Samenvatting Hoofdstukken uit de Europese Codificatiegeschiedenis

-
ISBN-10 9054547782 ISBN-13 9789054547785
4082 Flashcards en notities
56 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Hoofdstukken uit de Europese Codificatiegeschiedenis
  • J H A Lokin & W J Zwalve
  • 9789054547785 of 9054547782
  • 3e, geheel herz. dr., [heruitg.]

Samenvatting - Hoofdstukken uit de Europese Codificatiegeschiedenis

  • 1.1 Begripsbepaling

  • Uit welke tijd stamt het woord codificatie en door wie werd het woord voor het eerst gebruikt?

    Uit de Verlichting en het werd het eerst door Jeremy Bentham (1748-1832) gebruikt

  • Geef een omschrijving van codificatie

    Codificatie is geschreven recht, waaraan de overheid een aan haar gezag ontleende, uitsluitende gelding toekent; deze exclusiviteit maakt de rechtsoptekening tot een volledige

  • 1.2 De Wetgever

  • Wie geeft betekenis (zin) aan de wet/bepaalt de inhoud ervan?

    De uitlegger van de wet

  • Hoe noemt men de gezaghebbende uitleg van de wetgever waarin hij zijn eigen wetten uitlegt?

    authentieke interpretatie

  • Wie verboden ieder commentaar op het wetboek?

    keizer Justinianus en Frederik van Pruisen

  • Hoe noemt men de verplicht voorgeschreven uitleg die de rechter aan de wetgever dient te vragen?

    référé legislatif

  • Welke verschillende doeleinden worden met behulp van een codificatie nagestreefd ?

    rechtszekerheid, economische en politieke

  • 1.3 De rechter

  • Welke verschillende wijzen van uitlegging zijn er?

    De grammaticale, wetshistorische, systematische en teleologische interpretatie

  • Op welk rechtsgebied heeft de rechter vergaande interpretatievrijheid en op welk gebied juist niet

    Vergaande interpretatievrijheid op het gebied van het privaatrecht, maar juist niet op het gebied van het strafrecht

  • Waarin verschilt de wetgeverstekst van de rechterstekst

    De wetgeverstekst blijft gelijk, terwijl er door de tijd heen een andere interpretatie aan kan worden gegeven. De rechterstekst zal niet veel afwijken van de interpretatie die eraan wordt gegeven. De tekst verandert mee met de wijziging van interpretatie.

  • Hoe wordt de eenheid van het recht in Engeland gewaarborgd?

    Door de stare decisisregel, die de rechter verplicht zich te houden aan zijn eerdere uitspraken (precedenten)

  • Wie maakt in feite uit wat recht is?

     

    De rechter

  • Wat is het grootste nadeel van de onbeperkte interpretatiemogelijkheden van de rechter?

    Dat deze de wettekst kan uitleggen naar de politieke overtuiging van zijn tijd, ook al is deze nog zo kwalijk

  • Wat is het grootste voordeel van de onbeperkte interpretatiemogelijkheden van de rechter?

    Dat de betekenis van de wet niet verstart, maar steeds aan de tijd en aan de omstandigheden wordt aangepast

  • 2.1 Declaration of independence

  • Wat was de naam van het verdrag dat Karel van Habsburg sloot met een aantal grote Europese vorsten om voor een ongestoorde troonsopvolging van Maria Theresia te zorgen

    Sanctio Pragmatica (Pragmatieke Sanctie)

  • Wat was de naam van het pamflet/geschriftje van  Thomas Pain in 1776 en waartoe roept hij hierin op?

    Common Sense, hij roept hierin op om het gezonde verstand te gebruiken en zich niet te richten op precedenten uit het verleden, gezaghebbende schrijvers of erkende regels van staats- en volkenrecht

  • Wat betekende volgens Immanuel Kant (1724-1804) verlichting

    Het treden van de mens uit zijn aan hem zelf te wijten onmondigheid 

  • Welke verklaring werd op 4 juli 1776 aan John Hancock aangeboden?

    De Declaration of Independence

  • Waarom behoeven de in de Declaration genoemde rechten niet door een  bijzondere wetgever of rechterlijk college te worden bekrachtigd?

    De rechten zijn 'selfevident'  (vanzelfsprekend) en zijn ook zonder een dergelijke bekrachtiging van kracht

     

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Hoofdstukken uit de Europese codificatiegeschiedenis
  • J H A Lokin & W J Zwalve
  • of
  • 3e, geheel herz. dr., [heruitg.]

