Samenvatting Geschiedeniswerkplaats

-
ISBN-10 9001870171 ISBN-13 9789001870171
176 Flashcards en notities
4 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Geschiedeniswerkplaats
  • Tom van Geugten Bernadette Hijstek Dik Verkuil
  • 9789001870171 of 9001870171
  • 2nd

Samenvatting - Geschiedeniswerkplaats

  • 5.0 inleiding

  • Wat ontstond er in de 19e eeuw in Europa en wat hield dit in?
    Een industriële samenleving. De welwaart van de burgerij nam enorm toe, maar onder arbeiders en werklozen was bittere armoede. In veel landen maakte de autoritaire monarchie plaats voor een parlementaire democratie.
  • Wat is een een autoritaire monarchie?
    Een regeringsvorm waarbij de macht bij  bij één persoon berust, de monarch (koning) die eigenmachtige (bazige, allesbepalende) is.
  • Wat is een parlementaire democartie?
    Een parlementaire democratie is een representatieve democratie waarbij de burgers via gekozen vertegenwoordigers in het parlement, de wetgevende macht, invloed hebben op het beleid. In het parlementair systeem ontleent de uitvoerende macht, de regering, haar mandaat aan het vertrouwen van het parlement. Meestal bestaat er een volledige scheiding tussen het staatshoofd (president of monarch) en de regeringsleider, die verantwoordelijkheid aflegt tegenover het parlement.
  • 5.1 Industrie en samenleving

