Samenvatting Het voordeel van de twijfel

-
ISBN-10 9047702263 ISBN-13 9789047702269
481 Flashcards en notities
19 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Het voordeel van de twijfel". De auteur(s) van het boek is/zijn Tim De Mey. Het ISBN van dit boek is 9789047702269 of 9047702263. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Het voordeel van de twijfel

  • 1 Scepticisme op scherp gesteld

  • Wat is gerede twijfel?
    twijfel die optreed wanneer een opvatting niet duidelijk overtuigender is dan redelijke alternatieven.
  • wat is een sceptische houding?
    de houding waarin je gelooft niets zeker te kunnen weten.
  • wat is metafysisch scepticisme?
    twijfel over of er een wereld buiten ons is, en wat deze wereld inhoud.
  • Wat is epistemologisch scepticisme?
    scepticisme over de mogelijkheid van kennis.
  • wat is conceptueel scepticisme?
    scepticisme over of we allemaal hetzelfde beeld hebben bij bepaalde concepten.
  • wat houdt pyrronistische scepsis in?
    het opschorten van een oordeel over een bepaalde opvatting omdat niet op bepaalde gronden bewezen kan worden dat de ene opvatting beter is dan de andere, en vervolgens gemoedsrust vinden in de zoektocht naar die gronden en daarbij de waarheid.
  • de pyrronist maakt uiteindelijk geen keuze welke opvatting dichter bij de waarheid komt, hij blijft zoeken. hij laat uiteindelijk de kwestie los als gevolg van innerlijke rust.
  • wat is academische scepsis?
    de academicus beweert dat zeker kennis niet mogelijk is en laat het daarbij.
  • Wat is het verband tussen een sceptische houding en gerede twijfel?
    Bij een sceptische houding komt gerede twijfel heel vaak voor. aangezien een sceptische houding inhoudt dat je aanneemt dat er alternatieve scenario's bestaan voor de werkelijkheid.
  • Wat houdt pyrronistische problematiek in?
    voor elk onderwerp bestaan aan elkaar gelijke meningen en argumenten. Er zijn geen onafhankelijke middelen om uit te maken wat goed of slecht is.
  • wat betekent epochè?
    het opschorten van je oordeel.
  • wat betekent pyrronistische problematiek op theoretisch niveau?
    pyrronisten onderschrijven geen enkel oordeel maar blijven doorzoeken naar de waarheid, terwijl ze hun oordeel opschorten.
  • wat betekent pyrronistische problematiek op psychologisch niveau?
    pyrronisten bereiken innerlijke rust omdat ze accepteren dat de waarheid niet te achterhalen is. Ze maken uiteindelijk geen keuze, en maken zich niet langer druk over de kwestie. Maar blijven desondanks zoeken naar de waarheid.
  • wat betekent pyrronistische problematiek op dialectisch niveau?
    Een toeschouwer die volledig neutraal is kan bij een discussie waar gelijkwaardige argumenten worden gegeven voor meningen die recht tegenover elkaar staan geen keuze maken. Tenzij de toeschouwer van tevoren al niet compleet neutraal was.
  • Wat is het eerste argument van het trilemma van Agrippa?
    we verantwoorden overtuigen met andere overtuigingen die ook worden verantwoord met overtuigingen.
  • wat is oneindige regressie?
    een vicieuze cirkel of ketting van overtuigingen verantwoorden met andere overtuigingen, enz.
  • Wat is het tweede argument van het trilemma van Agrippa?
    Oneindige regressie valt te stoppen met een basisovertuiging.
  • wat is het probleem met het tweede argument van het trilemma van Agrippa?
    hoe weet je wanneer iets een basisovertuiging is?
  • Wat is het derde argument van het trilemma van Agrippa?
    Om oneindige regressie te stoppen is door een argument te geven met een coherent geheel van overtuigingen.
  • Wat is een coherent geheel van overtuigingen?
    wanneer twee of meerdere overtuigingen elkaar wederzijds ondersteunen, door hun samenhang.