Samenvatting - Hoofdstukken uit de Europese codificatiegeschiedenis

  • 1 CODIFICATIE

  • Welke onderscheiding maakte de Romeinen en Grieken reeds in het recht?
    • ius ex scripto (geschreven recht)
    • ius ex non scripto (ongeschreven recht
    • Begrip "codificatie" stamt uit Verlichting; voor het eerst gebruikt door Engelsman Jeremy Bentham (1748-1832)
    • Terwijl elke codificatie een daad van wetgeving is, is niet elke wetgevingsactiviteit een codificatie. De vaststelling van de rijksbegroting, een regeling van overgangsrecht, de vervanging van 1 wetsartikel door een ander wordt niet met het woord codificatie aangeduid, de wetswijziging van bijv het areidsovereenkomstenrecht in 1907 wèl. Grens tussen wetgeving en codificatie moeilijk te trekken; onderscheid tussen beide niet principieel; het woord codificatie in literatuur gereserveerd voor een bepaald afgerond rechtsgebied.
    • Een wetboek dat dikwijls jaren geleden gemaakt is, is toch volledig doordat de rechtsregels uitgelegd worden; interpretatie
    • In gecodificeerde samenleving: wetgever=tekstschrijver; rechter=tekstuitlegger.
  • Wat is de definitie van codificatie en welke 3 wezenlijke kenmerken?
    Codificatie is geschreven recht, waaraan de overheid een aan haar gezag ontleende, uitsluitende gelding toekent; deze exclusiviteit maakt de rechtsoptekening tot een volledige.
    • een overheid, die gezag uitoefent over haar onderdanen (kan ook kerkelijke overheid)
    • op schrift gesteld recht
    • de volledigheid van dat recht, die bewerkstelligd wordt door het machtswoord van de overheid, dat aan dat recht exclusieve gelding verleent

  • 1.1 Begripsbepaling

  • Door de Romeinen gemaakt onderscheid:

    • Geschreven recht – ius ex scripto
    • Ongeschreven recht – ius ex non scripto

    Ongeschreven recht is ouder dan geschreven recht. Geschreven recht i.v.m. behoefte aan rechtszekerheid.

    Niet elke optekening van het recht is codificatie. Codificatie stamt uit de tijd van de Verlichting.

    CODIFICATIE: is geschreven recht waaraan de overheid een aan haar gezag ontleende, uitsluitende gelding toekent; deze exclusiviteit maakt de rechtsoptekening tot een volledige.

    3 Wezenlijke kenmerken van codificatie:

    1. een overheid, die gezag uitoefent over haar onderdanen. Geen codificatie in een samenleving die geen overheid kent.
    2. op schrift gesteld recht. Ongeschreven codificatie is niet mogelijk. Elke codificatie is een daad van wetgeving, niet elke wetgevingsactiviteit is codificatie. Codificatie wordt gereserveerd voor een bepaald afgerond rechtsgebied.
    3. de volledigheid van dat recht, die bewerkstelligd wordt door het machtswoord van de overheid, dat aan dat recht exclusieve gelding verleent. Slechts die optekening van recht is een codificatie die volledig is, d.w.z. buiten welke op haar gebied geen ander recht geld. Het overheidsgezag verleent aan de bundeling van op schrift gesteld recht volledigheid en dit maakt haar tot een codificatie.

    Alle niet in de codificatie opgenomen rechtsregels verliezen hun rechtskracht.

    Geschreven rechtsregels moeten worden uitgelegd; pas door uitleg krijgt een tekst betekenis.

    De hoorder en de lezer leggen betekenis in de tekst die ze horen en zien. Elke tekst is uit zijn aard polyinterpretabel. De veelheid van mensen veroorzaakt een veelheid van interpretaties, en schept daar dikwijls verwarring mee.

    De lezer zal steeds zijn eigen betekenis hechten aan het geschapen product en zal dikwijls geen rekening houden met de bedoeling van de schepper.

    Geen tekst kan het stellen zonder uitleg en er zal een zekere gespannen verhouding bestaan tussen de tekstschrijver en de tekstuitlegger. In een gecodificeerde samenleving is deze verhouding geformaliseerd. Daar bestaat een officiële, met gezag beklede tekstschrijver (de wetgever) en een officiële met gezag beklede tekstuitlegger (de rechter).
  • 1.2 De wetgever

