Samenvatting Handboek voor leraren

-
ISBN-10 9046902501 ISBN-13 9789046902509
432 Flashcards en notities
116 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Handboek voor leraren". De auteur(s) van het boek is/zijn Walter Geerts René van Kralingen. Het ISBN van dit boek is 9789046902509 of 9046902501. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Handboek voor leraren

  • 0 Inleiding

  • Wat is leren
    Mentaal proces waarbij als gevolg van leeractiviteiten een relatief stabiele gedragsverandering tot stand komt
  • Welke formulieren zijn er om lessen voor te bereiden
    Het VUT model en het klassieke lesvoorbereidingsformulier
  • De werking van het geheugen

    Opnemen van kennis in ons geheugen. Drie soorten menselijk geheugen:

    a. Zintuigelijk;

    b. Korte termijn

    c. Lange termijn


  • Zintuigelijk geheugen

    Alles wat je ziet , hoort, ruikt, proeft of voelt.

    Duurt maar erg kort dat je het binnen hebt met doel om de ruwe informatie te vergelijken met al aanwezige informatie.

    Informatie die wordt herkend gaat naar korte termijn geheugen. Al het andere verdwijnt weer.

  • Korte termijn geheugen

    Alles informatie wat het zintuigelijke doorlaat komt hierin. Wordt ook wel werkgeheugen genoemd.

    Nieuwe informatie wordt in contact gebracht met al bestaande informatie uit lange termijn geheugen.

    Informatie blijft ongeveer 30 seconden hangen.

  • 0.1 hoe leren leerlingen?

  • wat is leren
    een mentaal proces waarbij een gedragsverandering tot stand komt
  • 0.1.2 De werking van het geheugen

  • Wat is een synoniem voor het zintuiglijk geheugen?

    Poortwachterfunctie
  • Hoe lang blijft de ruwe en onbewerkte informatie in het geheugen?
    Erg kort. Een paar honderd milliseconden tot enkele seconden.
  • Wat is de belangrijkste taak van het zintuiglijk geheugen en wat is het doel daarvan?
    Taak: Het kort vasthouden van ruwe informatie die wordt aangeboden.
    Doel: Deze vergelijken met al aanwezige informatie.
  • Welke informatie die in het zintuiglijk geheugen binnenkomt, krijgt toegang tot het kortetermijngeheugen? Wat gebeurt met de overige informatie?
    Alleen de informatie die herkend wordt en dus betekenis heeft, krijgt toegang. De informatie zonder betekenis verdwijnt.
  • Waarom is de informatieverwerking in het zintuiglijk geheugen essentieel (op een onbewust niveau)?

    In het zintuiglijk geheugen wordt gedurende een korte tijd veel informatie vastgehouden. Hierdoor kunnen patroonherkennings- en selectiemechanismen relevantie informatie naar andere onderdelen van het informatieverwerkingssysteem overbrengen.
  • Wat moet je als docent doen om te zorgen dat informatie door de poortwachter van het zintuiglijk geheugen heenkomt en niet meteen weggefilterd wordt?

    Je moet er voor zorgen, dat de leerlingen bewust en met aandacht kijken en luisteren naar wat jij te zeggen hebt. De informatie moet betekenis hebben.
  • Wat is een andere benaming voor het kortetermijngeheugen?
    Het werkgeheugen
  • Wat is een andere benaming voor het kortetermijngeheugen?
    Het werkgeheugen
  • Waarom wordt het kortetermijngeheugen ook wel het werkgeheugen genoemd? Welke informatie wordt hier verwerkt?

    De informatie die hier verwerkt wordt, is de informatie die het zintuiglijk geheugen doorgelaten heeft .De informatie wordt hier verwerkt: de nieuwe informatie wordt met de al bestaande informatie uit het langetermijngeheugen in contact gebracht.
  • Wat is uit onderzoek gebleken over het onder de aandacht houden van informatie in het kortetermijngeheugen?

