Samenvatting Grondslagen van het recht / 1 Hoofdlijnen

-
ISBN-10 9089746633 ISBN-13 9789089746634
888 Flashcards en notities
35 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Grondslagen van het recht / 1 Hoofdlijnen ". De auteur(s) van het boek is/zijn M de Blois. Het ISBN van dit boek is 9789089746634 of 9089746633. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Grondslagen van het recht / 1 Hoofdlijnen

  • 1 Recht

  • Welke functies hebben de rechtsregels.

    • Ze verschaffen informatie; We kunnen te weten komen welke rechten en plichten we zelf en anderen hebben.
    • Hierdoor weten we hoe we ons behoren te gedragen en wat we mogen verwachten van anderen.
    • Ze bepalen en sturen ons leven.
  • Welke functies hebben rechtsregels?

    1. Informatie verschaffen, 2. Gedrag voorschrijven, 3. Leven bepalen en sturen

  • Welke functies hebben rechtsregels?
    Geven informatie: welke rechten en plichten we hebben.
    Weten hoe we ons horen te gedragen.
    Geven aan hoe leven bepaald en gestuurd wordt door rechtsregels.
  • Wat zijn de functies van rechtsregels?
    1. Informatie verschaffen omtrent eigen en andermans rechten en plichten
    2. Informatie omtrent eigen en andermans te verwachten gedrag
    3. Informatie omtrent de wijze waarop rechtsregels zelf ons leven bepalen en         besturen
  • Noem drie functies die rechtsregels in ons dagelijks leven hebben.
    1) verschaffen informatie. We kunnen te weten komen welke rechten en plichten we zelf hebben en welke rechten en plichten  andere hebben. 
    2) we weten op grond daarvan hoe we ons behoren te gedragen en wat we mogen verwachten van andere..
    3) ons leven wordt bepaald en gestuurd door rechtsregels 
  • Welke andere sociale regels bepalen ons gedrag, en hoe is hun verhouding met de rechtsregels

    • Algemeen aanvaarde regels
    • Groepsregels
    • Morele Regels: bevatten normen en waarden die betrekking hebben op fundamentele levensvragen.
    • Regels van beroepsethiek: geven aan hoe het beroep op een juist en zorgvuldige wijze uitgeoefend moet worden.
  • Welke sociale regels zijn er?

    1. Groepsregels, 2. Morele regels, 3. Regels van beroepsethiek

  • Welke soorten regels kent de samenleving?
    1. Rechtsregels
    2. Sociale regels
  • Welke soorten sociale gedragsregels worden onderscheiden?
    Groeps regels
    Morele regels
    Regels van beroepsethiek
  • Groepsregels: bepalen hoe leden van de groep zich behoren te gedragen.

    Morele regels: bevatten normen en waarden die betrekking hebben op fundamentele levensvragen

    Regels v Beroepsethiek: hoe een beroep op juiste en zorgvuldige wijze uitgeoefend moet worden.

  • Welke functies heeft een rechtssysteem?

    • Het scheppen van sociale orde.
    • Het bevorderen van niet gewelddadige conflictbeslechting.
    • Het garanderen van de individuele ontplooiing en autonomie van burgers.
    • Het bewerkstelligen van een zo rechtvaardig mogelijke verdeling van de schaarse goederen in de samenleving.
    • Het kanaliseren van sociale verandering.
  • Noem voorbeelden van sociale regels.
    1. Regels van maatschappelijk verkeer
    2. Groepsregels
    3. Morele regels (normen en waarden
    4. Beroeps-ethische regels
  • Wat wordt verstaan onder groepsregels?
    Hoe leden van de groep zich gedragen
  • > Verhouding rechtsregels en rechtsregels.

    Soms overlappen ze elkaar: een rechtsregel verbiedt wat ook sociaal onaanvaardbaar wordt gevonden. Anderzijds zijn rechtsregels soms in strijd met sociale regels. De wettelijke regels die euthanasie en abortus toestaan, zijn in strijd met de morele opvattingen van sommige godsdiensten. 

  • Welke functies hebben staatsorganen?