  • Wat was er nodig voor een industriële samenleving?
    · Grondstoffen en nieuwe energiebronnen
    · Zeer veel kapitaal
    · Voldoende arbeidskrachten
  • Wat zijn de kenmerken van een industriële samenleving?
    · Een snelle groei van fabrieken en steden
    · Het ontstaan van het industriële kapitalisme
    · Grote veranderingen in de gelaagdheid van de bevolking
    · Conflicten tussen werkgevers en arbeiders
  • Welke eeuw word de tijd van de burgers en stoommachines?
    De 19e eeuw word de tijd van de burgers en stoommachines.
  • Wat grote veranderingen vonden plaats in de 19e eeuw in West-Europa?
    Handwerk werd steeds meer overgenomen door machines. Er verschenen veel nieuw producten. De bevolking groeide. Steeds meer mensen woonden in de stad.
  • Wat was een van de vele nieuwigheden die in de 19e eeuw (rond 1884) het bestaan veranderde?
    Er kwam elektrisch licht zoals gloeilampen. Eerst was het donker, daarna kwamen er gaslampen en aan het einde van de 19e eeuw hadden vele stadscentra en h uizen van welvarende burgers elektrisch licht.
  • Wat was de eerste fabriek voor elektrisch licht en wie is daar de oprichter van?
    De gloeilampen fabriek Philips slaagde erin massaal goedkope en betrouwbare elektrische lampen te produceren. De oprichter was de jonge ingenieur Gerard Philips, die geinspireerd raakte door de overdekte binnentuin van Hotel Krasnapolsky.
  • Hoe wordt de nieuwe periode genoemd die in de 19e eeuw begon?
    De moderne tijd.
  • Wat veranderde dat de moderne tijd begon?
    1) Latijn was uit het onderwijs verdwenen (behalve als vak op gymnasium) (lessen waren voorheen altijd in Latijn). 2) Mensen reisden met de trein of stoomschip (voorheen te voet, met paard of zeilschip). 3) Arbeidersmassa's bedienden in grote steden stoommachines in fabrieken (voorheen werd al het werk met de hand gedaan). 4) Er was een eindeloze stroom aan nieuwe producten zoals lucifers, blikvoedsel en telefoons.
  • Wat was de oorzaak van alle veranderingen in deze moderne tijd?
    De industriële revolutie.  De productie van goederen en voedsel werd gemechaniseerd. Steeds meer werk werd overgenomen door machines die werkten op stoom en later op gas en elektriciteit.
  • Welke enorme veranderingen bracht de industriële revolutie?
    De productie van goederen en voedsel werd gemechaniseerd. Steeds meer werk werd overgenomen door machines die werkten op stoom en later op gas en elektriciteit.
  • Waar en wanneer begon de industriële revolutie?
    Deze begon rond 1750 in Groot-Brittannië.
  • Wat was de aanleiding dat boeren meer voedsel gingen produceren in Groot-Brittannië en hoe deden ze dat?
    De bevolking daar was sinds 1500 verdubbeld. De boeren verbeterden hun werktuigen en werkmethodes, waardoor ze met minder werk meer opbrengst kregen = meer verdienen.
  • Wat was de verschuiving van de beroepsbevolking tijdens de industriële revolutie.
    Hoewel de landbouwproductie toenam, waren steeds minder mensen op land nodig. Doordat de werkgelegenheid in landbouwsector afnam, kwamen mensen beschikbaar voor ander werk bijv. voor in de industrie.
  • Waardoor steeg ook de productie in de nijverheid tijdens de industriële revolutie?
    Doordat ondernemers vernieuwingen uitprobeerden. In de textiel werd rond 1750 spinnenwiel vervangen door houten machines. Deze spinmachines  stonden naast stromend water dat hun raderen aandreef. Rond 1800 werden deze machines vervangen door machines die werden aangedreven door stoom.
  • Waarom gingen ze met stoom werken tijdens de industriële revolutie?
    Stoom leverde nog veel meer energie, waardoor de productie verder steeg.Doordat de bevolking ook hard groeide, was er ook veel vraag naar textiel en meer productie betekende daardoor meer winst.
  • Wat betekende meer productie voor de ondernemers?
    Meer productie betekende meer winst.
  • Wat diende als energiebron/brandstof voor stoommachines?
    Steenkool
  • Hoe ging het proces van de stoommachine?
    Door steenkool te verbranden, werd water verhit en ontstond stoom. Met de stoomdruk werd de machine in werking gesteld. Stoommachines moesten vanwege de hoge druk sterk zijn.
  • Waarvan waren stoommachines gemaakt?
    Omdat stoommachines vanwege de hoge druk sterk moesten zijn, waren ze van ijzer gemaakt.
  • Welke gevolgen had de toepassing van de stoommachines?
    De productie ging veel sneller, er waren ook steenkoolmijnen, ijzerfabrieken en machine frabrieken nodig.
  • Wat was de motor van de industriële revolutie?
    De stoommachines.
  • Wat versnelde vanaf 1830 de industriële revolutie?
    De komst van de stroomtrein en het stoomschip. Daarmee konden grondstoffen en kolen sneller en in grotere hoeveelheden naar de fabrieken worden vervoerd. De productie konden ook gemakkelijker bij de consumenten komen.
  • Wat was het gevolg van de bouw van treinen, rails, spoorbruggen en stoomschepen?
    Er waren nog meer machinefabrieken, steenkoolmijnen en ijzerfabrieken nodig waardoor de groei van de industrie steeds harder ging.
  • Rond 1850 had Groot-Brittannië een voorspron op de rest van de wereld maar waar verspreidde de industriële revolutie zich daarna uit?
    De Industriële revolutie verspreidde zich naar andere landen zoals Duitsland, Nederland, Japan en de VS.
  • Wat was de ontwikkeling in de VS tussen 1870 en 1900?
    De productie van goederen werd tien keer zo groot, waardoor de VS Groot-Brittannië passeerden als grootste industriële producent.
  • Welke veranderingen waren er in de periode tussen 1870 en 1900?
    De veranderingen gingen steeds sneller. 1) Naast steenkool kwam olie op als energiebron. IJzer werd vervangen door het het sterkere staal. 2)Er kwamen nieuwe industrieën op zoals de chemische industrie. 3) Ook kwam de nieuwe bedrijfstak van de voedingsmiddelenindustrie. 4) Ondernemers willen steeds vernieuwen om concurrenten voor te zijn en meer winst te maken. 5) Uitvindingen waren niet meer het werk van individuele ontdekkers maar van grote bedrijven die speciale laboratoria hadden waren nieuwe producten werden ontwikkeld.
  • Welke nieuwe stoffen die voorheen niet bestonden werden in de chemische industrie gemaakt?
    Plastic en kunstmest.
  • Wat was het gevolg van het gebruik van kunstmest (nieuw product chemische industrie)?
    Boeren kregen veel grotere oogsten.
  • Welk nieuw product werd in de voedingsmiddelenindustrie ontwikkeld?
    Het niuewe product margarine dat de duurdere roomboter uit de markt drukte.
  • Welke nieuwe industrieën kwamen er in de 19e eeuw?
    De stoom- en steenkool, staal-en olie industrie, de chemische industrie, de voedingsmiddelenindustrie.
  • Wat was de verschuiving bij het ontstaan van uitvindingen?
    Uitvindingen waren eerst het werk door individuele ontdekkers en later waren het grote bedrijven die speciale laboratoria hadden, waar technici en wetenschappers nieuwe producten ontwikkelden.
  • Wat verdween er in de industrielanden en wat ontstond er?
    De landbouwstedelijke samenleving verdween. Er ontstond een nieuw soort samenleving waarin meer dan de helft van de bevolking in de steden woonden. Dit wordt de industriële samenleving genoemd.
  • Wat is de industriesector?
    Het deel van de economie dat zich met de industrie en de mijnbouw bezighoudt
  • Welke ontwikkeling was er in de industriesector?
    De industriesector groeide enorm waardoor meer dan de helft in de industrie werkte en nog minder dan 10% in de landbouw.
  • Wat groeide door de uitbreiding van handel en transport?
    De dienstensector
  • Wat groeide tijdens de industrialisatie?
    De steden en de bevolking groeiden als geheel harder dan ooit.
  • Wat versterkte elkaar in de industriële samenleving?
    De industrialisatie, verstedelijking én de bevolkingsgroei versterkten elkaar.
  • Wat voor voordeel had de bevolkingsgroei en welk sneeuwbal effect had dit weer?
    Er waren genoeg arbeidskrachten voor de fabrieken (personeel) en er waren meer consumenten (kopers) voor de industrieproducten. Veel mensen konden werk vinden en in hun levensonderhoud voorzien waardoor de bevolking nog verder kon groeien.
  • Waardoor was de bevolkingsgroei mogelijk?
    Doordat de landbouwproductie bleef toenemen.
  • Welke ontwikkeling was er qua soort arbeid?
    Er waren ondanks de groei van de landbouwproductie steeds minder boeren en landarbeiders nodig (werk werd vervangen door machines). Werkloze boeren en landarbeiders zochten massaal werk in fabrieken.
  • Hoe wordt de 19e eeuw genoemd?
    Tijd van burgers en stoommachines.
  • Welke ontwikkeling was er in de sociale klasse?
    De adel bleef belangrijk maar de burgerij leverde de meeste ondernemers en kreeg steeds meer invloed op de maatschappij. De samenleving werd harder en zakelijker
  • Hoe was de arbeidsverhouding in de landbouwstedelijke samenleving en hoe veranderde die relatie tijdens de industriële revolutie?
    Boeren en gildemeesters werkten met knechten die zij persoonlijk kenden en voor wie ze zich vaak verantwoordelijk voelden. Die relatie werd vervangen door een onpersoonlijke relatie tussen werknemer en werkgever.
  • Wat probeerden bedrijven in de kapitalistische economie?
    De bedrijven probeerden in harde onderlinge concurrentie zo veel mogelijk winst te maken en een zo groot mogelijk deel van de markt te veroveren.
  • Wat deden bedrijven om de productie op te voeren?
    Arbeiders werden opgejaagd om de productie te vergroten. Hun lonen werden zo laag mogelijk gehouden.
  • Waartoe leidde de industrialisatie ook?
    De industrialisatie leidde ook tot vervuiling van het milieu.
  • Hoe en wat zorgde voor milieuvervuiling?
    Door de steenkool lagen steden voortduren onder deken van smog en waren veel gebouwen zwart geblakerd.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Geschiedeniswerkplaats.
  • D Verkuil, M G van Riessen, D van Straaten onder van M G van Riessen
  • 9789001807313 of 9001807313

Samenvatting - Geschiedeniswerkplaats.

