Samenvatting Handboek klinische ontwikkelingspsychologie : over aanleg, omgeving en verandering

-
ISBN-10 9031352063 ISBN-13 9789031352067
357 Flashcards en notities
32 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Handboek klinische ontwikkelingspsychologie : over aanleg, omgeving en verandering". De auteur(s) van het boek is/zijn Pier Prins, Caroline Braet. Het ISBN van dit boek is 9789031352067 of 9031352063. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Handboek klinische ontwikkelingspsychologie : over aanleg, omgeving en verandering

  • 1 Ontwikkeling en psychopathologie

  • De prevalentie van kinderpsychopathologie wordt geschat tussen de 8 en de 26 proces.

  • Jongens laten meer vroege (ontwikkelings)stoornissen zien gebaseerd op een problematische neurologische ontwikkeling, terwijl meisjes meer emotionele stoornissen laten zien, met een piek in de adolescentie.

  • Hoeveel procent van de mensen zoekt hulpt voor psychopathologische problemen bij kinderen?
    2%
  • Wat is de prevalentie van kinderpsychopathalogie?
    Er is in ieder geval zeker dat 85% het wel goed doet.
  • 1.1 Inleiding

  • Wat is de prevalentie van kinderpsychopathologie?

    Er is in ieder geval zeker dat 85% het wel goed doet. 

  • Wat bestudeert de KLOP, welke vragen stelt men hierbij en wat is het doel? 

    • Studie van: kinderen bij wie er psychische problemen zijn vastgesteld.
    • Vragen: hoe manifesteren deze problemen zicht? Wat zijn de factoren die de problemen veroorzaken en in stand houden?
    • Doel
           1. model ontwerpen dat de ontwikkeling van afwijkend gedrag kan verklaren.
           2. model ontwerpen dat aanknopingspunten kan aanreiken voor preventie of gepaste interventie
  • Hoeveel van de mensen zoekt hulp voor psychopathologische problemen bij kinderen?

    2%

  • Hoeveel  jongeren  voldoen aan diagnostisch criteria  van minstens  1 psychologische stoornis en  die de leeftijd van 16 jaar nog  niet hadden bereikt? (life time prevalentie)

    36.7 %

  • KLOP baseert zich vooral op inzichten uit longitudinaal onderzoek. Wat valt hierbij op?

    • Bij sommige kinderen herstellen de problemen spontaan, bij anderen duren ze voort en manifesteren ze in de volwassenheid als een stoornis.
      (Hierbij zijn voor verschillende problemen 'ontwikkelingstrajecten' uitgestippeld.
    • Stoornissen hebben verschillende aanvangsleeftijden.
      (Implicatie: modellen over ontwikkeling psychopathologie moeten stoornisspecifiek ontwikkeld worden.
  • Waarom dient de KLOP ook een ruime kennis te hebben van de normale ontwikkeling?

    Een psychische problematiek kan deel uitmaken van een normale ontwikkeling en inherent zijn aan de ontwikkelingsbehoeften (vb.: koppigheidsfase peuter) 

    OF

    het kan een kenmerk zijn van een slecht losmakingsproces (vb.: adolescent die wegloopt na ruzie met ouder).

  • KLOP: wat wordt er verondersteld met afwijking van de normale ontwikkeling?

    • Categorische benadering: afwijkend functioneren is kwalitatief anders dan normaal functioneren. 
    • Dimensionele benadering: afwijkend functioneren is gradueel verschillend van normaal.
  • De KLOP hanteert een transactioneel ontwikkelingsmodel om psychische fenomenen te analyseren. Wat onderzoekt men hierbij?

    • De risicofactoren
    • De beschermende factoren
    • De complexe interacties

    Impact van aanleg en omgeving op afwijkende ontwikkeling wordt hierbij erkend.

  • 1.2 Modellen normale ontwikkeling

  • Wat zijn ontwikkelingstaken?

    De normale uitdagingen voor een kind op een bepaalde leeftijd. 

  • 1.2.1 Ontwikkelingstaken

  • Wat zijn ontwikkelingstaken?

    Normale uitdagingen voor een kind op een bepaalde leeftijd.

  • Wat is probleemgedrag in het licht van deze ontwikkelingstaken?

    • Niet: een signaal van afwijkende ontwikkeling.
    • Wel: onderdeel van het min of meer succesvol doorlopen van een bepaalde ontwikkelingstaak.
      Vb.: stemmingswisselingen, ... in adolescentie.
  • 1.2.2 Modellen van normale ontwikkeling

  • Van welke drie modellen van normale ontwikkeling zijn alle andere modellen afgeleid?