    • Wetgeving; is het vaststellen van regels die fungeren als kader voor het handelen van burgers en organisaties (privaatrecht). Daarnaast zijn er voorschriften die het handelen van overheidsorganen onderling en dat van overheid met burgers en bedrijven regelen (bestuursrecht).
    • Bestuur; houdt in dat de overheid overheidsorganen instelt die regels uitvoeren, toepassen of op de naleving ervan toezien.
    • Rechtspraak; de rechter is het orgaan dat oordeelt of de overtreding van de rechtsregels daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.De strafrechter oordeelt nadat het Openbaar Ministerie (OM) een vervolging heeft ingesteld. Verder; Burgerrechter en bestuursrechter.
  • Waar hebben rechtsregels en sociale regels een overlap?
    Daar waar rechtsregels verbieden wat ook sociaal onaanvaardbaar wordt gevonden. Of daar waar rechtsregels juist in strijd zijn met sociale regels.
  • Wat wordt verstaan onder beroeps ethiek?
    Er wordt aangegeven hoe het beroep op een bepaalde wijze uitgeoefend moet worden
  • Welke soorten rechtsregels zijn er?

    • Gedragsnormen; Kunnen gedragingen gebieden, verbieden of toestaan.Komen vooral voor in het strafrecht. Wie zo'n rechtsregels niet gehoorzaamt kan geconfronteerd worden met strafsancties.
    • Sanctienormen; geeft aan wat diegene die zich niet aan een gedragsnorm houdt te wachten staat. Gaat in het strafrecht meestal om straf, in andere rechtsgebieden komen andere sancties voor zoals toepassing van bestuursdwang.
    • Bevoegsheidverlenende normen; geven staatsorganen een bepaalde macht. Ook het privaatrecht kent dit; bijvoorbeeld met betrekking tot de voorschriften die de werkgever aan zijn werknemers geeft.
  • Wat zijn de functies van het rechtssysteem?

    -       Het handhaven van de sociale orde

    -       Het bevorderen van niet-gewelddadige conflictbeslechting

    -       Het garanderen van de individuele ontplooiing en autonomie van burgers

    -       Het bewerkstelligen van een zo rechtvaardig mogelijke verdeling van schaarse goederen in de samenleving

    -       Het kanaliseren van sociale veranderingen 

  • Waar kan die overlap ook feitelijk worden geconstateerd?
    Als een rechtsregel zelfs verwijst naar sociale regels (zoals morele regels) en daar ook juridische gevolgen aan verbindt.
  • Wat wordt verstaan onder morele regels?
    Bevatten normen en waarden die betrekking hebben op fundamentele levensvragen.
    Vb artikel 6:3 BW 
  • Wat is te verstaan onder positiviteit, gelding en effectiviteit van het recht?

    • Positiviteit; positief recht is het recht dat in een bepaalde gemeenschap door mensen vastgesteld of erkend is. Onderscheidt zich van het 'ideale recht', het recht dat men wenst en nastrevenswaardig vindt. Deze twee kunnen wel geheel of gedeeltelijk samenvallen.
    • Gelding; Positieve rechtsregels hebben doorgaans gelding oftewel zijn 'verbindend'. De rechtsregels legt rechten, plichten of bevoegdheden vast die juridisch afdwingbaar zijn.
    • Effectiviteit; wordt bedoeld dat het recht in het algemeen daadwerkelijk toegepast of gehandhaafd wordt.
  • Wat zijn de 3 belangrijkste functies van staatsorganen?

    1. Wetgeving, 2. Bestuur, 3. Rechtspraak

  • Wetgeving:

    Het vaststellen van algemene regels. 

     

    Bestuur:

    Regels uitvoeren, toepassen of op de naleving ervan toezien.

     

    Rechtspraak:

    Oordelen of de overtreding van rechtsregels heeft plaatsgevonden.

  • Welke twee betekenissen heeft het woord 'recht' en hoe is de verhouding daartussen?

    • Objectief recht; Het Nederlandse objectief recht bestaat uit de verzameling van alle Nederlandse rechtsregels.
    • Subjectief recht; bv. Eigendomsrecht. Een breed scala aan wetten kunnen burgers subjectieve rechten ontleden. Voor de rechthebbenden betekent het subjectieve recht een 'mogen' of een 'aanspraak'. Andere moeten het subjectieve recht van de ander respecteren.

