Samenvatting Handboek Loonheffingen 2015

ISBN-13 9789079659272
350 Flashcards en notities
4 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Handboek Loonheffingen 2015". De auteur(s) van het boek is/zijn . Het ISBN van dit boek is 9789079659272. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Handboek Loonheffingen 2015

  • 1 Verplichtingen van de inhoudingsplichtige

  • Wat moet een werknemer als eerst doen als hij/zij werknemers in dienst gaat nemen?
    Aanmelden als werkgever/inhoudingsplichtige door het formulier 'Melding loonheffingen aanmelding werkgever' naar de Belastingdienst te sturen.
  • Wat ontvangt een werkgever als hij/zij zich aangemeld heeft bij de Belastingdienst als werkgever/inhoudingsplichtige?
    • Loonheffingennummer
    • Aangiftebrief
    • Brief met vermelding sectorfonds voor de werknemersverzekeringen
    • Brief met percentage voor de gedifferentieerde premie WGA
  • Welke administratieve verplichtingen gelden er voor de inhoudingsplichtige?
    • Opgaaf gegevens voor de loonheffingen: schriftelijk verzoek voor de toepassing van de heffingskorting van de werknemer bewaren
    • Wet op de identificatieplicht: identiteit van de werknemer vast stellen
    • Loonstaat: een loonstaat aanleggen bij iedere werknemer
    • Loonboekhouding: een loonboekhouding voeren en de gegevens administratief vast leggen m.b.t. de door de minister aangewezen uitkeringen, verstrekkingen en vergoedingen
    • Jaaropgave: na afloop van het kalenderjaar aan de werknemer een opgaaf verstrekken van het door hen over dat jaar genoten loon voor de loonheffing en de van hen ingehouden loonheffing en andere gegevens, zoals het burgerservicenummer (BSN), de loonheffingskorting en de soort toegepaste tabel. 
    • Loonaangifte: na afloop van het aangiftetijdvak elektronisch loonaangifte doen aan de Belastingdienst. Er dient een gelijktijdige betaling van het verschuldigde bedrag plaats te vinden
    • Eerstedagsmelding (EDM): voor iedere nieuwe werknemer een EDM doen bij de Belastingdienst, indien dit voor het desbetreffende bedrijf verplicht is gesteld door de Belastingdienst. 
  • Wat geldt als een origineel identiteitsbewijs:
    1. Nederlands nationaal paspoort
    2. Nederlandse identiteitskaart
    3. Gemeentelijke identiteitskaart
    4. Verblijfsdocument van de vreemdelingendienst I t/m IV en EU/EER
    5. (elektronisch) W-document
    6. Overige nationale paspoorten van een niet-EER-land met een door de vreemdelingendienst aangetekende vergunning (aanmeldsticker) tot verblijf
    7. Diplomatiek paspoort
    8. Paspoort van een land van de Europese Economische Ruimte (EER)
    9. Vluchtelingenpaspoort
    10. Vreemdelingenpaspoort
    11. Dienstpaspoort
  • De inhoudingsplichtige moet een kopie van het identiteitsbewijs bewaren, wat is hierbij belangrijk?
    • De kopie moet duidelijk leesbaar zijn
    • De foto moet herkenbaar zijn
    • De kopie moet de voor- en achterzijde van het document bevatten
    • De aard en nummer van het document moeten uit de kopie blijken
    • De kopie moet bij de loonadministratie worden bewaard tot ten minste vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking is beëindigd. 
  • Wat moet de inhoudingsplichtige doen wanneer de identiteit van de werknemer niet op de voorgeschreven wijze is vastgesteld en/of de gegevens niet op de juiste wijze worden bewaard bij de loonadministratie?
    Het anoniementarief toepassen.
  • Wat houdt het anoniementarief in?
    De inhoudingsplichtige moet 52% inhouden aan loonbelasting/premie volksverzekeringen.

