Samenvatting Goederenrecht.

-
ISBN-10 9013026168 ISBN-13 9789013026160
105 Flashcards en notities
16 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Goederenrecht.". De auteur(s) van het boek is/zijn W H M Reehuis. Het ISBN van dit boek is 9789013026160 of 9013026168. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Goederenrecht.

  • 1 Algemene inleiding

  • J en A spreken af dat J de parkeerplaats van A mag gebruiken. A verkoopt zijn huis en de parkeergarage aan L. J wil zijn auto in garage van L parkeren. Wat is de Juridische kwalificatie van de afspraak tussen J en A?

    J heeft een relatief recht (verbintenissenrecht): recht die slechts tussen een bepaald aantal mensen gelden.blaauboer-berlips

  • J en A spreken af dat J de parkeerplaats van A mag gebruiken. A verkoopt zijn huis en de parkeergarage aan L. J wil zijn auto in garage van L parkeren. Waarom J noch van L, noch van A kan eisen dat hij de parkeergarage mag blijven gebruiken?

    A verkoopt zijn huis en de parkeergarage aan L. Nakoming is onmogelijk. L is nieuwe eigenaar. J kan een schadevergoeding vanwege tekortkoming in de nakoming (6:74) vorderen.

  • J en A spreken af dat J de parkeerplaats van A mag gebruiken. A verkoopt zijn huis en de parkeergarage aan L. J wil zijn auto in garage van L parkeren. Waarom had J sterker gestaan als hij een goederenrechtelijk recht bij A had bedongen?

    Immers zou J dan zijn verworven rechten tegenover een ieder (dus ook tegenover A en L) kunnen inroepen.

  • A overdraagt  zijn landerijen aan B. Bij de overdracht bedingt A een erfdienstbaarheid omdat hij zich ervan wil verzekeren dat B en zijn rechtsopvolgers noch zijn uitzicht noch zijn rust zullen verstoren.

    Hoe beoordeelt u de rechtsgeldigheid van deze erfdienstbaarheid?

    1. Het de eigenaar van het grasveld verboden is feesten op het terrein te organiseren
    2. de eigenaar van het grasveld gehouden is ieder 4 weken (met uitzondering van de wintermanden) het grasveld te maaien.

    1 Het verbood om feesten te organiseren betreft het "niet te doen"' van iets

     

    Dit kan, gezien art. 5:71 lid 1 BW rechtsgeldig bedongen worden.

     

     

     

    2  art. 5:71 lid 2 BW bepaalt dat de last van een erfdienstbaarheid ook een

     

     

     

    onderhoudsverplichting (i.c. het maandelijks maaien van het gras) met zich

     

     

     

    mee kan brengen. of is het  noodzakelijke verplichting  voor de goede

     

     

     

    uitvoering van de erfdienstbaarheid? Dit neemt niet weg dat een

     

     

     

    onderhoudsplicht wel wettelijk toegestaan is in geval van een

     

     

     

    erfdienstbaarheid.

     

     

     

  • Kenny bouwt in de tuin van R een houten botenhuis en koopt een boottrailer op wielen die hij in de tuin neerzet.

    Wie is eigenaar van het

    a  botenhuis

    b bootrailer

    1a Botenhuis is onroerend volgens art 3:3. Onroerend zijn gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd 

    1b Roerend zijn alle zaken die niet onroerend zijn. Bootrailer is een roerend zaak.

  • Joe heeft een speedboot. Tommy heeft een motor. Tommy en Joe monteren gezamenlijk de motor op de boot. Wie is hiervan de goederenrechtelijke consequentie?

    Wordt een van beide zaken bestanddeel?

    Ja  motor.

    Is er sprake van novum?

    Nee, 5:14, 5:15

    Is er een hoofdzaak? Volgens waardeverhouding boot

    Eigenaar Tommy hoofdzaak (boot) wordt eigenaar nieuwe zaak(boot met motor).

  • Merel heeft de opdracht aan een kunstenaar Frederik   om metalen platen en houten planken uit zijn atelier een moderne nieuwe dossierkast voor haar te maken. Als de kast klaar is, besluit Frederik de kast zelf te houden.Hij is eigenaar van de kast is geworden doordat hij hem heeft gebouwd van materialen die hem toebehoren.

