Samenvatting Gewichtsconsulent H4: Voedingsleer

-
126 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Gewichtsconsulent H4: Voedingsleer

  • 4.1 Macronutriënten

  • Wat betekent letterlijk macronutriënten?
    Grote voedingsstoffen
  • Wat word met grote voedingsstoffen bedoeld?
    Voedingsstoffen waarvan we dagelijks meer dan 1 gram van nodig hebben. Dit zijn met name koolhydraten, eiwitten en vetten.
  • 4.1.1 Koolhydraten

  • Hoe worden koolhydraten ook wel genoemd?
    Sachariden of suikers
  • Wat voor stoffen zijn koolhydraten?
    Het zijn organische stoffen.
  • Waar zijn koolhydraten uit opgebouwd?
    Koolstof, waterstof en zuurstof.

    Bij vertering vallen deze koolhydraten uiteen in kleinere moleculen.
  • Wat gebeurd er tijdens het spijsverteringsproces met de koolhydraten?
    Deze worden ontleed tot hun meest eenvoudige vorm, monosachariden.
  • In wat voor vormen komen koolhydraten voor?
    • Monosachariden of enkelvoudige koolhydraten
      • Voorbeeld: fructose (fruitsuiker), glucose en galactose.
    • Disachariden of tweevoudige koolhdyraten
      • Voorbeeld: sacharose (tafelsuiker, bestaande uit glucose en fructose), lactose (melksuiker, bestaande uit glucose en galactose) en maltose (maltsuiker, bestaande uit glucose en glucose). 
        >> Lactose is het enige dierlijk koolhydraat dat in voeding voorkomt.
    • Oligosachariden, bestaan uit 3 tot 9 sachariden.
      • Voorbeeld: maltodextrine.
    • Polysachariden of meervoudige koolhydraten, bestaan uit meer dan 9 sachariden.
      • Voorbeeld: zetmeel.
  • Welke koolhydraatvorm word het meeste als voedingsstof opgenomen in het lichaam?
    Glucose monosacharide
  • 4.1.1.1 Voedingsvezels

  • Voedingsvezels behoren wel tot koolhydraten maar wat is er in dit geval anders?
    Ze kunnen niet opgenomen worden door ons lichaam, dit komt door hun chemische structuur.
  • Hoe worden voedingsvezels ook wel genoemd, en waarom?
    Prebiotica > omdat ze selectief de groei en/of de activiteit van 1 of meer soorten bacteriën in de dikke darm stimuleren en daardoor de gezondheid van de gastheer bevorderen.
  • Waar bevinden voedingsvezels zich, en waar komen ze niet voor?
    In de celwand van planten.
    Komen niet voor in dierlijke producten.
    Zijn belangrijk voor de werking van onze darmen.
  • Wat zijn bronnen van voedingsvezels?
    • Graanproducten
    • Groenten
    • Fruit 
    • Aardappelen 
    • Zilvervliesrijst
    • Gedroogde vruchten 
    • Noten 
    • Peulvruchten 
    • Tuinbonen
  • Wat gebeurd er bij het bewerken van voedingsmiddelen?
    Dan worden de meeste voedingsvezels verwijderd (graan tot bloem, pellen van rijst etc.). 
    Onbewerkte voedingsvezels (zilvervliesrijst, volkorenbrood etc.) bevatten dus ook meer voedingsvezels dan witte rijst en wit brood.
  • Wat voor 2 soorten vezels kunnen we onderscheiden?
    • In water oplosbare voedingsvezels
      • Zit in groenten, fruit en peulvruchten. Zijn te vinden in: Havermeel, haverzemelen, noten en zaden, groenten, gedroogde erwten, bonen, linzen, appels, peren, aardbeien, bosbessen.
      • Namen van de voedingsvezels: pectine, gommen, lijmstoffen, polysachariden uit algen en wieren, fructo-oligosachariden, galacto-oligosachariden, onverteerbaar zetmel RS1, RS2, RS3.
      • Werken positief op de stoelgang.
      • Hebben een positieve invloed op verlaging van het cholesterol- en glucosegehalte in het bloed (en dragen dus indirect ook bij ter voorkoming van hart- en vaatziekten).
    • Niet in water oplosbare voedingsvezels
      • Bevinden zich vooral in (volkoren) graanproducten. Zijn te vinden in: onbewerkte (hele/volkoren) granen, volkorenbrood, couscous, bruine rijst, bulgur, muesli uit hele granen, tarwezemelen, zaden, wortelen, komkommer, courgette, selderij, tomaten. 
      • Namen van de voedingsvezels: lignine, cellulose, hemicellulose. 
      • Werken als een spons, die zich in de darmen volzuigt met water, waardoor de ontlasting soepel en zacht blijft. 
  • Waar kan een tekort aan voedingsvezels voor zorgen?
    Darmproblemen veroorzaken, zoals een trage stoelgang, obstipatie en aambeien.
  • Wat gebeurt er met de ontlasting bij een gebrek aan vezels?
    De ontlasting beweegt zich trager door de darmen, waardoor er meer tijd is om er vocht aan te onttrekken. Daardoor word de ontlasting harder en beweegt deze nog trager door de darmen. 
    Het is dus belangrijk om voldoende vezels én voldoende vocht te gebruiken. Ook lichaamsbeweging prikkelt de darmen.
  • Wat is een bijkomend voordeel van voedingsvezels?
    Het geeft een verzadigd gevoel en weinig calorieën.
  • Wat is de meest voorkomende oorzaak van acute diarree?
    Een infectie van het maag-darmstelsel, zoals bijvoorbeeld een voedselvergiftiging. 

