Samenvatting Gids voor gesprekstherapie

-
ISBN-10 9058980154 ISBN-13 9789058980151
14 Flashcards en notities
3 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Gids voor gesprekstherapie". De auteur(s) van het boek is/zijn M Leijssen. Het ISBN van dit boek is 9789058980151 of 9058980154. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Gids voor gesprekstherapie

  • 1 Het eerste gesprek

  • Geef puntsgewijs weer hoe een eerste gesprek bij een therapeut eruit kan zien
    1. Client binnen laten en welkom heten
    2. Laat de client kiezen waar hij wil zitten
    3. laat hem de tijd nemen om zich te 'installeren'
    4. Geef aan dat het om een verkennend gesprek gaat en dat jullie samen gaan uitzoeken wat er aan de hand is en wat de client hoopt te vinden en dat jullie van beide kanten nog kunnen kijken of jullie met elkaar doorgaan.
    5. Open dan evt. met: "vertel eens wat u hier brengt".

  • Welke componenten zitten er in een gesprek?
    1. Relationele componenten
    2. Taakgerichte componenten
  • Wat is een relationele component?
    Dat is een ondersteunende en verdiepende functie van het gesprek zoals: empathie, echtheid en aanvaarding. Deze componenten dienen vanaf de aanvang voelbaar te zijn voor de client.
  • Wat is een taakgerichte component?
    Dat is informatie inwinnen en informatie geven. 
  • Informatie inwinnen; welke informatie wint men in tijdens het intake-gesprek?
    1.  het probleem van de client
    2. direct verweven met het probleem is de motivatie van de client om aan zijn problemen te werken en zijn verwachtingen van het hulpverleningsproces
    3. Hoe is de client bij mij terecht gekomen?
    4. voorgeschiedenis - heeft de client een voorgeschiedenis in de hulpverlening?
    5. Hoe ziet het leven van de client eruit op het vlak van studie, werk, relaties, wonen en bezigheden?
    6. In hoeverre is de omgeving van de client op de hoogte van zijn beslissing om in therapie te gaan?
    7. Uit wat voor gezin komt de client? Dominante sfeer of niet?
    8. Heeft de client traumatische ervaringen meegemaakt?
    9. Indien de client zich in ernstige crisistoestand aanmeldt, moet je niet alleen oog hebben voor de directe aanleiding, maar probeer ook feeling te krijgen met de diepere lagen onder de huidige crisis.
    10. Hoe zit het met verslavingen? Bv alcohol, medicatie, drugs
    11. Hoe zit het met de draagkracht/veerkracht van de client?
    12. Toets onderwijl ook jezelf of je al dan niet geraakt wordt door wat de client aanbrengt. Kan je het om integer bij deze persoon aanwezig te zijn en bots je niet teveel op eigen gevoeligheden?
    13. Hoe ontwikkelt het interactionele patroon zich tussen de client en jezelf? Reeds in het eerste gesprek installeren beide een specifiek relatiepatroon dat verwijst naar de kern van de problematiek van de persoon. 


  • Alle informatie die je inwint tijdens een intake-gesprek resulteert in een diagnostisch proces. Welke diagnoses zijn er?
    1. tijdelijke crisis = niet ernstig psychisch gestoorde personen, maar ze zijn onder verhoogde druk van omstandigheden tijdelijk in crisis. Met ambulante therapie zullen ze er vrij snel bovenop komen.

    2. Diepere gevoeligheid = de crisis is een uiting van een overgevoeligheid die al langer bij de persoon aanwezig is en die meestal begrijpelijk wordt als we zien door welke problematische omstandigheden hij gevormd/misvormd werd. Dit kost iets meer tijd, maar zal uiteindelijk een verbeterde kwaliteit van leven geven.

    3. Borderline = deze cliënten reageren veel extremer dan normaal te verwachten is. Hun leven is gekenmerkt door instabiliteit, chaos, impulsiviteit, maar je ervaart in het contact dat er achter hun onredelijk gedrag en de uitdagende en agressieve facade een grote kwetsbaarheid schuilt. Omdat zij wisselen tussen normaal gedrag - wat zich onder meer uit in grote prestaties op artistiek of professioneel valk - en pathologisch gedrag dat niet meer invoelbaar is met een normaal inlevingsvermogen.

