Samenvatting Handboek groepsdynamica

-
ISBN-10 9024402328 ISBN-13 9789024402328
3654 Flashcards en notities
176 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Handboek groepsdynamica
  • Jan Remmerswaal
  • 9789024402328 of 9024402328

Samenvatting - Handboek groepsdynamica

  • 1 Groepsdynamica tussen psychologie en sociologie + 3 Definitie van groepen en soorten groepen

  • Wat is groepsdynamica?
    Groepsdynamica is de studie van het gedrag van mensen in kleine groepen (niet groter dan 15)
  • Groepsdynamica is de brugfunctie tussen:
    psychologie en de sociologie
  • Groepsdynamica is de jonge tak in de wetenschap:
    ze ontwikkelde zich pas sinds 1930
  • De 2 belangrijkste begrippen voor groepsdynamica zijn:
    taak en proces
  • Het individu is door groepen gebonden aan:
    maatschappij en cultuur (en omgekeerd)
  • Weerstanden tegen groepsdynamica:
    het groepsdynamisch denken
  • Individualistisch denken over leiderschap:
    gericht op opsporen van effectieve leiders
  • Neiging tot narcisme:
    Zichzelf als individu centraal stellen
  • Antropocentrisme:
    de mens in het middelpunt van bestaan
  • Gebrek aan aandacht voor de context:
    zelfervaring door groepen van nu en vroeger
  • Spanning tussen individu en de groep:
    Groepen kunnen volgens de schrijver inderdaad een bedreiging vormen voor de individuele vrijheid en autonomie. bijv groepsdruk
  • Gevaar van kleine groepen:
    Weerstanden vanuit grote collectieve organisaties (bijv. kerk, de staat, het leger). zowel voor deze organisaties als voor de maatschappij kunnen kleine groepen een potentieel gevaar zijn.
  • Groepen als vanzelfsprekend:
    bepaalde vormen van leven in groepen werden als zo vanzelfsprekend gezien dat men zich er niet bewust van was wat een groep is. (bijv. zuilen)
  • De brugfunctie van groepsdynamica is niet mogelijk als:
    de homo clausus (de gesloten persoonlijkheid)
  • De homo clausus (de gesloten persoonlijkheid):
    dat de mens autonoom is, onafhankelijk van anderen handelende en 'existerende' mens.
  • De brugfunctie is niet mogelijk als we:
    blijven uitgaan van het mensbeeld als homo clausus en we dus het individu en maatschappij als aparte dingen zien
  • Ik-cultuur:
    de nadruk op het individu, ontwikkeling en zelf ontplooiing staan cnetraal.
  • De wij-cultuur:
    waarden als respect, plicht, eergevoel en beleefdheid staan centraal
  • Open mensbeeld:
    het idee dat het individu en de maatschappij twee entiteiten zijn
  • Elias pleit voor de mens als open persoonlijkheid:
    die voor de duur van zijn leven vooral op andere mensen is afgestemd. de open mens is aangewezen in zijn verhouding tot andere mensen, maar bezit ook een bepaalde mate van relatieve autonomie
  • Hofstede heeft een:
    cultuurmodel uitgebracht om culturen met elkaar te vergelijken
  • Machtafstand:
    veel of weinig afstand tussen rijk en arm. Nederland scoort laag, arabische landen scoren hoog
  • Individualisme versus collectivisme:
    Een land is individualistisch als de ik-cultuur centraal staat. America scoort hoog, Een land waar collectiviteit hoog scoort is bijv indonesië denk aan georgie, indo cultuur
  • Masculiniteit versus feminiteit:
    De masculiene samenleving hecht grote waarde aan traditionele mannelijke en vrouwelijke kwaliteiten. Maculiene land is Japan. Een samenleving is feminien als de emotionele sekserollen gelijk zijn/ overeenkomen. Bijv Nederland
  • Onzekerheidsvermijding:
    de mate waarin leven van een cultuur zich bedreigd voelen door onzekere of onbekende situaties. In zulke samenleving probeert men dit te vermijden door wetgeving en instanties. Japan en België scoren hoog. Engeland scoort laag
  • Lange- of kortetermijngerichtheid:
    Hier hoort het nastreven van deugden die ooit in de toekomst beloond gaan worden. Vooruit denken, sparen en volharding horen hierbij. Nederland en Duitsland scoren hoog. Ontwikkelingslanden zijn bijv. vaak korte termijngericht.
  • Hedonisme versus soberheid:
    hedonisme is een samenleving waar men vrolijk en uitbundig zijn, bijv. antillen, zuid Amerika. Soberheid zijn bijv. landen uit Oost-Europa en Noordwest-Europa, noorwegen etc.
  • In het algemeen zijn de grootste verschillen in het individu:
    rationaliteit en emotionaliteit
  • Rationaliteit:
    verstand
  • Emotionaliteit:
    Gevoel
  • Vaak worden mannen in het gebied van:
    rationeel geplaatst
  • Vaak worden vrouwen in het gebied van:
    emotioneel geplaatst
  • Primaire groepen (informeel)
    zijn persoonlijk en intieme relaties in directe contactsituaties, denk aan vrienden groepen. Dit is afhankelijk van je sociale klasse.
  • Secundaire groepen (formeel)
    worden gekenmerkt door koele, onpersoonlijke en vooral formele relaties. Bijv. werkgroepen, stamgroepen, werksituaties. Dit wordt bepaald door de instantie of organisatie waar je werkt.
  • De kracht van groepen:
    steun aan elkaar, verbindend, gezamenlijk doel, gedeelte verantwoordelijkheid, kans om nieuwe mensen te leren kennen, bewustwording eigen identiteit, inspiratie krijgen, erkenning en waardering krijgen etc.
  • Kenmerken van de groep:
    We spreken van een groep als 2 of meer personen met elkaar in interactie gaan, waarbij elk persoon van invloed is op en beïnvloed wordt door elke andere persoon in de groep
  • Directe contactsituatie, Sprott definieert groepsdynamica als volgt:
    groepsdynamica is de studie van groepen mensen in een directe contactsituatie (face-to-face-relationship). Hij noemt de groep een verzameling van individuen die in een bepaalde context meer interactie met elkaar hebben dan met anderen daarbuiten.
  • Interactie en context zijn volgens hem:
    kernelementen
  • Groepsbewustzijn:
    Alle groepsleden zijn zich bewust van hun lidmaatschap. Een groep wordt dan gezien als aantal mensen die zichzelf als eenheid waarneemt en die de macht heeft om gezamenlijk tegenover de omgeving te handelen.
  • Groepsaspecten Shaw (1971), motivatie:
    Als een groep er niet in slaagt om te voldoen aan de behoeften of verlangen van haar leden dan kan het voortbestaan van de groep uiteen vallen. Dus het groepslidmaatschap moet belonend zijn of een beloning inhouden.
  • Groepsaspecten Shaw (1971), doelstelling:
    Individuen worden lid van een groep om een gemeenschappelijk doel te bereiken (freeman 1936). In het kort betekent dit dat en het bereiken van een doelstelling een positieve ervaring oplevert.
  • Groepsaspecten Shaw (1971), Structuur:
    groepsleden staan ten opzichte van elkaar in bepaalde- en statusrelaties en hebben een reeks groepswaarden en groepsnormen, waarmee het gedrag van individuele leden gereguleerd wordt in zaken die belangrijk voor de groep
  • Groepsaspecten Shaw (1971), Interdependentie:
    met name Lewin benoemt hoe belangrijk wederzijdse betrokkenheid van de groepsleden is. Het WIJ staat centraal.
  • Groepsaspecten Shaw (1971), interactie:
    belangrijk si dat de groep klein genoeg is om elk individu ervan in staat te stellen rechtstreeks zonder tussenkomst van derden met elk ander individu uit de groep in relatie te treden. Letterlijk betekent het communicatie over en weer. Je hebt non verbale en verbale communicatie.
  • Welke kenmerken zijn signalen van ontwikkeling komende groepsstructuur volgens van Hare:
    Interactie, gezamenlijk doel, normen, rollen en een netwerk van interpersoonlijke attracties.
  • Primaire en:
    secundaire groepen
  • Sociogroups en:
    psychegroups
  • formele en:
    informele groepen
  • Lidmaatschap en:
    Referentiegroepen
  • Ingroups en:
    outgroups
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Handboek groepsdynamica
  • Jan Remmerswaal
  • of
  • 1st