    Wordt een van beide zaken bestanddeel? Ja , materialen

    Is er sprake van novum?

    Ja, een nieuwe kast

    Heeft de zaakvormer voor zichzelf gevormd tegen niet geringe kosten?

    Nee, in opdracht van Merel

    5:14, 5:15

     Is er een hoofdzaak? (volgens verkeersopvatting of waardeverhouding?

    Eigenaar van de oorspronkelijke zaken wordt eigenaar.

  • A leent aan hem toebehorende drachtige merrie uit aan B. De merrie bevalt in de stal van B. Wie is eigenaar van het veulen?

    1) A

    2)B

    3) Beiden: ze zijn mede eigenaar geworden.

    1) A

  • Op het grond van D is het recht van opstal gevestigd van J.

    J heeft op die grond een stal gebouwd voor zijn ezel Cor.

    Het recht van opstal is teniet gegaan. Wie is eigenaar van de stal en Cor?

    a)D is eigenaar van de stal, maar niet van Cor

    b) D is eigenaar van de stal en van Cor

    c) J is eigenaar van de stal en van Cor

    a) D is eigenaar van de stal, maar niet van Cor

  • Welk van de onderstaande rechten is altijd een afhankelijk recht en kan worden gevestigd op een onroerende zaak?

    1) vruchtgebruik

    2) erfdienstbaarheid

    3) opstal

    2)erfd-d

  • 1.1 ÒefenMC opdracht

  • w1 Opdracht beslag: M maakt in opdracht van K een bronzen beeld.

    M gebruikt voor beeld brons dat toebehoort aan M en F.De totsandkoming van het beeld neemt enkele weken in beslag.

    Wie is / zijn na de totstandkoming van het beeld eigenaar van het kunstwerk?

    1  M

    2 M en F

    3 K

    3k

  • 1.1.1 Oefen MC mede-eigenaar

  • A en B kopen samen een auto. de auto wordt aan hen beiden geleverd, waardoor A en B mede-eigenaar worden.

    A en B gaan uit elkaar. A verkoopt zijn aandeel in de auto en levert aan Betty`s nieuwe partner.

    De auto staat op dat moment bij de garage voor een grote beurt.

    Kan A zijn aandeel verkopen en leveren?

     

    2Ja, zowel de verkoop als de  levering zijn mogelijk.

  • 1.1.1.1 Oefen MC roerende/onroerende

  • Telecommaatschappij NPK legt een glasvezelnetwerk aan. Huiseigenaar G heeft NPK contractueel toestemming verleen om onder zijn perceel de benodigde kabel te trekken.

    Het perceel was reeds voordien belast met een hypotheekrecht van de B-bank. Na de aanleg van het netwerk stelt de B-Bank dat haar hypotheekrecht zich ook uitstrekt over de glas vezelkabel die onder het perceel van Gehrels ligt.

    Welk van de volgende alternatieven is juist?

     

    2 De kabel is weliswaar onroerend geworden maar eigendom gebleven van npk, zodat deze niet onder het hypotheekrecht van de b-bank valt

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

  Feline, eigenaresse van een boetiek in de Leidsestraat, verkoopt op een drukke zaterdag een hippe spijkerbroek aan Ferd waarbij ze afspreken dat laatstgenoemde de spijkerbroek komt ophalen wanneer deze is ingekort. Tot die tijd zal zij de broek voor Ferd houden. Terwijl Feline in gesprek is met Ferd, steelt Merileen een trendy top. Vervolgens leent Feline een jurk uit aan Flore die de jurk wil gebruiken voor een fotoshoot. Wanneer Flore thuiskomt besluit ze de jurk voor zichzelf te houden. Welk van de onderstaande alternatieven is juist?       1.         Alleen Ferd is bezitter geworden van zijn kledingstuk, Merileen en           Flore zijn houders.       2.         Ferd is houder en Flore en Merileen zijn bezitter geworden van hun          kledingstuk.   3.         Ferd en Merileen zijn bezitter, Flore is houder.                  

