Samenvatting Het Nederlandse huwelijksvermogensrecht

-
ISBN-10 9013104851 ISBN-13 9789013104851
419 Flashcards en notities
9 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Het Nederlandse huwelijksvermogensrecht
  • A R de Bruijn
  • 9789013104851 of 9013104851
  • 5e, herz. dr.

Samenvatting - Het Nederlandse huwelijksvermogensrecht

  • 2.1.1 Geschreven en ongeschreven normen

  • Titel 1.6 bevat algemene bepalingen voor echtgenoten. Het maakt niet uit of zij in wettelijke gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op een andere manier. De meeste bepalingen van titel 1.6 zijn van dwingend recht, tenzij er is aangegeven dat er afgeweken mag worden van de bepalingen bij schriftelijke overeenkomst of bij huwelijkse voorwaarden.
  • Hoe kan men afwijken van de bepalingen in titel 1.6?
    Als aangegeven is dat dit mogelijk is dan kan dit bij:
    - schriftelijke overeenkomst
    - huwelijkse voorwaarden
  • 2.1.2 Getrouwheid

  • Art. 1:81 BW legt de plicht tot getrouwheid op. De sanctie is scheiding van tafel en bed of echtscheiding. --> niet afdwingbaar.
  • 2.1.3 Hulp en bijstand

  • Art. 1:81 BW bevat ook de verplichting van hulp en bijstand. Hulp en bijstand is 1 geheel en slaat op de onstoffelijke steun. Men hoort er voor elkaar te zijn en elkaar te steunen op allerlei terreinen.
  • 2.1.4 Verzorging en opvoeding van de kinderen

  • Art. 1:82 BW verplichting tot verzorging en opvoeding van de kinderen. Het heeft ook betrekking op de minderjarige kinderen van de ene echtgenoot, waarvan de andere slechts stiefouder van is en pleegkinderen.
  • In welke kosten zijn de ouders verplicht te voorzien, zolang de kinderen nog geen 21 jaar zijn?
    - Levensonderhoud
    - Studie
  • Speelt bij toepassing van art. 1:82 BW de draagkracht van de echtgenoten een rol?
    Ja, omvang van de bijdrage van elk van de echtgenoten volgt uit art. 1:84 lid 1 en 2 BW.
  • 2.1.6 Informatieplicht

  • Wat houdt de informatieplicht in, art. 1:83 BW?
    De echtgenoten dienen elkaar informatie te verschaffen over het door hen gevoerde bestuur en over de stand van hun goederen en schulden. Hierdoor kunnen echtgenoten allebei enig zicht houden op de situatie.

    Dit gaat ook over de privégoederen en -schulden.
  • 2.2.3 Draagplicht - fourneerplicht

  • Wat is de draagplicht?
    In welke maatstaf komen de kosten in de onderlinge verhouding van de echtgenoten ten laste van ieder van hen.
  • Art. 1:84 lid 1 BW stelt dat de kosten van de huishouding en die van de verzorging en opvoeding van de kinderen zoveel mogelijk ten laste komen van het gemene inkomen. Uiteindelijk worden zij door ieder van de echtgenoten voor de helft gedragen art. 1:100 BW.
  • Als het gemeen inkomen ontbreekt of ontoereikend is, is de tweede trap het privé inkomen van de echtgenoten in evenredigheid van deze inkomens. Als dit ook ontoereikend is, komt het gemeenschappelijk vermogen aan de beurt en daarna zo nodig naar evenredigheid de privévermogens ogv art. 1:94 lid 1 BW.
  • Wat valt onder gemeen inkomen en vermogen?
    Hetgeen dat krachtens boedelmenging tussen de echtgenoten gemeenschappelijk is.
  • Wat zijn de trappen van de draagplicht?
    1. Gemeenschappelijk inkomen
    2. Privé inkomen
    3. Gemeenschappelijk vermogen
    4. Privé vermogen
    Art. 1:84 lid 1 BW
  • Wat is de fourneerplicht?
    Art. 1:84 lid 2 BW: voor de financiering van het in lid 1 bedoelde moeten de benodigde middelen naar rato worden voorgeschoten uit de daar genoemde inkomens en vermogens. Het gaat hier om de jaarinkomens.
  • Hoeveel ieder van de echtgenoten moet fourneren voor de kosten van de huishouding, hangt af van de verdeling van het bestuur over hun goederen, waarbij je kan denken dat in de regel allebei de echtgenoten zijn evt. privégoederen en de van zijn zijde in een evt. gemeenschap vallende goederen bestuurt, maar dat afwijkingen mogelijk zijn, art. 1:90 en 1:97 BW.
  • 2.2.5 Instellen vordering wegens teveel gefourneerde bijdragen