    Subjectieve rechten berusten op het objectieve recht. Iemand heeft bevoegdheden, rechten en plichten wanneer deze gebaseerd kunnen worden op rechtsregels die behoren tot het objectieve recht

     

  • Welke soorten rechtsregels zijn er?

    1. Gedragsnormen: een gedraging gebieden, verbieden of toestaan.
    2. Sanctienormen: een regel die aangeeft wat degene die zich niet aan een gedragsnorm houdt te wachten staat. Je hebt straffen en bestuursdwang.
    3. Bevoegdheid verlenende normen: geven staatsorganen een bepaalde macht. 

  • Positiviteit, Gelding en Effectiviteit v recht

    Positiviteit:

    • Hieronder wordt verstaan dat het recht in een bepaalde gemeenschap door mensen vastgesteld of erkend is (verschil met het ideale recht, het recht wat men wenst en nastrevingswaardig vindt, is dat dit per individu en per groep zal verschillen)
    • Rechtvaardigheid en het ideale recht fungeren als toetssteen van positief recht. Ze bevatten de maatstaf voor kritiek op het positieve recht.

    Gelding:

    • Gelding betekend dat rechtsregels verbindend zijn. De rechtsregel legt rechten, plichten of bevoegdheden vast die juridisch afdwingbaar zijn. 

    Effectiviteit

    • In het algemeen wordt dit recht daadwerkelijk gehoorzaamd, dan wel daadwerkelijk toegepast of gehandhaafd. Er zijn rechtsregels waar niemand zich meer om bekommert, niemand leeft ze na, terwijl dat feit wel door de overheid uitdrukkelijk of stilzwijgend wordt aanvaard.
    • Gedoogbeleid, als de overheid bewust of oogluikend de overtreding van rechtsregels toelaat.
    • Oorzaken voor de ineffectiviteit van een rechtsregel, de omstandigheden zijn bijv. veranderd of hij is in strijd met een andere rechtsregel, nieuwe opvattingen. 
  • Objectief recht

    ‘sociaal recht’ ‘staatsrecht’, recht betekend hier niet bevoegdheid of aanspraak. Het betekend dan: geheel van rechtsregels.

     

    Subjectief recht

    Recht: heeft hier de betekenis van bevoegdheid of aanspraak. Het geeft een ‘mogen’ aan. Komt toe aan een of meer personen.

    Grondrechten: sociale grondrechten, kunnen gezien worden als een opdracht aan de overheid om essentieel geachte doeleinden na te streven.

    Twee kanten van het subjectieve recht: voor de rechthebbende betekend het subjectieve recht een mogen of een aanspraak (positieve kant). Anderen moeten het subjectieve recht respecteren.

    Subjectief recht en plicht: er kan ook de plicht bestaan om niet het recht te respecteren, maar iets uit te doen. 

  • Publiek recht:

    regelt de rechtsverhouding tussen overheidsorganen onderling en tussen overheidsorganen en burgers

    - staatsrecht, bestuursrecht, strafrecht

     

    Privaat recht:
    regelt de rechtsverhouding tussen burgers onderling

    - burgerlijk recht, handelsrecht

     

     

    Publiekrecht

    Privaatrecht

    Rechtsverhouding

    Ondergeschikt

    Heteronomie

    (eenzijdige bepaling)

    ‘gezagsverhouding’

    Nevengeschikt

    Autonomie

    (wederkerige bepaling)

    aard

    Dwingend recht

    Soms aanvullend

    Belang

    Algemeen belang

    Bijzonder belang

    Middelen handhaving

    Bij. Strafvordering

    Bijv. nakoming, schadevergoeding, ontbinding etc.

     

  • Publiek recht:

    Staatsrecht, Bestuursrecht, strafrecht

     

    Staatsrecht:
    Inrichting en opbouw van onze staat. Staatsrechtelijke regels geven aan welke organen er zijn en met welke taken en bevoegdheden deze zijn bekleed. Allereerst gaat dat om wetgevende bevoegdheden die aan de nationale wetgever (regering en parlement) worden toegekend.

