Samenvatting Handboek van het Nederlandse staatsrecht

-
ISBN-10 9027141525 ISBN-13 9789027141521
220 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Handboek van het Nederlandse staatsrecht
  • Combertus Willem van der Pot Andreas Matthias Donner L Prakke J L de Reede
  • 9789027141521 of 9027141525
  • 1994

Samenvatting - Handboek van het Nederlandse staatsrecht

  • 1.1 Controlemiddelen

  • Welke controlebevoegdheden zijn er?
    1. Vaste en tijdelijke kamercommissies
    2. Moties
    3. Inlichtingen (actief/passief)
    4. Recht op interpellatie
    5. Recht om vragen te stellen (schriftelijk/mondeling)
    6. Recht van enquete
    7. Budgetrecht
  • Wat zijn vaste en tijdelijke kamercommissies?
    Vaste kamercommissies:
    - 16 tk
    - voor elk ministerie ingesteld, behalve Algemene Zaken
    - bereid begrotingsontwerpen voor
    - bevordering gedachte wisseling met regering


    Tijdelijke commissies:
    - 18 tk
    - parlementair onderzoek uitvoeren (142 tk)
    - bevoegdheden in 27 tk
  • Wat is een nota?
    - Uiteenzetting van beleidsvoornemens van de minister
    - SG wilt daarover ingelicht worden (schriftelijk)
  • Wat zijn moties?
    - 66 tk
    - ingediend door ieder lid die het woord voert
    - medeondertekening of ondersteuning door min. 4 andere leden vereist
    - alleen motie van wantrouwen verplichtend krakter

    Motie van wantrouwen
    - degene tegen wie het wordt ingesteld, moet opstappen
    - persoon kan blijven zitten, maar uit vertrouwensbeginsel vloeit voort dat dit onwenselijk

    Tegen regering:
    - kan als geheel niet getroffen worden, want koning is onschendbaar --> tegen heb kan geen motie in worden gediend

    Tegen kabinet:
    - zeldzaam
    - aangenomen: regering kan kamer ontbinden (64)
    - dan worden nieuwe verkiezingen gehouden
  • Wat houdt het recht van inlichtingen in?
    Passieve inlichtingenplicht (68)
    - kamer doet een verzoek tot inlichtingen
    - geven, tenzij belang van de staat
    - als beroep op belang van de staat wordt afgekeurd, moet minister alsnog inlichtingen geven (niet gedwongen worden)
    - als hij het nog niet wilt geven, kiezen om af te treden
    - dan kan niet meer van hem gevergd worden om inlichtingen te doen


    Actieve inlichtingenplicht (42)
    - minster verstrekt op eigen initiatief inlichtingen
    - vertrouwensregel

  • Mink K.
    Inlichtingenrecht

    2 vragen:
    1. Wat is belang van de staat?
    2. Rol rechter

    Belang staat:
    - niet eng worden uitgelegd
    - bescherming persoonlijke levenssfeer
    - gevoelige bedrijfsinformatie
    - strafrechtelijke onderzoeken
    - wettelijk geheimhoudingsplicht
    --> vraag moet beantwoord worden door parlement

    Rol rechter:
    - mag geen algemeen verbod aan staat opleggen
    - inbreuk op fundamentele regel parlementaire controle
    - rechtsplicht staat om veiligheid eiser te waarborgen
    - eerst eiser op de hoogte stellen, kan dan indien nodig rechtsbescherming vragen
    - in uitzonderlijk geval kan staat verbod opleggen, totdat veiligheid is gewaarborgd
  • Wat zijn Interpellaties?
    - 133 tk   139 ek
    - inlichtingen verlangen tijdens het debat, over ow dat niet op de vergaderagenda staat
    - verlof kamer nodig (min. 30 leden)

    Spoeddebat:
    54a tk
    - verlof nodig (min. 30 leden)
    - a contrario effect --> kan ten koste gaan van rechten kleine fracties
  • Wat houdt het recht om vragen te stellen in?
    Schriftelijk:
    - 134 + 135 tk
    - 140 ek

    Mondeling
    - 136 tk
    - 128 lid 2 tk
    - 139 tk
  • Wat is het recht van enquete?
    - 70 Gw
    - 2, 13 14 Wet op de parlementaire enquete
    - 141 tk
    - 128 ek
    - gedaan door enquetecommissie