  • Verjaren vordering tijdens het huwelijk tussen echtgenoten?
    Nee o.g.v. art. 3:320 jo 3:321 lid 1 sub a BW. De verjaringstermijn tussen echtgenoten wordt verlengd tot 6 maanden na het einde van het huwelijk.
    Toch kan de vordering al zijn verwerkt en dan heeft de echtgenoot er geen recht meer op. Volgens de rechtspraak is het gebruikelijk om binnen een jaar, volgende op het jaar waarover nog moet worden verrekend, alsnog af te rekenen.
    - Bewijspositie van de aangesprokene is ernstig verzwakt na verloop van tijd.
    - Lang stilzitten of zich erbij neerleggen dat de ander te weinig bijdraagt in de huishoudkosten, wekt de indruk dat men de vordering niet alsnog zal instellen. 
    Het zal na verloop van tijd in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid om alsnog op verrekening te beroepen.
  • Wat kan in de huwelijkse voorwaarden worden opgenomen om te voorkomen dat er bij een echtscheiding discussie ontstaat over het recht op vergoeding van teveel gefourneerde huishoudkosten?
    In dat geval kan een vervalbeding t.a.v. de huishoudkosten worden opgenomen in de huwelijkse voorwaarden.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Het Nederlandse huwelijksvermogensrecht
  • A R de Bruijn
  • 9789013066371 of 9013066372
  • 4e herz. dr.

Samenvatting - Het Nederlandse huwelijksvermogensrecht

  • 1 Inleiding en geschiedenis

  • Benoem de getrapte draagplicht voor de kosten der huishouding. Waar vinden we deze terug?
    Gemene inkomen; privé-inkomens naar evenredigheid; gemene vermogen; privé-vermogens naar evenredigheid. Art. 1:84-1 BW.
  • Jan heeft een gat in zijn hand en koopt allerhande prullaria. Marie, zijn vrouw, maakt zich ernstig zorgen dat zij straks privé zal worden aangesproken voor de schulden van Jan. Afstand doen van de gemeenschap vindt zij te ver gaan. Wat kan zij doen? Noem het relevante artikel.
    Verzoeken om opheffing aansprakelijkheid voor huishoudelijke schulden. Art. 1:86 BW.
  • Art. 1:85 BW vormt een uitzondering op de hoofdregel. Wat is de hoofdregel? Noem het relevante artikel.
    Ieder is aansprakelijk voor de door hem aangegane verbintenissen. Art. 3:276 BW.
  • Jan en Marie spreken bij schriftelijke overeenkomst af, dat Marie niet hoeft bij te dragen in de kosten van de huishouding. Mag dit? Hoe wordt een dergelijk beding genoemd?
    Ja. Nihilbeding. Art. 1:84-3 BW.
  • Voor welke schulden kunnen beide echtgenoten aansprakelijk worden gehouden? Noem het relevante artikel.
    Verbintenissen ten behoeve van de gewone gang van de huishouding. Art. 1:85 BW.
  • Kunnen echtgenoten afwijken van de in de wet geformuleerde draag- en fourneerplicht? Hoe? Noem het relevante artikel.
    Ja. Bij schriftelijke overeenkomst. Art. 1:84-3 BW.
  • Noem de vier te onderscheiden begrippen met betrekking tot schulden van de echtgenoten.
    Aansprakelijkheid, verhaal (extern), draagplicht en fourneerplicht (intern).
  • Op welk huwelijksvermogensregime is Titel 1.6 BW van toepassing?
    Huwelijkse voorwaarden en gemeenschap van goederen.
  • Echtgenoten hebben niet alleen vermogensrechtelijke verplichtingen jegens elkander, maar ook immateriële verplichtingen. In welk artikel vindt men deze terug? Noem ze.
    Art. 1:81 BW. Getrouwheid, hulp en bijstand.
  • Echtgenoten hebben rechten en verplichtingen jegens elkaar. In welk artikel vindt men deze terug? Welke huwelijksvermogensrechtelijke verplichting hebben zij jegens elkaar?