  • 1 Centralisatie en reformatie 1477-1555)

    • In 843 had je het rijk van Karel de Grote dat in drieën gedeeld was: Duitse gebieden vielen onder Lodewijk de Dikke de Duitser, Frankrijk onder Karel de Kale, het stukje ertussen werd van Lotariën.

    • Frankrijk centraliseert steeds verder, adel ondergeschikt aan centraal bestuur in Parijs. Duitsland blijft een groep van kleine staatjes.
    • Frankrijk had een gunstige geografische ligging om een natiestaat te worden.

    • Bourgondische hertogen kregen Vlaanderen en een stukje Luxemburg in handen. Hier wilden ze een staat van maken, heel Lotarië aan elkaar maken. 1450 Vlaanderen tot Bourgondië aan elkaar, slechts onderbroken door het stukje Lotharingen. Graaf van Lotharingen zoekt hulp bij Franse koning, pakken samen de Bourgondiërs aan.

    • Karel de V kreeg via de Habsburgers ook de Bourgondische erflanden in handen van zijn koninkrijk. (Spanje, Oostenrijk, stukje Italië, NL) Onder Karel gaat het goed, maar Filips II wilde de Nederlanders vooral uitbuiten. De Nederlanden waren ook heel rijk. Brugge en later Antwerpen waren de handelscentra van de wereld.

    • Op een gegeven moment steeg de waterspiegel in NL -> geen graan meer -> handel (moedernegotie) met de Oostzee voor graan -> doorverkopen met winst -> rijke Nederlanders.
  • Wat legde de basis het herleven van een agrarisch-urbane samenleving?

    De opkomst van de handel en ambacht

  • Kenmerken:
    • De opkomst van steden. De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.
    • Groeiende macht van de koning. Het begin van staatsvorming en centralisatie.
    • Ontdekken en veroveren. Het begin van de Europese overzeese expansie.
    • Kerk en staat. Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke, dan wel de geestelijke macht het primaat moest hebben.
    • Reformatie. De protestantse reformatie die een splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
  • Wie sloot zich aan bij de wederdopers en werd onder de naam Jan van Leiden al snel de leider van deze groepering, waarna hij ook de macht greep in Münster, waarna hij zich zelfs tot koning liet uitroepen?
    Johan Beukelszoon. Hij schafte geld en privébezit af en alles werd gemeenschappelijk bezit, ook de vrouwen. Inwoners die weigerden zich te laten herdopen, werden vermoord.
  • Wat gebeurde er direct na de machtsovername van Münster? 
    Münster werd belegerd door duidenzen soldaten van de plaatselijke bisschop. Na achttien maanden viel de stad door verraad en de wederdopers werden gruwelijk gestraft. Wie niet wilde terugkeren tot de kerk werd gedood. 
  • Wat gebeurde er met Johan Beukelszoon na de val van Münster?
    Hij werd doodgemarteld en opgehangen in een kooi aan de kerktoren.
  • Wat hield de reformatie in?
    Een scheuring in de christenheid tussen de rooms-katholieke kerk en de protestantse kerken, die onderling zeer verschilden. Er kwamen opstanden en godsdienstoorlogen in Noord- en West Europa.
  • Wie waren er betrokken bij de oorlogen tijdens de reformatie?
    Vorsten als de Duitse keizer, Spaanse koning en Nederlandse heer Karel V, de Engelse koning Hendrik VIII en de Franse koning Frans I zagen de geloofsverdeeldheid als een grote bedreiging. Karel V en Frans I bestreden de reformatie. Hendrik VIII deed dadt eerst ook, maar verbood later juist de rooms-katholieke kerk. 
  • Wat moest Karel V toestaan?
    Dat de protestantse vorsten het nieuwe lutherse geloof aan hun onderdanen oplegden.
  • Waarover was Karel V de leider?
    Het Habsburgse rijk: Spanje, Oostenrijk, Hongarije, Tsjechië, grote delen van Italië en de Nederlanden. Dankzij de Europese expansie kon hij dit zelfs uitbouwen tot een wereldrijk, dat ook Zuid- en Midden-Amerika omvatte.
  • Waardoor raakten Vlaamse steden als Brugge en Gent verbonden met handelsnetwerken?
    Textielnijverheid.
  • Wat hield centralisatie in?
    Centrale plaats als hoofdstuk en van daaruit proberen meer greep te krijgen op de gebieden die tot het rijk behoorden, maar die in feite in handen waren van zelfstandige steden en lokale heren.

  • 1.1 De koningen van Engeland en Frankrijk


  • In de tweede helft van de 15e eeuw kwam er in Engeland en Frankrijk een einde aan een lange reeks van oorlogen en conflicten. In 1485 kwam hier in Engeland een einde aan toen de koning sneuvelde en Hendrik Tudor gekroond werd tot Koning Hendrik VII. Hij bleef bijna 25 jaar aan de macht en voerde een politiek van centralisatie:
    • De privélegers van edelen werden ontbonden
    • De invloed van de adel op de rechtspraak werd beperkt. Er kwam een koninklijke rechtbank.
    • De steden hielden zelfbestuur maar leverden een deel van hun zelfstandigheid in.
    • De lagere adel, de gentlemen, bestuurden het platteland. Zij kregen steeds meer richtlijnen en instructies van de centrale regering in Londen.

    Het parlement  bleef echter een sterk tegenwicht voor de vorstelijke macht. De koning
    moest bij maatregelen voortdurend toestemming vragen aan het parlement wat bestond uit
    het hogerhuis(hoge adel) en het lagerhuis(steden + lage adel)
  • Wat voor politiek systeem had Engeland?

    Een politiek van centralisatie.

  • Wat voor politiek had Koning Hendrik VII (Engeland), waarmee hij zijn positie ten opzichte van de adel en steden verstevigde?

