Samenvatting Handboek groepsdynamica een inleiding op theorie en praktijk

-
ISBN-10 9024418127 ISBN-13 9789024418121
888 Flashcards en notities
77 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Handboek groepsdynamica een inleiding op theorie en praktijk". De auteur(s) van het boek is/zijn J Remmerswaal. Het ISBN van dit boek is 9789024418121 of 9024418127. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Handboek groepsdynamica een inleiding op theorie en praktijk

  • 1 Groepsdynamica tussen psychologie en sociologieg

  • Ieder mens is bepaald door?
    - (vroegere) groepen
    - ouderlijk gezin
    - sociale invloeden
  • Wat beinvloed het individu? 
    de omgeving en het functioneren van groepen 
  • Waar legt psychologie de nadruk op?
    individu
  • Waar legt de sociologie de nadruk op?
    maatschappij 
  • Wat zijn groepen volgens Allport? 
    niets meer dan reeksen van waarden, ideen, gedachten, gewoonten etc. die gelijktijdig bestaan in de gedachten van individuen. 
  • Op welk niveau denk je als je individualistisch denkt? 
    psychologisch niveau
  • Wat moet je doen om te denken in groepsdynamica? 
    kunnen loslaten om jezelf als individu centraal te stellen. 
  • Wat betekent antropocentrisme? 
    neiging tot het centraal stellen van zichzelf en de eigen positie. Bv. mens als koning van de dieren en aarde als centrum van heelal. 
  • Waar ligt de nadruk op bij ik-culturen?

    op het individu en zijn ontwikkeling en ontplooiing.
  • Waar ligt de nadruk op bij wij-culturen?

    op respect, eergevoel en beleefdheid
  • Groepsdynamica kan zorgen voor een ander mensbeeld. Hoe?
    de mens als een open persoonlijkheid, die zijn hele leven fundamenteel op andere mensen is aangewezen en die in zijn verhouding tot anderen een bepaalde mate van relatieve autonomie bezit.
  • Wat bindt mensen met elkaar?

    dat ze altijd van elkaar afhankelijk zijn en op andere betrokken zijn
  • Wat zijn de belangrijkste polariteiten van de mens?
    de spanning tussen zijn rationele en zijn irrationele kanten, ook wel de spanning tussen verstand en gevoel.
  • Groepen zijn globaal verdeeld, hoe?

    - Sociaal-emotionele behoeften (bv. gezin en vriendengroep)
    - Rationele behoefte bevredigen (bv. taakgroepen, werkgroepen)

  • Vanuit de maatschappij gezien kun je groepen indelen in....?
    - Primaire groepen: persoonlijke en intieme relaties in directe contactsituaties
    - Secundaire groepen: koele, onpersoonlijke, rationele en formele relaties
  • Hoe zijn groepen volgens Tohnies ingedeeld?
    - Gemeinschaft: leefgemeenschap
    - Gesellschaft: belangengemeenschap
  • Hoe zijn verdere groepen ingedeeld?

    - formele en informele groepen
    - psychegroup en sociogroup
  • 3 definitie van de groep en soorten groepen

  • Wat is de kracht van groepen?
    - Positieve krachten: steun, binding, gezamenlijk gevoel, gedeelde verantwoordelijkheid, kans van elkaar te leren
    - Negatieve krachten: zondebokvorming, pestgedrag, machtsmisbruik
  • Groepsdynamica is volgens Sprott de studie van groepen in een directe contactsituatie. Welke elementen komen daarbij aan bod? (3)
    - Face-to-face-relationship
    - Interactie
    - Context
  • Er worden nog 3 definities gegeven van groepen, welke?

    - groepsbewustzijn: kernbegrip
    - normen: gedeelde gedragsregels
    - gemeenschappelijk nagestreefd doel
  • Wat gebeurd er als de groep niet aan persoonlijke behoefte kan voldoen?
    Dan is de kans groot dat de groep uiteen gaat vallen
  • Benoem enkele structurele elementen.

    Rollen, normen, statusaspecten, machtsrelaties, affectieve relaties
  • Wat betekent interdependentie?
    Wederzijdse betrokkenheid van de groepsleden op elkaar. (Interactie is ook een vorm van wederzijdse betrokkenheid). De groepsleden hoeven niet gelijk aan elkaar te zijn, maar ze zijn wel wederzijds op elkaar betrokken.
  • Interactie = communicatie = wederkerige beïnvloeding =....
    wanneer een activiteit van iemand wordt gestimuleerd door de activiteit van iemand anders, ongeacht wat deze activiteiten inhouden.
  • Wat zijn kenmerken van groepen volgens Hare?

    - gezamenlijk doel/motief
    - normen
    - rollen
    - een netwerk van interpersoonlijke attracties

  • Zodra interactie op gang komt en een losse verzameling individuen tot een groep wordt, worden 4 kenmerken zichtbaar, welke?