    • De belangrijkste staatsrechtelijke regelingen: het Statuut en de Grondwet. Het Statuut geeft een regeling van de staatsrechtelijke inrichting van het Koninkrijk der Nederlanden. De Grondwet regelt de staatsinrichting van Nederland.
    • Klassieke grondrechten: die garanderen de burger een sfeer waarbinnen de overheid niet zonder overtuigende en wettelijke omschreven rechtvaardiging kan en mag optreden (vrijheden).
    • Sociale grondrechten: geen staatsonthouding eisen, maar juist vragen om op te treden. De rechten zijn niet rechtstreeks afdwingbaar. 

     

    Bestuursrecht:

    bevat regels voor overheidsorganen die belast zijn met de uitvoering en de handhaving van rechtsregels. Bestuursorganen nemen op basis van die regels tal van beslissingen die de positie van de individuele burger direct raken. Is een burger het niet eens, dan kan hij een beroep doen op de bestuursrechter.

     

    Strafrecht:

    rechtsregels die de feiten die strafbaar zijn gesteld en de straf die kan worden opgelegd aangeven. Erg belangrijk is het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel en ook het strafprocesrecht. Op precieze wijze wordt aangegeven hoe de strafprocedure dient te verlopen. 

     

  • Privaatrecht:

    Regelt de rechtsverhouding tussen burgers onderling

     

    Burgerlijk wetboek:

    BW 1: personen- en familierecht (burgerlijke stand, huwelijk, voogdij etc.)
    BW 2: rechtspersonen (verenigingen, naamloze vennootschappen, kerken etc.)
    BW 3: vermogensrecht in het algemeen (het vermogen is het totaal van rechten en plichten dat iemand op een bepaald moment heeft, voor zover die rechten en plichten op geld waardeerbaar zijn)
    BW 4: erfrecht (overgang van de nalatenschap)
    BW 5: zakelijke rechten (stoffelijke voorwerpen, eigendomsrecht etc.)
    BW 6: algemeen verbintenissen recht (onrechtmatige daad, plichten etc.)
    BW 7 en 7a: bijzondere overeenkomsten (huur, koop etc.)
    BW 8: verkeersmiddelen en vervoer (vervoer van stoffen etc.)
    BW 10: internationaal privaatrecht (gemengde huwelijken etc.)

  • Dwingend en aanvullend recht:

    • dwingend: rechtsregels waar de betrokkenen niet van mogen afwijken.
    • Aanvullend recht: zijn rechtsregels waar betrokkenen juist wel van mogen afwijken, bijv. door een overeenkomst te sluiten. Partijen mogen een eigen regeling vaststellen.

     

    Formeel en materieel recht: 

    • materieel recht: geven aan welke rechten en plichten en bevoegdheden degene tot wie de regel zich richt aan die regel kunnen ontlenen.
    • Formeel recht: de regels waarmee materiele rechten kunnen worden gehandhaafd, kunnen worden waargemaakt.
    • Verschil: correspondeert met dat tussen regels die aangeven welke rechten en plichten er zijn en de regels die aangeven hoe men zijn recht kan halen bij de rechter. 

     

    Internationaal en nationaal recht:

    • Internationaal recht: rechtsregels die staten of internationale organisaties hebben vastgesteld of die internationaal erkend zijn en aangeven hoe deze zich ten opzichte van elkaar of tegenover jun onderdanen hebben te gedragen:
      1: Recht tussen staten. In internationale overeenkomsten oftewel verdragen. 
      2: Recht met betrekking tot internationale organisaties zoals bijv. vastgesteld in de verdragen tot oprichting van de VN. Dat zijn organisaties in het leven geroepen met een bepaald doel.
    • Nationaal recht: men spreekt van een nationale staat als er sprake is van ene grondgebied, een volk en van een overheid die effectief gezag binnen de nationale staat uitoefent. 

     

  • Soort regel: wat betekend het dat een rechtsregel zich van andere regels onderscheidt op grond van zijn aard?

