Samenvatting Geschiedeniswerkplaats.

-
ISBN-10 9001807313 ISBN-13 9789001807313
522 Flashcards en notities
33 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Geschiedeniswerkplaats.". De auteur(s) van het boek is/zijn D Verkuil, M G van Riessen, D van Straaten onder van M G van Riessen. Het ISBN van dit boek is 9789001807313 of 9001807313. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Geschiedeniswerkplaats.

  • 1 Centralisatie en reformatie 1477-1555)

    • In 843 had je het rijk van Karel de Grote dat in drieën gedeeld was: Duitse gebieden vielen onder Lodewijk de Dikke de Duitser, Frankrijk onder Karel de Kale, het stukje ertussen werd van Lotariën.

    • Frankrijk centraliseert steeds verder, adel ondergeschikt aan centraal bestuur in Parijs. Duitsland blijft een groep van kleine staatjes.
    • Frankrijk had een gunstige geografische ligging om een natiestaat te worden.

    • Bourgondische hertogen kregen Vlaanderen en een stukje Luxemburg in handen. Hier wilden ze een staat van maken, heel Lotarië aan elkaar maken. 1450 Vlaanderen tot Bourgondië aan elkaar, slechts onderbroken door het stukje Lotharingen. Graaf van Lotharingen zoekt hulp bij Franse koning, pakken samen de Bourgondiërs aan.

    • Karel de V kreeg via de Habsburgers ook de Bourgondische erflanden in handen van zijn koninkrijk. (Spanje, Oostenrijk, stukje Italië, NL) Onder Karel gaat het goed, maar Filips II wilde de Nederlanders vooral uitbuiten. De Nederlanden waren ook heel rijk. Brugge en later Antwerpen waren de handelscentra van de wereld.

    • Op een gegeven moment steeg de waterspiegel in NL -> geen graan meer -> handel (moedernegotie) met de Oostzee voor graan -> doorverkopen met winst -> rijke Nederlanders.
  • Wat legde de basis het herleven van een agrarisch-urbane samenleving?

    De opkomst van de handel en ambacht

  • Kenmerken:
    • De opkomst van steden. De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.
    • Groeiende macht van de koning. Het begin van staatsvorming en centralisatie.
    • Ontdekken en veroveren. Het begin van de Europese overzeese expansie.
    • Kerk en staat. Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke, dan wel de geestelijke macht het primaat moest hebben.
    • Reformatie. De protestantse reformatie die een splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
  • Wie sloot zich aan bij de wederdopers en werd onder de naam Jan van Leiden al snel de leider van deze groepering, waarna hij ook de macht greep in Münster, waarna hij zich zelfs tot koning liet uitroepen?
    Johan Beukelszoon. Hij schafte geld en privébezit af en alles werd gemeenschappelijk bezit, ook de vrouwen. Inwoners die weigerden zich te laten herdopen, werden vermoord.
  • Wat gebeurde er direct na de machtsovername van Münster? 
    Münster werd belegerd door duidenzen soldaten van de plaatselijke bisschop. Na achttien maanden viel de stad door verraad en de wederdopers werden gruwelijk gestraft. Wie niet wilde terugkeren tot de kerk werd gedood. 
  • Wat gebeurde er met Johan Beukelszoon na de val van Münster?
    Hij werd doodgemarteld en opgehangen in een kooi aan de kerktoren.
  • Wat hield de reformatie in?
    Een scheuring in de christenheid tussen de rooms-katholieke kerk en de protestantse kerken, die onderling zeer verschilden. Er kwamen opstanden en godsdienstoorlogen in Noord- en West Europa.
  • Wie waren er betrokken bij de oorlogen tijdens de reformatie?
    Vorsten als de Duitse keizer, Spaanse koning en Nederlandse heer Karel V, de Engelse koning Hendrik VIII en de Franse koning Frans I zagen de geloofsverdeeldheid als een grote bedreiging. Karel V en Frans I bestreden de reformatie. Hendrik VIII deed dadt eerst ook, maar verbood later juist de rooms-katholieke kerk. 
  • Wat moest Karel V toestaan?
    Dat de protestantse vorsten het nieuwe lutherse geloof aan hun onderdanen oplegden.
  • Waarover was Karel V de leider?
    Het Habsburgse rijk: Spanje, Oostenrijk, Hongarije, Tsjechië, grote delen van Italië en de Nederlanden. Dankzij de Europese expansie kon hij dit zelfs uitbouwen tot een wereldrijk, dat ook Zuid- en Midden-Amerika omvatte.
  • Waardoor raakten Vlaamse steden als Brugge en Gent verbonden met handelsnetwerken?
    Textielnijverheid.
  • Wat hield centralisatie in?
    Centrale plaats als hoofdstuk en van daaruit proberen meer greep te krijgen op de gebieden die tot het rijk behoorden, maar die in feite in handen waren van zelfstandige steden en lokale heren.