  • wat is het doel van de radicale twijfel van Descartes?
    tot een absolute zekerheid komen.
  • Wat is het eerste niveau van de radicale twijfel van Descartes?
    twijfelen aan alle kennis die we opdoen met zintuigelijke waarneming.
  • Wat is het tweede niveau van de radicale twijfel van Descartes?
    da het leven op aarde in theorie een droom zou kunnen zijn, de werkelijkheid is een droom.
  • Wat is het derde niveau van de radicale twijfel van Descartes?
    twijfelen aan logica, Descartes stelt dat het zou kunnen dat een kwade demon hem voor de gek houdt.
  • wat is de conclusie van de radicale twijfel?
    De mens kan alleen zeker kennis opdoen door middel van de ratio.
  • hoe concludeert Descartes dat hij bestaat?
    Hij is er zeker van dat hij twijfelt, dus denkt. er is dus iets dat denkt wat hij is.
  • Hoe concludeert Descartes dat god bestaat?
    Hij heeft het idee van perfectie, dit moet buiten hem liggen want de mens is niet perfect. Als god niet zou bestaan dan was hij niet perfect, bestaan is een onderdeel van compleet zijn.
  • wat zijn impressies volgens Hume?
    Indrukken van de werkelijkheid door onze zintuigen.
  • Wat zijn ideeën volgens Hume?
    de verwerking van impressies door ons verstand.
  • Wat zijn enkelvoudige ideeën volgens Hume?
    ideeën die rechtstreeks afstammen van waarnemingen. kleuren geuren, smaak, gevoel, geluiden.
  • Wat zijn complexe ideeën volgens Hume?
    Een samenstelling van meerdere enkelvoudige ideeën.
  • Volgens Hume is het verstand in staat om abstracte begrippen te vormen door het samenvoegen van complexe en enkelvoudige ideeën.
  • Waarom neemt Hume een Sceptische houding in tegenover causaliteit?
    Causaliteit is een abstract complex denkbeeld. Zelfs enkelvoudige denkbeelden kunnen niet als zekere kennis worden gezien aangezien het geen empirische waarnemingen zijn.
  • Waarom neemt Hume een sceptische houding tegenover inductie?
    Inductie gaat uit van een, niet waarneembare, noodzakelijk wetmatige orde bij het concluderen van een algemene wet uit een beperkt aantal waarnemingen, en is dus geen middel tot zekere kennis
  • waarom is van het uniformiteitsprincipe uitgaan volgens hume psychologisch noodzakelijk, maar filosofisch niet te verantwoorden valt??
    Het principe stelt dat de wereld niet grillig en dus voorspelbaar en beschrijfbaar, zonder dit principe toe te passen zou je bijna niet kunnen leven, maar het is filosofisch niet te onderbouwen.
  • Het gedachte-experiment van descartes stelt dat het in theorie zou kunnen dat de complete buitenwereld een illusie van een kwade demon is.
    Het BIV stelt dat het in theorie zou kunnen dat je een brein in een vat bent die impulsen toegestuurd krijgt vanaf een computer.
    De overeenkomst is dat je in beide gevallen de buitenwereld niet werkelijk waarneemt maar voor de gek wordt gehouden.
  • Hoe behandelt een pyrronist sceptisch een kennisclaim?
    Hij zal erop wijzen dat er alternatieve argumenten zijn en dat het onmogelijk is die argumenten van beide partijen neutraal af te wegen. er is dus meer onderzoek nodig.
  • Hoe behandelt een cartesiaanse scepticus een kennisclaim?
    Hij zal alternatieve situaties naar voren brengen waardoor er een gerede twijfel ontstaan over wat aanvankelijk zekere kennis leek. Dit met als doel tot fundamenteel zeker kennis te komen.
  • Hoe zal een Humeaan een kennisclaim sceptisch behandelen?