    Functies:
    1. Hefboom: wantoestanden komen aan het licht, waardoor wg mogelijk wordt
    2. Informatie: info verkrijgen
    3. Controle: persoon waarnaar onderzoek wordt gedaan, kan door enquete worden gecontroleerd
    4. Springplank: goede enquete kan leiden tot goede reputatie en eigen carriere
    5. Propoganda: politiek voordeel halen
    6.Symbolisch: legitimerende werking, iedereen moet zich houden aan de wet

    Vormen:
    1. Mini of vervolg enquete
    - commissie gaat na wat van eerdere aanbevelingen terecht is gekomen
    2. Tijdelijke onderzoekscommissie (18 tk)
    3. Vaste commissie:(27 tk) werkgroep, lid rapporteur
    4. Extern onderzoek: rekenkamer
  • Wat is het budgetrecht?
    Recht om begroting vast te stellen:
    - tk keurt begroting goed
    - 105 lid 1
  • 1.2 Vrijheid stemmen kamerlid

  • Kan een kamerlid gedwongen worden om te stemmen?
    Verbod van last (67 lid 3)
    - nee


    Ruggespraak 
    - mag wel: overleggen met partij
  • 1.4 Vertrouwensregel + min. ver

  • Wat houdt de vertrouwensregel in en waar maakt hij deel van uit?
    - kernregel parlementaire stelsel
    - ongeschreven: moet flexibel zijn + = bekend
    - als meerderheid TK geen vertrouwen meer heeft in  
      minister/ministerploeg moet zij vertrekken, tenzij regering kamer   
      ontbindt
    - uiterste sanctie op min. Ver.
    - zelfstandige functie: oog betrekking op privé sfeer minster
    - vertrouwen kan niet worden opgezegd in regering --> koning =  
      onschendbaar
  • Wat is parlementarisering?
    Ontbindingsrecht is een zelfstandig recht van de regering. 
    Maar wordt nu vaak gebruikt in overleg met parlement


    - eerst overleg tussen tk en kabinet, dan pas overgaan oo ontbinding
    - is niet vastgelegd, anders afbreuk aan zelfstandig recht regering
  • Wat is het ontbindingsrecht en van wie is dit?
    Regering bevoegd om bij kb een van de kamers te ontbinden.
    - worden dan nieuwe verkiezingen gehouden
    - ingevoerd als tegenwicht tegen groeiende macht TK
      (checks and balances)
  • Wat houdt ministeriële verantwoordelijkheid in en welke soorten zijn er?
    Strafrechtelijke min. Ver. (1840)
    - aansprakelijk voor eigen daden en besluiten van de koning indien  
      wetten worden geschonden (contraseign)

    Politieke min. Ver. (1848)
    - ministers zijn gezamenlijke en afzonderlijk verantwoording schuld aan 
      parlement
    - grondregel: verantwoordelijk voorzover zijn bevoegdheden strekken
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Handboek van het Nederlandse Staatsrecht
  • Van der Pot
  • of