  • 1.1 De koningen van Engeland en Frankrijk


  • In de tweede helft van de 15e eeuw kwam er in Engeland en Frankrijk een einde aan een lange reeks van oorlogen en conflicten. In 1485 kwam hier in Engeland een einde aan toen de koning sneuvelde en Hendrik Tudor gekroond werd tot Koning Hendrik VII. Hij bleef bijna 25 jaar aan de macht en voerde een politiek van centralisatie:
    • De privélegers van edelen werden ontbonden
    • De invloed van de adel op de rechtspraak werd beperkt. Er kwam een koninklijke rechtbank.
    • De steden hielden zelfbestuur maar leverden een deel van hun zelfstandigheid in.
    • De lagere adel, de gentlemen, bestuurden het platteland. Zij kregen steeds meer richtlijnen en instructies van de centrale regering in Londen.

    Het parlement  bleef echter een sterk tegenwicht voor de vorstelijke macht. De koning
    moest bij maatregelen voortdurend toestemming vragen aan het parlement wat bestond uit
    het hogerhuis(hoge adel) en het lagerhuis(steden + lage adel)
  • Wat voor politiek systeem had Engeland?

    Een politiek van centralisatie.

  • Wat voor politiek had Koning Hendrik VII (Engeland), waarmee hij zijn positie ten opzichte van de adel en steden verstevigde?

    Een politiek van centralisatie. ( = Het overbrengen van de overheidsmacht van lokale en regionale besturen naar een centrale regering.)

  • Welke problemen hadden  Frankrijk en Engeland bij het vergroten van hun macht?
    Geloofsverdeeldheid

  • In Frankrijk kwam in 1461 Lodewijk XI op de troon. Met hem was een einde gekomen aan een periode van meer dan 100 jaar oorlogen. Net als Hendrik VII in Engeland voerde Lodewijk XI een politiek van centralisatie:
    • De privélegers van edelen werden ontbonden
    • De invloed van de adel op de rechtspraak werd beperkt. Er kwamen koninklijke rechtbanken.

    Er was echter een belangrijk verschil met Engeland: de volksvertegenwoordiging, hier Staten
    Generaal genoemd, had weinig te vertellen. Met een beroep op het Romeinse recht
    begonnen de Franse koningen de absolute macht op te eisen. Net als de Romeinse keizers
    vonden ze dat ze boven de wet stonden. Hun macht werd niet beperkt door wetten en
    rechten van andere organen. Toch waren steden en provincies nog behoorlijk zelfstandig.
  • Wat wilde koning Hendrik VII bereiken met de centralisatiepolitiek?

    Hij verstevigde zijn posite ten opzichte van de adel en de steden.

  • Uit wat bestaat het parlement?

    het Hogerhuis met daarin de hogere adel, en het Lagerhuis met daarin de steden en lage adel.


