Samenvatting Hoofdlijnen Nederlands Recht

ISBN-13 9789001833992
1007 Flashcards en notities
106 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Hoofdlijnen Nederlands Recht
  • 9789001833992

Samenvatting - Hoofdlijnen Nederlands Recht

  • 1 1 Terreinverkenning

  • Nachtwakersstaat
    de staat had zeer weinig taken, zorgde voor de interne en externe veiligheid(politie, leger) en beperkt aanvullende taken als onderwijs en rechtelijke macht.
  • Sociale verzorgingsstaat
    Staat met bevoegdheden op alle terreinen van de samenleving. de overheid delegeert ze uit omdat men het niet kan bij benen. De overheid die de burger verzorgd vanaf geboorte tot de dood. Zaken als sociale voorzieningen worden verzorgd en deels betaald vanuit de overheid. 
  • 1.2 waarom recht

  • Welke vier functies heeft het recht?
    Normatieve functie
    Geschiloplossende functie
    Additionele functie
    Instrumentele functie
  • Noem 4 functies van het recht?
    normatieve functie
    geschiloplossende functie
    additionele functie
    instrumentele functie
  • Vier functies van het recht
    1. Normatieve functie (Gedragsregels n.a.v. normen en waarden)
    2. Geschiloplossende functie (De rechterlijke macht die oordeelt of iemand moet worden gestraft en zo ja op welke wijze en met behulp van welke procedure).
    3. Additionele functie (De aanvullende functies van het recht, biedt een rechtsregel wanneer partijen zijn vergeten voor hun overeenkomst afspraken te maken)
    4. Instrumentele functie (De wet bepaalt regels waar mensen zich aan moeten houden).

    Normen zijn gedragsregels in de samenleving die iedereen moet naleven en opvolgen. (Met gevolg van een straf als deze overtreden worden: Ethische normen)
    Rechtsnormen: Moord, diefstal en discriminatie wegens ras of geslacht.
  • normatief = gedragsregels nav waarden en normen.
    geschiloplossend = oog om oog is verboden, rechterlijke macht bepaalt of iemand gestraft moet worden.
    additioneel = aanvullende functies van het recht.
    instrumenteel = algemene afspraken die voor iedereen gelden, zoals bijvoorbeeld links rijden op de weg.
  • normatief = gedragsregels nav waarden en normen.
    geschiloplossend = rechterlijke macht bepaalt of iemand moet worden gestraft en zo ja, op welke wijze en met behulp van welke procedure.
    additioneel = aanvullende functies van het recht.
    instrumenteel = algemene afspraken die voor iedereen gelden, zoals bijvoorbeeld links rijden op de weg.
  • Welke vier functies kent het recht?
    1. Normatieve functie
    2. Geschiloplossende functie
    3. Additionele functie
    4. Instrumentele functie
  • Het recht bestrijkt veel verschillende terreinen van de maatschappij. Maar waarom is dat nodig? Waarom zouden we het niet gewoon zonder rechtsregels kunnen doen. Deze vragen hebben betrekking op de functies van het recht. Wat zijn de vier functies van het recht? We kunnen het niet alleen oplossen.
    1. Normatieve functie.
    2. Geschiloplossende functie.  
    3. Additionele functie. (aanvullend recht)
    4. Instrumentele functie. (dwingend)
  • Wat zijn normen?
    Gedragsregels in de samenleving die iedereen moet naleven en opvolgen, worden deze regels overtreden dan volgt er een straf.
  • Omschrijf de normatieve functie van het recht
    Ervoor zorgen dat men zich aan de waarden en normen van de maatschappij houdt. Moraalnormen die in de wet worden opgenomen zijn rechtsnormen. Als deze rechtsnormen worden overtreden volgt er een straf. (bijvoorbeeld niet moorden, niet stelen, niet discrimineren, etc.).
  • Omschrijf de geschiloplossende functie van het recht
    In onze maatschappij mag je niet zelf tot straffen overgaan als je nadelig wordt behandeld. Daarvoor hebben wij een rechtelijke organisatie (de rechterlijke macht) die bepaald of en welke straf zal worden opgelegd.