    Dit betekend dat een rechtsregel een ander soort regel is dan andere sociale regels. bijv. doordat deze voor iedereen geldt op afgedwongen kan worden.

  • Bepaalt de aard van een regel of het een rechtsregel is?

    Nee

  • Onderwerp van de regel, bepaalt dit of het een regel tot een rechtsregel maakt?

    Nee, de inhoud van rechtsregels overlapt die van andere sociale regels. Onjuist is echter de uitspraak dat altijd op grond van de inhoud een sociale regel een rechtsregel is. 

  • Herkomst van de regel, men kijkt naar de bron waaruit de regel voorkomt, is dit een criterium?

    Ja, een regel behoort tot het positieve recht en als deze afkomstig is uit een van de formele rechtsbronnen. 

  • Welke formele rechtstbonnen zijn er te onderscheiden?

    Van nationale oorsprong:

    1. Wet
    2. Jurisprudentie
    3. Ongeschreven recht

    Van internationale oorsprong:

    1. Verdragen
    2. Besluiten van internationale organisaties
    3. Gewoonterecht
    4. Algemene beginselen
    5. Internationale jurispirdentie 
    6. Doctrine 
  • Wat zijn de verschillen tussen jurisprudentie en wet?

    • Rechterlijke uitspraken worden niet van overheidswege bekendgemaakt in een officieel blad. Wel zijn er tijdschriften die belangrijke jurisprudentie publiceren.
    • Rechterlijke uitspraken zijn afkomstig van een orgaan dat (grond)wettelijk geen wetgevende taak heeft. De rechter is ook niet bevoegd verklaard rechtsregels vast te stellen. 
    • Rechterlijke uitspraken zijn in beginsel alleen bindend voor de partijen in dit concrete geval. Rechten en plichten van anderen veranderen niet. Zij die geen rechterlijke beslissing hebben gevraagd over dezelfde kwestie hoeven zich van de uitspraak niks aan te trekken. Met andere woorden: een rechterlijke uitspraak mist algemeenheid. Wel kunnen rechterlijke uitspraken als rechtsbron het effect van algemeenheid hebben. 
  • Ongeschreven recht:

    Niet gevormd door een wetgever en die ok niet door andere juridische autoriteiten worden voortgebracht. ongeschreven recht is dus evenmin afkomstig van een autoriteit die belast is met de uitvoering of handhaving van rechtsregels. 


    1. Gewoonterecht

    ontstaat langzaam in het leven van alledag. 


    Voorwaarden gewoonte recht;

    1. Materiële voorwaarde (usus)

    Een gewoonte is een gedraging die regelmatig wordt gevolgd. De leden van de groep waarin de gewoonte bestaat, plegen zich in de relevante omstandigheden volgens die gewoonte te gedragen. 

    2. Intellectuele voorwaarde (opinio iuris necessitatis)

    Betrekking op de manier waarop betrokkenen de gewoonte opvatten. Als de groepsleden deze gewoonte opvatten als een rechtsregel, als een behoren van juridische aard, is er sprake van rechtsovertuiging: een overtuiging dat men zich rechtens zo behoort te gedragen. 


    Gewoonte recht en de wet;

    art. 6:248 BW vermeldt de gewoonte als aanvullende bron van verplichtingen. Het kan voorkomen dat een regel van gewoonterecht en een wettelijke regel met in elkaar in strijd zijn. bevat de wettelijke regel aanvullend recht dan gaat de gewoonterechtelijke regel in het algemeen voor. is het een wettelijke regel van dwingend recht dan gaat deze in beginsel voor (uitzondering, arrest Maring). 


    2. Ongeschreven rechtsbeginselen

    een rechtsbeginsel is een regel waarin een waarde is geformuleerd die als maatstaf functioneert voor gedragingen. Voorbeelden van waarden zijn: gelijkheid, eerlijkheid, redelijkheid en billijkheid, rechtvaardigheid. Soms is het makkelijker aan te geven wat het niet is. Rechtsbeginselen schrijven dan ook niet een bepaald gedrag voor. 