    4. Depressief = De client heeft een neerslachtigheid of verdriet die zich veel sterker uit in een apathie die alle levensfuncties aantast.  Denken, waarnemen, motoriek, alle functies zijn vertraagd en de client voelt zich totaal uitgeput. Diepe vertwijfeling en zelfhaat leiden ertoe dat de dood als enige uitweg wordt gezien.

    5. Manisch = De tegenpool van de depressieve client is overoptimistisch en boordevol energie, maar mist alle zelfkritiek. 

    6. Psychotisch = Cliënten wier realiteitsbesef grondig gestoord is en bij wie het contact bizar aanvoelt, zijn wellicht in een psychotische fase. 

    7. Organisch = Cliënten die suf, verward en ongecoördineerd overkomen, alarmeren mij in de richting van een mogelijke aantasting van het centrale zenuwstelsel, hetzij door een vergiftiging ten gevolge van overmatig alcoholgebruik, drugs of medicatie, het zij door een organisch letsel. 



  • Informatie geven tijdens een intake-gesprek; dit betreft zowel het inhoudelijke van wat therapie kan zijn als het formele kader waarmee therapie gepaard gaat. Welke informatie geef je zoal?
    1. inhoudelijke kader = goede informatie geven omtrent wat therapie inhoudelijk kan betekenen is niet eenvoudig. Het is dan ook cruciaal dat het eerste gesprek aan de client reeds een ervaring geeft van wat therapie kan zijn. 

    2. Informatie geven over wat inhoudelijk zal gebeuren of besproken tijdens de therapiesessies is complex, niet altijd goed tijdens het eerste gesprek. 

    3. Als blijkt dat na zorgvuldig exploreren de problematiek of de verwachtingen van de client niet overeenstemmen met wat ikzelf kan bieden, geef dan informatie over andere mogelijkheden. 

    4. geef aan dat de therapeutische relatie zich onderscheidt van een gewone relatie door de regels en de grenzen. De formele afspraken omtrent de duur van het gesprek, de frequentie van de afspraken, de betaling en de consequenties als afspraken niet worden nagekomen, onderlijnen het professionele karakter van de relatie. 

    5. Therapeut en client gaan min of meer een therapiecontract aan; er zijn overeenkomsten omtrent wat wel of niet tot de relatie behoort en binnen welke grenzen en met welke voorwaarden zij elkaar ontmoeten.

    6. je non-verbale communicatie is erg belangrijk. Laat een client niet een kwartier wachten, je geeft de boodschap dat de tijd er niet zoveel toe doet of dat de client niet belangrijk is, etc. Zorg dat je verbale afspraken congruent zijn aan je non-verbale boodschappen.

    7. Geef aan bij cliënten in je omgeving dat je je terughoudend zult gedragen als je ze elders tegenkomt.

    8. Een belangrijk element van het therapiecontract is de verzekering van mijn engagement tegenover de client. Als ik besluit met de client in zee te gaan, dan neem ik de verantwoordelijkheid in lief en leed aan zijn zijde te staan.

    9. beroepsgeheim = als therapeut praat je niet met anderen over de client, tenzij de client ervan op de hoogte is en zijn toestemming geeft. 
  • 2 Een therapeutische relatie

  • Waartoe dient een therapeutische relatie?
    Het is een middel om scheef gegroeide verhoudingen te herstellen en om de client een interpersoonlijke ruimte aan te bieden waarin zijn wordingsproces opnieuw op gang komt
  • Wat zijn de drie therapeutische grondhoudingen/zijnswijzen?
    Echtheid
    Empathie
    onvoorwaardelijk respect
  • Vertel over 'echtheid'...
    Elke therapeut heeft een eigen uitstraling en persoonlijke kenmerken. Als de therapeut op bepaalde terreinen geblokkeerd is, zal de client daar ook vastlopen. Pas als de therapeut in contact is met zijn eigen onderliggende ervaringsstroom, kan hij ook een levendige en persoonlijke aanwezigheid bieden. Dit is het resultaat van een intens en vaak jarenlang proces waarbij de therapeut grondig exploreert wat zich in zijn binnenwereld afspeelt. Een therapeut die goed in contact is met de eigen ervaringsstroom, brengt energie in de relatie die stimulerend is voor het groeiproces van de client.
    Bij de grondhouding 'echtheid' kunnen we in de therapiesituatie spreken van een dubbele gelaagdheid; er is bij de therapeut een onderliggende ervaringsstroom, die fungeert als de bodem waarop de reacties van de client terechtkomen.
    Er zijn twee fasen te onderscheiden in 'echtheid':
    - congruentie = de therapeut is in goed contact met zichzelf en hij kan zijn onderliggende ervaringsstroom goed doorvoelen (onderste laag) en hij is in staat te onderkennen wat er in hem bewogen wordt in relatie tot een bepaalde client (bovenste laag)
    - transparantie = dat de therapeut kan uitdrukken wat er in hemzelf leeft