    Deze rechterlijke macht oordeelt bij uitsluiting of iemand moet worden gestraft en zo ja, op welke wijze en met behulp van welke procedure. Strafbepaling en procedure bij uitsluiting.
  • Omschrijf de additionele functie van het recht
    Het is een ervaringsgegeven dat mensen bij een rechtshandeling niet alles tot in de puntjes regelen. Er kunnen dingen zijn waar zij ten tijde van de rechtshandeling geen rekening mee hebben gehouden. (verhaal stoel, na week betalen, na twee dagen stoel gestolen, moet er toch nog voor de stoel worden betaald). Artikel 7:10 lid 1 BW. De zaak is voor risico van de koper van de aflevering af, zelfs al is de eigendom nog niet overgedragen. Blijft koopprijs verschuldigd. Het is niet aan verkoper te verwijten).
  • Omschrijf instrumentele functie van het recht
    De wetgever bepaalt zo doen wij het en niet anders. Denk hierbij aan de verkeerswet. Dit heeft niets te maken met normen of geschillen of oplossing als je er samen niet uitkomt. Dit is om alles gestructureerd te laten verlopen.
  • Enkele jaren geleden heeft de HR geoordeeld dat thuistelers maximaal vijf wietplanten mogen hebben zonder te worden vervolgd, ongeacht het resultaat van de oogst. Voorwaarde is wel dat de planten direct worden afgegeven, als de politie daarom bij het aanbellen vraagt. Welke functie(s) van het recht is/zijn hier aan de orde?
    wietplanten - geen drugs is de norm
    mogen hebben zonder te worden vervolgd = strafbaar maar wordt door de vingers gezien, mits wordt overhandigd aan politie als daarom wordt gevraagd, duidt op geschil oplossend
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Hoofdlijnen Nederlands recht
  • 9789001862831

Samenvatting - Hoofdlijnen Nederlands recht

  • 1 Terreinverkenning (begrippen)