Samenvatting - Handboek van het Nederlandse Staatsrecht

  • 1.1 Het oude Duitse rijk

  • Wanneer was het Heilige Roomse Rijk? En hoe zag die tijd eruit?
    800-1806. De keizer was niet alleen koning van Duitsland, maar ook van Noord-Italië en Bourgondië. De koningsmacht verzwakte vooral in de dertiende eeuw. Zo is het te verklaren dat het in de late middeleeuwen op gang komende, in heel West-Europa waarneembare proces van moderne staatsvorming zich in Duitsland niet op het nationale niveau, maar op het subnationale niveau van de talrijke Duitse vorstendommen heeft voltrokken. Omstreeks 1500 was Duitsland opgedeeld in enkele honderden min of meer zelfstandige staatkundige eenheden van zeer onderscheiden grootte en importantie.
    In het Rijk was er een keizer en naast hem een Rijksdag, door de keizer van tijd tot tijd bijeengeroepen in een van de vrije rijkssteden. 
    Het Rijk werd in toenemende mate overvleugeld door territoriaalstaten, bovenal Pruisen en Oostenrijk. 
    In 1648 bij de Vrede van Westfalen werd de nagenoeg volledige onafhankelijkheid van de belangrijkste Duitse vorstendommen officieel bevestigd. Dit maakte een eind aan de 30jarige oorlog. 
    In 1804 nam Napoleon de keizerstitel aan en onder druk van hem werd in 1806 het Heilige Roomse Rijk ontbonden verklaard. 
  • Wat deed Napoleon?
    De Rijnbond (1806-1813) werd in het leven geroepen. Hiertoe traden ruim 20 andere vorstendommen maar niet Oostenrijk en Pruisen. Zij kwamen in de Franse invloedssfeer. In 1805 leed Oostenrijk en 1806 Pruisen een nederlaag tegen Napoleon. Pruisen verloor de helft van zijn territoir. Maar Napoleon ging zijn ondergang tegemoet in Rusland. 
  • Wat gebeurde er na Napoleons ondergang?
    Conferentie belegd in Wenen (1814-1815) waarin werd gewerkt aan een nieuwe politieke formule voor Duitsland. Pruisen en Oostenrijk was een complicerende factor, zij waren weer in hun oude bezittingen hersteld. Zij waren altijd met delen buiten het Rijk gebleven. Mede daarom besloot men tot een statenbond en niet een bondsstaat. Zo konden Oostenrijk en Pruisen tot de opgerichte Duitse Bond toetreden met alleen die gebieden die voorheen tot het Heilige Roomse Rijk hadden behoord. 
  • Wanneer was de Duitse Bond?
    1815-1866. In 1848 brak in Parijs en Duitse hoofdsteden de revolutie uit. De Nationalversammlung richtte zich op het hervormingswerk. In 1849 presenteerde zij een GW voor een thans tot bondsstaat getransformeerd Duitsland.
    Art. 2 van deze Verfassung dwong Oostenrijk zijn band met Hongarije te laten verslappen, maar dit wilde Oostenrijk niet. Maar zijn positie in Duitsland opgeven ook niet.
    De nieuwe GW was van de baan toen de koning van Pruisen de hem op basis van art. 68 e.v. aangeboden waardigheid van keizer afwees omdat zijns inziens de grondslag niet deugde. (??). Hij wilde een kroon wel aannemen van gelijken, maar niet uit de goot, dus van het volk.
  • Noord Duitse bond 1867-1871
    Het Keizerrijk 1871-1918
    Republiek van Weimar 1919-1933
    Het Derde Rijk 1933-1945
    In 1949 kwamen twee Duitse staten, die pas in 1990 weer zouden worden verenigd: BRD en DDR. 
  • GW mei 1949: werden waarden gefixeerd die zelfs niet via grondwetswijziging kunnen worden gewijzigd: 
    art. 1 menselijke waardigheid is onaantastbaar en benadrukt de onvervreemdbare mensenrechten en 
    art. 20 dat gaat over democratische en sociale bondsstaat, die zegt dat alle staatsmacht van het volk uitgaat en in de verkiezingen en stemmingen gestalte krijgt en geeft alle Duitsers het recht zich te verzetten tegen al wie deze orde zou willen ondergraven. 
  • 2.1 De ontwikkeling van de rechtsbetrekkingen tussen Nederland en de overzeese rijksdelen

  • Waarmee vangt de Nederlandse geschiedenis aan?

    Het Nederlandse koloniale imperium ontstond door de Verenigde Oost-Indische Compagnie in de Oost en de West-Indische Compagnie in de West. Zij werkten volgens een octrooi van de Staten-Generaal, maar waren geheel zelfstandig in hun bewind. Rond 1600-1670 werden Indonesië, Curaçao en Suriname veroverd. Na de Bataafse revolutie (1794-1799) werden de compagnieën opgeheven en de Bataafse republiek nam ze over. Tijdens de Napoleontische oorlogen (van 1804-1815), stond Nederland ook onder Frans beheer, gingen die verloren. Groot-Brittannië versloeg Napoleon en nam het gezag in Nederlands-Indië over.

  • Waren de andere rijksdelen gelijkwaardig aan Nederland?

    Bij de GW-herziening van 1887, maar vooral die van 1922, veranderde het inzicht namelijk dat Nederland overzee een taak te vervullen had.