    1 Motieven of doelen
    2 Normen
    3 Rollen
    4 Interpersoonlijke attracties
  • Er zijn verschillende dimensies waarmee we een bepaalde groep kunnen karakteriseren en beschrijven, welke 3?

    1 primaire groepen
    -- persoonlijke, intieme relaties
    -- spontaan gedrag
    -- kleine sociale afstand tussen groepsleden
    -- informeel taalgebruik
    -- persoonlijke relaties met groepsleden

    2 secundaire groepen
    -- relaties zijn koel, onpersoonlijk
    -- grote sociale afstand tussen groepsleden
    -- formeel taalgebruik
    -- door status bepaalde relaties met groepsleden

    3 persoonlijk of zakelijk
    primaire groep:
    -- relaties zijn persoonlijk en intrinsiek: leden beoordelen elkaar intrinsiek in termen van hun persoonlijke eigenschappen
    -- Sorokin: familistic
    -- Durkheim: solidarité organique
    -- Tohnies: gemeinschaft

    secundaire groep:
    -- relaties zijn categorisch en extrinsiek: leden beoordelen elkaar extrinsiek in termen van de sociale categorieën waartoe ze behoren of de statussen die ze bezitten.
    -- Sorokin: contractual en compulsory
    -- Durkheim: solidarité méchanique
    -- Tohnies: gesellschaft
  • Wat betekent pre-dominance of positive effect?
    de interactie is hoofdzakelijk door positieve gevoelens gekleurd.
  • Enkele genoemde criteria van positieve gevoelens, welke zijn dat?

    - De interactie is hoofdzakelijk door positieve gevoelens gekleurd
    - Er is sprake van wederzijdse acceptatie
    - Duurzaamheid is kenmerkend voor de primaire groep
    - Leden kennen elkaar grondig
    - Contactnabijheid
    - Sterke emotionele kleur van de relatie
  • Wat is een psychegroup en sociogroup?
    psychegroup: psychologische participatie
    sociogroup: je bent alleen in naam lid
  • Wat is een informele en formele groep?

    informeel: doel, rollen en normen blijven vaag en impliciet. Groep is autonoom: ze kunnen hun eigen activiteiten bepalen en zijn vrij van organisatorische beperkingen

    formeel: werk- en taakgroepen in het bedrijfsleven
  • Wat zijn lidmaatschap groepen en referentiegroepen?

    - lidmaatschap groepen: groep waartoe je formeel behoord, meestal alleen nominaal: door je naam te laten toevoegen aan groepsleden of door fysiek aanwezig te zijn op bijeenkomsten.
    - referentiegroepen: groep waarin het individu echt als persoon participeert: betrokkenheid bij groepsdoel, innemen van bepaalde plaats binnen groepsstructuur en naleven van groepsnormen.  
  • Wat is een positieve referentiegroep en negatieve referentiegroep?
    - Positieve referentiegroep: groep waartoe je wilt behoren = groep die individu gebruikt als vergelijkingsnorm om tot een oordeel te komen over zijn attitudes, bekwaamheden of huidige situatie.

    - Negatieve referentiegroep: individu wil de eigenschappen en attitudes vermijden die kenmerkend zijn voor de groep waarmee hij niet geassocieerd wil worden.
  • Wat is een vergelijkingsfunctie?

    om zijn eigen gedrag te evalueren vergelijkt iemand zichzelf dus met de andere groepsleden van zijn referentiegroep.
  • Referentiegroepen hebben ook normatieve functies, welke?

    het individu wordt geevalueerd door de groep en krijg waardering of afwijzing.
  • Wat betekent ingroup?

    onszelf en iedereen die we verder met 'wij' willen aanduiden
  • Wat betekent outgroup?

    iedereen die we van dit 'wij' willen afsluiten
  • Wat is het gevolg van sterke cohesie?

    de neiging om de ingroup-outgroupverschillen groter te maken, vooral wanneer de buitenwereld als bedreiging wordt ervaren.
  • Wat betekent displaced agression?

    in de groep ontstaan normen, die openlijke uiting van agressie tegenover eigen groepsleden verbieden, zodat agressie binnen de groep wordt verschoven naar een mikpunt buiten de groep.
    Dit vormt de hoofdbron voor zondebokvorming = scapegoating
  • Welke twee principes zijn belangrijk?
    - Stereotypering: de ingroupleden neigen tot stereotypering van de outgroupleden
    - Vijandige opstelling tegenover de buitenwereld: elke bedreiging van buitenaf, dus vanuit de outgroup.
  • De HHH-formule deelt groepen in op doel, welke doelen?

    1 Hoofd: groepen waarin het hoofd centraal staat, zijn cognitief georiënteerd: communicatie ligt vooral op inhouds- en procedureniveau.

    2 Hart: groepen waarin het hart centraal staat, zijn gericht op de ervaringen en belevingen van de groepsleden: het gaat om verwerking van gevoelens en om behandeling van gevoelsmatig geladen onderwerpen.