Ferd en Merileen zijn bezitter, Flore is houder.

 

10. Welk van de volgende uitspraken is juist? 1. Anders dan een bezitter wordt een houder niet vermoed te goeder trouw te zijn. 2. De vordering van art. 3:295 BW kan in beginsel ook worden uitgeoefend tegen de eigenaar van de zaak. 3. Op degene die een zaak gaat houden voor een ander rust een onderzoeksplicht m.b.t. de bevoegdheid van degene voor wie hij gaat houden.

1. Anders dan een bezitter wordt een houder niet vermoed te goeder

trouw te zijn

Dirk huurt al geruime tijd een eengezinswoning van Edgar. De neef van Dirk,     Frederik, zou ontzettend graag in het huis willen wonen en vraagt Dirk, in de         veronderstelling dat Dirk eigenaar is, of deze het huis aan hem wil verkopen.          Dirk ziet hier wel wat in. Hij besluit naar Edgar te gaan en onder bedreiging        verkoopt en levert Edgar het huis voor een lage prijs aan Dirk. Vervolgens    verkoopt en levert Dirk het huis met flinke winst door aan Frederik, die van de        voorgeschiedenis niets afweet.             Welk van de volgende alternatieven is juist?               1.         Edgar is eigenaar gebleven van het huis.         2.         Frederik is eigenaar geworden van het huis en blijft dat ook wanneer                        Edgar zijn koopovereenkomst met Dirk terugdraait op grond van de                        bedreiging.         3.         Indien Edgar de overdracht aan Dirk terugdraait op grond van de                                    bedreiging eindigt het eigendomsrecht van Frederik zonder                                             terugwerkende kracht.

   2.         Frederik is eigenaar geworden van het huis en blijft dat ook wanneer                        Edgar zijn koopovereenkomst met Dirk terugdraait op grond van de                        bedreiging.

Griselda schaft bij “De Kunstwinkel” een schilderij van een vergezicht bij            Meppel aan en geeft het schilderij ten geschenke aan haar verloofde Geert-      Maarten. Laatstgenoemde vindt het schilderij prachtig maar merkt wel op dat het schilderij hem doet denken aan een kunstwerk dat bij zijn goede vriendin      Willemien aan de wand hangt.Wanneer Willemien op bezoek is, herkent zij             het schilderij als het hare; het is enige weken geleden uit haar huis gestolen.      Zij wil het schilderij terug!             Wat is juist?         1.         Willemien mag het schilderij revindiceren omdat het hier om een                          gestolen goed gaat.       2.         Willemien mag het schilderij revindiceren aangezien Geert-Maarten                      niet te goeder trouw was toen hij het schilderij verkreeg.               3.         Willemien mag alleen revindiceren als zij kan aantonen dat Griselda              bij haar aankoop niet te goeder trouw was.  

  3.         Willemien mag alleen revindiceren als zij kan aantonen dat Griselda              bij haar aankoop niet te goeder trouw was.

 

19. Babette steelt de gouden armband van Annemarg. Na een half jaar schenkt Babette de gouden armband aan Chantal die niet op de hoogte is, of behoeft te zijn, van de diefstal. Nadat Chantal de armband al ruim een jaar om haar arm draagt, klapt Babette plotseling uit de school en vertelt Chantal van de diefstal. Is Chantal bezitter te goeder trouw? 1. Nee, Chantal is niet te goeder trouw nu ze van de diefstal op de hoogte is. 2. Ja, op het moment dat ze bezitter werd, was ze te goeder trouw. 3. Nee, Babette is beschikkingsonbevoegd zodat Chantal überhaupt geen bezitter is geworden