    Een politiek van centralisatie. ( = Het overbrengen van de overheidsmacht van lokale en regionale besturen naar een centrale regering.)

  • Welke problemen hadden  Frankrijk en Engeland bij het vergroten van hun macht?
    Geloofsverdeeldheid

  • In Frankrijk kwam in 1461 Lodewijk XI op de troon. Met hem was een einde gekomen aan een periode van meer dan 100 jaar oorlogen. Net als Hendrik VII in Engeland voerde Lodewijk XI een politiek van centralisatie:
    • De privélegers van edelen werden ontbonden
    • De invloed van de adel op de rechtspraak werd beperkt. Er kwamen koninklijke rechtbanken.

    Er was echter een belangrijk verschil met Engeland: de volksvertegenwoordiging, hier Staten
    Generaal genoemd, had weinig te vertellen. Met een beroep op het Romeinse recht
    begonnen de Franse koningen de absolute macht op te eisen. Net als de Romeinse keizers
    vonden ze dat ze boven de wet stonden. Hun macht werd niet beperkt door wetten en
    rechten van andere organen. Toch waren steden en provincies nog behoorlijk zelfstandig.
  • Wat wilde koning Hendrik VII bereiken met de centralisatiepolitiek?

    Hij verstevigde zijn posite ten opzichte van de adel en de steden.

  • Uit wat bestaat het parlement?

    het Hogerhuis met daarin de hogere adel, en het Lagerhuis met daarin de steden en lage adel.


    • In de 16e eeuw werd de macht van de vorsten bedreigd door geloofsverdeeldheid onder hun onderdanen. Door de reformatie(verzet tegen misstanden RK kerk door Luther en Calvijn) viel het Christendom uiteen in de RK kerk en verschillende Protestantse kerken. Koningen wilden maar één geloof in hun land omdat ze bang waren voor chaos en opstanden. Andersdenkenden werden dan ook onderdrukt.
  • In Frankrijk werd in 1461 Lodewijk XI gekroond tot koning. Daarmee kwam een eind aan een lange periode van oorlogen, opstanden en gevechten om de troon. Net als Hendrik VIII in Engeland versterkte hij het koninklijke leger en maakte hij een eind aan de eigen legers van de edelen. Ook verder voerden hij en zijn opvolgers een politiek van centralisatie.

  • Wat houdt centralisatie in?

    Het overbrengen van de overheidsmacht van lokale en regionale besturen naar een centrale regering.

    • In Engeland werd in 1509 Hendrik VII opgevolgd door Hendrik VIII. In het begin was hij een trouwe volgeling van de Paus. Toen de paus weigerde zijn huwelijk met een Spaanse prinses te ontbinden omdat hij wilde trouwen met een hofdame ontstonden er conflicten met de paus. Het parlement riep Hendrik VII na zijn eerste scheiding in 1534 uit tot hoofd van de Anglicaanse kerk. Voortaan was dit de Staatskerk van Engeland. Kloosters werden geplunderd en de bijbel werd vertaald in het Engels zodat iedereen hem kon lezen. De 3 ideeën van de reformatie bleven echter verboden. Ketters  die het Protestantisme verkondigden werden nog steeds op de brandstapel gedood. Pas onder zijn zoon Eduard werd in 1547 de protestante kerkleer ingevoerd. Vanaf dat moment werden beelden weggehaald , kwamen er preken en psalmen en mochten priesters trouwen.
  • De Engelse volksvertegenwoordiging heet het parlement.
    Het parlement bestond uit:
    - het Hogerhuis met daarin de hoge adel.
    - het Lagerhuis waarin steden en lage adel vertegenwoordigd waren.</p

  • Wat is een belangrijk verschil tussen Frankrijk en Engeland?

    In Frankrijk had de volksvertegenwoordiging, Staten-Generaal genoemd, maar weinig te vertellen. De Franse koning kon alles op eigen houtje doen. Hij zou absolute macht hebben.

    • Frankrijk bleef wel katholiek. In 1516 gaf de paus de Franse koning toestemming om belangrijke geestelijken in Frankrijk zelf te benoemen. Koning Frans I was echter in het begin wel tolerant tegenover protestanten. Dit veranderde toen de Protestanten voor onrust zorgen; vanaf nu werden ze vervolgd en op de brandstapel gezet. In 1551 werd onder Hendrik II de strijd tegen de protestanten verder opgevoerd.
  • Het Christendom viel uiteen in twee vijandige kampen: de rooms-katholieke kerk, en de protestantse kerk. De koningen wilden maar een geloof in hun land, dus onderdrukten ze andersdenkenden omdat ze dachten dat geloofsverschillen leidde tot chaos en burgeroorlogen.

  • Wat was het gevolg van de kroning van Lodewijk XI in 1461 in Frankrijk?

    Er kwam een eind aan een lange periode van oorlogen, opstanden en gevechten.

  • De Franse volksvertegenwoordiging heet het Staten-Generaal.
    Er waren 3 standen bij de vergaderingen:
    - Adel
    -Geestelijkheid
    - Burgerij

  • Wat was de staatskerk rond 1534, en wie was de leider daarvan?

    De staatskerk was de Anglicaanse kerk, en de leider was koning Hendrik VIII.

  • Absolute macht: De macht wordt niet beperkt door wetten of rechten van anderen.

  • Wat zijn ketters?

    Mensen die volgens de kerk niet de juiste leer aanhangen.

  • Waardoor hadden de Franse koningen rond 1516 in feite de kerk onder controle?

    In 1516 gaf de paus koning Frans I het recht om de belangrijkste geestelijken in de Franse kerk te benoemen.

  • Waar hadden de edelen na de troonsbestijging van Lodewijk XI in 1461 nog steeds veel macht?
    In de provincies.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 3:

  • Geschiedeniswerkplaats.
  • Dik Verkuil, Marcel van Riessen Marcel van Riessen Studio Imago
  • 9789001779573 of 9001779573
  • 1e ed.

Samenvatting - Geschiedeniswerkplaats.