    1887: Koninkrijk bestond niet alleen uit het grondgebied in Europa, maar ook de koloniën en bezittingen in andere werelddelen. Dit bracht nog geen gelijkheid.
    1922: Gelijkwaardigheid van de vier delen Nederland, Nederlands-Indie, Suriname en Curacao (zoals de Ned. Antillen tot 1948 heetten). Staatsinrichting overzee werd bij Nederlandse wet geregeld, maar interne aangelegenheden werd aan de organen aldaar overgelaten. Dit was een aanloop, maar van zelfstandigheid was men nog ver verwijderd. Het Europese bevolkingsdeel voerde bij de uitoefening van autonomie de boventoon.
  • Wat gebeurde er binnen de verhoudingen in WOII?
    Overzeese gebiedsdelen bleven vrij, terwijl het Europese rijk door Duitsland werd bezet. Koningin Wilhelmina hield een radiorede in december 1942 en kondigde aan om tot geheel nieuwe verhoudingen tussen de rijksdelen te komen.
    Nederlands Indien werd in 1942 door Japan bezet.
  • Wat gebeurde er na de oorlog daarentegen?

    Het o.l.v. Japan ontstane Indonesie wilde geen deel meer uitmaken van het nieuwe koninkrijk. In augustus 1945 werd de onafhankelijke staat Indonesie uitgesproken. Na een jarenlange bloedige guerrillastrijd erkent Nederland de Indonesische onafhankelijkheid uiteindelijk op 27 december 1949. Een geplande unie tussen de Verenigde Staten van Indonesië (=republiek die op 27 december 1949 werd opgericht als rechtsopvolger van Nederlands-Indië) en Nederland: de Nederlands-Indonesische Unie, komt niet van de grond.

    De in de West gelegen delen wilden zich niet los maken, maar grotere zelfstandigheid en een gelijke rechtspositie binnen het staatsverband. In 1948 was men bezig om een hervorming binnen het koninkrijk te formuleren. Het ontwerp was een federale structuur van het koninkrijk met een aantal eigen federale instanties waardoor de medezeggenschap van de beide overzeese gebieden in gemeenschappelijke aangelegenheden zou moeten worden verzekerd. Hiervoor voelde de Nederlandse regering weinig. Men wilde een lichtere regeling: het Statuut en die kwam er in 1954. Hiermee was voor Nederland het koloniale tijdperk ten einde.
  • Wat waren de ontwikkelingen in Suriname? 
    Men streefde in 1974 naar onafhankelijkheid. Bij Rijkswet van 22 november 1975 is het Statuut gewijzigd en de statutaire band met Suriname beëindigd  Het koninkrijk der Nederlanden bestond nu nog uit Nederland en de Nederlandse Antillen. 
  • Wat waren de ontwikkelingen t.a.v. Aruba? 
    Bij Rijkswet van 1986 werd het Statuut gewijzigd en maakte Aruba zich los uit de Nederlandse Antillen en werd daarmee naast Nederland en de Nederlandse Antillen het derde land van het koninkrijk. Een status aparte (die Aruba was toegekend voor de overgangsfase naar de onafhankelijkheid) welke volgens het Statuut zou eindigen m.i.v. 1996, 10 jaar later. Aruba wenste echter in de jaren erna van de onafhankelijkheid af te zien. 
    In 1994 werd het Statuut gewijzigd, art. 58, 59 en 60 werden ingevoerd.
  • Hoe kan Aruba besluiten het koninkrijk te verlaten?

    Centraal staat art. 58 lid 1 waarin Aruba bij landsverordening (vergelijkbaar met de Nederlandse wet in formele zin) kan verklaren dat het de rechtsorde neergelegd in het Statuut t.a.v. Aruba wil beëindigen. Een eenzijdige beslissing dus.