    Hierbij mag geen rekening worden gehouden met de loonheffingskorting, het maximumpremieloon voor de premies werknemersverzekeringen, het maximumbijdrageloon voor de werkgeversheffing Zvw, het maximumbijdrageloon voor de bijdrage Zvw, en mag ook geen rekening worden gehouden met de tijdelijke heffingskorting voor vroeggepensioneerden.   
  • Wat houdt de 'identificatieplicht op de werkplek' in?
    Werknemers en andere personen die op de werkplek zijn meoten op elk moment een identiteitsbewijs kunnen tonen. Hiervoor mogen werknemers uit Nederland en de EER wel een rijbewijs gebruiken.
  • Welke gegevens moeten er in de 'opgaaf gegevens voor de loonheffing' staan die werknemer verstrekt aan de werkgever/inhoudingsplichtige?
    • Naam en voorletters
    • Geboortedatum
    • BSN
    • Adres
    • Postcode en woonplaats
    • Woonland en regio als hij/zij niet in Nederland woont
    • Wel/niet toepassen van de loonheffingskorting
  • Wat is een EDM?
    De verplichting voor de inhoudingsplichtige om een nieuwe medewerker uiterlijk voor de dag van aanvang van de werkzaamheden aan te melden bij de Belastingdienst.
  • In welke gevallen kan de Belastingdienst een werkgever verplichten om maximaal vijf jaar lang een eerstedagsmelding te doen?
    • Als men een vergrijpboete voor het niet of te laat betalen van loonheffingen heeft gekregen
    • Als men strafrechtelijk wordt vervolgd omdat men illegale werknemers in dienst heeft, de werkgever het bedrijf niet in het handelsregister heeft ingeschreven, men de verplichtingen voor de loonheffingen niet is nagekomen
    • Als men een boete heeft gekregen voor het in dienst hebben van illegale werknemers
    • Als men een naheffingsaanslag heeft gekregen omdat men werknemers niet in de loonadministratie heeft opgenomen.
  • Wanneer is een loonstaat geen vereiste?
    • Voor een meewerkend kind dat loon krijgt
    • Bij betaling van een bijstandsuitkering, een WW-uitkering of een Wwik-uitkering aan iemand.
  • Wat staat er in de 'rubriek werknemer' op de loonstaat?
    De persoonlijke gegevens van de werknemer. Deze gegevens worden in het algemeen overgenomen van de laatst ingeleverde opgaaf gegevens voor de loonheffing.
  • Wat staat er in de 'rubriek inhoudingsplichtige/werkgever' op de loonstaat?
    De naam- en adresgegevens van de inhoudingsplichtige.
  • Wat staat er in de 'rubriek gegevens voor de tabeltoepassing' op de loonstaat
    Hierin wordt aangegeven of voor de werknemer een of meer van de volgende kortingen wordt toegepast:
    • Loonheffingskorting
    • Jonggehandicaptenkorting
    • Tijdelijke heffingskorting
  • In welke tabel worden beloningen die niet regelmatig worden genoten, zoals vakantiegeld, gratificaties en dertiende maand belast?
    Tabel bijzondere beloningen, met als uitgangspunt het jaarloon
  • Wat wordt verstaan onder het jaarloon?
    1. Als de werknemer het gehele voorafgaande jaar bij dezelfde werkgever loon heeft genoten, geldt at loon. Met het loon wordt dan bedoeld het loon uit kolom 14 van de loonstaat "het loon van de loonbelasting/premie volksverzekeringen".
    2. Als de werknemer slechts een gedeelte van een jaar bij de werkgever in dienst is geweest, wordt dat vorig jaar genoten loon herleid tot een jaarloon.
    3. Als de werknemer dit jaar in dienst komt, wordt het loon van dit jaar herleid tot een jaarloon
  • Welke twee mogelijkheden heeft de inhoudingsplichtige bij een geautomatiseerde loonadministratie?
    1. De inhoudingsplichtige legt alle gegevens vast die van belang zijn en zorgt ervoor dat deze gegevens op elk gewenst tijdstip in de vorm van een volledige loonstaat ter inzage gegeven kunnen worden
    2. De inhoudingsplichtige houdt voor iedere werknemer een zogenoemde basiskaart bij. Op deze basiskaart vermeldt men de gegevens die in het hoofd van de modelloonstaat worden gevraagd. Bij de basiskaart moet men de loonspecificaties bewaren van de overige gegevens die op de modelloonstaat worden gevraagd, zoals de loonbedragen en de inhoudingen. 