    Het is onmogelijk kennis te onderbouwen op zo'n manier dat de onderbouwing voldoet, aangezien de onderbouwing vaak rust op causaliteit en inductie wat niet toegestaan is.
  • Wat is een gedachte-experiment?
    je onderzoekt een hypothetische kwestie/scenario met je verstand in je gedachten.
  • Wat is een tegen-feitelijk gedachte-experiment?
    Dit experiment probeert te schetsen hoe de situatie verlopen was als de feiten anders waren geweest dan dat ze in werkelijkheid waren. Het schetst een alternatief scenario.
  • Een tegen-feitelijk gedachte-experiment heeft een 'wat als' structuur.
  • Wat doet een conceptueel gedachte-experiment?
    Het onderzoekt of een begrip of concept nog steeds van toepassing is op het moment dat er een alternatieve situatie aan de hand is.
  • Wat doet een evaluatief gedachte-experiment?
    Het vraagt jou wat je in een bepaalde fictieve situatie zou doen. Stel dat- structuur.
  • Wat is het voornaamste beginsel?
    Tegenover elk argument staat een gelijk argument.
  • Wat is scepticisme volgens Sextus Empiricus?
    De kunde om zaken tegenover elkaar te plaatsen om zo de gelijkwaardigheid en tegenstrijdigheid van de argumenten de ontdekken. Vervolgens eerst tot een opschorting van het oordeel komen om uiteindelijk onverstoorbaarheid te bereiken.
  • Wat betekent evident?
    vanzelfsprekend
  • Wat is een dogma?
    een niet evidente zaak die aanneembaar is zonder dat er bewijs voor is.
  • Wat is een doctrine?
    een stelsel van samenhangende dogma's die samen een logisch geheel vormen.
  • Wanneer heeft een scepticus een doctrine volgens Sextus Empericus?
    Wanneer een scpeticus dogma's aanneemt.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

De kandidaten kunnen aangeven om welke redenen het volgens Bayle onmogelijk is om te weten dat de religieuze overtuigingen die we hebben absoluut waar zijn en kunnen beargumenteren hoe hij op grond hiervan pleit voor religieuze tolerantie en het recht op een “dwalend geweten”
Religieuze waarheden zijn voor gelovigen zelf overtuigend, maar niet door enig extern bewijs. Het zijn juist openbaringswaarheden, mysteriën, die alleen vanuit het geloof zelf begrepen kunnen worden. • Elke gelovige van om het even welke religie dan ook, neemt de geloofswaarheden van zijn religie voor waar aan en met evenveel geloofsijver. Dus ook de mate van overtuigdheid is geen maatstaf: elk geloof kent zijn eigen martelaren die hun leven willen geven voor hun geloof. 

Omdat waarheid en leugen ten aan zien van religieuze overtuigingen niet te bepalen zijn, stelt Bayle, dat we tolerant moeten zijn ten aanzien van een ieder die vanuit zijn overtuiging zijn geweten volgt en voor waar houdt wat hem waar toeschijnt en als leugen beschouwt, wat hem een leugen toeschijnt. • Ieder moet dus zijn overtuigingen volgen. En om dat mogelijk te maken dienen we tolerant jegens elkaar te zijn en elkaar de ruimte te bieden om ook daadwerkelijk overeenkomstig ons geweten te leven.
De kandidaten kunnen uitleggen waarom volgens Hume de identiteit die we toeschrijven aan de menselijke geest “slechts fictief” is, zoals dat ook geldt voor de identiteit van objecten. Daarnaast kunnen zij uiteenzetten hoe volgens Hume het denkbeeld van persoonlijke identiteit berust op “de betrekkingen van gelijkenis, nabijheid en causaliteit” en aangeven welke belangrijke rol de verbeelding en het geheugen daarin spelen.