  • 1 Het Koninkrijk der Nederlanden

  • Noem enkele ideeën van de liberalen in Nederland in de pollitiek

    - recht op vrede en veiligheid hier moet de overheid voor zorgen

    - liberalen zijn voor een grondwet

    - goede overheid

    - liberalen zijn tegen democratie

  • In welk jaar werd Nederland een rechtsstaat?

     

    In 1848. Toen werd de macht van de koning beperkt . De regering werd afhankelijk van een parlement dat door de burgers werd gekozen.
  • Noem enkele ideeën van liberalen in Nederland in de economie
    - economie kan zonder overheidsbemoeinis
  • Wat is het verschil tussen een republiek en een monarchie?
    Bij een monarchie staat een erfelijke vorst aan het hoofd, een republiek heeft een staatshoofd die zijn macht niet geërfd heeft.
  • Waarom gaf Koning Willem II toch de opdracht tot het maken van een nieuwe grondwet
    Hij was bang voor een revolutie en dat hij zou overleiden
  • Wie had de macht in de Nederlanse republiek in de 17 en 18 e eeuw?
    De nederlandse republiek kende geen president; de macht was verdeeld onder de rijke families. De machtigste familie waren de Oranjes. Die leverden de stadhouder.
  • Noem enkele grondrechten die toegevoegd werden door de grondwet van 1848

    - recht van vereniging

    - recht van vergadering

    - vrijheid van betoging

    - vrijheid van onderwijs

    - briefgeheim

    - recht op gelijke behandeling

    -censuskiesrecht

    - vrijheid van meningsuiting

    - vrijheid van godsdienst

  • Wat is een ander woord voor grondwet?
    Constitutie?
  • Wat veranderde er voor de koning door de grondwet van 1848

    - Ministeriële verantwoordelijkheid

    - koning is onschendbaar

    - de macht van de koning wordt beperkt

  • Wat staat er in de grondwet?
    de belangrijkst rechten van het volk en de regels van voor het  bestuur.
  • Wat gebeurde er in het kiesrecht door de grondwet van 1848

    - censuskiesrecht

    - rechtstreekse verkiezingen van de tweede kamer

     

  • Wat is een constitutionele monarchie?
    Dat is een monarchie waarbij de macht van de koning wordt beperkt door de regels van de grondwet. In Nederland moest Koning Willen I zijn macht delen met het parlement.
  • Welke bevoegdheden heeft de tweede kamer door de grondwet van 1848
    Het parlement heeft controlerende en wetgevende bevoegdheden
  • Waaruit bestaat het parlement?
    Eerste en tweede kamer.
  • Wat waren de wetgevende bevoegdheden

    - recht van initiatief = het maken van een wet

    - recht van amendement = aanpassen of veranderen van een wetvoorstel

  • Wat zijn de provinciale staten?
    De besturen van de provincies.
  • Wat waren de controlerende bevoegdheden

    - recht van enquête = onderzoeken

    - recht van interpellatie = vragenrecht

    - recht van begroting/ budget = geld 

  • Wat gebeurde er in 1813?
    Toen werd Nederland een constitutionele monarchie.
  • Wat is het recht om een motie in te dienen
    Als een minister een motie weigert uit te voeren kan hij het vertrouwen verliezen en moet hij aftreden
  • Waarom had nederland een parlement maar was toch niet democratisch?
    1. de leden van de eerst kamer werden door de koning benoemd;
    2. de leden van de tweede kamer werden aangewezen door de prov. staten, maar die waren zelf ook niet democratisch verkozen;
    3. De koning kon zelf zijn ministers aanstellen en ontslaan

    M.a.w. de koning/rijke families hadden toch nog veel macht.

  • Onder leiding van wie werd de grondwet van 1848 gemaakt
    Thorbecke
  • Waarom kwam het liberalisme op?
    Deze politieke stroming verzette tegen het feit dat het parlement zo weinig macht had. De liberalen wilden meer burgerlijke vrijheid.
  • Wat is het verschil tussen een parlementair regeringsstelsel en een parlementaire democratie
    Bij een parlementair regeringsstelsel heeft een bepaald gedeelte van de samenleving kiesrecht en bij een parlementaire democratie mag iedereen boven de 18 stemmen
  • Noemd drie dingen die de liberalen wilden?
    1. Meer vrijheden (waaronder ec. vrijheid)
    2. de mogelijkheid om vertegenwoordigers te kiezen in het parlement
    3. parlement moest de regering kunnen controleren
  • Wat zijn kenmerken van een parlementaire democratie

    - de regering is verantwoording schuldig aan de volksvertegenwoordiging

    - iedere burger heeft een stem

    - Nederland is een rechtstaat, individuele vrijheidsrechten worden erkend

  • Hoe kwam het dat Willem I aftrad?
    Hij had teveel uitgegeven. Daarom kwam er in 1840 een nieuwe grond wet die het parlement meer zeggenschap over de financien gaf. Willem I was daar boos over. Hij werd opgevolgd door Willem II.
  • Wanneer is er in Nederland sprake van een parlementaire democratie
    1919
  • Waarom ging Willem II akkoord met een nieuwe grondwet in 1848?
    De economische situatie was heel slecht en WII was bang dat hij zou worden afgezet. Daarom ging hij akkoord met een grondwet waarbij zijn macht werd beperkt.
  • Wat is een constitutie
    Een grondwet
  • Door wie werd de grondwet van 1848 geschreven?
    Door Thorbecke
  • Wat wordt er bedoeld met een monarchie
    Een koninkrijk
  • Wat bedoelen we met ministeriele verantwoordelijkheid?
    Ministers kunnen alleen nog maar regeren met toestemming van het parlement; de koning is onschenbaar (= over de koning mag geen discussie ontstaan. Als de koning iets fout doet zijn de ministers verantwoordelijk. Daardoor kon de koning niets meer doen zonder toestemming van de ministers). Dit is door Thorbecke bedacht.
  • Wat is het verschil tussen een republiek en een koninkrijk
    Een republiek wordt vaak bestuurd door een president en bij een monarchie wordt het land bestuurd door een koning of koningin
  • Wat stond er in de grondwet van 1848?

