Samenvatting Hoorcolleges Goederenrecht

-
111 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Hoorcolleges Goederenrecht". De auteur(s) van het boek is/zijn Dijkstra. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Hoorcolleges Goederenrecht

  • 1 Verhaal en voorrang algemeen

  • Seminaar Privaatrecht 1.

     

    Wij gaan ons verdiepen in het zekerhedenrecht. We richten ons op 1 specifiek goederenrechtelijk recht: zekerheidsrechten als pandrecht, eigendomsvoorbehoud, reclamerecht, retentierecht, hypotheek, fiscus etc. Daarna gaan we over op genotsrechten in de laatste weken.

     

    Eggens: “In waarheid geldt de eigendom – als rechtsbetrekking van persoon tot zaak – in de

    rechtsbetrekkingen van die persoon (als eigenaar betrokken) tot andere personen, en wel als de betrekkingen tot die anderen bepalend, en wel aldus bepalend dat in en door (middel van) de eigendomsbetrekking het subject daarvan zich tot de andere verhoudt als eigenaar tot niet-eigenaren van de betrokken zaak.”

     

    Wat is er anders/ moeilijker aan het goederenrecht dan het verbintenissenrecht? Het ziet op rechten die mensen op goederen hebben en niet op rechten tegenover anderen. Je hebt als persoon een rechtsbetrekking tot een zaak, niet tot andere personen.

     

     

    Belang goederenrecht weergegeven door middel van arresten Nebula en Megapool.

  • Arrest HR 3 november 2006, NJ 2007 155 (Nebula)?

    Nebule à Econ. Overdracht à Donkelaar à Econ.Overdracht à Walton  à Huur Mulders/Welleman

    > 24/12/91 Economische eigendomsoverdracht Nebula-Donkelaar

    > 27/12/91 Economische eigendomsoverdracht Donkelaar-Walton

    > 23/03/99 Faillissement Nebula

    > 01/07/00 Verhuur WaltonMulders/Welleman

    > Curator vordert ontruiming van Mulders en Welleman

    > Mulders en Welleman beroepen zich op Waltons gebruiksrecht

     

    Vennootschap Nebula is eigenaar van een winkelpand in Amsterdam. Ze draagt op 24-12-1991 de economische eigendom over aan Donkelaar Supermarkt vennootschap, Donkelaar is gerechtigd om het huis te gebruiken, verkopen etc. Donkelaar draagt de economische eigendom vervolgens over aan vennootschap Walton op 27-12-1991 (Walton had de sleutels daardoor en kon ermee doen wat hij wilde). Op 23-03-1999 gaat Nebula failliet. De juridische eigendom zit nog steeds bij Nebula. Op 01-07-2000 verhuurt Walton de bovenwoning aan Mulders en Welleman, twee huurders. Deze twee betalen de huur aan Walton. De curator ontdekt dat het pand in de boedel valt, de juridische eigendom is namelijk nooit overgedragen en dus is de failliet eigenaar van het pand. De curator vordert van Mulders en Welleman dat zij het pand ontruimen, curator beroept zich op 5:1 eigendom. Maar de twee heren zeggen dat ze recht hebben op het huren van het pand ivm huurovereenkomst. Walton was bevoegd om het pand te verhuren ivm de overeenkomst met Nebula. Ze beroepen zich op Waltons gebruiksrecht. De economische eigendomsoverdracht geldt namelijk nog steeds. Het is een regel dat het contract bestaat, zo zegt ook de Fw.

    Hof: de twee heren kregen gelijk en de vordering van de curator werd afgewezen.

     

    Wat is het oordeel van de HR in het arrest Nebula?

    Maar de HR gaat de andere kant op:

    > overeenkomst blijft bestaan;

    > maar dat betekent niet dat de wederpartij zijn rechten kan uitoefenen alsof er geen faillissement was.

    > Beginsel van gelijkheid van schuldeisers brengt mede dat wederpartij geen voortgezet gebruik kan verlangen.

    > Mulders en Welleman moeten ontruimen.