Hume stelt dat we een duidelijk denkbeeld menen te hebben van een object dat gelijk blijft gedurende een bepaalde periode. Dit denkbeeld van het object noemen we de identiteit van het object. Dat is datgene wat gelijk blijft door de tijd heen. • De onveranderlijkheid van een object nemen we echter niet waar, evenmin als een ononderbrokenheid. In feite plakt onze verbeelding diverse denkbeelden van een object aan elkaar. Identiteit bestaat dus helemaal niet, maar hooguit een opeenvolging van verbonden objecten. • Identiteit berust op een fictie van iets bestendigs en ononderbrokens.
De kandidaten kunnen uitleggen in hoeverre Humes beschouwingen over persoonlijke identiteit een sceptisch karakter hebben. Daarbij kunnen ze de twee redeneringen, die volgens Hume beide leiden tot de conclusie dat onze persoonlijke identiteit niet meer is dan een verzameling van afzonderlijke percepties, reconstrueren en kritisch evalueren.
Volgens Hume leiden we onze denkbeelden af uit onze zintuiglijke impressies. Iedere indruk geeft aanleiding tot een werkelijk denkbeeld. - Maar een zelf of persoonlijkheid is geen indruk, maar iets waaraan een menigte indrukken geacht worden te refereren. - Indrukken bestaan echter nooit tegelijkertijd en volgen elkaar in rap tempo op. Het denkbeeld van het zelf kan daarom nooit van een bepaalde indruk zijn afgeleid, en dus bestaat er geen denkbeeld van het zelf. (Hume verstaat indentiteit als iets onveranderlijks.) - Hume stelt voorts dat hij zichzelf nooit kan ervaren los van een concrete perceptie als pijn of honger of liefde. 
 
- Wie slaapt of dood is, heeft geen concrete percepties en daarmee ook geen ervaring van een ‘zelf’, stelt Hume. - Onze vermeende identiteit kan dus niet steunen op bepaalde onveranderlijke percepties, maar berust op een fictie, doordat ons geheugen steeds gelijk lijkende percepties met elkaar verbindt tot een eenheid. Maar feitelijk is er niets bestendigs in ons. - Al onze zintuigen en geestesgaven dragen bij aan deze veranderingen en er is geen macht in onze ziel die zelfs maar een tel onveranderlijk dezelfde blijft.
De kandidaten kunnen uitleggen wat het belang is van het wasexperiment van Descartes voor zijn opvatting over de geest.
Wij menen dat we die dingen die we kunnen aanraken en zien, het duidelijkst van alles begrijpen. Descartes toont aan dat dit echter helemaal niet zo is, middels zijn wasexperiment. • Als je was aanraakt en ziet en ruikt, denk je te weten wat het is. Maar zodra je het bij het vuur houdt, verandert de was. Alles wat zintuiglijk waarneembaar was, verandert nu. Blijft het toch dezelfde was? Volgens Descartes wel. (Wat zou Hume zeggen?!) • Ons voorstellingsvermogen brengt hier dus geen volledig begrip van wat was nu eigenlijk is. Zelfs de uitgebreidheid van de was is ons onbekend, blijkt zodra de was smelt. • Het begrip van de was ligt dus niet besloten in de waarneming of in mijn voorstellingsvermogen van de was, maar in het oordeelsvermogen van de geest. En daarmee is de natuur van onze geest nog beter bewezen.
De kandidaten kunnen reconstrueren hoe Descartes het “ik” als substantie begrijpt. Tevens kunnen zij uitleggen waarom er van deze substantie geen voorstelling gemaakt kan worden.
Descartes stelt aan alles te kunnen twijfelen. Vroeger gaf hij spontaan als antwoord op de vraag wat hij was, zijn lichaam. • Maar kwaadaardige bedrieger kan hem voorgelogen hebben dat hij een lichaam heeft. Wat blijft er dan nog over? Over de ziel valt weinig te zeggen...Het enige wat met zekerheid volgens hem bestaat, is het denken: Hij is een denkend ding, een res cogitans, een substantie. • Zodra hij zich gaat voorstellen wat hij verder kan zijn, wordt dat fantasie. Een voorstelling maken is niets anders dan een vorm of een beeld bedenken van een lichamelijk ding, wat hij nu net niet is. De res cogitans heeft geen vorm of uitgebreidheid, is immaterieel.
