Samenvatting Grammatica van de Nederlandse zin

-
ISBN-10 9044130544 ISBN-13 9789044130546
166 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Grammatica van de Nederlandse zin". De auteur(s) van het boek is/zijn Willy Vandeweghe. Het ISBN van dit boek is 9789044130546 of 9044130544. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Grammatica van de Nederlandse zin

  • 15.1 Wat?

  • Wat is de lexicale kern van de nominale constituent?
    Een nomen
  • Wat is er, naast het nomen, nog cruciaal in de nominale constituent?
    De determinator
  • Zie p.164 voor het basisschema van de NC
  • 15.2.1 Syntactische en morfologische valentie

  • Welke woorden zijn de-woorden?
    Mannelijk en vrouwelijk genus + meervoud
  • Welke woorden zijn het-woorden?
    Onzijdig genus
  • Welke twee morfologische eigenschappen kenmerken de meeste zn's?
    Mogelijkheid tot meervoudsvorming en verkleinwoordvorming
  • Kunnen de- en het-woorden van categorie veranderen?
    Ja
    • verkleinvorm: de boom, het boompje
    • meervoudsvorm: het paard, de paarden
  • Kunnen woorden uit andere categorieën de syntactische valentie van het zn overnemen?
    Ja, door morfologische of syntactische nominalisering of in zelfnoemfunctie
  • Wat is morfologische nominalisering?
    Een woord stapt over naar een andere woordcategorie en neemt de morfologische kenmerken over
    • adjectief => substantief: de zieke
    • werkwoord => substantief: de vangst
  • Wat is syntactische nominalisering?
    Een woord neemt de syntactische valentie over zonder van categorie te veranderen: het opstijgen (van het vliegtuig)
  • Wat is de zelfnoemfunctie?
    Er wordt verwezen naar de woordvorm, de betekenis wordt buiten beschouwing gelaten: Zijn 'hm' was veelbetekenend.
  • 15.2.2 Soorten

  • Wat is het verschil tussen een soortnaam en een eigennaam?
    Een soortnaam duidt een verzameling aan, een categorie van referenten: De kwajongen liep weg. 

    Een eigennaam duidt een uniek individu aan: Bertje liep weg.
  • Wat is het verschil tussen een telbaar en een niet-telbaar zn?
    Bij een telbaar zn is meervoud/enkelvoud-onderscheiding mogelijk: twee, drie...

    Bij een niet-telbaar zn is dit niet mogelijk, want de referent van het zn wordt niet als individu gezien: Hij heeft een handeltje in zand/een goed stel hersenen...
  • Wat is het verschil tussen een collectief en een niet-collectief zn?
    Een niet-collectief zn verwijst naar individuele personen of voorwerpen

    Een collectief zn verwijst naar een collectiviteit: de directie, het personeel, het volk, de kudde...
  • 15.3.1 Bepaald en onbepaald

  • Welke vormen kent het bepaalde lidwoord?
    De en het
  • Welke vormen kent het onbepaalde lidwoord?
    Een
  • Wat is de basisfunctie van de determinatie?
    Aangeven of de referent van het zn al deel uitmaakt van het kennisgeheel/interpretatiedomein
  • Wat geeft een onbepaalde determinator aan?
    De referent van het zn wordt nieuw toegevoegd: Pa, er zit een muis onder de kast.
  • Wat geeft een bepaalde determinator aan?
    De referent van het zn is al actief: Ik heb de muis verjaagd.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Hoe kunnen we de kern van een bepaling opsporen als zowel kern als bepaling nominaal zijn?
  1. congruentieproef: we zorgen ervoor dat de zn’s in getal van elkaar verschillen en maken de NC tot subject van de zin. We gaan dan na op welk zn de persoonsvorm zich richt: In de vaas staat een bos bloemen.
  2. weglatingsproef: kern kan je moeilijker weglaten: het paleis van koningin Beatrix => Het paleis van Beatrix
Wat zijn normbetrokken hoeveelheidswoorden?
Ze brengen de grootte van een verzameling in verband met een richtnorm. Deze wordt...
    • bereikt: Er is genoeg plaats.
    • overschreden: We hebben te veel geld.
    • niet gehaald: We hebben te weinig geld.
Geef een aantal voorbeelden van bijvoeglijke hoeveelheidswoorden die existentiële kwantificatie uitdrukken
Sommige, enkele, wat, enig(e): Sommige bestelwagens waren niet van een nummerplaat voorzien., Ik heb wat boter/boeken voor je meegebracht.
Waar kan de woordsoortinformatie vermeld worden?
Onder de betreffende woorden
Wat kan er extra toegevoegd worden aan een boomschema?
  • extra-labels voor de kop- en staartbepalingen
  • tussenlabels voor als de sub-constituent ook uit verschillende onderdelen bestaat
  • driehoek als samenvattingsteken
  • soms is er recursiviteit van een bepaald label, bv. als er meerdere NC’s zijn
Welke boomschema's bestaan er om de structuur van een NC weer te geven?
  • vlakke structuur: alle lijnen vertrekken vanuit de knoop NC
  • gelaagde structuur: werken met binair vertakkende knopen
Hoe wordt de structuur van een NC weergegeven?
In een boomschema
Wat doen marginale bepalingen (kop- en staartbepalingen)?
  • ze leggen de band met een ruimer interpretatiekader
  • ze bevinden zich in de marge van de NC: kop of staart: zelfs die lieve man, die lieve man zelfs
Wat is een uitbreidende nabepaling?
Een bijstelling of appositie: twee opeenvolgende NC’s zijn onderling verwisselbaar: Jaap, onze sympathieke coach, is van de ladder gevallen. 
Wat is een beperkende nabepaling?
De nabepaling is identificerend of specificerend: de kern noemt de categorie van de referent, de nabepaling de identiteit: Mijn nichtje Annie is niet naar het feest gekomen.