    • Om verscheidenheid aan interpretaties zoveel mogelijk uit te bannen moet taal " droog" zijn; geen synoniemen en leenwoorden.
    • Met name in tijd van Verlichting meende men zulke duidelijke en inhoudelijk volledige wetten te kunnen maken dat uitleg overbodig was en men met een mechanische toepassing van de wet kon volstaan. De rechter zou volgens Montesquieu "la bouche de la loi" te zijn.
    • Meest vergaande maatregel is algehele verbod van ieder commentaar op het wetboek; keizer Justinianus, Frederik van Pruisen, schrijvers over Franse Code civil.
    • Een andere poging van wetgever om gevaar van "afbreuk" aan zijn wetboek te bezweren, is die waarin de rechter verplicht wordt uitleg aan de wetgever te vragen; Justinianus
    • Wanneer men zegt dat de bepalingen van een artikel of van een contract zo duidelijk zijn dat zij geen uitleg behoeven, dan dient men te beseffen dat deze uitspraak zelve een uitleg is.
    • De uitlegger heeft het laatste woord; hij bepaalt mbv zijn kennis en inzicht de inhoud van de rechtsregel.
    • Bij de oudste codificatie van het Romeinse recht in 450 v Chr verwijderde een deel van het volk, de plebs, zich uit Rome en keerde eerst terug nadat door de patriciërs was beloofd dat het recht opgetekend zou eorden. Het resultaat was een alghele wetgeving, geschreven op 12 tafelen. Aangezien echter de uitleggingsregelen van deze wet slechts bekend waren én bleven aan de patricische priesterkaste, kreeg de plebs niet wat zij van de geschreven wet had verwacht. Daar kwam pas verandering in toen Gnaeus Flavius de uitleg verried.
    • Anglo-Amerikaans rechtssysteem geen codificatie. Bij ons slechts mager voor wetgever; zijn belangrijkste functie bestaat erin, dat hij aan de wettekst autoriteit verleent, dat hij met zijn gezag verklaart dat déze tekst de bron is van (alle) recht en dat buiten déze tekst geen recht geldt. Uiteindelijk is het het gezag van de overheid en niet de kwaliteit van de inhoud, die de tekst tot codificatie verheft.
    • In Engeland heeft de rechterlijke macht, gesteund door de autoriteit van de koning, op eigen kracht het stelsel van de common law ontwikkeld. De Engelse rechter stelt steeds zelfstandig het recht vast; dat wat het gewoonterecht, de common law is, wordt door hem verwoord en van zijn autoriteit voorzien. Rechter in NL daarentegen zal zijn uitspraken steeds presenteren als toepassingen (uitleggingen) van de wettekst. De rechter is geen formele rechtsbron.
    • De wettekst is exclusie; anders gezegd onuitputtelijk; anders gezegd volledig.
  • De wetgever bedient zich in ons land van de Nederlandse taal en loopt daarbij het risico dat aan zijn woorden verschillende betekenissen worden gehecht. Om dat risico te beperken moet zijn taal droog zijn: hij dient synoniemen en leenwoorden te vermijden en zich te onthouden van bloemrijke uitdrukkingen.

     

    Iedere wet behoeft uitleg en het is de uitlegger die betekenis aan de wet geeft. Hij is daarbij niet gebonden aan de dagelijkse betekenis der woorden en evenmin aan de bedoeling van de wetgever, al zal hij uit eigen vrije wil daaraan gewoonlijk wel gewicht toekennen. De macht van de wetgever is beperkt; hij kan wel wetten uitvaardigen, maar hij heeft de toekomstige uitleg niet in de hand.

    Was doorn in het oog van de wetgever, leidde tot verschillende acties van wetgever:

    ·        Menig wetgever ging er toe over zelf een gezaghebbende uitleg te geven à authentieke interpretatie. Echter het laatste woord is altijd aan de uitlegger.

    ·        Middelen om de toekomstige uitleg door de rechter aan banden te leggen à het algehele verbod van ieder commentaar op het wetboek (commentaarverbod). Zonder uitleg is een wet geen wet meer, maar een verzameling inktvlekken.

    ·        Verplichten van de rechter om uitleg aan de wetgever te vragen à refere legislatif. Echter de rechter bepaalt zelf door middel van uitleg, of de wet nar de wetgever verwezen dient te worden. Bovendien vraagt de authentieke interpretatie op haar beurt weer om uitleg.

     

    De begrijpelijkheid van het wetboek wordt bepaald door de uitlegger en diens graad van ontwikkeling. De uitlegger heeft het laatste woord; hij bepaalt m.b.v. zijn kennis en inzicht de inhoud van de rechtsregel.

     

    De functie van de codificator is een beperkte.

    De belangrijkste functie van de wetgever bestaat erin, dat hij aan de wettekst autoriteit verleent, dat hij met zijn gezag verklaart dat deze tekst de bron is van alle recht en dat buiten deze tekst geen recht geldt. Noch voor wat betreft de inhoud van zijn wetgeving, noch voor de omvang (kan bv. ook maar 2 artikelen zijn) ervan is hij aan enig voorschrift gebonden. Niet de kwaliteit van de inhoud, maar het gezag van de overheid verheft de tekst tot codificatie.

