Samenvatting Het merk voorbij

-
ISBN-13 9789046904183
148 Flashcards en notities
5 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Het merk voorbij". De auteur(s) van het boek is/zijn Rudy van Belkom. Het ISBN van dit boek is 9789046904183. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Het merk voorbij

  • 1 De aanleiding

  • Emotie is de nieuwe valuta. Traditionelen waarden als prijs en kwaliteit maken plaats voor zingeving en verantwoordelijkheid.
  • Belangrijkste inzichten interactiemodel:
    De focus ligt niet op de interne organisatie maar op de ontwikkelingen in de externe markt (consument en beinvloeding)
    De verwachte beeldvorming wordt vooraf in kaart gebracht en niet achteraf gemeten.
    De beloften van de organisatie worden afgestemd op de verwachtingen van de doelgroep (en dus niet andersom)
    Imago ontstaat op het vlak van interactie, als gevolg van waardencreatie.
  • TACTICS-methode:
    Transparent
    Authentic
    Consistent
    Trusthworthy
    Interactive
    Conscious
    Service-oriented
  • Het imagostappenplan:
    Het imagoscript invullen
    De identiteit bepalen
    De mentaliteitsgroep in kaart brengen
    Consumentenwaarden koppelen aan betekenis
    Betekenis vertalen naar attributen
    Attributen overdragen
    De beeldvorming realtime monitoren
    Het imago bepalen
  • Het gaat steeds minder om de vraag wat het imago van een organisatie is, maar meer en meer om de vraag of het imago geloofwaardig is.
  • Intermediair Imago Onderzoek:
    Geeft inzicht in de naamsbekendheid en het imago van organisaties onder hoogopgeleiden tot en met 45 jaar.
  • Beste imago onder hoogopgeleiden:
    Rabobank, shell, philips
  • Behind the brands scorekaart:
    Vrouwen
    Kleinschalige boeren
    Landarbeiders
    Klimaatsverandering
    Grond
    Water
    Transpirantie
  • Bedrijven doen zeer geheimzinnig over hun agrarische supply chains, waardoor claims van duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord moeilijk te controleren zijn. (Oxfam)
  • 2 De theorie

  • Interactiemodel, ACTIE:
    Weten wie je bent als organisatie en waar je voor staat.
    Identiteit
  • Interactiemodel, REACTIE:
    De consument neemt beslissingen vaak op basis van emoties en gaat een relatie aan met de organisatie.
    Beeldvorming
  • Interactiemodel, INTERACTIE:
    De organisatiewaarden komen niet overeen met de consumentenwaarden en de potentiele doelgroep wordt daardoor niet aangesproken.
    Imago
  • Corporate identity:
    Is de strategisch geplande en operationeel ingezette zelfpresentatie en gedrag van een onderneming naar binnen en naar buiten toe op basis van een vastgelegde ondernemingsfilosofie een lange termijn ondernemingsdoelstelling en een bepaald gewenst imago, met de wil, alle handelingsinstrumenten van een onderneming als een eenheid naar binnen en naar buiten toe tot gelding te laten komen.
  • Vijf bouwstenen van de identiteit:
    Historie
    Cultuur
    Waarden
    Visie en missie
    Positionering
  • Internal branding:
    Ontwikkeling van een identiteit van binnenuit naar buiten.
  • Historie:
    Wie zijn onze oprichters en wat vinden zij belangrijk?
    Waar ligt onze basis en op welke wijze zijn we ontstaan?
    Wat zijn belangrijke mijlpalen in de geschiedenis van de organisatie?
    Welke eventuele mythes en verhalen kleven aan onze organisatie?
  • Cultuur:
    Op welke wijze gaat het management met zijn medewerkers om?
    Hoe gaan medewerkers onderling met elkaar om?
    Wat vinden mensen in de organisatie belangrijk?
    Welke aspecten binden mensen in een organisatie?
    Hoe communiceren subculturen binnen een organisatie met elkaar?
  • Organisatiecultuur:
    De collectieve mentale programmering die de leden van de ene groep of categorie mensen onderscheidt van een andere.
  • Cultuur is aangeleerd, het is een kenmerk van een groep en niet van een individu en groepen kunnen onderling verschillen wat hun cultuur betreft.
  • Concurrerende-waardenmodel:
    De familiecultuur
    De adhocratiecultuur
    De hierarchische cultuur
    De marktcultuur
  • De familiecultuur:
    Vriendelijke werkplek waar mensen een wij gevoel ervaren.
  • De adhocratiecultuur:
    Dit soort organisaties richt zich op de ontwikkeling van nieuwe producten en de voorbereiding op de toekomst. De taak van het management veronderstelt activiteit, het stimuleren van de ondernemende houding en het ontwikkelen van een visie. Verdere karakteristieken zijn tijdelijke rollen, creativiteit, geen vaste procesbeschrijving en tijdelijke werkplekken.
  • De hierarchische cultuur:
    Past bij organisaties die zich richtten op een efficiente, betrouwbare en voorspelbare productie. Een hierarchische cultuur uit zich in een formele en structurele werkplek.
  • De marktcultuur:
    Is gericht op de externe in plaats van de interne omgeving, en de waarden zijn voornamelijk competitie en productiviteit.
  • Vier subculturen (Van der Loos, Geelgoed & Samhoud, 2007):
    De analytische cultuur
    De betrokkenheidscultuur
    De creatieve cultuur
    De daadkrachtcultuur 
  • Organisatiewaarden:
    Verwijzen naar de waarden die voor de organisatie als geheel belangrijk worden gevonden.
  • Klantwaarden:
    De waarden die een organisatie belangrijk vindt in de omgang met haar klanten.
  • Merkwaarden:
    Zijn de waarden die een organisatie gebruikt om het merk te profileren. Het zijn de waarden die voor de klant van toegevoegde waarde zijn.
  • De organisatiewaarden moeten volgens deze opvatting via de klantwaarden worden vertaald naar merkwaarden. De veronderstelling hierbij is dat een organisatie het merk zelf kan inrichten.
  • Visie:
    Corporate vision
    Een algemene voorstelling van de toekomst van een organisatie en komt voort uit de waarden. De visie geeft aan waar de medewerkers voor gaan wat hun toekomstdroom is.
    Op welke maatschappelijke ontwikkelingen spelen we in?
    Hoe kijken wij tegen de huidige markt aan?
    Wat kunnen wij de potentiele doelgroep bieden?
  • Missie:
    Mission statement
    De missie kan p basis van de visie worden geformuleerd. De missie geeft aan op welke wijze de visie gerealiseerd gaat worden.
    Wat zijn onze normen, waarden en overtuigingen?
    Wat is ons werkterrein op wie richten wij ons?
    Welk standpunt nemen wij in?
    Wat is ons bestaansrecht onze toegevoegde waarde?
    Wat zijn onze doelen?
  • Visie:
    Waarvoor we gaan
    Gericht op omgeving
    Hoe gaan we met de wereld om
    Toekomst, droom
    Vanuit de verre toekomst
    In principe tijdloos