    Als de therapeut niets voorwendt en zich zonder façade toont aan de client, ziet de client duidelijker dat de therapeut een mens is zoals hijzelf. Als een therapeut zijn werk serieus neemt, wordt hij juist door de interactie met zijn cliënten gestimuleerd tot meer congruentie. De ontdekkingen die de therapeut omtrent zichzelf doet, worden vaak gevolgd door belangrijke veranderingsmomenten bij de client.

    Met wat de client zelf binnenbrengt en wat dit aan gevoelens opwekt bij de therapeut is het juist heel belangrijk dat de therapeut - naast zijn geconcentreerdheid op de client - ook in feeling kan blijven met zijn eigen gevoelens en evt. aan de client iets kan teruggeven van wat zich in hem afspeelt. Met het communiceren van zijn eigen gevoelens bedoelt de therapeut op dat moment het ervaringsproces van de client te bevorderen. Dit kan een verdiepend effect hebben op de client, omdat hij zich uitgenodigd voelt om iets te mogen voelen waar voordien voor hem een taboe op lag. Wel is het belangrijk af te wegen of de client iets kan doen met de transparantie van de therapeut. Als de beleving van de therapeut te ver af ligt van de beleving van de client, zal transparantie van de therapeut eerder hinderend dan helpend zijn voor de client. Ook als de gevoelens van de therapeut een beoordeling van het gedrag van de client impliceren, werkt de transparantie van de therapeut remmend op de client. Een therapeut brengt slechts dan zijn eigen gevoelens in, in zoverre het de client van dienst kan zijn. Breng die eigen gevoelens in verteerbare porties voor de client in. Toets tevens onmiddellijk wat je verhaal betekent voor de client.

    Stel, een therapeut heeft een bepaald gevoel bij zijn client (b.v. ergernissen). Als hij te lang wacht om iets te doen met een dat aanhoudende gevoel, dan verliest hij het contact met de client en laat hij de client meestal doorploeteren in een onvruchtbare en vervreemdende zelfexploratie. Heftige gevoelens bij de therapeut over zijn client kunnen wegwijzers zijn naar eigen blinde vlekken. Het is dan raadzaam om daarmee naar collega's te gaan en daar de ruimte te nemen om het sterke geraakt worden te uiten, te onderzoeken en het een goede plaats te geven.

  • Vertel over 'onechtheid'...
    Een eerste niveau van onechtheid bestaat erin dat het gedrag en de uitingen van de therapeut niet overeenstemmen met wat hij innerlijk denkt en voelt.
    Voorbeelden: 
    - een client vraagt hoe de vakantie van de therapeut was. Zij reageert met 'goed, ook al was de vakantie b.v. niet goed. Het is niet zinvol om hier met de client over te praten.
    - Als een therapeut werkt op de automatische piloot, is er geen werkelijke betrokkenheid. De interactie is eerder vlak en kleurloos -> onechtheid
    - situaties waarin de therapeut zichzelf iets wijsmaakt door uiterlijke redenen aan te geven voor iets wat in feite met hemzelf te maken heeft of door zogenaamd in het belang van de client iets te doen waar eigenlijk het eigenbelang primeert. b.v. geen afspraak maken omdat de client je ergert of je voelt afkeer voor de client. 
    - een therapeut gaat v.v. niet dieper in op een pijnlijke beleving van de client, omdat het dan voor de client te veel zou kunnen worden, terwijl de therapeut zijn eigen angst voor diepe pijn heeft onderdrukt.
    - een therapeut weigert om toegankelijk of doorzichtig te zijn voor de client op een moment dat de client daar baat bij zou kunnen hebben. De therapeut verbergt  zijn bewuste hier-en-nu-gevoelen die momenteel belangrijk zijn.