    De overeenkomst blijft bestaan, maar de twee heren hebben een vordering; een verbintenisrechtelijk recht. De heren hebben een overeenkomst, maar dat wil nog niet zeggen dat Walton die rechten kan uitoefenen alsof er geen faillissement was. Het beginsel van gelijkheid van schuldeisers brengt mee dat de wederpartij geen voortgezet gebruik kan verlangen. Dus Walton en indirect Mulders en Welleman, kunnen niet verlangen van de curator dat ze er mogen blijven zitten. Ze moeten ontruimen. Er wordt dan schade geleden omdat Walton wel recht had op het pand, maar er zat niets goederenrechtelijks aan. Je moet je schade maar indienen in het faillissement en dan krijg je voldaan wat iedereen voldaan krijgt: niets. Een concurrente schuldeiser krijgt namelijk een uitkeringspercentage van minder dan 4,5 % als het mee zit.

     

    Uit Nebula zijn 3 dingen te leren:

    §         het is van belang om een goederenrechtelijk recht te hebben. Alleen een verbintenisrechtelijk recht is zwak.

    §         beginsel van gelijkheid van schuldeisers komt hier aan de orde. 277 Fw. Het beginsel gaat veel verder dan het paritas creditorum.

     

    §         belangrijk om kennis te hebben van het goederenrecht. Hadden ze hun positie beter kunnen bepalen.

  • Wat is het oordeel van de HR in het arrest Nebula?

    Wat is het oordeel van de HR in het arrest Nebula?

    Maar de HR gaat de andere kant op:

    > overeenkomst blijft bestaan;

    > maar dat betekent niet dat de wederpartij zijn rechten kan uitoefenen alsof er geen faillissement was.

    > Beginsel van gelijkheid van schuldeisers brengt mede dat wederpartij geen voortgezet gebruik kan verlangen.

    > Mulders en Welleman moeten ontruimen.

     

    De overeenkomst blijft bestaan, maar de twee heren hebben een vordering; een verbintenisrechtelijk recht. De heren hebben een overeenkomst, maar dat wil nog niet zeggen dat Walton die rechten kan uitoefenen alsof er geen faillissement was. Het beginsel van gelijkheid van schuldeisers brengt mee dat de wederpartij geen voortgezet gebruik kan verlangen. Dus Walton en indirect Mulders en Welleman, kunnen niet verlangen van de curator dat ze er mogen blijven zitten. Ze moeten ontruimen. Er wordt dan schade geleden omdat Walton wel recht had op het pand, maar er zat niets goederenrechtelijks aan. Je moet je schade maar indienen in het faillissement en dan krijg je voldaan wat iedereen voldaan krijgt: niets. Een concurrente schuldeiser krijgt namelijk een uitkeringspercentage van minder dan 4,5 % als het mee zit. 

  • Had Walton in het arrest Nebula zijn positie kunnen verbeteren?        

    Wat had Walton moeten doen op het moment van economische eigendomsoverdracht. Ze hadden een hypotheekrecht moeten hebben om op terug te vallen. Nebula en Walton zouden moeten afspreken: als ik niet een eigendom geleverd krijg als ik er om vraag dan ben je mij een boete verschuldigd van wat het pand ook waard is. En voor die boete vestig je dan een hypotheekrecht. Als je dan met een faillissement te maken krijgt, heb je de mogelijkheid om de boete te verhalen op dat pand. Dan is er nog een andere mogelijkheid, maar die komt in een volgend college. 

  • Nog een arrest van rechtbank Leeuwarden om het belang van het goederenrecht duidelijk te maken: Er was een schuldsanering (lees hier: faillissement).

    Electronics partners retail (EPR) hebben diverse ondernemingen onder zich, zo ook de onderneming van Troelstra. Troelstra (betrokkene 1) gaat failliet.

     

    Troelstra kocht zijn spullen van de contractleveranciers. EPR verleende faciliteiten op dit gebied, zie r.o. 2.5. De leverancier is verplicht steeds een eigendomsvoorbehoud te bedingen. Dus als er dingen aan Troelstra worden geleverd is dat met eigendomsvoorbehoud. EPR zorgde voor de betalingen en deed dat voor de leveranciers, en zou dit uiteindelijk bij Troelstra halen. Het eigendomsvoorbehoud is een opschortende voorwaarde van betaling. EPR betaald de leveranciers die dus geen vordering meer hebben. Het voorbehoud vervalt omdat de leveranciers geen vordering meer hebben. Troelstra wordt eigenaar en EPR staat met lege handen want hij kan het eigendomsvoorbehoud niet hebben gekregen. Ze hadden dus uiteindelijk geen zekerheidsrecht en moesten aansluiten bij de andere schuldeisers. 