  • Vanaf 1 januari 2013 is de Wet uniformering loonbegrip ingevoerd. Hierdoor zijn de grondslagen voor het berekenen van het loon voor de loonheffing, voor de werknemersverzekeringen en de Zvw gelijk geworden. Welke twee uitzonderingen zijn er nog steeds?
    1. Loon uit vroegere dienstbetrekking heeft geen loon voor de werknemersverzekeringen
    2. Eindheffingsloon is geen loon voor de werknemersverzekeringen en Zvw
  • Welke kolommen staan er op een loonstaat
    • Kolom 1: loontijdvak
    • Kolom 2: nummer inkomstenverhouding
    • Kolom 3: loon in geld, uit tegenwoordige dienstbetrekking
    • Kolom 4: Waarde niet in geld uitgekeerd loon, mits in tegenwoordige dienstbetrekking
    • Kolom 5: Fooien en uitkeringen uit fondsen, tegenwoordige dienstbetrekking
    • Kolom 6: Totalen van de kolommen 3 t/m 5 (vervallen per 1 januari 2013 met invoering van de Wet uniformering loonbegrip)
    • Kolom 7: Aftrekposten voor alle heffingen
    • Kolom 8: Loon voor de werknemersverzekeringen (kolom 6 minus kolom 7)
    • Kolom 9: Loon in geld, uitsluitend voor de loonheffing en Zvw (vervallen per 1 januari 2013 met invoering van de Wet uniformering loonbegrip)
    • Kolom 10 Loon anders dan in geld, uitsluitend voor de loonbelasting/volksverzekeringen en de Zvw (vervallen per 1 januari 2013 met invoering van de Wet uniformering loonbegrip)
    • Kolom 11: Ingehouden premies WW en de vereveningsbijdrage De door de inhoudingsplichtige ingehouden premie WW en dezelfde premie die door de uitvoeringsinstelling is ingehouden op de door tussenkomst van de inhoudingsplichtige uitbetaalde uitkeringen (vervallen per 1 januari 2013 met invoering van de Wet uniformering loonbegrip)
    • Kolom 12: Het loon voor de Zvw; totaalbedrag van kolom 8,9 en 10 verminderd met dat van kolom 11
    • Kolom 13: Loon uitsluitend voor de loonbelasting en volksverzekeringen (vervallen per 1 januari 2013 met invoering van de Wet uniformeting loonbegrip)
    • Kolom 14: Loon voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen Totaal van kolommen 12 en 13 = de grondslag van de loonheffing. 
    • Kolom 15: Ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen De m.b.v. de witte tabel berekende loonheffing 
    • Kolom 16: Ingehouden werknemersbijdrage Zvw
    • Kolom 17: Uitbetaald (totaal van kolom 3, 9 en 13 verminderd met kolom 7, 11, 15 en 16)
    • Kolom 18: Arbeidskorting
    • Kolom 19: Levensloopverlofkorting
  • Wat wordt verstaan onder kolom 3 'loon in geld, uit tegenwoordige dienstbetrekking'?
    • Loon in geld door de inhoudingsplichtige verschuldigd
    • Loon in geld in de vorm van bijzondere beloningen, zoals vakantiegeld, dertiende maand, gratificatie en tantièmes
    • De door de inhoudingsplichtige doorbetaalde bedragen, zoals uitkeringen ZW, WW en WAO/WIA en de door hem daarop verstrekte aanvullingen, mits over het totaal premies werknemersverzekeringen zijn verschuldigd
    • Postuum loon: het na overlijden van een werknemer nog nabetaalde salaris, tantième enz. is in feite het loon dat wordt genoten door de erfgenamen
    • Fooien die de werknemer van de werkgever geniet indien bij het bepalen van het loon rechtstreeks rekening is gehouden met deze aan de werknemer rechtens toekomende fooien
    • Voor rekening van de werknemer genomen loonheffingen
  • Wat wordt er opgenomen in kolom 4 "Waarde niet in geld uitgekeerd loon, mits in tegenwoordige dienstbetrekking"?
    • De waarde van de tot het loon behorende aanspraken
    • De waarde van de door de inhoudingsplichtige verstrekte kost en/of inwoning (beloningen in natura)
    • De belaste waarde van de aan de werknemer verstrekte vakantiebonnen (90%-100% van de nominale waarde naargelang de voorwaarden)
    • De werkgeversbijdrage in de levensloopregeling wordt hier verwerkt (vervolgens negatief boeken in  kolom 10)
  • Wat wordt er verstaan onder in kolom 7 "Aftrekposten voor alle heffingen"?
    De op het loon ingehouden bedragen die van invloed zijn op de loonheffing en de verschuldigde premies werknemersverzekeringen. 

