Samenvatting Hoofdzaken formeel belastingrecht

-
ISBN-10 9089749454 ISBN-13 9789089749451
182 Flashcards en notities
7 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Hoofdzaken formeel belastingrecht". De auteur(s) van het boek is/zijn E C G Okhuizen Johan Arnaud Booij K Bozia Robert Lourens Hendricus IJzerman Justus Merwe Martien Pelinck L J A Pieterse Eric Poelmann Emilie Schotte Jojanneke Sitsen. Het ISBN van dit boek is 9789089749451 of 9089749454. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Hoofdzaken formeel belastingrecht

  • 1 Inleiding / heffingsmethoden

  • Formeel Belastingrecht
    Gaat over de verhouding tussen Belastingdienst en belastingplichtigen. Gaat in op hoe belasting wordt geheven: procedures, bevoegdheden, rechten en plichten.
  • Materiële belastingschuld
    Vloeit voort uit de wet (legaliteitsbeginsel), is niet invorderbaar en zijn tijdstip- en tijdvakbelastingen
  • Formele belastingschuld
    Formalisering van de materiële belastingschuld en er ontstaat een betalingsverplichting
  • Awb
    Algemene wet (gelaagde structuur). Deze raadpleeg je eerst, dan pas AWR (lex specialis).
  • AWR
    Bijzondere (algemene) wet. Bevat uitzonderingen en specifike regelingen t.o.v. Awb
  • Art. 8 lid 2 AWR
    Een aangifte is geen aanvraag ex. Art. 1:3, lid 3, Awb
  • Inspecteur
    Heeft landelijke bevoegdheid o.g.v. Art. 3 AWR jo. Art. 5 Uitv.reg.Bd.
  • Absolute competentie
    Welke bevoegdheden de inspecteur bezit
  • Relatieve competentie
    Welke ambtenaar in welk concreet geval bevoegd is (art. 3, lid 2 AWR: delegatiebepaling)
  • Elektronisch communiceren
    Art. 3a AWR jo. Regeling elektronisch berichtenverkeer Bd is een uitzondering op de hoofdregel van art. 2:14 Awb. Hierbij wordt elektronisch communiveren de hoofdregel
  • Aanslagbelasting
    Belastingplichtige krijgt een aangifte en vult hem in, vult hem aan of controleert deze. Vervolgens dient hij het in bij de Belastingdienst en de inspecteur controleert de aangifte.  De inspecteur stelt vervolgens de belastingschuld vast d.m.v. Een aanslag. De inspecteur heeft de aangifte al gecontroleerd, dus belastingplichtige mag hier rechtszekerheid aan ontlenen
  • Aangiftebelasting
    Belastingplichtige dient binnen één maand na afloop van een tijdvak de aanslag in en betaalt deze meteen.
  • Afdrachtsbelasting
    Iemand anders dan de belastingplichtige zelf draagt de belasting af
  • Voldoeningsbelasting
    Belastingplichtige zelf voldoet de belasting
  • 1.1 Aanslagbelastingen