    3 Handen: groepen waarin de handen centraal staan, zijn gericht op vaardigheden en competenties: het aanleren en oefenen van nieuw gedrag. Leerprocessen staan centraal. Doel is leren van ander gedrag en van nieuwe vaardigheden, wat zorgt voor bijdrage aan het zelfbeeld en de gevoelens van zelfwaardering van de deelnemer.  
  • Welke methodieken zijn er voor het hoofd?
    - Mondelinge informatieoverdracht
    - Groepsgespreken ter verwerking van info
    - Discussie
    - Leergesprek
    - Vraagronde
    - Schriftelijke informatieoverdracht
    - Tentoonstelling
    - Film
    - Vragenlijst
  • Welke methodieken zijn er voor het hart?

    - Groepswerkmethoden
    - Kennismakingsvormen
    - Uitwisselen van ervaring door rondje in de groep
    - Kringgesprek
    - Onderwijsleergesprek
    - Eigen inbreng van deelnemers
    - Brainstormen
    - Werken met verhalen
    - Werken met opdrachten
  • Welke methodieken zijn er voor de handen?

    - Kennismakingsvormen
    - Demonstratie
    - Oefensituaties
    - Simulaties
    - Inbreng van eigen probleemsituaties
    - Spelvormen
    - Huiswerk
    - Groepsgesprekken
    - Vragenlijsten
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Noem 2 kwaliteiten en 2 valkuilen van een delegerende leiderschapsstijl.
Kwaliteiten:
  • Volgt regels
  • betrouwbaar
  • eerlijk en rechtvaardig


Valkuil:
  • Afstandelijk
  • weinig betrokkenheid
  • niet origineel
  • niet creatief
  • geeft weinig suggesties of opinies
Welke leiderschapsstijl past het beste bij welk ontwikkelingenniveau?
Laag     -   Directieve stijl
Matig   -   Overtuigende stijl
Ruim    -   Participerende stijl
Hoog    -   Delegerende stijl
Noem 2 kwaliteiten en 2 valkuilen van een participerende leiderschapsstijl.
Kwaliteit:
  • Begrijpt anderen
  • Steunt
  • werkt goed samen met anderen
  • is coöperatief


Valkuil:
  • Vermijdt conflicten.
  • vermijdt initiatief
  • Geeft geen richting
  • Zoekt erkenning van zich zelf
Noem 2 kwaliteiten en 2 valkuilen van een Directieve leiderschapsstijl.
Kwaliteit:
  • Toont initiatief
  • Bereikt resultaten
  • Maakt dingen af
  • bewust van kosten en winst

Valkuil:
  • Kritisch
  • Bedreigend 
  • neemt alle beslissingen
  • handelt zonder overleg
Noem 2 kwaliteiten en 2 valkuilen van een Overtuigende leiderschapsstijl.
Kwaliteiten:
  • Gebruikt teamwork bij besluitvorming
  • Moedigt hogere prestaties aan
  • Coördineert andere bij het werk


Valkuilen:
  • Meegaand
  • Zwak
  • Zoekt te veel in het compromis
  • Vermijnd beslissingen
Wat is groepsdynamica?
Groepsdynamica is de studie van het gedrag van mensen in kleine groepen (3 tot 20)
Wat is het polariteitenmodel?
Polariteiten zoals methodiek van themagecentreerde interactie spelen een grote rol. Spanningsvelden zoals individualiteit vs socialiteit, taak vs proces, rationaliteit vs irrationaliteit op groepsniveau. Op individueel niveau; stilt vs interactie, harmonie vs conflict, ondersteuning vs confrontatie en intellect vs gevoel. Het gaat uit van wat zich tussen personen afspeelt. Op heden gericht. Nadruk op zelfbepaling en autonomie. 
Wat is het spiraalmodel?
Groepsvorming als spiraal die de diepte in gaat. Steeds intensiever en diepgaander. Onderscheid tussen bewuste en onbewuste (onder de oppervlakte) lagen van de groep. Theorieën sluiten vaak aan bij Freud.
Wat wordt bedoeld met de theorie waarbij de ontwikkeling van groepsdynamiek gaat volgend het lineaire model? Noem de 5 fases.Ontwikkeling gaat via op een volgende fases tot het einddoel is bereikt. 
Ontwikkeling gaat via op een volgende fases tot het einddoel is bereikt.
1.Forming; vorm à orientatie
2.Storming; storm à conflicten binnen de groep
3.Norming; norm à ontwikkeling groepsnormen
4.Performng; prestatie à transformatie van individu naar team
5.Adjourining; afscheid à loslaten ontbinden vd groep
Wat houdt lidmaatschapsgroep in?
Formeel behoor je tot een groep. Dit is een nominale verbondenheid. Denk niet alleen aan clubs, partijen, maar ook aan sociale media zoals facebook.