     

    1. rechtsreekse verkiezingen: burgers kiezen de leden van de tweede kamer zelf;
    2. eerste kamer wordt gekozen door de provinciale staten die op hun beurt weer rechtstreeks door de burgers worden gekozen.
    3. censuskiesrecht: alleen de rijken mochten kiezen (de vrouwen helemaal niet), maar nu hadden de burgers wel rechtstreekse invloed.
    4. parlement kreeg de hoogste macht want zij kreeg controlerende en wetgevende bevoegdheden
    5. de tweede kamer kreeg meer rechten dan de eerste kamer
    6. Grondrechten (= rechten van de burgers die de regering moet respecteren)
    7. Meer vrijheden zoals vrijheid van drukpers, recht van vereniging en vergadering, vrijheid van onderwijs en godsdienst.
  • Wat is Nederland?
    Nederland is een parlementaire democratie met aan het hoofd een koning die bijna geen invloed heeft op het bestuur
  • Wat wordt bedoeld met de scheiding tussen kerk en staat?
    Dat de staat geen enkel geloof mag bevoordelen en zich niet met de kerken mag bemoeien.
  • Hoe werd de macht van de koning beperkt?
    Door de grondwet van 1848
  • Wat is ministeriële verantwoordelijkheid
    De ministers zijn voortaan verantwoordelijk voor het beleid maar worden gecontroleerd door de tweede kamer
  • Wat is ' de koning is onschendbaar '
    De koning mag zich niet bemoeien met het bestuur
  • Wie heeft de wetgevende macht in Nederland
    De eerste en tweede kamer
  • Wat is het verschil tussen de eerste en tweede kamer
    De eerste kamer heeft minder bevoegdheden. Ze heeft geen recht van amendement en recht van initiatief.
  • Hoe wordt de eerste kamer gekozen
    De 75 leden worden aangewezen door de leden van alle provinciale staten. er zijn om de 4 jaar verkiezingen
  • Wat wordt er bedoeld met Staten Generaal
    De eerste en tweede kamer
  • Wat wordt er bedoeld met de eerste feministische golf
    Tijdens de eerste feministische golf werd er gestreden voor algemeen kiesrecht van vrouwen en ze wouden gelijke kansen in het onderwijs
  • Wat is actief kiesrecht?
    Bij actief kiesrecht mag je zelf stemmen
  • Wat is passief kiesrecht
    Bij passief kiesrecht heb je het recht om gekozen te worden
  • Hoe werkt het stelsel van evenredige vertegenwoordiging
    Hoeveel stemmen je nodig hebt om een zetel te krijgen. 150 : het aantal stemmen
  • Wat veranderd er in de grondwet door de pacificatie van 1917

    - gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs

    - algemeen kiesrecht voor mannen

    - passief kiesrecht voor vrouwen

  • Wat wordt er bedoeld met de schoolstrijd
    Iedereen was vrij om scholen op te richten maar de openbare scholen werden betaald door de overheid en de bijzondere scholen niet
  • Wat is verzuiling
    Verdeling van de samenleving in groepen met een eigen politieke of godsdienstige partij
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 4:

  • Geschiedeniswerkplaats.
  • onder van Dik Verkuil, Tom van der Geugten Dik Verkuil AtlassenGroep Wolters Noordhoff
  • 9789001954758 of 9001954758
  • 2006

Samenvatting - Geschiedeniswerkplaats.

  • 1 de tijd van jagers en boeren

  • Hoe komt het dat we weinig over de tijd van het Jagen en verzamelen weten?

    We hebben weinig informatie over deze tijd, omdat we er weinig bronnen van hebben.

    Men had in die tijd nog geen schrift, dus de informatie die we hebben zijn alleen maar primair.

  • Hoe zag de samenleving van Jagers en Verzamelaars eruit?

    Het middel van bestaan van die tijd van jagen en verzamelen. Er waren kleine nomadische groepen die rond trokken naar plekken waar veel voedsel te vinden was. Er was geen georganiseerd bestuurd en ook nauwelijks sociale verschillen.

    Tussen de man en de vrouw was er een strikte rolverdeling. De mannen waren de hele dag bezig met jagen op harten en vogels, en de vrouwen verzamelde eetbaar voedsel en zorgde voor de kinderen.

  • Waarom onstond de landbouwrevolutie nou precies in de halve maan?

    Dit komt door de ligging.

    Deze landen liggen dicht bij rivieren en er heerste een goed klimaat. Hierdoor konen er eetbare gewassen groeien.

  • Niet alle jagers gingen over tot landbouw, geef redenen die jagers hadden om niet over te gaan op landbouw.

    - de opbrengsten waren vooral in het begin gering.

    - als er veel voedsel in het wild te vinden was, hadden de boeren ook niet een reden om over te gaan.

    - Kans dat de opbrengsten mislukten was in het begin groot, omdat ze toen nog niet precies de standen van de man wistn.

    - Jagers hadden een zekerheid van eten als ze jagen.

  • Welke link kan je leggen bij het onstaan van de landbouw en het onstaan van de wetenschap?

    De landbouw stimuleerde het doen van nieuwe uitvindingen. De boeren wilden zo groot en veel mogelijk produceren, en daarom bedachten ze daar allemaal nieuwe technieken voor. Ook gingen ze de man bestuderen en boeren kwamen hierdoor te weten wanneer het tijd was om te zaaien en te oogsten.

  • Wat concludeerde professor Schaaffhausen over de in de Kalkgroeve gevonden botten?

    Hij concludeerde dat het bij deze botten ging om de overblijfselen van een man die in een ver verleden tot een wild en barbaars ras had behoord.

  • Hoe zag een landbouwsamenleving eruit?

    Het middel van bestaan was landbouw. De dorpen werden waarschrijnlijk bestuurd door dorpsoudsten. De boeren leefden op een vaste woonplaats en er was nog steeds een strikte rolverdeling tussen man en vrouw. De boeren deden veel nieuwe uitvindingen om zo veel mogelijk te produceren.

