Samenvatting Geo / VWO / deel Arm en rijk

-
ISBN-10 9006436305 ISBN-13 9789006436303
452 Flashcards en notities
70 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Geo / VWO / deel Arm en rijk ". De auteur(s) van het boek is/zijn J H Bulthuis. Het ISBN van dit boek is 9789006436303 of 9006436305. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Geo / VWO / deel Arm en rijk

  • 1 Genoeg voor iedereen?

  • agrarische bevolkingsdichtheid.
    het aantal mensen dat deel uitmaakt van de agrarische beroepsbevolking per vierkante kilometer cultuurgrond.
  • hoe wordt de voedselcrisis in Ethiopië genoemd?

    de groene honger

     

  • wat is een voedselcrisis?

    een situatie waarin sprake is van een beperkte beschikbaarheid van voedingsmiddelen voor een relatief groot deel van een bevolkingsgroep, die samengaat met een slecht werkend distributie- en vervoerssysteem en waarin er op korte termijn geen uitzicht bestaat op verbetering

  •  Hoe kan het dat er honger is een een relatief groen land?

  • analfabetisme

    het percentage personen boven de 15 jaar dat niet kan lezen of schrijven.
  • de ligging van Ethiopië kan je relatief en absoluut bekijken. Absoluut: ligging aangegeven in coördinaten. Relatief: bereikbaarheid en isolement van het gebied.


  • analfabetisme.
    het percentage personen boven de 15 jaar dat niet kan lezen of schrijven.
     

  • autonomie.
    zekeremate van zelfbestuur.
  • bodemdegradatie.
    situatie waarin de draagkracht van de bodem vermindert.

  • complementariteit.
    reden voor handel vanuit een situatie waarin twee regio's elkaar aanvullen met betrekking tot een bepaalde hulpbron.
  • directe buitenlandse investeringen.

    directe investering in de productie in een ander land door daar een bedrijf te vestigen of een plaatselijk bedrijf over te nemen.
  • diversificatie.
    in de landbouw: je toeleggen op het telen van meerdere soorten gewassen om risico te verspreiden
     
  • geglobasliseerde landbouw.

    het systeem van voedselproductie  wordt in toenemende mate afhankelijk van processen die op het mondiale schaalniveau spelen.


  • good governance.
    fatsoenlijk bestuur: doelmatige wijze van besturen, waar bij de overhied alle burgers op een zo goed mogelijke manier van dienst is.
  • groene revolutie.
    de stijging van de landbouwproductie in ontwikkelingslanden als gevolg van de toepassing van nieuwe graanvariëteiten.

  • honger.
    lichamelijke toestand die gaat optreden wanneer iemand gedurende langere tijd minder energie binnenkrijgt dan 1690 calorieïen per dag.

  • hongersnood.
    toestand van tijdelijke aard waarin de bevolking in een regio lijdt aan ondervoeding, verhangering en sterfte van wege een acuut gebrek aan voedse. dit als gevolg van verstoring van verdeling van voedsel door droogte, overstromming, aardbeving of oorlog.
  • informele sector.
    onderdeel van de economie waarin actieviteiten plaatsvinden die niet officeel geregisteerd staan.

  • infrastructuur.
    alle onroerende voorzieningen die vervoer en communiucatei mogelijk maken, zoals wegen, vliegvelden, havens, kabelnetwerken, riolering.
  • invoertarieven.
    finaciële heffingen die door een land worden gelegd op de prijs van een goed dat of een dienst die wordt ingevoerd.

  • kwalitatieve honger.
    een veminderde lichamelijke conditie die optreedt vanwege een eenzijdige samenstelling van het voedsel.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

analfabetisme

het percentage personen boven de 15 jaar dat niet kan lezen of schrijven.
De zuidelijke landen vechten het verdrag van 1929 aan en sinds de jaren '90 wordt er gesproken over een nieuwe verdrag. Hoe wordt dit verdrag genoemd en wat houden ze in?
Dit verdrag wordt het Nijlbekkeninitiatief (NBI) genoemd. Deze onderhandelingen worden geleid door Ethiopië, maar ook andere zuidelijke landen in het stroomgebied van de Nijl zijn hierbij betrokken. Deze landen willen dat zij meer, en Egypte en Sudan minder, recht op Nijlwater krijgen.
Wat staat er in het waterverdrag dat Groot-Brittanië in 1929 met Egypte sloot?
De toevoer, opslag en afvoer van Nijlwater staan in dit verdrag vastgelegd. De Britten maakten dit verdrag met Egypte omdat ze zich realiseerden dat de katoenteelt afhankelijk was van Nijlwater.

In het verdrag staat dat er in de Britse koloniën stroomopwaarts (Tanzania, Uganda, Kenia, Sudan) zonder Egyptische toestemming geen grote irrigatieprojecten mochten plaatsvinden. Hierdoor werd de watervoorziening van de Nijl voor de Egyptenaren gegarandeerd.
Waardoor wordt landbouw in de woestijn mogelijk?
Door de sliblaag die de Nijl jaarlijks afzet. Deze sliblaag is vruchtbaar en geschikt voor landbouw.
Hoeveel liter water heeft een mens nodig per dag?
Minimaal 50 liter.
Hoeveel procent leidingwater gaat verloren door lekkage?
40% van het leidingwater verloren door lekkage.
Hoeveel procent van het water gaat naar industrie in ontwikkelingslanden en in ontwikkelde landen?
10% van het water gaat naar industrie in ontwikkelingslanden en 25% in ontwikkelde landen zoals Nederland.
Hoe is het watergebruik in rijke landen verdeeld?
Dit watergebruik is als volgt verdeeld:
  • 65% wordt door landbouw gebruikt.
  • 25% wordt door industrie gebruikt.
  • 10% wordt door huishoudens gebruikt.
Welke herkomst heeft het Nederlandse drinkwater?
40% komt uit rivier- of duinwater en 60% komt uit grondwater.
Wat houdt Remote Sensing in?
De FAO maakt binnen Ethiopië gebruik van Remote Sensing-beelden, waarmee per tien dagen de groei van gewassen bijgehouden kan worden. Hierdoor kunnen voedseltekorten tijdig ontdekt worden, waarop ingegrepen kan worden.