De kandidaten kunnen beargumenteren waarom Descartes het oordeel “ik denk” waar acht zodra het voltrokken wordt. Zij kunnen daarbij Descartes’ sceptische uitgangspunt betrekken.
Zolang Descartes denkt dat hij iets is, moet hij wel bestaan. Want in de act van het denken of het twijfelen, moet er een ‘ik’ zijn dat denkt of twijfelt. Ook als hij bedrogen wordt, moet hij ten minste iets zijn, dat bedrogen kan worden. • Cogito ergo sum is een helder en wel onderscheiden inzicht dat zich aan hem opdringt. Ook wanneer Descartes denkt dat hij niet bestaat, bestaat hij. Het ‘denkende ding’ bewijst zijn eigen bestaan eenvoudig door te verwijzen naar zijn eigen denkactiviteit, ongeacht wat het denkt. De zekerheid van het eigen bestaan berust dus niet op een bewijsvoering. Zij is een intuïtie waarin het ‘ik’ en het denken samenvallen. • De uitspraak ‘ik denk, dus ik besta’ is volgens hem noodzakelijk waar. Daarmee is zijn sceptisch uitgangspunt dat er niets bestaat, weerlegd. Hij kan alles ontkennen en in twijfel trekken, behalve dat hij er moet zijn als denkend ding die ontkent, twijfelt en denkt.
Geef de overeenkomst tussen Merleau-Ponty en een direct realist?
MP: We nemen anderen direct waar als persoon. 
 DR: we nemen geen afbeelding van de buitenwereld waar, maar die buitenwereld zelf
Geef het verschil tussen de binnenwereld en de belevingswereld.
De binnenwereld betreft de interne representaties in en toestanden van het (zombie)brein terwijl de belevingswereld gaat over de ervaring zelf en de kwalitatieve beleving ervan . (functionalisme= volledig gedefinieerd door binnnenwereld).
De kandidaten kunnen aan de hand van voorbeelden beargumenteren in welke zin en tot op welke hoogte, sceptische twijfel redelijk en productief kan zijn bij het filosofisch doordenken en oplossen van praktische en theoretische problemen.
Het overwegen van vergezochte/arteficiële sceptische alternatieven is in de regel weinig zinvol. Maar het overwegen van relevante alternatieven is juist cruciaal voor het oplossen van theoretische en praktische problemen.

Een arts moet niet te snel een diagnose stellen, maar alternatieve verklaringen overwegen, om tot een kwalitatief betere diagnose te komen. Zo ook een rechercheur die een misdrijf wil oplossen.   

Ook het overwegen van andere wereldbeelden dan het onze, kan uiterst zinvol zijn, omdat niemand en dus ook wijzelf niet, een volmaakt zicht hebben op de werkelijkheid of onszelf. Een sceptische houding maakt dan ook zelfkritisch. Scepsis kan bijdragen aan meer rechtvaardigheid.
Hoe kunnen we onderscheid maken tussen rationaliteit en integriteit (wereldbeelden)?
Van binnenuit bezien, is geen elk wereldbeeld irrationeel of arationeel. Rationaliteit beschrijft hoe we feitelijk omgaan met nieuwe informatie, onze emoties, inconsistenties in ons wereldbeeld, enz. • Wel kunnen we uiterst creatief zijn in zelfbedrog en ons zelf van alles wijsmaken en ons gedrag rationaliseren. Dat is geen kwestie van een gebrek aan rationaliteit, maar aan integriteit: we willen niet overeenkomstig ons wereldbeeld handelen. (Maar: wie bepaalt wat integer is?! Welke maatstaf?! Kan consistent zijn met eigen wereldbeeld)