    Ongeschreven rechtsregels komen voor in;

    Privaatrecht, Strafrecht en Staats-en bestuursrecht 


    Privaatrecht;

    Niet opgenomen in bijvoorbeeld de grond wet, wel erkend door de rechter (bijv. Hoge Raad). Zie bijv. Onwaardige deelgenoot. 


    Strafrecht;

    Ongeschreven rechtsbeginselen in het strafrecht zijn geen strafbepalingen. het zijn regels di een omstandigheid aangeven op grond waarvan men niet gestraft mag worden --> strafuitsluitingsgrond. 


    Staats-en bestuursrecht:

    In de eerste plaats: in de verhouding tussen de overheid en burger, zoals behoorlijk bestuur.

    In de tweede plaats: tussen overheden onderling --> Legesverordering Beert

  • Verdragen

    Verdragen roepen rechten en plichten in het leven. Deze rechten en plichten tussen de partijen die de overeenkomst gesloten hebben. 

    Verdragen worden bekend gemaakt in het: Tractatenblad. 

    • Maatstaf bij verdragen geeft art. 93 Gw: bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar hun inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn bedeken gemaakt. 
    • Art. 94 Gw: deze bepalingen hebben voorrang op daarmee strijdig nationaal recht. 


    Besluiten van Internationale Organisaties 

    bepaalde internationale organisaties kunnen rechtsregels vaststellen. Gelden ook voor de onderdanen. 

     

    Internationale jurisprudentie

    bijvoorbeeld de uitspraken van het Hof van Justitie van de EU. 

     

    Kernbronnen

    Wetten in formele zin en algemene maatregelen van bestuur --> Staatsblad

    Ministerieel regelingen --> staatscourant

    Internationale verdragen --> tractatenblad 

     

  • Trias politica:

    'Scheiding der machten' wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. 

    Checks and balances:

    gematigde opvatting van Trias politica, accent gelegd op machten spreiding en machtsevenwicht. 

     

    Decentralisatie:

    hierbij worden door de wetgever wetgevende en bestuurlijke bevoegdheden opgedragen of overgedragen aan organen van lagere openbare lichamen. 

     

    territoriale decentralisatie;

    de bevoegdheidsuitoefening van de organen van lagerre openbare lichamen zijn beperkt tot een bepaald gebied. 


    Functionele decentralisatie; 

    de bevoegdheden zijn niet gekoppeld aan een bepaald territoir, mar is de bevoegdheidsuitoefening toebedeeld met het oog op de behartiging van een bepaald deelbelang of doel. 

     

    Mengvorm: waterschappen;

    Een mengvorm vormen de waterschappen. met de gebiedscorporaties hebben zij gemeen, dat hun bevoegdheid gebonden is aan een bepaald territoir. De oefenen echter ook hun bevoegdheden uit met het oog op een bepaald doel. namelijk de zorg voor de waterkering en de waterhuishouding. 

     

    Deconcentratie:

    hierbij worden door de wetgever bevoegdheden toegekend aan organen of ambten die hiërarchisch ondergeschikt zijn aan hogere organen of ambten. 

     

    Verschillen; 

    • De gedeconcentreerde organen zijn wél verantwoording verplicht aan hun besturend orgaan.
    • bij decentralisatie vind bevoegdheidstoekenning plaats door middel van attributie of delegatie, terwijl bij deconcentratie de bevoegdheidstoekenning wel door middel van attributie mar niet door middel van delegatie kan geschieden. 

     

    Attributie;  

    hierbij wordt een nieuwe bevoegdheid gecreëerd en opgedragen aan een ander orgaan

     

    Delegatie;

    Hierbij wordt een bestaande bevoegdheid aan een ander orgaan overgedragen. 

  • Welke organen behoren er tot de centrale overheid?

    de Koning, de regering en de Staten-Generaal

  • Wie vormen de regering?

    Koning, ministers en staatssecretarissen 

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Welke functies heeft een rechtsysteem?
8
Welke functies heeft een rechtssysteem volgens de rechtssociologie?
8
Recht omvat regels die gedrag burgers beinvloeden en sturen. Welke normen worden in rechtsregels vastgelegd?
8
Wat zijn de functies van rechtsregels?
7
Pagina 1 van 150