Samenvatting Gray's Anatomy

-
315 Flashcards en notities
11 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Gray's Anatomy". De auteur(s) van het boek is/zijn Richard Drake. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Gray's Anatomy

  • 1 anatomie basis & bewegingsleer

  • axiale skelet
    schedelskelet, wervelkolom, ribben, borstbeen. (de rest is het appendiculaire skelet: de ledematen). 
  • kraakbeen
    een avasculaire vorm van bindweefsel, bestaat uit extracellulaire vezels, ingebed in een matrix dat cellen bevat in kleine holte. 
  • veel collageen in het kraakbeen
    hebben gewichtdragende delen van onrekbaar kraakbeen (die veel kracht moeten leveren ook soms). 
  • functies van kraakbeen
    voorzien van zachte weefsels, voorzien van een glad en glijdend oppervlak voor bolgewrichten en lange botten in staat stellen te groeien en ontwikkelen
  • hyaline kraakbeen
    meest normaal, matrix bevat matige hoeveelheid collageen (gewricht oppervlakken van botten)
  • elastisch kraakbeen
    matrix bevat collageen vezels samen met een groot aantal elastische vezels (oor)
  • fibrocartilage, vezelkraakbeen
    matrix beperkt aantal cellen en grond substantie temidden van een grote hoeveelheid collageen (tussenwervelschijven). 
  • intercellulaire verkalkte matrix
    bestaat uit collageen vezels en verschillende typen cellen, deel van het bot
  • sponsachtig bot
    dit bot zit om holtes die bloedvormende cellen bevatten (merg)
  • compacte bot
    omgeeft het sponsachtige bot
  • tubulaire / cubitale / platte / onregelmatige / sesamoid botten
    lange / korte / twee compacte botplaten afgescheiden door sponsachtig bot / verschillende vormen botten / ronde of ovale botten die pezen vormen
  • 'voedsel'voorziening van het bot 
    botten zijn vasculair, een aangrenzend bot geeft een voedend bloedvat per bot aan de interne holte 
  • externe bekleding van het bot (behalve bij het gewricht)
    periosteum
  • zenuwvezels die het periosteum voorzien
    vasomotor vezels (vooral mee naar de interne holte, reguleren de bloedstroom) en sensorische zenuwvezels gaan mee met de bloedvaten het bot in. 
  • intramembrane ossificatie
    mesenchymale modellen van botten ondergaan ossificatie
  • endochondrale ossificatie
    kraakbeen modellen van botten vormen een mesenchym en ondergaan ossificatie
  • rood beenmerg (myeloide weefsel)
    rode en meeste witte bloedcellen in het merg
  • geel beenmerg
    een paar witte bloedcellen, dit beenmerg wordt echter gedomineerd door grote vet globules 
  • hemapoetische stamcellen
    zitten in het beenmerg voor witte bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes
  • mesenchymale stamcellen
    zitten in het beenmerg voor structuren die bot, kraakbeen en spieren vormen. 
  • proces van een breuk 'repareren'
    breuk -> bloedproppen (meer bloedvaten) -> jelly-achtige matrix -> + meer collageenproducerende cellen migratie -> calcium hydroxyapatite vorming (osteoblasten) -> onoplosbare kristallen -> bot matrix
  • cellulaire dood van botten door (tijdelijk) verlies van bloedaanvoer
    avasculaire necrosis (treedt veel op in de femelaren nek)
  • mineraal dichtheid in het bot verlaagd
    osteoporosis 
  • synoviale gewrichten
    gewricht waarbij de elementen worden gescheiden door een holte. een laag van hyaline kraakbeen bedekt de oppervlakten, er is een gewrichtskapsel aanwezig (binnenste synoviaal membraan en buitenste vezelachtig membraan), slijmbeurzen en peesscheden, vaak extra structuren als gewrichtschijven of vetschijven voor het opvangen van druk. 
  • vlakke gewrichten
    deze gewrichten zorgen voor glijdende bewegingen bot-bot
  • scharniergewrichten (bijvoorbeeld de elleboog)
    deze gewrichten zorgen voor beweging van 1 as dat transversaal door het gewricht gaat, zorgen voor flexie en extensie
  • draaigewrichten
    deze gewrichten zorgen voor beweging van 1 as dat longitudinaal door de schacht van het bot gaat, staan rotatie toe
  • bicondylaire gewrichten
    deze gewrichten zorgen voor beweging in 1 as met gelimiteerde rotatie rond een tweede as, gevormd door twee convexe condyles (gewrichtsknobbels), die samenwerken met platte of holle oppervlakken
