Samenvatting Het Nederlands strafprocesrecht

-
ISBN-10 9013089577 ISBN-13 9789013089578
277 Flashcards en notities
42 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Het Nederlands strafprocesrecht". De auteur(s) van het boek is/zijn G J M Corstens. Het ISBN van dit boek is 9789013089578 of 9013089577. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Het Nederlands strafprocesrecht

  • 1.2 De verhouding strafprocesrecht - materieel strafrecht

  • Materiele strafrecht: zegt welke gedragingen onder welke omstandigheden strafbaar zijn.

    Strafprocesrecht (formeel): bepaalt hoe en door wie wordt onderzocht of een strafbaar feit is begaan en door wie en naar welke maatstaven daarover en over de daaraan te verbinden strafrechtelijke sancties wordt beslist.

     

    Strafrechtelijke sanctionering beoogd een generaal preventief effect.

  • welke 3 gebieden vallen onder strafrecht

    materieel, formeel, penitentiair

  • Strafrecht is sanctierecht?
    Het komt pas tot leven als het daadwerkelijk gesanctioneerd wordt, maar het kan zeker ook preventief werken.
  • Kan het strafprocesrecht ook los van het materieel strafrecht werking hebben?
    Er kan ook generale en preventieve preventie uitgaan van het strafprocesrecht zelf. Generaal doordat het strafproces ansich bestaat en preventief doordat met bv preventieve bevoegdheden inzet. Deze effecten kunnen los van het materieel recht bestaan.
  • Materieel en formeel met elkaar verbonden?
    Want het strafproces is de noodzakelijke schakel tussen het strafbaar feit en de door de rechter/OvJ op te leggen sanctie.
  • 1.3 Doeleinden van het strafproces(recht), spanningen

  • Enerzijds zorgt strafprocesrecht voor bevoegdheidstoedeling, anderzijds voor begrenzing van die bevoegdheid.

     

    Accusatoire proces: hierin strijden twee gelijkwaardige partijen met elkaar ten overstaan van een lijdelijkee, passieve rechter zich beperkt tot de rol van een scheidsrechter.

    Inquisatoir proces: justitie is juist actief opzoek naar de waarheid, verdachte object van het onderzoek.

     

    Nederlands strafprocesrecht: gematigd inquisatoir (of gematigd accusatoire) omdat de verdachte in de beginfase vooral object van het onderzoek is, en tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft het proces meer een accusatoir karakter.

     

    Nevenfuncties: effecten die bij het nastreven van het hoofddoel, naast het al dan niet verwezenlijken van het hoofddoel, optreden.

     

    Speciale preventie: het enkele terechtstaan of de enkele toepassing van dwangmiddelen kan een nuttig preventief effect hebben op de verdachte.

    Generale preventie: hantering van het strafprocesrecht kan zorgen voor normconform gedrag bij derden.

     

    Voorkomen eigeninrichting: de samenleving ziet dat de overheid tegen strafbaar gedrag opkomt.

    Orde scheppen: kan zijn dat aan eeen strafbaar feit een einde wordt gemaakt.

     

    Indien het hoofddoel niet voorop staat, dit niet wordt nagestreefd, mag geen strafproces worden geëntameerd.

  • Enerzijds zorgt strafprocesrecht voor bevoegdheidstoedeling, anderzijds voor begrenzing van die bevoegdheid.

     (geclausuleerde bevoegdheden; gepaard met beperkingen)

    Accusatoire proces: hierin strijden twee gelijkwaardige partijen met elkaar ten overstaan van een lijdelijkee, passieve rechter zich beperkt tot de rol van een scheidsrechter.

    Inquisatoir proces: justitie is juist actief opzoek naar de waarheid, verdachte object van het onderzoek.

     

    Nederlands strafprocesrecht: gematigd inquisatoir (of gematigd accusatoire) omdat de verdachte in de beginfase vooral object van het onderzoek is, en tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft het proces meer een accusatoir karakter.

     

    Nevenfuncties: effecten die bij het nastreven van het hoofddoel, naast het al dan niet verwezenlijken van het hoofddoel, optreden.

     

    Speciale preventie: het enkele terechtstaan of de enkele toepassing van dwangmiddelen kan een nuttig preventief effect hebben op de verdachte.

    Generale preventie: hantering van het strafprocesrecht kan zorgen voor normconform gedrag bij derden.

     

    Voorkomen eigeninrichting: de samenleving ziet dat de overheid tegen strafbaar gedrag opkomt.

    Orde scheppen: kan zijn dat aan eeen strafbaar feit een einde wordt gemaakt.

