitsteeksels -> toename in het aantal doelwitten -> wijde distributie van autonome output.
Wat zijn uitzonderingen op de antagonistische effecten van het sympathische en parasympatische stelsel?
  • Speekselklieren, want door beide gestimuleerd
  • Innervatie van alleen sympathische: zweetklieren, piloerector spieren, en de meeste perifere bloedvaten
Waarvan ontvangen de plexus submucosus en plexus myentericus innervatie?
  • Preganglionaire parasympatische innervatie van de vagus nervus (of sacrale zenuwen)
  • Postganglionaire sympathische neuronen.
Waarbij is de plexus submucosus betrokken?
Bij het ion- en vloeistoftransport.
Waar tussen ligt de plexus submucosus?
Tussen de binnenste circulaire laag van glad spierweefsel en de meest binnenste laag van de glad spierweefsel, de musculaire mucosa.
Waarbij is de plexus myentericus betrokken?
Bij controle van beweeglijkheid.