    Deze vormen van incongruentie komen alleen maar aan het licht als de therapeut bereid is eerlijk te zoeken naar zijn eigen beweegredenen en van zichzelf kan aanvaarden dat er ook bij hem duistere kanten kunnen meespelen. Leertherapie, supervisie, intervisie, diverse vormen van bevraging van de eigen wijze van tussenkomen, maar ook commentaar van mensen uit de dagelijkse omgeving, zijn hulpmiddelen om te kijken naar de eigen incongruentie. 
  • Vertel over 'empathie'...
    Empathie is het vermogen om zich te verplaatsen in de leefwereld van de client en te horen wat er in die belevingswereld belangrijk is. De therapeut legt zijn eigen referentiekader terzijde en kijkt en voelt mee vanuit het referentiekader van de ander.
    Zowel de bewuste als de dieperliggende gevoelsbetekenissen die vervat liggen in wat de client aanbrengt, neem de therapeut op en geeft ze terug aan de client. Zo komt de client in feeling met aspecten die hij niet meer kon of durfde verwoorden en leert hij ervaringen waarvan hij vervreemd was opnieuw integreren in het geheel van zijn belevingswereld.

    Empathie heeft een binnenkant = de empathische zijnswijze, dat wat zich in de therapeut afspeelt, de interne stappen die de therapeut doorloopt vooraleer hij een respons geeft. Dit vereist wel een proces van leegmaken van de therapeut. Alles  wat je bezighoudt aan de kant zetten. Zo creëert de therapeut een open ruimte in zichzelf, waarin hij de ander kan ontvangen, zonder hem te vermengen met zijn problemen etc. Die ruimte staat ook open voor wie de therapeut antipathiek vindt of wie niet leeft overeenkomstig zijn waarden. Met heel zijn wezen stemt de therapeut zich af op de client zoals die zich aanmeldt.
    De ruimte van de therapeut is als een container waarin hij bevat wat de client aandraagt en van waaruit hij dingen minder of meer benoemd en verwerkt weer teruggeeft. Zijn levenservaring en zijn persoonlijke kenmerken zijn als de bodem en de wand van de container: daarmee resoneert hetgeen er binnenkomt en ze zijn bepalend voor het bevattingsvermogen en de sterkte van de container.
    Als de client zelf woorden gebruikt die aangeven hoe hij zich binnenin voelt, dan bewaart de therapeut die heel precies, want dat zijn aanknopingspunten die hij opnieuw zal gebruiken en die hij letterlijk overneemt. 
    Iemand die zich de empathische grondhouding wil eigen maken, moet in eerste instantie veel afleren.

    Empathie heeft een buitenkant = de communicatie van de empathische aanwezigheid, de talrijke expressievormen waarmee de therapeut zijn begrijpen uit, de wijze waarop de therapeut het exploratieproces in de client stimuleert en hem aanmoedigt om zijn beleving verder te expliciteren.
    Het is essentieel dat empathie effectief gecommuniceerd wordt, anders heeft de client er niets aan dat de therapeut zijn ervaring meebeleeft. Welke reactie de therapeut ook geeft, altijd bepaalt hij mee de richting van het proces in de client. De therapeut moet telkens opnieuw de eigenlijke 'stuurman', namelijk de innerlijke autoriteit in de client, oproepen, raadplegen, op de voorgrond brengen en uiteindelijk altijd het laatste woord geven.
    Wanneer de therapeut zich beweegt in het referentiekader van de client, geeft hij zijn begrijpen en aanvoelen vaak weer in een reflectie. Reflecties kunnen een krachtige vorm zijn om over te brengen dat je de client goed gehoord hebt, dat je wenst contact te maken op het niveau waar de client zich bevindt en dat je hem helpt zoeken om zijn innerlijke beleving meer naar buiten te brengen.