    Art. 1:81 BW. 'Zij zijn verplicht elkander het nodige te verschaffen.'
  • Waar is het huwelijksvermogensrecht in enge zin geregeld?
    Titels 1.6, 1.7 en 1.8 BW.
  • Geef beknopt aan, waar wetsvoorstel 28 867 op ziet. Per welke datum gaat dit wetsvoorstel in?
    Aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen. 1 januari 2012.
  • Op een geregistreerd partnerschap is het huwelijksvermogensrecht van overeenkomstige toepassing. Waar vindt men deze bepaling?
    Art. 1:80b BW.
  • Jan is getrouwd en woont samen met Marie. Jan heeft een huurovereenkomst gesloten met Karel. Jan betaalt niet. Wie kan Karel aanspreken? Noem het relevante artikel.
    Jan en Marie. Art. 7:266-2 BW.
  • Vroeger was er een verbod op rechtshandelingen tussen echtgenoten. Overeenkomsten van koop, ruil, arbeid en schenking tussen echtgenoten waren nietig ofwel vernietigbaar. Bestaan deze verboden nog steeds? Waarom (niet)?
    Nee. Gelijke en onafhankelijke positie echtgenoten.
  • In art. 1:85 BW staat dat indien één van de echtgenoten verbintenissen aangaat ten behoeve van de gewone gang van de huishouding, ook de ander hiervoor aansprakelijk gehouden kan worden. Noem de vuistregel voor wat moet worden verstaan onder de gewone gang van de huishouding' (p. 54).
    'die rechtshandelingen waarvan de handelende echtgenoot niet verwacht dat hij daarover eerst met de andere echtgenoot moet overleggen, en waarvan de ander ook niet verwacht, vooraf geraadpleegd te worden, omdat de omvang ervan zo gering is dat het gezinsinkomen of -vermogen dit makkelijk kan dragen'
  • 2 Gezinsbeschermende bepalingen