    Zware voorwaarden en procedures (zodat beslissing door bevolking gedragen wordt en dat Aruba kan beschikken over een op de beginselen van vrijheid, recht en democratie gebaseerde constitutionele rechtsorde):
    1. 58 lid 2: de landsverordening van lid 1 dient voorzien te zijn van een schets van ... (zie lid 2).
    2. 58 lid 3: staten van Aruba kunnen het voorstel slechts goedkeuren met meerderheid van 2/3 van de stemmen van het aantal zitting hebbende leden.
    3. 59 lid 1: referendum.
    4. 59 lid 2: voorstel wordt niet bij landsverordening vastgesteld als bij het referendum niet een meerderheid van het aantal kiesgerechtigden voor het voorstel heeft gestemd.
    5. 60 lid 1: na vaststelling van ... en goedkeuring van ... (zie lid 1) wordt bij koninklijk besluit het tijdstip van beeindiging van de in het Statuut neergelegde rechtsorde t.a.v. Aruba bepaald.
    6. 60 lid 2: dit tijdstip ligt ... (zie lid 2).
  • Wat blijkt uit de preambule van het Statuut?
    Dat de rechtsorde van Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen op 2 peilers is gebouwd (zie onderstrepingen). Bedoeling was de banden met Nederland vast te houden, maar met afschaffing van alles wat naar de vroegere koloniale verhouding kon zwemen. Typerend is art. 1a dat men de kroon als bindmiddel van het koninkrijk ziet gedragen door Hare Majesteit Juliana. 
    Van het andere bindmiddel, de grondwet, wil het Statuut weinig weten. Art. 5 lid 1 zegt ... over de grondwet (zie lid 1), maar lid 2 is onverbiddelijk. Het Statuut prevaleert overzee waar men op voet van gelijkwaardigheid aan deelneemt. Van Nederlandse zijde kan op de GW dus geen beroep meer worden gedaan tegen het Statuut dan voorzover dit zelf naar de GW verwijst. 
  • Wie zijn de organen van het koninkrijk?
    Koninkrijksaangelegenheden worden door de kroon waargenomen met medewerking van overwegend Nederlandse organen. De Nederlandse staatsinstellingen, eventueel met vertegenwoordigers van de West aangevuld, kregen een dubbele functie, namelijk die van rijksorgaan en die van Nederlands orgaan. 
  • Wat is de taak van de koning?
    Art. 2 lid 1: voert de regering van het koninkrijk en van elk van de landen. Nederlandse Antillen en Aruba kennen een gouverneur. 
  • Door wie wordt de koning bijgestaan bij de behartiging van koninkrijksaangelegenheden?
    Door de Nederlandse ministers en een door de Nederlandse Antillen en een door Aruba benoemde gevolmachtigde minister. Art. 7-9 Statuut.
    De gevolmachtigde minister vertegenwoordigt in de raad van ministers de regering van zijn land. Hij neemt aan de ministerraad deel, zo vaak aangelegenheden van het koninkrijk aan de orde komen die zijn land raken. Indien een bepaald onderwerp daarvoor gewichtig genoeg lijkt, is de regering van zijn land gerechtigd om naast de gevolmachtigde minister nog een lid van de landsregering -overigens slechts met raadgevende stem- aan dat overleg te doen deelnemen: art. 10 lid 2 Statuut.
  • Hoe ziet de staatkundige structuur van het koninkrijk der Nederlanden er op 10 oktober 2010 uit?
    In 1986 ging Aruba als onafhankelijk land binnen het Koninkrijk verder. In 2010 volgden Curaçao en Sint Maarten (en werden dus aparte landen binnen het koninkrijk vergelijkbaar met de status aparte van Aruba), terwijl Saba, Sint Eustatius en Bonaire als speciale gemeenten werden opgenomen bij Nederland (dit kan doordat ze ingericht zijn als openbaar lichaam in de zin van artikel 134 van de Nederlandse grondwet). 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 3:

  • Handboek van het Nederlandse staatsrecht
  • Van der Pot
  • 9789013033519 of 9013033512
  • 15. druk

Samenvatting - Handboek van het Nederlandse staatsrecht

  • 1 Eerste boek - Inleiding

  • Wat is actief kiesrecht?

     

    Het recht leden van vertegenwoordigende ambten te kiezen

  • Waar vindt de staatsleer haar oorsprong?

    In Griekenland, onder aanvoering van Socrates, Plato en Aristoteles

  • Ook in Rome onder leiding Cicero wordt er over de staat nagedacht

  • Wat is passief kiesrecht?

     

     

    Het recht tot lid van vertegenwoordigende ambten te worden gekozen.

  • Wat is het recht van onderzoek/enquête?