  • Waarom was de veronderstelling van Schaafhausen een gewaagde veronderstelling voor die tijd?

    Het idee dat de mens voorouders had met een ander uiterlijk dan de moderne mens was in strijd met de bijbelse gedachte dat god de mens schiep als zijn evenbeeld.

  • Waar en hoe zijn de eerste steden onstaan?

    De eerste steden werden gevrodm bij de rivieren de Tigris en de Eufraat. Doordat hier elkaar de rivier overstroomde zorgde het voor vruchtbare grond, die zeer geschikt was voor de landbouw. Boeren die zich hier vestigde legden dijken aan om het jaarlijkse overvloed tegen te houden. Ze bouwden een irrigatiesysteem en de oogsten werden steeds groter. ze gingen meer produceren dan er nodig was. Hierdoor konden mensen zich in andere dingen gaan specialiseren.

  • Wat voor conclusies hadden andere geleerden over de botten, nadat ze de veronderstelling van Schaaffhausen hadden verworpen?

    Een Duitse geleerde dacht dat de vervorming van de botten kwam door rachitis in de jeugd, hoofdletsel op middelbare leeftijd en chronische gewrichtsontsteking op oudere leeftijd. Een ander kwam met de theorie dat het de beenderen van een kozak waren die in 1814 tijdens een veldtocht tegen Napoleon uit het Russische leger was gedeserteerd. De vergroeide botten zouden een gevolg zijn van het vele paardrijden.

  • Hoe zag een landbouwstedelijke samenleving eruit?

    De mensen verdienden hun geld met landbouw, ambachten en handel. De samenleving werd bestuurd door priesters en koningen. Grote groepen mensen leefden samen en in deze tijd onstonden ook sociale verschillen. Er waren veel magische rituelen in tempels en veel uitvindingen.

  • Wanneer beseften Fuhlrott en Schaaffhausen dat er vóór de huidige mens andere mensachtigen konden hebben geleefd?

    Na de publicatie van 'On the Origin of Species' van Charles Darwin in 1859.

  • Wat opperde Darwin in zijn boek 'On the Origin of Species'?

    Darwin opperde de theorie dat al het leven op aarde door de natuurlijke selectie was geëvolueerd uit vroeger leven, hij durfde in dit boek nog niet expliciet te beweren dat dit ook gold voor de mens.

  • Wat bracht 'On the Origin of Species' teweeg?

    Het boek bracht een evolutie teweeg in het denken over de oorsprong van de aarde en de ontwikkeling van mensen en dieren.

  • Wat probeerde de bioloog Huxley in zijn boek 'Evidence on Man's Place in Nature' te bewijzen?

    Hij probeerde te bewijzen dat ook de mens een product was van evolutie.

  • Wat nemen wetenschappers nu aan over de mens?

    Wetenschappers nemen aan dat de mens zich zo'n 6 miljoen jaar geleden in Afrika afsplitste van de chimpansee. In de loop van miljoenen jaren deze aapachtige tot de homo heidelbergensis ontwikkelde, tussen 600 000 en 200 000 v.C. 

  • Wat gebeurde er toen de Neanderthaler uitstierf?

    Toen ontwikkelde de moderne mens zich verder, op biologisch en cultureel vlak.

  • Waarom gingen de mensen pas vanaf 30 000 v.C. afbeeldingen maken naar de werkelijkheid?

    Omdat de herseninhoud groter werd en de motoriek verfijnder. Ze waren hierdoor onder andere in staat om ingewikkeldere werktuigen en gebruiksvoorwerpen te maken.

  • Wanneer en waar begonnen jagers-verzamelaars met de landbouw?

    12 000 jaar gelden gingen jagers-verzamelaars in het midden-oosten aan landbouw doen. Hier ontstonden ook de eerste landbouwnederzettingen en later de eerste steden.

  • Wat stimuleerde de landbouw?

    De landbouw stimuleerde de vindingrijkheid op allerlei gebieden en bracht de culturele evolutie van de mens in een stroomversnelling.

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 5:

  • Geschiedeniswerkplaats.
  • onder van Dik Verkuil, Tom van der Geugten Dik Verkuil
  • 9789001954789 of 9001954782
  • 2006

Samenvatting - Geschiedeniswerkplaats.

  • 1 de tijd van jagers en boeren

  • De jagers-verzamelaars leefden in groepen van 10-25 mensen en ze verplaatsten steeds als hun eten op die plek op was. ze hadden een nomadische leefstijl. ze leefden van de jacht, de mannen gingen jagen. en ze leefden van de bessen, vruchten, eetbare planten die de vrouwen verzamelden. ook zorgen de vrouwen voor de kinderen. ze maakten werktuigen van bijvoorbeeld vuursteen, botten, vezels van moerasplanten etc. ook maakten de jagers-verzamelaars muurtekeningen. dat deden ze zodat ze voorspoed hadden bij de jacht. Dat hoopte ze tenminste. het waren dus een soort van rituelen. ook maakten ze venus beeldjes en die hadden mogelijk iets te maken met een of ander vruchtbaarheidsritueel.

  • De levenswijze van jagers-verzamelaars zag er als volgt uit:

    - Jagen en verzamelen

    - Kleine groepen

    - Nomadisch

    klopt dit?

    Ja

  • Wie is Pietje Puk?

    Een belhamel.

  • Met hoeveel mensen woonde de Jagers en Verzamelaars in 1 groep

    10 tot 25 mensen

  • Rond 10000 voor Ch. kwam een einde aan de laatste ijstijd.
  • Noem 3 kenmerken van deze tijd:

    1 jagers verzamelaars

    2 ontstaan van de landbouw

    3 ontstaan van steden

  • Dat wist je niet zeker?

  • Was er een georganiseerd bestuur?