    Missie: 
    Waarvoor we staan
    Gericht op organisatie
    Hoe veranderen we de wereld
    Vanuit een ver voorbij verleden
    Kan worden bijgesteld
  • Positionering:
    Bij de positionering van een organisatie gaat het om de vertaalslag van de gecreerde identiteit naar de gewenste perceptie. Oftewel: hoe willen wij als organisatie worden beoordeeld door de potentiele doelgroep?
    Positionering gaat over de positie die en organisatie wil innemen in de perceptie van de doelgroepen ten opzichte van andere organisaties.
  • Corporate governance:
    De wijze waarop het bedrijf de organisatie aanstuurt.
  • Identiteit:
    Historie
    Cultuur
    Waarden
    Visie & missie
  • De persoonlijkheid van een organisatie representeert:
    Datgene wat de organisatie in het verleden bereikt heeft, en de wensen voor de toekomst.
    Gedrag
    Communicatie
    Symboliek
  • Gedrag:
    Verwijst naar de handelingen van de organisatie en andere betrokken actoren.
  • Communicatie:
    Is snel tactisch en inzetbaar. De organisatie kan rechtsteeks signalen overbrengen aan de doelgroep.
  • Visuele uitstraling: 
    Wat laten we als organisatie zien.
  • Communicatieve uitstraling:
    Welke boodschap brengen we over.
  • Reactieve uitstraling:
    Hoe reageren we als organisatie op uitingen van de doelgroep.
  • Fysieke uitstraling:
    Hoe maken we onze boodschap tastbaar.
  • De gewenste identiteit:
    De identiteit zoals het bestuur of management deze heeft geformuleerd en graag uitgedragen ziet.
  • De overgedragen identiteit:
    De werknemers interpreteren de gewenste identiteit en dragen die vervolgens uit.
  • De gepercipieerde identiteit:
    Is de manier waarop de doelgroep de overgedragen identiteit verwerkt en beoordeelt.
  • De drie W vragen:
    Wie zijn wij?
    Wat stralen we uit?
    Wat dragen we over?
  • Bij de ontwikkeling van een imago gaat het om het managen van verwachtingen. De beloften moeten zijn afgestemd op de verwachtingen van de doelgroep.
  • Geografische segmentatie:
    Is een indeling van de markt naar georgrafische eenheden, zoals naties, deelstaten, regio's, provincies, steden of wijken.
  • Demografische segmentatie:
    Is een indeling van de markt naar leeftijd, geslacht, seksuele geaardheid, gezinsgrootte.
  • Psychografische segmentatie:
    Is een indeling van consumenten naar sociale klasse, leefstijl of persoonlijkheid.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.