Samenvatting - Handboek groepsdynamica

  • 1 Groepsdynamica tussen psychologie en sociologie

  • Groepsdynamica
    Studie van het gedrag van mensen in kleine groepen.
  • Antropocentrisme
    Neiging tot centraal stellen van zichzelf.
  • Sociologie
    De studie van maatschappelijke verschijnselen.
  • Narcisme
    Dat je jezelf centraal stelt en de ander vergeet.
  • Individualisatie
    Dat je aan jezelf denkt en niet aan anderen.
  • Homo- clausus
    Het beeld van de autonome, onafhankelijk van anderen handelende en 'existerende' mens.
  • 6 dimensies van Hofstede
    1. machtsafstand;
    2. individualisme vs collectivisme;
    3. masculiniteit vs feminiteit;
    4. Onzekerheidsvermijding;
    5. Lange- of korte termijn gerichtheid;
    6. Hendonisme vs. soberheid.
  • Relatieve autonomie
    Een wisselwerking tussen de groep en het individu. Je blijft voor een deel afhankelijk van anderen.
  • 4 kenmerken secundaire groepen
    1. koel;
    2. onpersoonlijk;
    3. rationeel;
    4. formeel.
  • 3 kenmerken primaire groepen
    1. persoonlijk;
    2. intieme relaties;
    3. directe contact situaties.
  • 2 Grondslagen van de groepsdynamica

  • Taakniveau
    Verwijst vooral naar de inhoud van de groepsactiviteit (wat er gezegd of gedaan wordt).
  • Externe systeem van een groep
    Omvat alles wat er zich in een groep afspeelt aan activiteiten, interacties en gevoelens om als groep ten aanzien van de buitenwereld te blijven bestaan.
  • Interne systeem van een groep
    Alle activiteiten, interacties en gevoelens die voortvloeien uit het interne groepsfunctioneren.
  • Sociaal- contact hypothese Homans
    Indien er frequente interacties zijn tussen de leden van een groep, zullen er gevoelens van onderlinge genegenheid groeien en deze gevoelens zullen op hun beurt leiden tot verdere interacties.
  • 3 fasen groepsontwikkeling Bales
    1. Oriëntatiefase (vragen en geven van informatie);
    2. Evaluatiefase (vragen en geven van meningen);
    3. Controlefase (vragen en doen van voorstellen).
  • Sociometrische benadering Moreno en Jennings
    Richt zich vooral op de sociale aspecten van het groepsgebeuren, met name op de emotionele kanten van de interpersoonlijke relaties tussen de groepsleden.
  • Cognitieve dissonantietheorie Festinger
    Stelt dat ieder tot een samenhangend en consistent beeld van de werkelijkheid wil komen.
  • Vergelijkingstheorie Festinger
    Meningen en opvattingen over andere personen.
  • Veldtheorie Lewin
    Gaat uit van de veronderstelling dat ook een groep op elk moment van haar bestaan een psychologisch krachtveld vormt dat qua werking vergelijkbaar is met een elektromagnetisch veld in de fysica.
  • Psychoanalytische grondbegrippen
    - Verdringing;
    - Identificatie;
    - Regressie;
    - Afweermechanismen;
    - Projectie.
  • Manifeste niveau
    Bestaat uit het direct zichtbare gedrag.
  • Latente niveau
    Verwijst naar wat zich onder de oppervlakte afspeelt (verborgen onderstroom).
  • Interpersoonlijke attractie
    Hoe gevoelens van sympathie en antipathie in groepen tot stand komen.
  • Groepscohesie
    De mate waarin de groep aantrekkelijk is voor haar leden.
  • 6 fasen van groepsontwikkeling
    1. Voorfase;
    2. oriëntatiefase;
    3. Invloedsfase;
    4. affectiefase;
    5. fase van de autonome groep;
    6. afsluitingsfase.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Heliocentrisch wereldbeeld: de zon staat in het centrum
Zon om de aarde draaide, later de aarde om de zon. Heliocentrisme ontpopte zich als antropocentrisme (neiging om de mens centraal te stellen - mens als beheerser van de natuur, mens die natuur naar zijn hand zet).