    Als toepassing  van het vragenrecht of een informeel onderzoek niet de nodige gegevens oplevert voor de beoordeling g van de situatie, hebben beide kamers en de verenigde vergadering het recht om onderzoek  te verrichten  waarbij personen onder ede kunnen worden verhoord. Hierdoor kunnen de kamers zich licht verschaffen buiten de regering om . Het recht van onderzoek i s tot nu toe alleen door de Tweede Kamer gebruikt. 

  • Wat is het recht van amendement?

    Het recht om via amendementen wijzigingen aan te brengen in regeringsvoorstellen of initiatiefvoorstellen. Dit recht is neergelegd in art. 84 GW, komt toe aan de Tweede Kamer en de verenigde vergadering.

    De regering heeft het recht om wijzigingen aan te brengen in een regeringsvoorstel. Dit gebeurt echter niet in de vorm van amendementen, maar in de vorm van een nota van wijziging. 

  • Wat is het budgetrecht?

     

    De regering en de Eerste en Tweede Kamer beslissen samen over het geld dat de overheid krijgt en uitgeeft. Daarom moet de regering voor elke begroting een wet maken. Zo hebben de Eerste en Tweede Kamer veel invloed op de plannen van de regering.

    De regering en de Eerste en Tweede Kamer beslissen samen over het geld dat de overheid krijgt en uitgeeft. Daarom moet de regering voor elke begroting een wet maken. Zo hebben de Eerste en Tweede Kamer veel invloed op de plannen van de regering.

    In de Grondwet staat dat de Algemene Rekenkamer en de Eerste en Tweede Kamer mogen controleren hoeveel geld de regering krijgt en uitgeeft. De Algemene Rekenkamer onderzoekt of de regering het geld goed en volgens de regels van de wet heeft uitgegeven. En de Eerste en Tweede Kamer onderzoeken dat niet alleen, zij geven ook toestemming om de belastingen te heffen en het geld uit te geven.

     

    Het budgetrecht is geregeld in art. 105 GW 

  • Wat is belangrijk aan de grondwetsherziening van 1848 en wie speelde daar een belangrijke rol bij?

    De Grondwetsherziening van 1848 legde de basis voor het huidige stelsel van parlementaire democratie in Nederland. Sedert deze herziening der Nederlandse Grondwet is niet langer de koning, maar zijn de ministers verantwoordelijk voor het beleid. De Tweede Kamer der Staten-Generaal kreeg veel meer invloed en wordt bovendien rechtstreeks - weliswaar voorlopig nog door een beperkte groep kiezers - gekozen. Thorbecke speelde hier een belangrijke rol bij.

  • 1.1 Afdeling 1 - Van staatsleer tot staatshistorie

  • Wie was de voornaamste vertegenwoordiger van de romeinse politieke theorievorming?
    Marcus Tullius Cicero
  • Wanneer vond ongeveer het ontstaan van de staatsleer haar oorsprong?
    In de tijd van het denken van Socrates en meer nog diens leerling Plato (469-347 V.Chr.)
  • 1.1.2 De onafhankelijke en soevereine staat

    1. VRaag
    2. sfdsadf
    3. sa
    4. fd
    5. fasd
    antwoord
    • sfad
    • as
    • f
    • sadf
  • 1.1.2.1 Machiavelli

  • testvraag over jou
    antwoord
  • 1.1.3.1 Locke

  • De nederlandsvlag heeft drie kleuren, welke?
    Rood, Wit, Blauw
  • 1.3.1 De vorming van de Nederlandse staat

  • wanneer was de pragmatieke sanctie?
    1549
  • Wat was het voornaamste attribuut van de koningsmacht gedurende de jaren 9de eeuw na Christus in Nederland
    De uitoefening van de leiding bij de rechtspraak met de daaraan verbonden voltrekking van straffen door graven die oorspronkelijke koninklijke ambtenaren waren.
  • wanneer was het groot privilege?
    1477
  • Hoe ontstonden leenstaatjes op ons tegenwoordige grondgebied'?
    Door het samenbrengen van de grafelijkheid in verschillende pagi, (landelijk district)
  • kleine vorstendommetjes ontstaan met aan het hoofd een graaf/bisschop
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.