    Chronische diarree kan veroorzaakt worden door bijvoorbeeld de ziekte van Crohn of het prikkelbare darmsyndroom. 

    Een voedselallergie of voedsel-intolerantie, een hoge consumptie van zoetstoffen, suikers of cafeïne kan ook een waterige ontlasting veroorzaken.
  • Komen voedingsvezels ook voor in dierlijke producten?
    Nee, alleen in plantaardige voedingsmiddelen. Vezels zijn structurele delen die stevigheid en vorm geven aan de plant.
  • Wat voor veranderingen kan je in je eetpatroon aanbrengen om meer voedingsvezels binnen te krijgen?
    • Eet fruit i.p.v. vruchtensap drinken
    • Vervang witte rijst witbrood en pasta door bruine rijst, volkoren/bruin brood en volkorenpasta. 
    • Kies voor muesli van onbewerkte, volkorengranen. Dit kan je zelf ook makkelijk maken! 
    • Kies rauwkost of gedroogde vruchten als snack i.p.v. chips, koekjes of chocolade.
    • Vervang regelmatig vleesmaaltijden door peulvruchten zoals linzen en bonen. 
    • Eet minimaal 200 gram groenten.
    • Drink minimaal 1,5 liter water per dag. Voldoende vezels geven alleen een optimaal resultaat met voldoende water.
  • Noem een paar voorbeelden van voedingsmiddelen met een hoog vezelgehalte.
    Appel met schil 2,0
    Banaan 1,9 
    Frambozen 2,5
    Blauwe bessen 8,4
    Roggebrood 8,3
    Knäckebröd vezelrijk 24,0
    Volkoren macaroni 11,0
    Brinta 10,5
    Broccoli gekookt 2,7
    Rauwe wortels 2,8
    Tuinbonen 7,3

    Per 100 gram aangegeven
  • Noem 7 gunstige effecten van vezelrijke voeding:
    • Positief effect op de darmfunctie, zoals een betere stoelgang, het voorkomen van constipatie en stimulatie van de darmflora.
    • Bescherming tegen hart- en vaatziekten (met 40% verlaagt).
    • Bescherming tegen darmkanker (klein effect).
    • Verlaging van cholesterolgehalte.
    • Verbetering van bloedsuikermetabolisme bij diabetes type 2.
    • Preventie van overgewicht; verzadigd gevoel, weinig kcal.
    • Voorkomen van diverticulitus = ontsteking van de darm en is in de westerse wereld de meest voorkomende kwaal bij oudere mensen (met 40% verlaagt). 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Het lichaam slaat een teveel aan verzadigde vetten op in het lichaam op vele plekken. Op welke plek is dit ongunstig, en waarom?
Een zeer ongunstige plek is aan de binnenkant van de slagaders. 
Als dit een langere tijd gebeurt ontstaat atherosclerose (= aderverkalking) van de slagaders. Hierdoor kan je een hartaanval krijgen.
Wat voor vitaminen kan het lichaam opslaan in het vetweefsel?
Vitamine A, D en E.
Wat zijn verzadigde vetten? Noem ook voorbeelden.
Dit zijn vetten op kamertemperatuur in vaste vorm;
  • Palmolie (plantaardig vet)
    • Verwerkt in margarine, frituurolie, chips, soepen, sauzen en koekjes.
  • Stearinezuur (dierlijk vet)
    • Dierlijke producten, dus ook in kaas en zuivelproducten.
  • Kokosolie (afkomstig van kokosnoot)
    • Word vaak als frituurvet gebruikt.
In welke 3 groepen kunnen vetten onderverdeeld worden?
  1. Triglyceriden; hieronder vallen de verzadigde en onverzadigde vetten.
  2. Sterolen; waar cholesterol deel van uitmaakt.
  3. Fosfolipiden; waarvan lecithine een voorbeeld is.
Wat zijn de belangrijkste functies van vetten? 11 punten:
  • Vormen onderdeel van het celmembraan (geeft o.a. stevigheid aan alle cellen in het lichaam)
  • Vet cellen om de organen heen dienen als stootkussen
  • Zorgt voor isolerend vermogen en houd de lichaamstemperatuur op peil.
  • Dienen als energiereserve.
  • Verbeteren de vloeibaarheid van het bloed.
  • Zorgen voor normale groei.
  • Dragen bij aan een goed werkend hormoonsysteem.
  • Spelen een rol bij het afweersysteem.
  • Zorgen voor gezonde bloedvaten. 
  • Belangrijk voor een gezond zenuwstelsel.
  • Noodzakelijk voor aanmaak van vitamine D.
Het lichaam kan op 2 manieren aan vet komen, welke?
5% exogeen > via voeding
95% endogeen > zelf aangemaakt door lever, darmen, testes.
Waarom heeft een vrouw meer vet?
In tijden van zwangerschap en borstvoeding heeft het lichaam voldoende energiereserve.
Voor hoeveel procent bestaat een lichaam normaal uit vet?
Voor een man: 15-20%
Voor een vrouw: 20-35%
Wat zorgt samen allemaal voor het lichaamsgewicht?
Spier, bot en vetweefsel. 
Dit kan verschillen per persoon, of je sport, een zware lichaamsbouw hebt of wanneer je meer vetweefsel hebt.
Is verzadigd of onverzadigd vet beter voor de gezondheid?
Onverzadigde vetten