  • condylaire (ellipsvormige) gewrichten (zoals de pols)
    deze gewrichten zorgen voor beweging om twee assen die in een rechte hoek staan met elkaar. staan flexie, extensie, abductie, adductie en circumductie toe. 
  • zadelgewrichten (zoals de duim)
    deze gewrichten zorgen voor beweging om twee assen die in een rechte hoek staan met elkaar; de gewrichtsoppervlakken zijn zadelvormig, staan flexie, extensie, abductie, adductie en circumductie toe
  • kogelgewrichten (zoals de heup)
    deze gewrichten zorgen voor beweging om meerdere assen, staan flexie, extensie, abductie, adductie, circumductie en rotatie toe.
  • solide gewrichten 
    gewrichten waarbij de elementen worden samengehouden door bindweefsel. bewegingen rond deze gewrichten zijn beperkter, vezelachtige (futures, gomphoses, syndesmoses) en kraakbeengewrichten (synchondroses, symphyses) vallen hieronder. 
  • sutures (sutural ligament)
    hechtingen die alleen in de schedel optreden 
  • gomphoses
    treden op tussen tanden en aangrenzende botten. korte collageen weefsel vezels zitten in het paradoxale ligament tussen de wortel van de tand en botachtige holte.
  • syndesmoses
    twee aangrenzende botten worden gelinkt door een ligament (bijv. ligamentum flavum)
  • synchondroses
    waar twee ossificatie centra in een ontwikkelend bot gescheiden blijven door een laag van kraakbeen. worden hierna zelf ook helemaal bot, maar zorgen voor de botgroei
  • symphyses (bijv. pubic symphysis)
    daar waar twee aparte botten verbonden worden door kraakbeen, treden meestal op in de 'middellijn', waaronder degene tussen de twee pelvic botten en de tussenwervelschijven
  • osteoarthrosis of osteoarthritis
    degeneratieve gewrichtsziekte. in het kraakbeen minder water en proteoglycan. synoviaal vocht gaat in de scheurtjes zitten -> cysten + osteophyten (knobbeltjes op het bot). 
  • arthroscopy
    techniek waarbij de binnenkant van een gewricht bekeken kan worden door een kleine microscoop in een snee in de huid. 
  • hier bestaat de huid uit
    epidermis (buitenste cellulaire laag  van meerlagig plaveisepitheel, vasculair en verschillend in dikte) en de dermis (dicht bed van vasculair bindweefsel). 
  • fascia
    bindweefsel met verschillende hoeveelheden vet, dat organen en structuren scheidt, support en verbindt, waardoor beweging mogelijk is. limiteren de verspreiding van een infectie
  • opbouw van de huid, van boven naar beneden
    epidermis -> dermis -> oppervlakte fascia -> diep fascia (transversaal (buikwand), intramusculaire septa, investing (1 spier + vaten), retinaculum (dik, bij een gewricht), extraperitoneaal = transversaal / endothoracisch (buik / borst))
  • skeletspieren
    lange parallelle bundels vab vezels met dwarse strepen. bezenuwd door somatische en brachiale motor zenuwen
  • hartspieren
    individuele cellen die bij elkaar zitten door elektrische en mechanische krachten. bezenuwd door viscerale motor zenuwen
  • gladde spieren
    spiervezels zonder strepen. in de wanden van bloedvaten, oog, enz. bezenuwd door viscerale motor zenuwen
  • onderste ledematen zijn opgedeeld in 
    gluteaal gebied (bilstreek), de dij, het been en de voet
  • gluteaal gebied
    posterolatraal en tussen de crista iliaca (bekkenkam) en de huidplooi (gluteale vouw) die de lagere grens van de kont bepaald
  • de dij
    anterior, tussen de liesband (ligamentum inguinale) en het kniegewricht. heupgewricht inferior aan de middelste derde liesband en de posteriore dij zit tussen de gluteale vouw en de knie
  • femorale driehoek
    gevormd door spieren in de proximale regio's van de dij en door het inguinal ligament, die de basis vormt van de driehoek. de grootste bloedtoevoer en een van de zenuwen van het been (femelaren zenuw) gaan de dij binnen vanaf de buikholte, door onderlangs de ligamentum inguinale te gaan
  • fossa poplitea (knieholte)
    posterior aan het kniegewricht, gevormd door spieren van de dij en het been. grote vaten en zenuwen passeren tussen de dij en het been door de fossa poplitea. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

axiale skelet
7
kraakbeen
7
veel collageen in het kraakbeen
7
functies van kraakbeen
7
Pagina 1 van 79