    Het kortetermijngeheugen kan maar ongeveer zeven informatie-eenheden onder de aandacht houden, gedurende een korte tijd.
  • Wat verstaat men onder chunking?
    Het hercoderen van een letterreeks tot een eenheid. (Dit hoeft niet per se één woord te zijn, maar kan ook een cluster van woorden zijn).
  • Hoe lang kan de informatie in het kortetermijngeheugen vastgehouden worden?

    ongeveer dertig seconden.
  • Hoe lang kan de informatie in het kortetermijngeheugen vastgehouden worden?

    ongeveer dertig seconden.
  • Wat zijn voorbeelden van informatieprocessen die elkaar ondersteunen bij het aanbieden van nieuwe informatie?

    1. Luisteren naar teksten tijdens het bekijken van een plaatje.
    2. Aanbieden van nieuwe informatie binnen een betekenisvolle context
    3. Het activeren van voorkennis.
  • Wat is de functie van controleprocessen en benoem de belangrijkste actieve controleprocessen binnen het kortetermijngeheugen?
    Functie: informatie langer vasthouden
    Belangrijkste: 1. Herhaling
                           2. Codering
  • Hoe kunnen we ervoor zorgen dat nieuwe informatie in het langetermijngeheugen komt?

    Herhalen
  • Welke twee soorten herhalingen kennen we en leg ze uit?

    1. Onderhoudsherhaling: het helpt je de informatie langer in het kortetermijngeheugen vast te houden.
    2. Uitgewerkte herhaling: herhalingen worden niet alleen herhaald, maar de nieuwe informatie wordt aan bestaande informatie uit het langetermijngeheugen gekoppeld. (Door het verwerken van informatie, proberen we de informatie ook te begrijpen en dit is de beste manier om informatie op te slaan. Aanknopingspunten en samenhang zijn hierbij handig, bv. ezelsbruggetjes)
  • Wat is de definitie van een mnemonische techniek?

    Een regel of een systeem om het geheugen te ondersteunen, bv. het toepassen van ezelsbruggetjes, knoop in je zakdoek, 't kofschip.
  • Wat gebeurd er bij sommige mnemonische technieken?
    Verbale begrippen worden aan visuele voorstellingen gekoppeld. Visuele beelden zijn namelijk uitgebreider gecodeerd in het geheugen. Hierdoor worden extra labels gecreëerd om informatie in te prenten en dit is een extra handvat om deze informatie weer op te roepen.
  • Leg de mnemonische techniek loci-methode uit

    Bestaat helemaal uit het gebruik van visuele beelden. (Je hebt een bekende straat in gedachten en de woorden die je moet onthouden maak je visuele beelden van en die plaats je in deze straat. De straat loop je na en de woorden kom je één voor één tegen.
  • Is Mindmapping ook een mnemonische techniek?

    A. Ja
    B. Nee
  • Wat doe je bij Mindmapping? Wat zijn de voordelen van deze methode?

    De geselecteerde kernbegrippen zet je in getekende vorm op papier. De onderlinge relaties geef je met pijlen schematisch aan.
    Voordelen:
    1. Betere herkenning en herinnering van informatie door uitgebreidere codering;
    2. informatie is bewerkt en aangepast aan eigen kennisstructuur. Daardoor is de informatie beter begrepen;
    3. efficiënter, omdat het gepaard gaat met een heel bewust selectieproces;
    4. nagedacht over volgorde en structuur. Dit komt de voorbereiding ten goede;
    5. er ontstaat als vanzelf een leerzame discussie door het samen te doen.
  • Hoe worden begrippen en woorden in het langetermijngeheugen opgeslagen?
    Los van elkaar. Elk woord is verbonden aan een begrip, maar het begrip is op betekenisvolle wijze in de netwerken binnen het langetermijngeheugen opgeslagen.
  • Hoe beschouwen Vingerhoets en Lannoo (1998) het menselijk geheugen?

    Uitgebreid netwerk van mentale concepten die associatief met elkaar zijn verbonden. Hoe dichter de begrippen bij elkaar liggen, hoe gemakkelijker het wordt ze te herinneren.
  • Waarom is het nuttig de leerlingen te helpen begrippen dichter bij elkaar te brengen?