2. Ja, op het moment dat ze bezitter werd, was ze te goeder trouw.

Jean, een fervent paardenliefhebber die vanwege zijn slechte rug niet zelf meer kan paardrijden, is op zoek naar een mooi rijkoetsje. Aangezien hij van rijkoetsen niet zoveel verstand heeft schakelt hij Willem in, een bevriende koetsenkenner, die wel een leuke koets weet te staan bij een handelaar. Jean spreekt met Willem af dat laatstgenoemde de koets in eigen naam zal kopen maar voor rekening en risico van Jean. Willem koopt de koets, zoals afgesproken in eigen naam, op 30 oktober 2009. Op 3 november 2009 haalt Willem de koets op bij de verkoper en stalt de koets in zijn paardenstal waar Jean de koets op 7 november 2009 ophaalt. Welke stelling is juist? 1. Jean is geen eigenaar van de koets geworden omdat Willem de koets in eigen naam heeft gekocht en er tussen de verkoper en Jean dus geen geldige titel bestond. 2. Jean is eigenaar van de koets geworden op 3 november 2009. 3. Jean is eigenaar van de koets geworden op 7 november 2009

2. Jean is eigenaar van de koets geworden op 3 november 2009.

17. Ella koopt in een fietsenwinkel een fiets en krijgt deze onder eigendomsvoorbehoud geleverd. Wanneer zij binnen de afgesproken termijn nog altijd niet de koopprijs heeft voldaan, beroept de fietsenwinkel zich op het eigendomsvoorbehoud en vordert afgifte van de fiets. Welk van de volgende alternatieven is juist. 1. Ella is nooit bezitter van de fiets geweest; 2. Zolang Ella de fiets in haar macht heeft, blijft zij daarvan bezitter; 3. Het inroepen van het eigendomsvoorbehoud heeft enkel tot gevolg dat

1. Ella is nooit bezitter van de fiets geweest;

9.         Fabrikant Motarola verkoopt en levert 4 autobanden aan garagebedrijf Qlusser    onder het beding dat hij eigenaar blijft totdat de koopprijs is betaald. Qlusser          zet de autobanden onder een oude Jaguar die bij hem in de garage te koop       staat.Karel is al tijden op zoek naar een oude Jaguar en is meteen verkocht           wanneer hij de garage van Qlusser binnenloopt. Hij betaalt de auto contant en             rijdt ermee weg. De dag erna gaat Qlusser failliet zonder de koopprijs van de 4             autobanden aan fabrikant Motarola te hebben betaald. Vallen de autobanden in             de boedel van Qlusser?         1.         Nee, Karel is eigenaar van de autobanden geworden.       2.         Nee, Motarola is nog eigenaar omdat hij heeft verkocht en geleverd                      onder eigendomsvoorbehoud.       3.         Ja, ze vallen in de boedel van Qlusser want die was                                                     beschikkingsonbevoegd om de autobanden door te verkopen.               .      

  1.         Nee, Karel is eigenaar van de autobanden geworden

10.       Boer Marius geeft op 15 augustus een maaimachine in verbruikleen (7A:             1792) aan zijn broer Freddy. De machine wordt op 19 augustus door Freddy      aan Karel overgedragen, waarbij de twee afspreken dat de machine voorlopig      in de schuur van Freddy blijft. Op 21 augustus wordt de overeenkomst tot          verbruikleen tussen Marius en Freddy ontbonden. De machine staat op dat       moment in de schuur van Freddy             Na ontbinding is:               1.         Karel bezitter en eigenaar van de machine.             2.         Freddy bezitter van de machine en Marius eigenaar.             3.         Karel bezitter van de machine en Marius eigenaar.

  1.         Karel bezitter en eigenaar van de machine.

14.       Marijke heeft haar motorjack in de garderobe op haar werk hangen. Sammy,        haar collega, vindt het jack zo leuk, dat hij het op een avond, 1 oktober 2009,   gewoon uit haar kluisje haalt en mee naar huis neemt. Twee jaar later, op 1        oktober 2011 verkoopt en levert hij de jas voor € 400 aan zijn verre vriend Lex    die niets van de diefstal weet, onder het beding dat Sammy de jas nog één jaar      zelf mag dragen en voor die duur de jas onder zich houdt. Wanneer krijgt Lex     een onaantastbaar eigendomsrecht?               1.         Op 1 oktober 2011             2.         Op 2 oktober 2012             3.         Op 2 oktober 2029  

2.10.2012