     

    Indien het hoofddoel niet voorop staat, dit niet wordt nagestreefd, mag geen strafproces worden geëntameerd.

  • Twee aspecten strafprocesrecht
    Bevoegdheidstoedeling en anderzijds de begrenzing van die bevoegdheid
  • Accusatoir proces
    Twee gelijkwaardige partijen tegenover een lijdelijke, passieve rechter. (soort scheidsrechter)
  • Inquisitoir proces
    Vervolger en beschuldigde tegenover elkaar. De beschuldigde is een object van onderzoek
  • Welk strafproces kennen wij in NL?
    Getemperd inquisitoir/gematigd accusatoir: verdachte is in beginfase meer een object van onderzoek die uitoefening van dwangmiddelen heeft te dulden. Maar tijdens terechtzitting een meer accusatoir karakter dan zijn partijen min of meer gelijk en vindt hoor en wederhoor plaats.
  • Onschuldpresumptie
    Art. 6 lid 2 EVRM en art. 14 lid 2 IVBP onschuldig totdat zijn schuld wettig is bewezen.
  • Hoofddoel strafprocesrecht
    Regelen van de schakel tussen het strafbaar feit en door de rechter/OvJ op te leggen sanctie. Ook wel 'het bevorderen van een overheidsreactie op een vermoedelijk gepleegd strafbaar feit die in alle opzichten adequaat is.
  • Nevenfuncties strafprocesrecht
    • Speciale preventie
    • generale preventie
    • voorkomen eigenrichting
    • orde scheppen
    • genoegdoening slachtoffer
  • 1.4 Consensuele procedures in plaats van klassieke afdoeningswijzen

  • Consensuele procedures
    De verdachte/belanghebbende kan de afdoening op deze manier tegenhouden en alsnog afdoening voor de rechter krijgen.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wie mag beklag doen (art. 12 procedure)?
Rechtstreeks belanghebbende
  • bijzonder
  • objectief bepaalbaar
  • redelijk belang

of collectief belang  van rechtspersoon met doelstelling en feitelijke werkzaamheden
Vervolgingsmodaliteiten
  1. Dagvaarding
  2. vordering onderzoek R-C
  3. vordering voorlopige hechtenis
  4. vordering strafrechtelijk financieel onderzoek
  5. vordering machtiging dwangmiddel
  6. strafbeschikking
  7. voeging ad informandum
  8. beperking tenlastelegging: alleen op minst ernstige vorm strafbare feit
  9. voorwaardelijk sepot en transactie (=bijzondere vorm voorwaardelijk sepot)
  10. onvoorwaardelijk sepot
  11. bestuursrechtelijke afdoening
Gronden  voor vervolgings- en sepotbeslissing
  • Haalbaarheidscomponent
  • opportuniteitscomponent (gewenstheid) art. 167 lid 1 en 242 lid 1
Nasporingen en bevelen geven art. 177 lid 1 Sv
  • Nasporingen: voortgaan met opsporingsonderzoek
  • bevelen geven" geven van concrete opdrachten


R-C kan alleen uitbedsteden als hij zelf al de bevoegdheid heeft.
en het helpt niet bij onpartijdigheid als hij opsporingsambtenaren inschakelt.
Verhouding tot OvJ
  • R-C: toezicht houden en aanvullend en verificatoir onderzoek
  • OvJ: leiding in onderzoek
Taak rechter-commissaris
  • Toezien op rechtmatigheid v.d. Inzet van bepaalde bevoegdheden.
  • toezicht op voortgang onderzoek
  • toezien op evenwicht onderzoeksbelang en verdedigingsbelangen
  • houden van toezicht op volledigheid onderzoek
Vervolging
  • Als de strafrechter in beeld komt en
  • strafbeschikking uitvaardigen
Voortduren voorlopige hechtenis vanaf de terrechtzitting
  • Gevangenhouding intact tot zestig dagen na einduitspraak art. 66 lid 2 Sv
  • geldt niet voor bewaring, dan zal de zittingsrechter de gevangenhouding moeten bevelen
  • bij schorsing art. 282 Sv blijft VH voortduren
Abstract stelsel
Elke fase moet volgens de hoge raad apart beoordeeld worden. Een fout bij een eerdere fase vormt dus geen belemmering voor de volgende.
4 gronden EHRM voor voorlopige hechtenis
  • Vluchtgevaar
  • collusiegevaar
  • recidivegevaar
  • verstoring van de openbare orde


en er moet ook nog gemotiveerd worden volgens EHRM, maar als het kort duurt zal het EHRM niet snel een schending aannemen.