  • Aanvullend recht
    Recht waarvan de burgers mogen afwijken. Regels van aanvullend recht gelden alleen wanneer partijen over de betreffende inhoud niets hebben afgesproken.
  • A-contrarioredenering
    Redenering waarbij de rechter ervan uitgaat dat een bepaalde rechtsregel niet van toepassing is, omdat die regel uitsluitend is geschreven voor de gevallen die uitdrukkelijk in die regel worden genoemd.
  • Bestuursrecht
    Recht dat betrekking heeft op de mogelijkheden die de staat bezit om regulerend op te treden ten aanzien van het maatschappelijk leven.
  • Burgerlijk recht
    Ook wel genoemd civiel recht of privaatrecht. Het burgerlijk recht valt uiteen in twee rechtsgebieden: het personen- en familierecht en het vermogensrecht. Het vermogensrecht omvat alle regelingen met betrekking tot de op geld waardeerbare handelingen tussen particulieren (inclusief de overheid als particulier).
  • Dwingend recht
    Recht waarvan de burgers niet mogen afwijken. Doen zij dit toch dan zijn gewoon de wettelijke regels van toepassing.
  • Formeel recht
    Procesrecht. Het formele recht heeft betrekking op het recht van procederen. Het gaat daarbij om vragen als: bij welke rechter moet ik zijn, hoe moet er worden geprocedeerd, welke termijnen moeten in acht worden genomen?
  • Gewoonterecht
    Ongeschreven recht dat geldt omdat er binnen een bevolkingsgroep steeds naar wordt gehandeld, terwijl deze groep het als een rechtsplicht ziet deze gewoonteregel(s) op te volgen.
  • Interpretatiemethode
    Hulpmiddel dat ten dienste staat aan de rechter teneinde een vaag woord of vage zinsnede nader uit te leggen. Voorbeelden zijn de grammaticale, de wetshistorische, de anticiperende, de rechtsvergelijkende, de systematische en de teleologische interpretatiemethode.
  • Interpretatie naar redelijkheid en billijkheid
    De interpretatiemethode waarbij de rechter onduidelijke bewoordingen uitlegt met een beroep op de redelijkheid en billijkheid.
  • Jurisprudentie
    Rechtspraak; beslissingen afkomstig van een rechter of rechtscollege.
  • Materieel recht
    Recht dat betrekking heeft op wat men mag en niet mag, welke rechten en welke verplichtingen men heeft.
  • Monopoliepositie
    Heeft betrekking op de staat die op het terrein van het strafrecht via het OM het alleenrecht heeft, sancties als gevangenisstraf en boete op te leggen.
  • Objectief recht
    Positief recht. Het recht dat uit de geldende rechtsbronnen wet, verdrag, jurisprudentie en gewoonte voortvloeit.
  • Ondernemingsrecht
    Recht dat betrekking heeft op alle regels die verband houden met het uitoefenen van een bedrijf en activiteiten in club- en teamverband.
  • Precedenteninterpretatie
    De uitleg overeenkomstig eerdere rechterlijke uitspraken.
  • Privaatrecht
    Zie ook Burgerlijk recht. Recht dat geldt tussen burgers onderling.
  • Procederen
    Naar de rechter stappen om je gelijk op te eisen.
  • Publiekrecht
    Recht dat betrekking heeft op de regels die van kracht zijn tussen de overheid als zodanig (en dus niet als particulier) en de burger.
  • Redenering naar analogie
    Redenering waarbij de rechter zich op het standpunt stelt dat een bepaalde, niet wettelijk geregelde kwestie zoveel lijkt op een kwestie waarin de wet wel voorziet, dat die laatste regel ook van toepassing wordt verklaard op de niet-geregelde kwestie.
  • Staatsrecht
    Recht dat de wijze regelt waarop het Nederlandse staatsbestel vorm wordt gegeven en de invloed die de burgers daarop kunnen uitoefenen.
  • Strafrecht
    Recht waarbij de staat door middel van het Openbaar Ministerie actief optreedt teneinde normen via sancties af te dwingen van burgers.
  • Subjectief recht
    Recht dat individuen in concreto bezitten omdat het objectieve recht dit met zoveel woorden verklaart.
  • Verdrag
    Overeenkomst tussen twee of meer staten. Een verdrag kan zijn bilateraal (tussen twee staten) of multilateraal (tussen meer dan twee staten).
  • Wet in formele zin
    Ieder besluit dat tot stand is gekomen op grond van samenwerking tussen regering en Staten-Generaal.
  • Wet in materiële zin
    Ieder besluit dat gericht is tot een onbepaald aantal en dus niet bij name genoemde personen. Dit besluit moet natuurlijk afkomstig zijn van een daartoe bevoegd overheidsorgaan.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat zijn de belangrijkste twee bevoegdheden van het Hof van Justitie van de EU?
  1. het berechten van geschillen
  2. het geven van prejudiciële beslissingen.
Hof van Justitie van de EU?
Rechtscollege van de EU, dat beslissingen neemt over geschillen tussen de aangesloten lidstaten, tussen Commissie en lidstaten en tussen een eu-orgaan en bij zijn in dienst zijnde ambtenaren. Daarnaast beantwoordt het Hof prejudiciële vragen, gesteld door nationale rechters over de interpretatie van verdragen, verordeningen en richtlijnen.
Richtlijn?
Besluit gericht tot alle lidstaten, met als opdracht de nationale wetgeving aan te passen aan de in het besluit geregelde materie.
Verordening
Besluit van algemene strekking van een supranationale organisatie (internationale organisatie waaraan de aangesloten staten een deel van hun soevereiniteit afstaan) waaraan de aangesloten lidstaten rechtstreeks gebonden zijn.
Secundair Europees recht?
Europees recht dat op basis van een bepaald verdrag (zoals het VEU en het VWEU is uitgevaardigd. In EU-verband zijn dat verordeningen en richtlijnen.
Primair Europees recht?
Europees recht dat in de betreffende verdragen zelf is opgenomen. Bij de EU zijn dat het VEU en het VWEU
Europees parlement?
Orgaan van de EU, bestaande uit 751 leden die rechtstreeks zijn gekozen door de inwoners van de aangesloten staten. Met betrekking tot de uitvaardiging van verordeningen en richtlijnen is het Europees Parlement medewetgever van de EU.
Raad van de Europese Unie?
Orgaan van de EU, bestaande uit alle vakministers van de aangesloten lidstaten. Welke vakministers aan de vergaderingen deelneemt, hangt af van het onderwerp dat op de agenda staat.

De Raad heeft samen met de Europese Commissie en het Europees Parlement het recht om regelgeving uit te vaardigen.
Europese commissie?
Orgaan van de EU, bestaande uit 28, uit alle lidstaten afkomstige, onafhankelijke deskundigen. Aan de Europese Commissie komt het exclusieve recht van initiatief toe met betrekking tot, samen met de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement, de uitvaardiging van verordeningen en richtlijnen.
Is de Europese Raad op zichzelf betrokken bij de totstandkoming van EU-wetgeving?
Nee.