    Nee

  • Hoe Leefde de Jagers en Verzamelaars

    Als Nomaden

     

  • Rond welke tijd kwam het einde aan de laatste ijstijd?
    Rond 10.000 v.C kwam een einde aan de laatste ijstijd
  • Wanneer kwam het schrift?

    3000 V. Chr.

  • Wat waren de taken voor de mannen?

    Jagen en vissen 

  • Wat waren de drie middelen van bestasan van de jagers-verzamelaars?

    - Voedsel verzamelen

    - Jagen

    - Vissen

  • Landbouwrevolutie:

    - zelf planten van zaden (akkerbouw)

    - houden van veeteelt                                     ------> verhoging voedselproductie > groei dorpen door landbouw > ontstaan handel

    - nieuwe uitvindingen

     

  • waar werd het gereedschap van gemaakt?

    Van steen en bot

  • Waar zijn in Nederland hunebedden nagelaten en waar diende deze voor?
    IN Drente en deze diende als grafkamers van belangrijke doden.
  • Wanneer ontstond en waar de landbouw in Nederland?
    Rond 5000 v.C in Zuid Limburg
  • Wanneer leefde de meeste Europeanen in een landbouwsamenleving?
    Omstreeks 3000 v.C
  • Noem een tijd en plaats van een van de bekendste oudste steden?
    Jericho ( Israël Palestina ) vanaf 8350 v.C
  • Wat gingen mensen tijdens de revolutie doen?
    Ze gingen graan verbouwen en geiten, schapen varkens en runderen houden. Zij trokken niet langer rond maar leefde op een vaste plaats.
  • Waar ontstond de landbouwrevolutie ( agrarische revolutie )?
    Midden Oosten
  • Wanneer ontstond de homosapiens?
    37.000 v.C
  • Waar is de mensheid ontstaan?
    Afrika
  • Hoeveel mensen leefde er in de prehistorie?
    Veertien miljoen
  • Wat denken de archeologen van de voorstelling van de tovenaar?
    Voorstelling van een sjamaan, een tussenpersoon tussen de mens en hogere machten
  • Waar waren de gebruiksvoorwerpen van gemaakt?
    Steen, hout en bot
  • Door wie zijn deze tekeningen gemaakt?
    Cro Magnonmens, de voorouder van de moderne mens
  • Rond welke tijd zijn deze tekeningen gemaakt?
    Tussen 30.000 en 11.000 v.C
  • Waar zijn er prehistorische muurtekeningen gevonden?
    Pyreneeën Les Trois Frères "De tovenaar", Lascaux in Frankrijk, Altamira in Spanje
  • Wat gebeuren met de dierenwereld na de laatste ijstijd?
    Doordat de rendierkuddes meetrokken met de smeltende ijskam naar het noorden werd de dierenwereld gevarieerder.
  • De jagers verzamelaars woonden in groepen van?
    20 tot 25 personen
  • Er was een arbeidsverdeling tussen de mannen en vrouwen in deze tijd, leg uit?

    Mannen gingen jagen, op kerten en kleine zoogdieren en vogels.

    Vrouwen gingen verzamelen van eetbare zaken zoals noten, bessen en eetbare paddestoelen en zorgte voor de kinderen.

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Noem Nederlandse voorbeelden van economisch gewin van Nederland in Indonesië en Aceh,
1) Nederlandse textielindustrie verkoopt kleding aan Indonesië. 2) Olie werd op Sumatra gewonnen. 3) In Deli ten zuiden van Aceh werden tabaksplantages gesticht.
Wat was ook een oorzaak van het modern imperialisme?
Het Kapitalisme: Economisch gewin was een belangrijk motief. Kolonies leverden grondstoffen en afzetgebieden.
Waarom twijfelden Europeanen er niet aan dat zij het recht hadden om te overheersen?
Ze vonden zichzelf superieur. Sommigen wilden de in hun ogen primitieve volkeren in Afrika en Azië vooruithelpen. Anderen wilden alleen profiteren. Vaststond dat zij de baas moesten zijn.
Waarom wilden de Europeanen overzeese rijken?
Zij waren wel heel nationalistisch. Wilde een wereldrijk om aan elkaar te laten zien dat ze meetelden in de wereld. Besef dat je snel moet handelen omdat andere je anders voor zijn,
Wat was het verschil in wapens tussen Europeanen en inheemse legers?
Europeanen hadden door industrialisatie moderne vuurwapens en de inheemse legers hadden speren, kapmessen, en verouderde geweren.
Hoe konden Europeanen zoveel enorme gebieden onderwerpen?
1) Door industrialisatie veel beter bewapend en georganiseerd.
2)  In Afrika en Azië bestond geen nationalisme waardoor de Europeanen de verschillende volkeren en stammen gemakkelijk tegen elkaar kon uitspelen. Ze lieten groot deel van bestuur over aan inheemse vorsten en edelen die met hen wilden samenwerken.
Hoe werd Aceh veroverd?
Ze stuurden Koninklijk Indisch Leger (KNIL) en veroverde en verwoeste grote gebieden maar daarna werden militaire posten en patrouilles telkens weer overvallen door strijders die zich schuilhielden onder de bevolking.Zo ontstond een langdurige en bloedige guerrilla die wel 30 jaar duurde. Pas in 1903 had Nederland Aceh onder controle. Ook andere delen van Indonesië werden onder Nederlands gezag gebracht
Hoe werd de Nederlandse invloed in Indonesië uitgebreid en hoe werd de kolonie genoemd?
Hun kolonie in Indonesië werd Nederlands-Indië genoemd. VOC was in 1799 opgeheven en Nederlanse overheid had bezittingen in Indonesie overgenomen. Heerschappij was toen over Java en Molukken (in 19e eeuw). Na opening kanaal in 1869 Nederlandse machtsuitbreiding van moslimstaat Aceh en Sumatra.
Waarom zag Nederland zichzelf niet als imperialistische mogendheid?
Omdat het niet meedeed aan de wedloop om Afrika.
Welke kolonies had Nederland in Amerika?
Suriname en de Nederlandse Antillen (Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Maarten, Sint Eustatius)