    Het gaat hierbij met name om de ingehouden pensioenpremie, de VUT-premie en de door de werknemer verschuldigde boeten.

    Deblokkeringen t.b.v. een vrijwillige pensioenbijdrage worden ook vermeld in kolom 7 (aftrekpost). In kolom 3 wordt dan de besteding geboekt.    
  • Waar moet de loonboekhouding worden bewaard als er geen sprake is van een kantoor?
    Op de plaats waar de inhoudingsplichtige woont.
  • Wat zijn de bijzondere administratieve verplichtingen die de werkgever per werknemer moet bijhouden in de loonadministratie?
    • Vrijgestelde vergoedingen, uitkeringen en verstrekkingen
    • Beschikkingen en verklaringen
    • Loonbestanddelen die onder de eindheffing vallen
    • Spaarloonregeling
    • Levensloopregeling
    • Afdrachtverminderingen
    • Vergoedingen en verstrekkingen die verband houden met vervoer
    • Kosten en rentevoordeel van een personeelslening voor de eigen woning
  • Wat is de bewaartermijn voor de basisgegevens, zoals het grootboek, voorraad- en loonadministratie
    Een bewaarplicht van zeven jaar
  • Welke bewaarplicht geldt voor de opgaaf gegevens voor de loonheffingen en kopieën van identiteitsbewijzen?
    Een bewaarplicht van vijf jaar gerekend vanaf einde dienstbetrekking
  • Welke items moeten ten minste voorkomen op een loonstrook?
    1. Brutoloon
    2. De samenstelling van het loon, bv. maandloon vast, gratificatie, overwerk
    3. De bedragen die op het loon zijn ingehouden, zoals loonheffing en werknemersverzekeringen
    4. De toegepaste levensloopregeling
    5. De arbeidsduur
    6. De termijn waarop de uitbetaling betrekking heeft: maand, week enz.
    7. Het wettelijk vastgestelde minimumloon dat van toepassing is
    8. De naam van de inhoudingsplichtige en de naam van de wekrnemer
  • Welke gegevens moeten ten minste op de jaaropgaaf staan (vanaf 2013)?
    1. naam- en adresgegevens van de werknemer
    2. naam- en adresgegevens van de werkgever
    3. het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen dat de werknemer in 2013 heeft gekregen (kolom 14 van de loonstaat)
    4. de loonbelasting/premie volksverzekeringen (kolom 15 van de loonstaat)
    5. het totaalbedrag van de arbeidskorting (kolom 18 van de loonstaat)
    6. het bsn/sofinummer
    7. het loon voor de Zvw (kolom 12 van de loonstaat)
    8. het totaalbedrag van de levensloopverlofkorting die is verrekend (kolom 19 van de loonstaat)
    9. of bij de berekenign van de loonbelasting/premie volksverzekering rekening is gehouden met de loonheffingskorting en per wanneer
    10. de bijdrage Zvw die is ingehouden op het nettoloon van de werknemer (kolom 16 van de loonstaat)
  • Wat moet er vanaf 2014 ook op de jaaropgave staan?
    • Het bedrag van de werkgeversheffing Zvw
    • Het totaal aan ingehouden werknemersverzekeringen
  • Welke gegevens moeten er ten minste op de jaaropgaaf staan (voor 2013)?
    1. het loon dat de werknemer heeft ontvangen (kolom 14 van de loonstaat)
    2. de ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen (kolom 15 van de loonstaat)
    3. BSN
    4. het loon voor de Zvw (kolom 12 van de loonstaat) en de ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (kolom 16 van de loonstaat). Voor gemoedsbezwaarde werknemers dient de bijdragevervangende belasting te worden vermeld
    5. de code of bij de bepaling van de loonbelasting/premie volksverzekeringen geen (code 0) of wel (code 1) rekening is gehouden met de loonheffingskorting
    6. het totaalbedrag aan verrekende arbeidskorting (kolom 18 van de loonstaat)
    7. het totaalbedrag dat de werknemer aan levensloopverlofkorting heeft genoten (kolom 19 van de loonstaat)
  • Zijn de a) opgaaf loonheffingen en b) jaaropgaaf vormvrij?
    ja
  • Wat houdt de gecombineerde loonaangifte in?
    Aangifte loonbelasting, premie volksverzekeringen en premie werknemersverzekeringen WW en WAO/WIA.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wanneer heeft een inhoudingsplichtige recht op de afdrachtvermindering onderwijs?
Als de inhoudingsplichtige een werknemer of leerling in dienst heeft die:
  • de beroepspraktijkvorming volgt van de beroepsbegeleidende leerweg op grond van een leer-werkovereenkomst tussen werkgever, werknemer en de onderwijsinstelling
  • is aangesteld als assistent in opleiding (aio) of als promovendus bij een universiteit of is aangesteld als onderzoeker in opleiding (oio) bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek of de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen of bij een onderzoeksinstelling die onder een van deze twee instellingen valt. De aanstelling moet geregeld zijn in een overeenkomst tussen degene bij wie de werknemer is aangesteld en een privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO
  • is aangesteld bij een privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO, een loon omvangt dat overeenkomt met het loon van een aio of promovendus en promotieonderzoek doet op grond van een overeenkomst tussen degene bij wie de promotieonderzoeker is aangesteld en een universiteit
  • werk doet in het kader van een initiële opleiding in het hoger beroepsonderwijs (hbo) op grond van een onderwijsarbeidsovereenkomst tussen de werkgever, de werknemer en de hogeschool
  • een voormalig werkloze is die aangewezen scholing volgt die erop gericht is hem op startkwalificatieniveau te brengen. Bij scholing op startkwalificatieniveau gaat het om scholing die maximaal opleidt tot mbo 2-niveau. De opleidingen die hieraan voldoen, zijn de opleidingen van niveau 1 (assistentenopleiding) en 2 (basisberoepsopleiding) uit het zogenaamde Crebo-register dat wordt vastgesteld door de minister Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
  • een leer-werktraject volgt in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsbegeleidende leerweg van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). De leerling moet werkzaamheden verrichten in het kader van een leer-werkovereenkomst tussen werkgever, de leerling, de onderwijsinstelling en het landelijk orgaan voor het beroeponderwijs. Een arbeidsovereenkomst is hierbij niet nodig. 
  • gedurende ten minste 2 maanden een stage volgt in het kader van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg op mbo-niveau 1 of 2.  Deze stage moet plaatsvinden op grond van een leer-werkovereenkomst tussen werkgever, de onderwijsinstelling en de stagiair.
  • een procedure erkenning verworven competentie (EVC-procedure) volgt bij een erkende EVC-aanbieder
  • Onderwijs voor een verhoging van het opleidingsniveau volgt.
Wanneer is extra reistijd overwerk?
Extra reistijd is overwerk als aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:
  • De normale arbeidsduur wordt overschreden doordat de werknemer in opdracht van de werkgever naar een tijdelijke arbeidsplaats reist
  • De tijdelijke arbeidsplaats ligt op grote afstand van de woon- of verblijfplaats van de werknemer. 