  • Op welke huwelijken is de gezinsbeschermende bepaling ex art. 1:88-1 BW van toepassing? Wat belieft de ene echtgenoot van de andere op grond van dit artikel? Hoe zit het met het vormvereiste?
    Alle. Toestemming. Deze volgt de rechtshandeling (art. 1:88-3 BW).
  • Uit welk arrest is gebleken dat wil de wederpartij een beroep doen op de goede trouw ex art. 1:89-2 BW, hij zijn onderzoeksplicht dient te hebben vervuld?
    Schaaphok/Schilder. NJ 1983, 696.
  • Jan en Marie zijn gelukkig getrouwd. Jan heeft echter een gokprobleem en heeft dringend geld nodig. Hij spreekt een goede vriend, Marius, aan om de echtelijke woning aan te verkopen. Het huis staat immers op zijn naam. Jan vertelt aan Marius dat Marie en hij samen hebben besloten het huis te verkopen, terwijl Jan dit helemaal nooit met Marie heeft besproken. Jan verkoopt het huis aan Marius zonder toestemming van Marie. Als Marie hier later achter komt, laat zij de rechtshandeling vernietigen. Op grond van welke bepaling kan zij deze rechtshandeling vernietigen?
    Marius verweert zich echter met een beroep op de goede trouw. Zal dit beroep slagen? Noem het relevante arrest. Wat heeft de koper van een echtelijke woning derhalve?
    Art. 1:89-1 BW. Nee. Schaaphok/Schilder (NJ 1983, 696). Onderzoeksplicht.
  • In welk arrest is uitgemaakt dat een rechtsdwaling niet leidt tot goeder trouw ex art. 1:89-2 BW?
    Maastrichtse Woning II. NJ 1979, 427.
  • Jan, gehuwd met Marie, verkoopt en levert op 1 januari een antieke kast aan Peter zonder toestemming van Marie. Kan Marie op 10 januari met succes de koopovereenkomst vernietigen en de kast terugkrijgen? Noem de relevante wetsartikelen.
    Ja. Art. 1:88-1-a jo. 1:89-1 BW.
  • Jan heeft een royaal geldbedrag geschonken aan zijn neef Klaas. Marie, zijn vrouw, is laaiend als ze dit hoort. Zij stuurt een brief naar Klaas waarin zij aangeeft dat de rechtshandeling dient te worden vernietigd aangezien zij zonder haar toestemming is geschied. Voorts sommeert zij Klaas het geld terug over te maken. Klaas is zich van geen kwaad bewust. Kan hij zich beroepen op zijn goeder trouw? Noem het relevante artikel.
    Nee. Art. 1:89-2 BW.
  • Jan en Marie liggen in de clinch en besluiten om over te gaan tot echtscheiding. Als de echtscheiding tot stand is gekomen, komt Marie erachter dat Jan nog tijdens het huwelijk in strijd met art. 1:88 BW een Porsche op afbetaling heeft gekocht. Kan Marie deze rechtshandeling nog vernietigen? Noem het relevante artikel.
    Ja. Art. 1:89-3 BW.
  • Zijn de rechtshandelingen die in strijd met de gezinsbeschermende bepaling art. 1:88 BW zijn gedaan nietig? Wat dan wel? Noem het relevante artikel.
    Nee. Vernietigbaar. Art. 1:89-1 BW.
  • Jan en Marie zijn getrouwd. Jan verkeert al enkele jaren in het buitenland. Het is onbekend of hij ooit nog terugkomt. Marie heeft het gehad met de ouwelijke huiselijke inrichting van de echtelijke woning en wil een gedeelte van de inboedel verkopen. Zij heeft hiervoor echter toestemming van Jan nodig (art. 1:88-1-a BW), die zich onbereikbaar houdt. Wat kan zij doen?
    Vervangende toestemming vragen aan de rechtbank (art. 1:88-6 BW).
  • Overeenkomsten van koop op afbetaling en borg believen normaliter de toestemming van beide echtgenoten (art. 1:88-1-c/d BW). In welk geval is de toestemming van de echtgenote niet vereist? In welk lid wordt verder gebouwd op de uitzondering voor borgovereenkomsten?
    Ten behoeve van de normale uitoefening van beroep of bedrijf. Lid 5 (bestuurders).
  • Jan is getrouwd met Marie. Jan wil zich borg stellen voor het krediet dat zijn zoon Piet afsluit bij de AFB Bank. Heeft hij hiervoor de toestemming van zijn vrouw nodig? Noem het relevante artikel.
    Ja. Art. 1:88-1-c BW.
  • Jan is de eigenaar van een prachtige Qing-vaas, die hij na zijn overlijden cadeau wil doen aan zijn neef Klaas. Dit is tegen het zere been van zijn vrouw Marie. Heeft Jan de toestemming van Marie nodig om de vaas te schenken onder de opschortende voorwaarde, dat hij overlijdt? Noem het relevante artikel.