  • Wat zijn expressievormen van empathie?
    - de inhoud van de reflectie
    - de vorm van reflecties
    - andere uitingsvormen

    1. De inhoud van de reflectie: Stel; een client vertelt en vertelt. De therapeut weet op een gegeven moment niet meer wat hij vertelt en wat belangrijk is. Het is dan goed om te onderbreken. De therapeut onderbreekt hier omdat er anders teveel betekenisvol materiaal blijft liggen, maar ook om de client te laten weten dat er een gesprekspartner is die met hem interageert, die zijn woorden niet zomaar als een waterval over zich heen laat gaan, maar die opneemt wat er gezegd wordt.
    In plaats van de aandacht van de client nog meer naar buiten te richten, kan de tussenkomst van de therapeut de ervaring van de client tot leven brengen door de reactie van de client aan te voelen en die te articuleren en de client in contact te brengen met zijn beleving en het zelfexploratieproces op gang te brengen. 
    Het kan helpend zijn om de concrete situatie waarmee bepaalde gevoelens verbonden zijn te benoemen, of te onthouden welke de uiterlijke aanleidingen waren tot de reactie in de client.
    Soms kan de therapeut het wenselijk achten om een sleutelsituatie waarop de client een speciale of onbegrijpelijke reactie heeft, grondiger in de verf te zetten.
    In het verhaal van de client zit soms iets van een uitdrukking waaruit eer levendigheid spreekt of een bepaald onderdeel gaat gepaard met meer intensiteit in de stem of lichaamsgebaren. Als je dat opmerkt, licht dan dat element eruit, omdat het altijd aangeeft waar de energie van de client zit. Het gaat hier vaak om iets de client 'met zijn lichaam weet', wat zich uitdrukt in (kleine) lichamelijke reacties. Doordat de therapeut die signalen ontvangt en accentueert, krijgt de client een stimulans om wat er in hem leeft te doorvoelen en zich scherper bewust te worden van de richting die zijn lichamelijk weten aandraagt. 
    Soms vertelt een client veel dat voor hemzelf al duidelijk is, maar hij wil de therapeut graag op de hoogte brengen. Daarbij gaat mijn aandacht vooral naar wat voor de client nog onduidelijk is.
    Als de client zelf reeds iets verwoordt van wat hij beleeft in relatie tot de gebeurtenissen, houd ik die uitdrukkingen zorgvuldig bij, omdat daar een specifieke lading voor de client mee verbonden is. Met de uitdrukking van de client te herhalen, geef ik een erkenning aan de ervaring van de client. Bij het reflecteren op de gevoelsgeladen woorden, respecteer je de kwaliteit en de intensiteit van wat de client uitdrukt, maar reflecteer niet zonder meer woorden als 'machteloos', 'hopeloos', 'uitzichtloos'...
    Wanneer de client een intense emotionele ervaring onder woorden probeert te brengen, is het belangrijk dat de client kan voelen dat de therapeut die emotie niet minimaliseert, maar in zijn volle intensiteit respecteert en rustig teruggeeft.
    De therapeut bedoelt met zijn empathische respons niet alleen ondersteunend te zijn maar ook stimulerend in een richting dat de client zijn beleving verder exploreert en tot een nieuw begrijpen van zichzelf kan komen.

    Bij empathie is het niet de bedoeling dat de therapeut de client naar de waarheid leidt, maar dat hij wijst in de richting van iets dat de client bijna zelf ziet, zodat het voor de client voelt als een eigen ontdekking. Diepgaande empathie kan sterk gelijken op een interpretatie, maar het verschil zit vooral hierin dat een interpretatie afkomstig is uit het referentiekader van de therapeut, terwijl empathie ontspruit aan het invoelen in het referentiekader van de client.

    2. De vorm van reflecties:
    Als een client iets vertelt is het niet de bedoeling dat de therapeut 'vast-stelt' wat het betekent voor de client, de reflectie van de therapeut is bedoelt een stimulans te geven tot binnenin toetsen, verder bewegen en exploreren.
    De therapeut laat een open focus enerzijds door zijn reflecties in vragende vorm aan te bieden, anderzijds door een accent te leggen waarbij de client uitgenodigd wordt om kleur te bekennen.
    Met het gebruiken van een metafoor of beeldtaal, kan de therapeut iets evoceren dat enerzijds aansluit bij de beleving van de client maar anderzijds zijn beleving op levendige wijze opent voor ervaringswijzen waar de client nog niet mee in contact was maar die dan onmiddellijk in zijn bereik kunnen komen.