De vergoeding voor de extra reistijd is dan overwerkloon. Het maakt niet uit of de werknemer tijdens die reistijd al dan niet werkt.
Hoe wordt het toetsloon en de afdrachtverminderingen berekend bij deeltijdwerkers?
Bij deeltijdwerkers moeten het toetsloon en het bedrag van de afdrachtverminderingen herrekend worden met een deeltijdfactor. De deeltijdfactor is niet groter dan 1. Verder moet bij de vaststelling van de deeltijdfactor aan de hand van het aantal uren waarover de werkgever loon moet betalen, per tijdvak per werknemer geadministreerd worden: dit aantal uren, het loon en het toetsloon dat van toepassing is.
In welke mate wijkt het begrip "loon" voor de berekening van afdrachtvermindering onderwijs af van het begrip "loon" voor de berekening van de loonheffingen?
Het begrip "loon" voor de berekening van de afdrachtvermindering onderwijs (tot 2014) wijkt af van het begrip "loon" voor de berekening van de loonheffingen. Het loonbegrip omvat hier namelijk het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen (kolom 14 van de loonstaat) verminderd met de volgende loonbestanddelen:
  • beloningen die in de regel maar 1 keer per jaar toegekend worden, zoals vakantiegeld, tantièmes, of gratificaties
  • loon uit vroegere dienstbetrekking, zoals Waz-, Wet Wajong- en WAO/WIA-uitkeringen
  • loon in de vorm van vakantiebonnen, vakantietoeslagbonnen of daarmee overeenkomende aanspraken
  • toeslagen in verband met ploegendiensten of onregelmatige diensten
  • overwerkloon


Wel tot het loon voor de afdrachtvermindering onderwijs (tot 2014) horen:
  • loon in verband met tijdelijke arbeidsongeschiktheid
  • een extra beloning voor bereikbaarheidsdiensten
Wat wordt onder speur- en ontwikkelingswerk verstaan?
Onder speur- en ontwikkelingswerk (S&O) verstaat men het systematisch verrichten van niet-routinematig technisch wetenschappelijk onderzoek, teneinde voor de onderneming nieuwe kennis op te doen. De S&O-afdrachtvermindering wordt verleend voor werknemers die speur-en ontwikkelingswerk verrichten. Het speur- en ontwikkelingswerk dient aan een aantal criteria te voldoen. Een van de belangrijkste is dat de werkzaamheden in Nederland worden verricht.