    • In de 16e eeuw werd de macht van de vorsten bedreigd door geloofsverdeeldheid onder hun onderdanen. Door de reformatie(verzet tegen misstanden RK kerk door Luther en Calvijn) viel het Christendom uiteen in de RK kerk en verschillende Protestantse kerken. Koningen wilden maar één geloof in hun land omdat ze bang waren voor chaos en opstanden. Andersdenkenden werden dan ook onderdrukt.
  • In Frankrijk werd in 1461 Lodewijk XI gekroond tot koning. Daarmee kwam een eind aan een lange periode van oorlogen, opstanden en gevechten om de troon. Net als Hendrik VIII in Engeland versterkte hij het koninklijke leger en maakte hij een eind aan de eigen legers van de edelen. Ook verder voerden hij en zijn opvolgers een politiek van centralisatie.

  • Wat houdt centralisatie in?

    Het overbrengen van de overheidsmacht van lokale en regionale besturen naar een centrale regering.

    • In Engeland werd in 1509 Hendrik VII opgevolgd door Hendrik VIII. In het begin was hij een trouwe volgeling van de Paus. Toen de paus weigerde zijn huwelijk met een Spaanse prinses te ontbinden omdat hij wilde trouwen met een hofdame ontstonden er conflicten met de paus. Het parlement riep Hendrik VII na zijn eerste scheiding in 1534 uit tot hoofd van de Anglicaanse kerk. Voortaan was dit de Staatskerk van Engeland. Kloosters werden geplunderd en de bijbel werd vertaald in het Engels zodat iedereen hem kon lezen. De 3 ideeën van de reformatie bleven echter verboden. Ketters  die het Protestantisme verkondigden werden nog steeds op de brandstapel gedood. Pas onder zijn zoon Eduard werd in 1547 de protestante kerkleer ingevoerd. Vanaf dat moment werden beelden weggehaald , kwamen er preken en psalmen en mochten priesters trouwen.
  • De Engelse volksvertegenwoordiging heet het parlement.
    Het parlement bestond uit:
    - het Hogerhuis met daarin de hoge adel.
    - het Lagerhuis waarin steden en lage adel vertegenwoordigd waren.</p

  • Wat is een belangrijk verschil tussen Frankrijk en Engeland?

    In Frankrijk had de volksvertegenwoordiging, Staten-Generaal genoemd, maar weinig te vertellen. De Franse koning kon alles op eigen houtje doen. Hij zou absolute macht hebben.

    • Frankrijk bleef wel katholiek. In 1516 gaf de paus de Franse koning toestemming om belangrijke geestelijken in Frankrijk zelf te benoemen. Koning Frans I was echter in het begin wel tolerant tegenover protestanten. Dit veranderde toen de Protestanten voor onrust zorgen; vanaf nu werden ze vervolgd en op de brandstapel gezet. In 1551 werd onder Hendrik II de strijd tegen de protestanten verder opgevoerd.
  • Het Christendom viel uiteen in twee vijandige kampen: de rooms-katholieke kerk, en de protestantse kerk. De koningen wilden maar een geloof in hun land, dus onderdrukten ze andersdenkenden omdat ze dachten dat geloofsverschillen leidde tot chaos en burgeroorlogen.

  • Wat was het gevolg van de kroning van Lodewijk XI in 1461 in Frankrijk?

    Er kwam een eind aan een lange periode van oorlogen, opstanden en gevechten.

  • De Franse volksvertegenwoordiging heet het Staten-Generaal.
    Er waren 3 standen bij de vergaderingen:
    - Adel
    -Geestelijkheid
    - Burgerij

  • Wat was de staatskerk rond 1534, en wie was de leider daarvan?

    De staatskerk was de Anglicaanse kerk, en de leider was koning Hendrik VIII.

  • Absolute macht: De macht wordt niet beperkt door wetten of rechten van anderen.

  • Wat zijn ketters?

    Mensen die volgens de kerk niet de juiste leer aanhangen.

  • Waardoor hadden de Franse koningen rond 1516 in feite de kerk onder controle?

    In 1516 gaf de paus koning Frans I het recht om de belangrijkste geestelijken in de Franse kerk te benoemen.

  • Waar hadden de edelen na de troonsbestijging van Lodewijk XI in 1461 nog steeds veel macht?
    In de provincies.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.