    3. Andere uitingsvormen:
    Stel zo min mogelijk gesloten vragen, de client vervalt daarbij in een passieve rol doordat hij alleen ja of nee kan antwoorden. Stel open vragen, waar de client dieper in zichzelf op zoek moet gaan.
    Een empathisch ingestelde therapeut zal niet vlug vragen stellen naar het waarom, omdat dat waarschijnlijk een rationele verklaring uitlokt en bovendien snel een beschuldigend karakter krijgt. 
    Als een therapeut veel twijfels hoort doorklinken in het verhaal van de client, kan hij b.v. voorstellen dat de client wat meer tijd zal nemen om te voelen, of wijs de client er op hoe hij zit of reageert. Dit is een procesdirectief.
    Empathie kan ook non-verbaal geuit worden: gelaatsuitdrukkingen, lichaamshouding, de toon waarop iets gezegd wordt. Niet spreken is soms een krachtig empathisch antwoord. Stilte geeft de ruimte waarin iets werkelijk kan doorvoeld worden.
    Op zeldzame momenten kan de therapeut zijn betrokkenheid nog het best vorm geven door de client aan te raken.

    Het empathisch proces is niet alleen verdiepend, maar ook confronterend en vernieuwend. Ervaringen uit het verre en nabije verleden worden op hun huidige betekenis onderzocht en de complexe innerlijke ervaring die soms al jaren werd meegedragen, krijgt woorden en kan zich daarmee tot een nieuw ervaren ontwikkelen.
    De client is de expert van de beleving, de therapeut opent wegen om daarmee in contact te treden.
  • Vertel over 'onvoorwaardelijk respect'...
    De therapeut creëert interpersoonlijke veiligheid door de client onbevooroordeeld tegemoet te treden en hem te ontvangen zoals hij komt, zonder evaluatie of kritiek. 
    De therapeut geeft een soort van gronding aan de client door de onvoorwaardelijke bevestiging van het feit dat hij bestaat. De concrete uiting hiervan gebeurt merendeels op non-verbaal niveau, zoals b.v. de wijze van begroeting bij het komen en gaan.
    Op een niet-beoordelende manier aanwezig zijn druist in tegen de mentale reactie die we doorgaans in de wereld ontmoeten. 
    Onvoorwaardelijke aanvaarding betekent niet dat de therapeut het gedrag van de client goedkeurt of dat hij instemt met iemands handelwijze. Het betekent veeleer dat de therapeut zijn eigen meningen kan opschorten en een ruimte creëert waarin de client, met de ondersteuning van de therapeut, kan op zoek gaan naar de betekenis van zijn gedrag. 
    De acceptatie van de client niet verbinden aan voorwaarden, het verdragen dat de client anders reageert, het toestaan van autonomie, niet vanuit eigen belangen bezorgd zijn, niet gehecht zijn aan onmiddellijke resultaten, dat is net wat de therapiesituatie zo anders maakt dan de meeste leefrelaties. Maar juist daardoor krijgt de client de ruimte om bij zichzelf te zoeken naar de diepere redenen van het gedrag dat voor hemzelf ook problematisch is.
    Als bepaalde gedragingen van een client voor mij zeer gevoelig liggen, dan neem de therapeut die client niet in therapie.
    De therapeut is gemotiveerd om samen met de client de zinvolheid van zijn huidige gedrag te ontdekken. De therapeut gelooft dat als hij erin slaagt dieper door te dringen tot de betekenis, er zich iets nieuws kan openen voor de client, dat hem in staat stelt om wezenlijk te veranderen en te groeien. Dit impliceert ook dat de therapeut erop vertrouwt dat de ware bron in de client zelf aanwezig is, als een stille innerlijke stem die gevoeld wordt als ze de juiste aandacht krijgt en dat de therapeut hem steunt om die positieve kracht vanonder de dikwijls enorme bezwarende lagen op te delven.
    In de relatie tussen client en therapeut groeit er gaandeweg genegenheid en waardering.
    Het behoort tot de ethiek van de therapeut dat zijn eigen behoeften niet zijn houding tegenover de client bepalen. Deze belangeloze opstelling, het toegewijd zijn aan de client en de bereidheid om de situatie vanuit het gezichtspunt van de client te benaderen, maakt dat de therapeutische eros niets heeft van zoet sentiment, maar dat het te vergelijken is met de meest zuivere vorm van liefde. Het gaat hier om een dynamische manier van zijn waarbij de therapeut zich op niet-possessieve wijze openstelt en verbindt om het beste van zichzelf te geven. Een dergelijk gevoel van liefde schept de context waarin cliënten kunnen helen en op natuurlijke wijze uitbloeien tot hun hoogste potentieel. De capaciteit tot liefhebben is iets dat groeit en dat het resultaat is van discipline en ervaring.
    De reden dat de therapeut belangeloos aanwezig kan zijn bij zijn clienten heeft veel te maken met de wijze waarop hij buiten de therapiesituatie investeert in het uitbouwen van goede relaties, waardoor hij aan zijn trekken komt, gevoed wordt en ook gecorrigeerd wordt. Het heeft te maken met zorgzaam en liefdevol met zichzelf omgaan. Het wordt geschraagd door zijn discipline van meditatie, waarbij hij oefent in concentratie, eigen gehechtheden leert onderkennen en loslaten, thuiskomt in de stille vredige ruimte van zichzelf.