Marginalisering
Besef dat zonnestelsel slechts een deel is van eindeloos veel zonnestelsels.


Bijproducten van moderniteit:

Nihilisme
Nihilisme is binnen de filosofie een begrip dat wordt gebruikt om de ontkenning van het bestaan van betekenis of waarde in de wereld aan te duiden. 

Existentiële angst
een staat van paniek of een gevoel van intens psychologisch onbehagen over levensvragen.

Peter Westbroek (2012)
Symbiotische wereldbeeld
Nieuw wereldbeeld begint te groeien +/- jaren 70 en volgt het heliocentrisch wereldbeeld op. Geeft aan dat zinvoller is om de aarde als 1 geheel (1 symbiotisch organisme) op te vatten. 
Komen jaren 70 steeds meer onderlinge verbanden - symbiose voorop.

Symbiose
aarde als één organisme, zelfregulerend systeem, eigen geheugen waarbij mensen slechts een klein schakeltje vormen.
Westbroek schept het grote verhaal (ruimte voor samenspel tussen genetische en sociale factoren) - Mensen lijden aan modernisme (existentiële angst en ideologische betrokkenheid).
Westbroek bouwt voort op wetenschappers: 
Frans de Waal (primatenonderzoek); Anton Pannekoek (onderzoeker antropogenese); Norbert Elias (socioloog - civilisatietheorie - ontwikkeling die iemand of een groep heeft bereikt op het gebied van kunst, techniek en wetenschap); Jaap Goudsblom (socioloog doorwerkt op Norbert Elias). 

Morin - Franse filosoof 
Opvatting over de relatie tussen natuur en menswetenschappen. Deze relatie is antagonistisch (werkt elkaar tegen) en complementair (Vullen elkaar aan): natuur- en menswetenschappen zijn met elkaar in conflict en ze kunnen niet zonder elkaar. We zijn biologisch en sociale wezens. Natuur verwekt cultuur en cultuur veranderd de natuur. Wanorde schept orde - paradoxaal
Denken in groepsverschijnselen
Anzieu (1968)
Nieuw referentiekader: loslaten van de neiging zichzelf als  individu centraal te stellen.  

Freud
Narcisme van de mens, grootste obstakel voor de vooruitgang van kennis (ontwikkeling astronomie, biologie en psychoanalyse).
Individualistisch denken over leiderschap
Covey (1989)
Opsporen eigenschappen van effectieve leiders - populair binnen organisaties: individualistisch denken heerst. 

Individualistisch denken vervangen door functionele benadering - waar leiderschap een groepsverschijnsel is: uitvoeren gedragsvormen die de groep helpen bereiken in haar resultaten.
"Groups are real"
Allport (1924)
Zijn standpunt: alleen individuen 'echt en reëel' zijn. Groepen zouden niet meer zijn dan reeksen van waarden, ideeën, gedachten en gewoonten die gelijktijdig bestaan in gedachten van individuen in collectiviteiten. 

--Resumé:  groepen zijn hersenschimmen die alleen in gedachten van mensen bestaan.   