    Nee. Art. 1:88-4 BW.
  • In art. 1:88-1-b BW is bepaald dat giften, met uitzondering van de gebruikelijke, niet bovenmatige, door één van de echtgenoten de toestemming van de andere behoeft. Wat wordt verstaan onder een gift?
    Elke materiële bevoordeling uit vrijgevigheid.
  • In art. 1:88-1-a BW is bepaald, dat overeenkomsten die strekken tot beschikking over de echtelijke inboedel de toestemming van de andere echtgenoot behoeven. Alwaar vinden wij een invulling van het begrip inboedel?
    Art. 3:5 BW.
  • Noem de vier categorieën rechtshandelingen waarop het gezinsbeschermende artikel art. 1:88 BW van toepassing is.
    (1) Echtelijke woning en inboedel; (2) Giften; (3) Zekerheidstelling ten behoeve van derden; (4) Koop op afbetaling.
  • Kan van art. 1:88 BW bij huwelijkse voorwaarden of schriftelijke overeenkomst worden afgeweken? Wat is de ratio achter dit artikel?
    Nee. Gezinsbescherming.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wanneer is de vordering tot verrekening opeisbaar?
Art. 6:38 BW vanaf het moment waarop zij ontstaat.
Schwanen/Hundscheid: m.b.t. een finale verrekenplicht, die was ontstaan door omzetting van en niet nageleefd periodiek verrekenbeding, beslist dat de vordering eerst bij het einde van het huwelijk kan worden gevorderd. Aangenomen moet worden dat de verrekenplicht pas op het moment van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking opeisbaar zou zijn. Het tijdstip van art. 1:142 lid 1 sub b BW is leidend.
Wat is een facultatief verrekenbeding?
Het ontstaan van de verbintenis tot verrekening is afhankelijk van de vraag of partijen op enig moment hiertoe zullen beslissen.
Wat houdt een finaal verrekenbeding in?
Verrekening vindt plaats bij het einde van het huwelijk. Er wordt afgesproken bij het einde van het huwelijk te verrekenen alsof men in gemeenschap van goederen was gehuwd. = verrekenen op basis van een pseudogemeenschap van goederen.
Wat houdt een periodiek verrekenbeding in?
Een periodieke verrekening van overgespaarde inkomsten.
Bv. Amsterdam verrekenbeding: modelovereenkomst die kan gebruikt worden voor het formuleren van huwelijkse voorwaarden.  Uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen en de echtgenoten moeten elk jaar ter verrekening bij helfte bijeenvoegen hetgeen van hun inkomens na voldoening van de kosten van de huishouding onverteerd is gebleven. --> in gelijke mate profiteren. Weinig echtgenoten verrekenen ook daadwerkelijk jaarlijks, dan geldt art. 1:141 BW.
Wat is het wettelijk deelgenootschap?
Een verrekenstelsel dat een uitsluiting van de gemeenschap van goederen inhielden de obligatoire verplichting van de echtgenoten de vermeerdering van beider vermogen, die gedurende het deelgenootschap had plaatsgevonden, te delen. --> wordt weinig toegepast. Vorm van finaal verrekenbeding
Wat is een verrekenbeding?
Een beding in huwelijkse voorwaarden of in een echtscheidingsconvenant krachtens welke echtgenoten obligatoir anders afrekenen dan goederenrechtelijk uit hun huwelijkse voorwaarden voortvloeit.
Wat wordt verstaan onder de vermelding genoemd in art. 1:130 BW?
Men eist een algemeen specifieke omschrijving.
Wat is de sanctie op overtreding van art. 1:117 lid 1 BW?
Nietigheid, iedereen kan zich hierop beroepen. De rechtshandeling wordt niet door het opvolgend geldige huwelijk bekrachtigd art. 3:58 lid 2 BW.
Wanneer is er sprake van dwingend recht?
- Als er in de wetsbepaling staat dat er niet van af mag worden geweken.
- Het kan uit de formulering worden afgeleid.
- Het karakter en de strekking van de in die voorschriften vervatte regels brengen hun dwingende aard mee.  
- Op grond van de geschiedenis en de bedoeling van het artikel.
Is een uitsluitingsclausule tussen echtgenoten, uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend, aan te merken als huwelijksvoorwaarde in materiële zin?
Nee