Samenvatting Handboek neuropsychologie de biologische basis van het gedrag

-
ISBN-10 9033438828 ISBN-13 9789033438820
620 Flashcards en notities
6 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Handboek neuropsychologie de biologische basis van het gedrag". De auteur(s) van het boek is/zijn G Vingerhoets E Lannoo. Het ISBN van dit boek is 9789033438820 of 9033438828. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Handboek neuropsychologie de biologische basis van het gedrag

  • 1 ìnleiding

  • welk deel van de hersenen wordt in verband gebracht met het zicht
    occipitale lob
  • 1.2 Het anatomisch vocabularium

  • Superior
    Bovenliggend, bovenste
  • Nucleus
    • Grote hoeveelheid cellichamen
    • Kern
  • Vezelbanen
    • Tactus (meervoud tracti)
    • Fasciculus (meervoud fasciculi)
    Vezelbanen die verschillende kerncomplexen met elkaar verbinden krijgen een specifieke naam. Bv het baansysteem dat de corpora mamillar met de nucleus anterior van de thalamus verbind, wordt de tractus (of fasciculus) mamillotthalamicus genoemd.
  • 1.3 De anatomische positie

  • Superior (bovenliggend)
    • Richting het hoofd, bek
    • Hoger liggende gebieden
    • Bovenkant
    • In rostrale of craniale richting
  • Inferior (onderste)
    • Richting de voeten, staart
    • Onderste gebieden
    • In caudale richting
  • Anterior (voorste)
    • Richting de neus
    • Voorste delen van het lichaam
    • In ventrale richting
  • Posterior (achterste)
    • Richting de rug
    • Achterste delen van het lichaam
      • In dorsale richting.
  • Mediaal
    • Richting het midden van het lichaam (of brein)
  • Lateraal
    • Richting de zijkanten van het lichaam (of brein)
  • Proximaal
    • De positie dichterbij de romp
    • Wordt ook gebruikt wanneer twee structuren dichtbij elkaar zijn
  • Distaal
    • De positie verder  van de romp verwijderd
    • Wordt ook gebruikt wanneer twee structuren verder van elkaar verwijderd zijn
  • Contralateraal
    • Twee structuren in tegenovergestelde lichaam/hersen helften
    • Of duidt op een richting van de ene zijde van het lichaam naar de andere.
    • Bv, de linkerhersenhelft is verantwoordelijk voor de motoriek van de rechterhand: elke hersenhelft is verantwoordelijk voor de motoriek van de contralaterale hand.
  • Ipsalateraal
    • Structuren in dezelfde lichaams-, hersenhelft, 
    • Of geeft richting aan die zich beperkt tot 1 lichaams-, hersenhelft
  • Bilateraal
    • Structuren in dezelfde lichaams-, hersenhelft
  • Afferent
    • Van buiten naar binnen toe
    • Projectie naar het centraal zenuwstelsel gericht
    • Bv zenuwcellen die prikkels van de buitenwereld naar onze hersenen leiden volgen een afferente koers en zijn sensorisch van aard.
  • Efferent
    • Projectie die het centrum verlaat (richting de ledematen)
    • Bv Neuronen die prikkels van het centraal zenuwstelsel naar de periferie leiden volgen een efferente koers en hebben een motorische functie.
  • Welke oriëntaties of snijvlakken in het lichaam/de hersenen kunnen onderscheiden worden om de anatomische structuren in kaart te brengen?
    • Coronaal vlak
    • Horizontaal vlak
    • Saggitale snede
  • Coronaal vlak
    Verticaal vlak dat van het ene oor naar het andere loopt door het hele brein
  • Horizontaal vlak
    Van oor tot oor maar dan horizontaal, loodrecht op het coronale vlak
  • Saggitale snede
    Verticaal vlak dat de hersenen van voor naar achteren doorsnijdt.
  • Tectum
    Het dak
  • Tegmentum
    De vloer
  • Colliculus
    Heuveltje
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Waarop regaeren mechanische nociceptoren en waarop warmte nociceptoren?

nociceptoren liggen over het hele lichaam verspreid en zijn allemaal vrije zenuwuiteinden. Mechanische
nociceptoren reageren voornamelijk op een intense mechanische stimulatie (scherpe objecten). Warmtenociceptoren
reageren vooral op hitte.
Wat zijn  proprioceptische of kinestesische gewaarwordingen?
  • De gewaarwording van de eigen lichaamshouding en beweging.
  • Begint bij de somatosensorische receptoren in de gewrichten en skeletspieren.
  • Proprioceptieve gewaarwordingen vertonen weinig adaptatie, we weten altijd waar een lichaamsdeel zich bevindt zelfs wanneer het een tijdlang niet werd bewogen.
  • De proprioceptie is exact en precies, zij draagt bij tot vaardige en gerichte bewegingen.
Er zijn 2 soortenmechanische receptoren namelijk:


1. Vrije zenuwuiteinden = drukgevoelige zone is niet omgeven door een of andere cellulaire structuur
2. Ingekapselde zenuwuiteinden = omgeven door meer gecompliceerde mechanische structuren van bindweefsel vb.
lichaampjes van Pacini (reeks met vloeistof gevulde capsules die het centraal gelegen zenuwuiteinde omsluiten, die alleen
reageren als de druk verandert). Lichaampjes van Meissner reageren bij voorkeur op vluchtige stimulatie, bij de gevoelige vingertoppen. Eindorgaantjes van Ruffini (bij behaarde huid) en schijfjes van Merkel zijn vooral actief bij een constante
vervorming van de huid, ze zijn traag adapterend.
Waar begint het Descenderende/dalende auditieve baansysteem;

begint in de auditieve cortex en eindigt bij de binnenste haarcellen in de
cochlea
Wat doet de Nucleus olivaris superior?

Nucleus olivaris superior; kan door de aankomsttijden en de geluidsintensiteit van prikkels uit het linker- en rechteroor met
elkaar te vergelijken, bepalen wat de waarschijnlijke locatie van het geluid is.
Wat is Prosopagnosie?
Het onvermogen om bekende aangezichten te herkennen bij een bewaard gezichtsvermogen en intellect.
Wat is de retina en uit welke 3 lagen bestaat de retina?

Retina; dunne, sterk georganiseerde laag van zenuwcellen aan de achterste binnenzijde van het oog. Bevat 3 cellagen:
1. Buitenste kernlaag; lichtgevoelige receptorcellen: staafjes (licht/donker) en kegeltjes (kleuren; violet, groen en geel). Bij te
weinig licht verliezen kegeltjes hun effectiviteit. Staafjes zijn minder effectief bij fel licht. Kegeltjes zijn superieur in de
fijnere visuele waarneming, gezichtsscherpte. Potentiaalveranderingen zijn gradueel. Door sensorische transductie lukt het
fotoreceptoren om de energie van de sensorische stimulus om te zetten in een taal die andere neuronen begrijpen.
2. Binnenste kernlaag; horizontale, bipolaire en amacriene cellen.
a. Bipolaire schakelcellen verbinden de fotoreceptoren met de ganglioncellen. Het receptief veld bestaat uit een
centrale cirkel omgeven door een grotere ringvormige regio. Selectieve stimulatie van de fotoreceptoren uit de
centrale cirkel kan leiden tot hyperpolarisatie of depolarisatie. Stimulatie van de buitenste ring van het receptieve
veld leidt tot afzwakken van de reactie van de centrale prikkel. Deze tegengestelde responsen noemen we
antagonistisch.
b. Horizontale cellen; integreren visuele informatie in het door hen bezenuwde deel van de retina.
c. Amacriene cellen; gevoelig voor verandering van visuele stimuli, ze reageren enkel op het verschijnen of
verdwijnen van een stimulus.
3. Laag met ganglioncellen; vormen de optische zenuw, ze vertalen de graduele polarisatie van de bipolaire en amacriene
cellen in de gebruikelijke actiepotentialen, deze variëren enkel in de vuurfrequentie en niet in sterkte. De axonen van de
ganglioncellen vormen de optische bundel die de retina verlaat. Waar de optische vezels de retina verlaten, liggen geen
receptoren en kan dus ook geen visuele informatie worden waargenomen = blinde vlek. Door interpolatie, het aanvullen
van ontbrekende informatie, nemen we geen zwarte vlek waar.
Vertel iets over het zien:

Zien
Zichtbaar licht = elektromagnetische energie, heeft de eigenschap zich in een rechte lijn voor te bewegen.

Gekleurde objecten absorberen bepaalde golflengtes van het visuele spectrum en weerkaatsen andere.

Licht dringt de oogbol binnen via een harde en transparante hoornvlies (cornea).
De iris bepaalt de grootte van de pupil. De lens projecteert de waargenomen objecten op een scherpe en omgekeerde manier (ondersteboven én in spiegelbeeld) op de retina (lichtgevoelige laag van het oog). De macula (fovea) ligt in het midden van de retina,
 is de plek waarop elk door het oog gefixeerd object
wordt afgebeeld. De macula/fovea bevat vrijwel uitsluitend kleur- en detailgevoelige kegeltjes, zodat kleurwaarneming hier prominent aanwezig is. Hoe verder van de retina af, is er meer sprake van convergentie van receptorcellen op ganglioncellen.
Welke zenuwen zijn direct verbonden met de hersenen en hoeveel paren zijn er verbonden met de hersenstam? En hoeveel paren zijn er totaal?
Nervus Olfactoris; afferent, geur
Nervus opticus: afferent, visus
Er zijn totaal 12 paar craniale zenuwen waarvan de overige 10 verbonden zijn met de hersenstam.
Tot welk stelsel behoren alle neuronen die buiten het schedel of werlvelkolom gelegen zijn?
Het perifere zenuwstelsel