     

    De verschillende doeleinden van codificatie:

    1.    Rechtszekerheid, m.n. op het gebied van strafrecht. Nulla poena sine previa lege poenali à art. 1 WvSr.

    2.    Economische functie. Het grensoverschrijdende handels- en betalingsverkeer vraagt om een eenvormige regeling. 

    3.    Politieke functie. M.n het burgerlijk recht is een belangrijk middel om een ontwakende nationale eenheid te smeden en te verstevigen; zij komt dan ook dikwijls in politiek bewogen tijden tot stand.

     

    Een goed geschreven tekst, evenals een helder geformuleerd wetsartikel, kanaliseert de voorstelling van de mensen en het is voor de wetgever de kunst de stroom door een zo eng mogelijke bedding te leiden.

    Geen enkele tekst heeft 1 dwingende betekenis. In wezen is niets van het geschrevene vanzelfsprekend.

     

    Een jurist is een rechtsgeleerde. Hij houdt zich bezig met de uitleg van een gecanoniseerde tekst. Hij moet de vraagstukken van de moderne tijd oplossen aan de hand van een historisch gedateerd geschrift.

     

    Engelse rechter stelt steeds zelfstandig het recht vast; dat wat het gewoonterecht, de common law van Engeland is, wordt door hem verwoord en van zijn autoriteit voorzien. De rechter van Tryphême evenals die van Nederland daarentegen zal zijn uitspraken steeds presenteren als toepassingen (uitleggingen) van de wettekst.

    Elke codificatie zal een exclusiviteitsclausule bevatten, waarmee de wetgever aangeeft dat uitsluitend met gezag beklede wettekst als bron van recht mag dienen. De wettekst is exclusief, anders gezegd, onuitputtelijk, weer anders gezegd, volledig.

  • Wat wordt verstaan onder "authentieke interpretatie"?
    Gezaghebbende uitleg door de wetgever.
    De macht van de wetgever is beperkt; hij kan wel wetten uitvaardigen, maar hij heeft de toekomstige uitleg niet in de hand. Dat is menige wetgever een doorn in het oog geweest: dikwijls ging hij ertoe over zelf een gezaghebbende uitleg te geven.
  • Waarom is interpretatie- of commentaarverbod onzinnig?
    zonder uitleg is een wet geen wet meer, maar een verzameling inktvlekken.
  • Wat is de référé législatif?
    een verplicht voorgeschreven uitleg van de wet (term uit de tijd van Verlichting)
  • Wat zijn de functies van codificatie?
    1. rechtszekerheid
    2. economisch; het grensoverschrijdende handels- en betalingsverkeer vraagt om een eenvormige regeling (Europese wetgeving in het kader van de Europese Unie houdt zich dan ook met name bezig met het ondernemings- en vennootschapsrecht)
    3. politiek; met name het burgerlijk recht is een belangrijk middel om een ontwakende nationale eenheid te smeden en te verstevigen; zij komt dan ook dikwijls in politiek bewogen tijden tot stand.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wanneer trad het ZGB (Zilvergesetzbuch der Deutschen Demokratischen Republik) in werking?
op 1 januari 1976
Wanneer was Pruisen door een besluit van de Geallieerden staatsrechtelijk opgeheven?
op 25 februari 1947
Waardoor kwam elke rechtszekerheid op lossen schroeven te staan en geraakte Duitsland in een toestand van volstrekte rechteloosheid?
met behulp van onder andere de clausula rebus sic stantibus, van de theorie der Geschäftsgrundlage en van de stilzwijgende voorwaarde (waarvan reeds Windscheid had gezegd dat zij altijd weer zou opduiken)
Wat is de clausula rebus sic stantibus?
de clausule dat men slechts aan het geregelde gehouden is bij gelijkblijvende omstandigheden
Wie verhief de rechter tot koning, waarmee men wilde aangeven, dat het gezag van zijn uitspraken niet stoelde op de wet, maar op zijn eigen autoriteit?
de Freirechtsbewegung
Wie wilde de rechter bevrijden uit de kluisters van de wettelijke paragrafen door aan hem een zelfstandige, van de wet onafhankelijke positie te geven?
de Freirechtsbewegung
Wat was de aanleiding van WOI?
de moord op de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie in Serajewo
Van wie moest de rechter minder in de boeken kijken en meer om zich heen kijken?
van Jhering
Waar ging het in het rechtsleven om?
niet zo zeer om de toepassing van het juiste rechtsbegrip als wel om het afwegen van en oordelen over tegenstrijdige belangen
Hoe noemde Savigny zijn eerste grote werk?
de Geist des römischen Rechts auf den verschiedenen Stufen seiner Entwicklung