    Ze gaan op deze manier verbanden zien tussen verschillende zaken. De stof blijft zo beter hangen en je kunt de leerlingen hierbij stimuleren om zelf op zoek te gaan naar deze verbanden.
  • Kijk naar de afbeelding en geef de kenmerken van het langetermijngeheugen en van het kortetermijngeheugen (Handboek voor leraren, blz. 34)
    Langetermijngeheugen: onbeperkte capaciteit, ongelimiteerde duur, betekenissen opslaan, interferentie, zoekprocessen
    Kortetermijngeheugen: 7 elementen opslaan, 18 - 30 seconden, spraakklanken, spontane verzwakking, selectie/herhaling
  • Benoem de principes, die de herinnering kleuren, van het langetermijngeheugen en leg uit.
    1. Egocentrisch tintje: in het verleden speel jezelf de hoofdrol.
    2. Sleutelbegrip: herinneringen worden vaak door een sleutelwoord geactiveerd. Deze sleutelbegrippen geven grote lijnen van personen en situaties weer en vormen de kern van het verhaal. Een sleutelbegrip kan zo hele reeksen herinneringen terugbrengen.
    3. Persoonlijke lens: Herinneringen die gekleurd zijn door diegene die het verteld.
    4. Laatste versie geproduceerd: Men neemt iets op en als men het verhaal nog eens verteld, wordt het gereproduceerd. Dit kan ervoor zorgen dat er fouten in het verhaal ontstaan.
  • Welke leeractiviteiten zijn er, volgens Bolhuis (2009)?

    1. Directe ervaring;
    2. sociale interactie;
    3. reflectie;
    4. verwerken van theorie.
  • Welke vormen van de leeractiviteit Leren door directe ervaring zijn er?

    1. Direct de ervaring ondergaan
    2. Directe ervaring opdoen door te handelen (ofwel: leren door vallen en opstaan)
  • Waarom gaat het bij Leren door sociale interactie?

    Leren gaat om het proces van het uitwisselen van informatie van anderen. (In de les kun je dit doen door leerlingen met elkaar te laten samenwerken aan een opdracht die aan het onderwerp is gerelateerd).
  • Bij het Leren door nadenken ofwel reflectie, wanneer kan dit plaatsvinden?

    Vóór het handelen, maar ook tijdens of (lang) na het handelen.
  • Wanneer spreekt men van het verwerken van theorie?

    Wanneer leerlingen aan de slag gaan met opdrachten die horen bij de stof.
  • Welke vier stadia van kennisverwerking (ofwel de vier niveaus van beheersing) kennen we?

    1. Reproduceren;
    2. begrijpen
    3. integreren
    4. toepassen.
  • Hoe zou je het stadia van kennisverwerving reproduceren omschrijven?

    Het eenvoudigste niveau van kennisverwerving. De informatie moet uit het hoofd geleerd worden en om het voor lange tijd op te slaan, dus om het op te slaan in het langetermijngeheugen, zul je deze stof moeten herhalen, herhalen en nog eens herhalen.
  • Wat is het verschil tussen reproduceren en begrijpen?

    Bij reproduceren leer je het alleen maar uit je hoofd en bij begrijpen moet je datgene wat je geleerd hebt ook in eigen woorden kunnen uitleggen. Wanneer je de stof niet begrepen hebt, kun je het ook niet in eigen woorden uitleggen.
  • Wanneer spreekt men van integreren?

    Als nieuwe kennis wordt gekoppeld aan en geïntegreerd met de al aanwezige kennis in het langetermijngeheugen. Het maken van een verbinding met de aanwezige kennis en om het vermogen de nieuwe kennis in de juiste vakken op te bergen.
  • Wat kunnen de leerlingen bij het verwerkingsniveau toepassen?

    De leerlingen zijn in staat de nieuw opgedane kennis te benutten en met deze kennis een probleem op te lossen. (De leerling leert hierbij ook hoe hij zijn kennis als gereedschap kan gebruiken en dit zal ervoor zorgen, dat de leerling meer motivatie zal krijgen).
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.