Warriner (1956)
Groepsverschijnselen zouden niet in psychologische termen verklaard kunnen worden en er zou een valide theorie van groepsprocessen moeten liggen op het niveau van de groep. 
"Groups are real"
Weerstand tegen groepsdynamica
Veel mensen denken nog dat wat in groepen gebeurt, door individuen wordt bepaald (vooral goede en slechte eigenschappen).

Men heeft er moeite mee dat ze een groepslid zijn - zien niet in dat groepsverschijnselen iets specifieks hebben.
Invloedslijn
1. Maatschappij -----> Groep -----> Individu
2. Individu -----> Groep -----> Maatschappij
3. Individu <-----> Groep <-----> Maatschappij

1. Maatschappelijke en sociale factoren werken door- individu
2. Individu kan ook zelf zijn omgeving beïnvloeden
3. Wederzijdse invloeden - groepen verbindende schakel

4. Psychologie <-----> Groepsdynamica <-----> Sociologie
Groepsdynamica
De studie van het gedrag van mensen in kleine groepen.
Groepsdynamica
Groepsdynamica bestudeert het gedrag van mensen in kleine groepen. Hiermee vormt het een brug tussen de sociologie en psychologie.
Deze module geeft de student inzicht in groepsvorming, groepsprocessen en mogelijke interventies in groepen.
Dit varieert van:
  • inzicht in interpersoonlijke interactie (bijvoorbeeld Roos van Leary);
  • het samenstellen, begrijpen en benutten van teams (Belbin)
  • tot optimaal leiderschap en interventie in grote groepen.
Het boek Handboek groepsdynamica van Jan Remmerswaal is sinds jaren een handboek waarin de basis van communicatie in de volle breedte is uitgewerkt tot praktische en verhelderende werkmodellen.

Culturele diversiteit vormt een nadrukkelijk accent binnen deze module. Met behulp van enkele theoretische kaders van Pinto, Hofstede en Hoffman leert de student oog te hebben voor diversiteit binnen teams en organisaties.

Robert Putnam en Lewis Feldstein beschrijven in het boek Better together casuïstiek die aangeeft hoe groepen mensen opnieuw betekenis kunnen geven aan samen leven; hij geeft in andere woorden niet alleen het belang van sociaal kapitaal aan maar ook de mogelijkheden, om als burgers met elkaar structuren te bouwen. In dit module is een hoofdstuk uit zijn boek opgenomen, om groepen vanuit sociologisch perspectief te overdenken.



De volgende kernbegrippen staan centraal in deze module:
  • Communicatie en feedback;
  • Niveaus en interventies in groepen;
  • Groepsvorming en -ontwikkeling;
  • Roos van Leary;
  • Belbin;
  • Situationeel leiderschap.


De volgende leerdoelen / toetsitems staan centraal in deze module:
  • Toelichten van de relevante programma’s en interventies ingezet bij groepsdynamische processen;
  • Beschrijven van verschillende groepen met hun kenmerkende hulpvragen en hun ontwikkeling;
  • Beschrijven van de sociale en psychologische processen die spelen binnen de context van de cliënt aan de hand van een casus;
  • Toelichten van de invloed van culturele verschillen op groepsprocessen;
  • Analyseren van het functioneren van en communiceren binnen (multiculturele) teams;
  • Toepassen van theoretische begrippen uit de groepsdynamica op een casus;
  • Beschrijven van het eigen functioneren in een (multicultureel) team.

Wij wensen je veel succes met het doorlopen van deze module
Welke niveaus kunnen er zich binnen een groep afspelen?
Taak niveau
  • Inhoudsniveau
  • Procedureniveau


Sociaal-emotioneel niveau
  • Interactieniveau
  • Bestaansniveau


  • Contextniveau
Benoem de 6 verschillende stromingen binnen groepsdynamica
  1. Interactietheorie 
  2. Systeemtheorie
  3. Sociometrische theorie
  4. Benadering vanuit de algemene psychologie
  5. Veldtheorie
  6. Psycho analytische benadering