  • Door wie wordt de aanslag vastgesteld?
    De aanslag wordt vastgesteld door de inspecteur (art. 11 AWR)
  • Ambtshalve vaststellen
    De inspecteur kan van de aangifte afwijken en de aanslag ambtshalve vaststellen (BNB 1955/51 en BNB 1989)
  • Zorgvuldigheidsbeginsel
    Inspecteur dient de aanslag zorgvuldig voor te bereiden. Hierbij is een ieder gehouden gegevens en inlichtingen te verstrekken welke voor de belastingheffing te zijnen aanzien van belang kunnen zijn (art. 47 e.v. AWR)
  • Dagtekening
    De dagtekening op het aanslagbiljet geldt als dagtekening van de vaststelling van de belastingaanslag (art. 5 AWR)
  • Termijn
    De termijn voor het vaststellen van de aanslag vervalt na drie jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan (art. 11 lid 3 AWR) en kan met de duur van het verleende uitstel worden verlengd (BNB 1997/159)
  • Verrekening
    Art. 15 AWR: voorheffingen en voorlopige aanslagen worden verrekend met de aanslag (BNB 1991/339)
  • Navordering
    Kan op grond van art. 16 AWR alleen op grond van een nieuw feit of kwade trouw. Art. 16 lid 2 AWR geeft gevallen waarin geen nieuw feit nodig is voor navordering.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Spelen een rol bij naheffen. Je het het vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel en overige beginselen.
Neheffing
Art. 20 AWR: naheffing kan bij wege van nahefffingsaanslag over geheel of gedeeltelijk niet betaalde belasting bij de belastingplichtige, inhoudingsplichtige of derde binnen vijf jaar na het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan worden opgelegd.
Navorderingstermijn
De hoofdregel is de vijfjaarstermijn na het tijdvak of het tijdstip. Er geldt een tweejaarstermijn bij de aanslag als gevolg van een kenbare fout. Als sprake is van een rekening in het buitenland en het geld uit het buitenland moet komen geldt een termijn van twaalf jaar (HR Passenheim van Schoot).
Kenbare fout
V-N 2014/34.9 t/m 34.11: schrijf-, reken-, overname-, intoetsfout, overige fouten ten gunste van automatische verwerking. Er geldt een discrepantie eis: discrepantie tussen wat de inspecteur wil en wat is vastgelegd. Er geldt ook een inzicht eis: geen sprake van een onjuist inzich in de feiten of het recht. Voor kenbaar geldt de 30% norm, de fout moet in één opslag zichbaar zijn en er moet gemeenschappelijke kennis en inzicht zijn.
Geen nieuw feit nodig
Art. 16, lid 2, AWR: Inspecteur mag altijd navorderen bij een onjuiste verrekening van een voorlopige aanslag, voorheffing, voorlopige teruggaaf en voorlopige verliesverrekening. Ook als zich een geval voordoet als in art. 2.17 lid 3 en 4 IB of als sprake is van een kenbare fout
(Voorwaardelijke) opzet
Er moet bewust, willens en wetens, informatie niet of onvolledig zijn verstrekt. HR: er moet een (direct) verband zijn tussen de belastingplichtige die onjuiste informatie heeft verstrekt en het feit dat er te weinig belasting is geheven.
Kwade trouw
Opzettelijk onjuiste informatie verstrekken of opzettelijk informatie achterhouden
Nieuw feit
Art. 16 lid 1 AWR: inspecteur kan alleen navorderen indien sprake is van een nieuw feit. De reikwijdte van de onderzoeksplicht van de inspecteur is op grond van BNB 2015/166 en BNB 2016/80 dat hij alleen het dossier hoeft te raadplegen van de desbetreffende persoon. Op het moment dat de aangifte juist kan zijn, hoeft de inspecteur niet meer verder te zoeken. Als er een niet onwaarschijnlijke mogelijkheid is dat de aangifte correct kan zijn ben je ook niet gebonden aan ander onderzoen (BNB 2010/155, V-N 2014/26,5 en V-N 2014/52,5). Op grond van V-N 2018/32,12 moet de inspecteur niet alleen de uitworpredenen beoordelen, maar verder kijken dan naar wat de computer aangeeft.
Navordering
Inspecteur kan bij het opleggen van de aanslag controleren en heeft de mogelijkheid om af te wijken (art. 11 AWR). Doordat hij deze bevoegdheid heeft mag je als belastingplichtige daar rechtszekerheid aan ontlenen. Achter het idee van navorderen en art. 16 AWR zit de gedachte dat de inspecteur heel zorgvuldig is geweest in zijn voorbereiding bij het opleggen van de aanslag.
Verrekenen
Art. 15 AWR: voorlopige aanslagen en voorlopige teruggaven worden met de aanslag verrekend. Wanneer de aanslag verjaard is worden voorheffingen verrekend voor zover ze de materiële belastingschuld overtreffen. Voorlopige aanslagen worden vernietigd en het bedrag wordt terugbetaald (BNB 1991/339)