    Er is sprake van een structuur in een professionele therapierelatie. Er is een rolverdeling, waarbij de tijd er is voor de client en de therapeut geen verwachtingen heeft voor zichzelf. Het optimaal beschikbaar zijn van de therapeut wordt mogelijk gemaakt doordat er grenzen zijn aan het contact. 
    De structuur geeft betrouwbaarheid aan de relatie (de therapeut is er elke keer weer, ongeacht het gedrag van de client en de omstandigheden).
    Het engagement en de toewijding van de therapeut uit zich in het niet willekeurig afspraken laten vallen, op tijd beginnen met de sessies, bij verlofperiodes ruim op voorhand de client verwittigen en evt. voorzorgsmaatregelen met de client bespreken, door dik en dun de relatie handhaven.
    Therapie is zorg dragen, maar niet verzorgen. De therapeut mag niet de redder van de client worden of het roer over het leven van de client in handen nemen.
    Door de grenzen te handhaven en de formeel-ethische regels te respecteren, frustreert de therapeut de client soms, maar biedt hij vooral veiligheid en stimulans tot verdere ontwikkeling. Het ervaren van de grenzen verschaft veiligheid, het weten dat er regels zijn die gerespecteerd worden geeft zekerheid.
    Overbezorgde of overactieve therapeuten worden misschien tijdelijk sterk geapprecieerd door cliënten en hun omgeving, maar ze verliezen uit het oog dat ze de client infantiliseren en de omgeving van de client buiten spel zetten. 
    De therapeut zit altijd in de tweeledige rol dat hij observeert en participeert aan het leven van de client, dat hij waarnemer en deelnemer is.

    De drie grondhoudingen zijn onderling verweven. Empathie en respect werken maar in zoverre de client kan voelen dat de therapeut authentiek is in die zijnswijzes. Empathie wordt levendiger naarmate de therapeut er de kleur van zijn eigen persoon in laat doorstralen  en warmte en aanvaarding zijn niet denkbaar zonder de persoonlijke stijl waarmee de therapeut er in de communicatie vorm aan geeft. 
    Empathie is zuiver in zoverre ze kan vertrekken van een 'opgekuiste bodem', waarbij eigen moeilijkheden niet geprojecteerd worden op de client en eigen gevoeligheden niet vermengd worden met de waarneming van de ander. 
    De therapeut die zichzelf kan beleven als betrokken op anderen maar ook losstand van anderen, geeft de client de vrijheid om zich tot een afzonderlijke persoonlijkheid te ontplooien, die als volwassene in staat is om het beste van zichzelf te geven aan de gemeenschap waarin hij leeft. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Geef puntsgewijs weer hoe een eerste gesprek bij een therapeut eruit kan zien
1
Welke componenten zitten er in een gesprek?
1
Wat is een relationele component?
1
Wat is een taakgerichte component?
1
Pagina 1 van 4