De afdrachtvermindering bedraagt 35% van het loon voor de eerste € 250.000,- aan loon dat aan het werk wordt besteed en 14% over het resterende S&O-loon, tot een maximale afdrachtvermindering van € 14.000.000,-.

Voor startende werkgevers:
De afdrachtvermindering is maximaal 50% tot een S&O loon van maximaal € 250.000,- en over het meerdere 14%. De uitvoering van deze afdrachtvermindering ligt bijna geheel bij agentschap NL, vanaf 1 januari 2014 opgegaan in Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Sinds 1 januari 2014 zijn de verrekeningsmogelijkheden voor de afdrachtvermindering verruimd. Nu is namelijk verrekening mogelijk met alle tijdvakken waarin de S&O-verklaring geldig is. Ook geldt m.i.v. 1 januari 2014 een S&O-verklaring voor maximaal 12 maanden per kalenderjaar; dit was in de meeste gevallen 6 maanden.
Wat houdt de afdrachtvermindering zeevaart in?
De afdrachtvermindering zeevaart is een percentage van het loon. Dit is 40% voor zeevarenden die in een van de landen van de Europese Unie of in de Europese Economische Ruimte (EER) wonen. De landen van de EER zijn Liechtenstein, Noorwegen en IJsland. De aftrek is 10% als een zeevarende buiten de Europese Unie of buiten de EER woont. Voor deze zeevarende blijft de voorwaarde bestaan dat hij in Nederland aan de loonbelasting onderworpen is, of premieplichtig is voor de volksverzekeringen. 

De afdrachtvermindering zeevaart voor zeevarenden op schepen voor sleep- of hulpverleningsdiensten geldt alleen als een schip sleepdiensten en hulpdiensten kan verrichten.
Geef aan wat met de procedure Erkenning verworven competenties kan worden vastgesteld.
Met een procedure Erkenning verworven competenties (EVC) kan een werknemer laten vaststellen welke competenties hij door werkervaring al heeft en welke aanvullende opleidingen hij eventueel nodig heeft. 

De kosten voor de procedure zijn scholingskosten voor de werknemer. De werknemer kan de kosten volgens de regeling "Uitgaven scholingskosten" aftrekken voor de inkomstenbelasting. Dit mag ook als de werkgever de kosten vergoed.    

De werknemer mag voor deze scholingskosten ook zijn spaarloon deblokkeren. Als de werkgever de kosten vergoedt, is dat belast loon. De werkgever heeft per werknemer die een erkende EVC-procedure volgt, recht op € 329,- afdrachtvermindering onderwijs per procedure. Men hoeft voor deze afdrachtvermindering geen rekening te houden met het toetsloon of deeltijdfactor. Er moet wel een verklaring van de EVC-aanbieder worden bewaard over de kwaliteit van de procedure bij de loonadministratie.
Geef een omschrijving van de afdrachtvermindering onderwijs.
De afdrachtvermindering onderwijs (tot 2014) is de verzamelnaam van verschillende categorieën afdrachtvermidnering die gerelateerd zijn aan het onderwijs. Voor elke afdrachtvermindering gelden eigen voorwaarden om ervoor in aanmerking te komen.
Heeft de afdrachtvermindering invloed op de inhouding van loonheffing op het loon van de werknemer?
De afdrachtvermindering heeft uitsluitend betrekking op de afdracht door de werkgever en niet op de inhouding van loonheffing op de werknemer.
Geef aan hoe de berekening van de afdrachtverminderingen verloopt.
Het totale bedrag aan inhouden loonbelasting/premie volksverzekeringen en eindheffing
-
Het totale bedrag van de afdrachtverminderingen per aangiftetijdvak

Het totaalbedrag van de loonbelasting/premievolksverzekeringen en eindheffing mag door de afdrachtverminderingen niet negatief worden. 
  • De totaal bedragen op de aangifte mogen naar boven afgerond worden. 
  • De bedragen per werknemer mogen niet worden afgerond