    1. Het trekmodel
    2. Het contextueel of omgevingsmodel
    3. Het interactiemodel
      -> Het transactioneel model is een uitbreiding van het interactiemodel.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Leg het ecologisch transactioneel model van Cichetti, Tuch en Maughan uit.
  • Het is een transactioneel model dat rekening houdt met transacties tussen de verschillende contexten zoals eerder beschreven bij Bronfenbrenner en Belsky.
  • Het benadrukt nog meer dat psychopathologie bij een kind het resultaat is van een balans tussen interacterende systemen op micro-, meso- en macroniveau enerzijds en buffer of beschermende factoren anderzijds. 
  • Lijkt momenteel het meest complete model. 
  • Het model beschrijft de etiologische en instandhoudende processen voor een bepaald probleem, met aandacht voor contextuele aspecten, moet ze stoornispecifiek geconcretiseerd worden. 
  • Figuur: proberen begrijpen hoe kinderen al dan niet psychopathologie ontwikkelen nadat ze mishandeld werden. 
Leg het diathese-stress model uit.
  • Het is een transactioneel model dat aanvaard wordt voor het begrijpen van depressie. 
  • Uitgangspunt: er is een wederzijdse invloed van de omgeving en het kind op elkaar en dit op een dynamische manier.
  • Stressfactoren hebben de depressie 'uitgelokt' en kunnen dit in de toekomst weer uitlokken bij hiervoor kwetsbare personen. 
  • Bij depressie verondersteld men steeds een 'diathese'. Deze kan biologisch zijn of psychologisch.
         - Biologisch: bvb. verstoorde neurotransmitters.
         - Psychologisch: bvb. aanwezigheid afwijkende denkprocessen.
  • Het is een transactioneel model omdat het de diathese op zijn beurt nieuwe stresserende reacties vanuit de omgeving in gang kan zetten. 
  • Stress = levensgebeurtenissen die het fysiologisch, emotioneel of cognitief evenwicht van een persoon verstoren. 
  • Hoge niveaus van kwetsbaarheid: slechts weinig stress nodig om een stoornis te activeren.
  • Hoog stressniveau: zelfs mensen met een minimale kwetsbaarheid toch kans een stoornis te ontwikkelen.
Leg het ecologisch model van Bronfenbrenner uit.

Bronfenbrenner maakt een onderscheid tussen contexten op: 

  • microniveau
  • mesoniveau
  • macroniveau
Wat is de DIPSI (de Clerque et al)?
Om de structuur van de persoonlijkheidspathologie die men op jonge leeftijd kan observeren te onderzoeken ontwikkelden zij de dimensional personality symptom itempool, een taxonomie bestaande uit 27 lagere ordefacetten die geordend zijn onder vier hogere ordedimensies: 
  • onwelwillendheid (externaliserend)
  • emotionele instabiliteit (internaliserend)
  • introversie (internaliserend)
  • complusivitieit (internaliserend) 
Behavioral inhibition (BI) tijdens de peutertijd is predictief voor angststoornissen later. hoe kan BI in verband worden gebracht met taxonomieën van persoonlijkheid?
BI kan geïnterpreteerd worden door de combinatie van een hoge score op neuroticisme en een lage score op extraversie. Een combinatie van BI en een lage score op consciëntieusheid hangt significant samen met zelfmoordpogingen.
Clark (2005) stelt temperament (positieve affectiviteit, negatieve affectiviteit en disinhibitie) als basis om zowel psychopathologie als persoonlijkheid te organiseren. Hoe kan haar theorie aan de spectrumhypothese, kwetsbaarheidsmodel, diathese-stressmodel, pathoplastiemodel, complicatiemodel en het littekenmodel gekoppeld worden?
  • Ze ziet temperament als dezelfde onderliggende factor voor zowel persoonlijkheid als psychopathologie (spectrumhypothese).
  • Individuen met extreme scores op bepaalde persoonlijkheidstrekken zijn meer kwetsbaar voor het ontwikkelen van psychopathologie (kwetsbaarheidmodel).
  • ^ Deze individuen ondervinden ook heftigere (psychopathologie) gevolgen op negatieve levensgebeurtenissen (diathese-stress model).
  • De manifestatie van de stoornis wordt beïnvloedt door de persoonlijkheidstrekken van het individu (pathoplastiemodel).
  • Stoornissen kunnen ook tijdelijke veranderingen op het vlak van persoonlijkheid veroorzaken (complicatiemodel).
  • Ook kunnen stoornissen blijvende veranderingen op het vlak van persoonlijkheid veroorzaken (littekenmodel).
Clark (2005) stelt temperament als basis om zowel psychopathologie als persoonlijkheid te organiseren. Deze zijn secundair aan drie grote temperamentdimensies. Welke zijn dit?
  • Positieve affectiviteit: speelt een rol bij depressie en in mindere mate bij schizofrenie en sociale fobie. Positieve affectiviteit differentieert dus tussen internaliserende problematiek.
  • Negatieve affectiviteit: dekt nagenoeg het hele scala van internaliserende stoornissen.
  • Disinhibitie: van belang voor het beschrijven van externaliserende problematiek.
Wat is de link tussen het tripartitemodel en het VFM?
NA van het tripartitemodel kan gelijk gesteld worden met neuroticisme en PA met extraversie.
Wat houdt het tripartitemodel van Clark en Watson in?
Dat de structurele relatie tussen angst en depressie kan worden begrepen vanuit drie grote factoren:
  • Negatief affect (NA): een niet-specifieke factor die zowel met angst en depressie samen hangt.
  • Positief affect (PA): afwezigheid hiervan is typerend voor depressie 
  • Fysiologische hyperarousal (FH): typerend voor angststoornissen
 Wat stelt de spectrumhypothese met betrekking op de relatie tussen persoonlijkheid en psychopathologie bij kinderen?
Dat er geen unidirectionele relatie is, maar dat persoonlijkheid, subklinische trekken en As I syndromen deel uitmaken van eenzelfde continuüm. Onderliggende genetisch-biologische factoren zijn hiervoor verantwoordelijk.