  • Verhaal en voorrang algemeen

  • Wat doe je als je verhaal hebt? Situatie: A leent X 20.000, zodat X een auto daarvan kan kopen. X had al een huis en een bankrekening. X betaald A niet terug. Wat nu?  

    Tussen A en X bestaat een verbintenis. X betaald niet en A heeft automatisch het materiele recht op betaling van 20.000. 3:276 BW zegt dat A kan verhalen op alle goederen van X/schuldenaar. Dus hij kan beslag leggen onder de bank of op het huis. X staat in met zijn gehele vermogen. 

  • Wat kun je halen uit 3:276?

    §      iedere schuldeiser (contract gesloten of uit onrechtmatige daad dus uit de wet ontstaan of belastingschuld die ontstaat ook uit de wet: allen hebben het recht dat 3:276 hen geeft) heeft een verhaalsrecht. Als je een verbintenis hebt, heb je een verhaalsrecht en

    §      dat kun je uitoefenen op alle goederen  

     

    §      van de schuldenaar. Niet van iemand anders, van de ouders of suikertante van de schuldenaar bijv.  

  • Uitzonderingen 3:276? Er zijn schuldeisers die zich niet op gehele vermogen de schuldenaar kunnen verhalen of zich helemaal niet kunnen verhalen? 

    §      Denk aan een natuurlijke verbintenis; iemand die zijn vordering laat verjaren. Het materiele recht is niet weg, maar hij kan niet meer worden afgedwongen.

    §      Soms kun je je niet op alle goederen verhalen. Misschien hebben A en X afgesproken dat ze zich niet op elkanders huis zullen verhalen. Of art. 447 Rv: je kunt geen beslag op het bed leggen.

    §      Sommige schuldeisers, bijv de fiscus, kunnen soms jouw vermogen uitwinnen voor schulden van je buurman (komt in week 7 aan bod). Het bodemrecht.  

     

    §      Retentor: als je een retentierecht hebt kun je je soms op de goederen van een derde verhalen. 

  • Arrest Megapool HR 12 april 2013 NJ 2013,224?

    Megapoolpas waarmee je ook pas na 6 maanden hoefde te betalen. Maar langer dan 6 maanden betekende rente betalen. Financieringsmaatschappij Laser betaalde dan Megapool en als de klant na 6 maanden niet betaalde, betaalde de klant rente aan Laser. Megapool bracht zo veel klanten aan bij Laser en kreeg daarover commissie om de zoveel tijd. Contract M en L bevatte een vreemde bepaling: M heeft recht op provisie, maar in bepaalde omstandigheden niet, zo ook niet als M failleert.

    M ging failliet en de curatoren constateren dat ze een vordering van 2 miljoen hebben op L. Hadden ze die afspraak in de overeenkomst kunnen/mogen maken?

    Wat is het goed van 3:276; alle goederen? Het is een vordering met een vlek, een vordering onder ontbindende voorwaarde. Namelijk je hebt 2 miljoen te vorderen onder de ontbindende voorwaarde dat je failliet wordt verklaart.

    Hof: niet in strijd met 3:276. HR was het eens met het Hof. Voorwaarde is in werking getreden, dus de vordering is weg. Maar HR zegt deze vordering kan een inbreuk geven op 20 Fw (gehele vermogen valt onder faill., dus schuldeisers kunnen verhalen op het gehele vermogen). Een afspraak zoals hier tussen M en L kan inbreuk opleveren op 20 Fw. Het is makkelijk om zo’n afspraak te maken voor M, want zelf ben je dan failliet en zal het jou een zorg zijn wie het geld krijgt.

     

    Strijd met 3:40 BW. Nietigheidsleerstuk. 

  • A heeft 20.000 te vorderen van X en B 10.000. X heeft een auto en die wordt executoriaal beslagen door A en B. Auto brengt op 15.000. Wie krijgt wat?

    Wijze van verhaalsuitoefening buiten faillissement

    §      Executoriale titel is vereist, art. 430 Rv.

    §      Daarna kun je executoriaal beslag leggen, art. 439 Rv.

    §      Vervolgens komt er een openbare verkoop (roerende zaken), art. 463 Rv 

    §      De opbrengst wordt verdeeld tussen de schuldeisers, art. 480 Rv. Soms zijn er meerdere schuldeisers en hier komt de paritas creditorum aan de orde zoals die in art. 3:277 lid 1 BW is geregeld. De opbrengst wordt verdeeld naar evenredigheid van ieders vordering. Behoudens wettelijke regels van voorrang.

    §      Voorbeeld A en X: Stel de opbrengst van de auto is 15.000. Verdeling schuldeiser A (20.000) en B (10.000) zal dan zijn: A ontvangt (20.000/30.000) x 15.000=10.000 en B ontvangt (10.000/30.000) x 15.000=5.000.

     

    §      Wat als je niet alle schuldeisers kunt betalen? Elke schuldeiser kan jouw faillissement aan vragen. 

  • Wijze van verhaalsuitoefening binnen faillissement? 

    §      Toestand te hebben opgehouden te betalen, art. 1 Fw.

    §      Het hele vermogen van de schuldenaar wordt uitgewonnen, art. 20 Fw.

    §      Schuldenaar verliest beheer en beschikking over zijn vermogen, art. 23 en 24 Fw.

    §      De individuele beslagen vervallen, 33 Fw.

    §      De curator beheert en vereffend het vermogen ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers, art. 68 Fw.

    §      Schuldeisers dienen hun vordering in ter verificatie, art. 108 Fw.

     

    §      Uitkering van de opbrengst van het gehele vermogen, na aftrek van de faillissementskosten, naar gelang van ieders rang op basis van uitdelingslijst, art. 180 Fw. 

  • Beginsel van gelijkheid van schuldeisers is niet helemaal gelijk aan het paritas creditorum, heeft de HR bepaald. 

  • Art. 3:278 lid 1 BW?

    §      gesloten stelsel van voorrangsrechten

    §      andere in de wet aangegeven gronden (zijn er bijna niet, voorbeeld is retentierecht)

    §      voorrecht

     

    §      pand en hypotheek. 

  • Wat zijn voorrechten?

    Deze ontstaan uit de wet en je hebt 2 soorten: ze rusten op bepaalde goederen of op alle goederen. 

  • Voorbeeld voorrecht A en X: B is erbij gekomen met een vordering van 10.000. Stel B heeft het voorrecht ex art. 3:285 Bw i.v.m. reparatie auto. Wie krijgt wat? 

    B heeft dan een voorrecht en daarom ontvangt B zijn gehele vordering. Het restant ontvangt A.  

  • Het voorrecht heeft een verbeterde positie, maar het geeft louter voorrang en niets anders. Nog steeds moet je daarvoor een executoriale titel hebben als je wilt gaan verhalen.

    Als er een faillissement komt moet je nog steeds de vordering indienen in het faillissement.

    Het voorrecht heeft geen zaaksgevolg. Stel de auto is verkocht en overgedragen voordat beslag is gelegd, dan staan A en B nog met lege handen. Het voorrecht is dus niet eens zo sterk.

     

    De bank moet een goederenrechtelijk recht zien te verschaffen als pand of hypotheek. Dat zijn sterke goederenrechtelijke rechten met zaaksgevolg. De voorrang is heel hoog, nog hoger dan voorrechten en ze hebben het recht van parate executie. Je hoeft niet eerst een titel te hebben, je kunt meteen overdragen en jezelf uit de opbrengst voldoen. 

  • Voorrecht:geeft voorrang, executoriale titel nodig, bij faillissement moet je vordering indienen, geen zaaksgevolg

    Pand of hypotheek: hoge voorrang, hogere voorrang dan voorrechten, geen titel nodig, recht van parate executie,  wel zaaksgevolg

  • Hoe is de rangorde m.b.t. pand/hyp, bijzondere voorrechten en  algemene voorrechten? 

    > Pand en hypotheek gaan voor voorrecht (art. 3:279 BW)

    >Bijzondere voorrechten gaan voor algemene voorrechten (art. 3:280 BW)

    >Bijzondere voorrechten op hetzelfde goed staan gelijk in rang (art. 3:281 lid 1 BW)

     

    >Algemene voorrechten nemen onderling rang naar gelang van plaatsing in de wet (art. 3:281 lid 2 BW)

  • Regels van voorrang zijn anders in WSNP, leg uit.

    Welk voorrecht je ook hebt, je krijgt twee keer zoveel voldaan als andere schuldeisers.

     

    Aparte in WSNP is dat concurrente schuldeisers al iets betaald kunnen krijgen voordat iets betaald is aan de bevoorrechte schuldeisers. Let op art. 349 lid 2 Fw.! 

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

De fzo wringt met ons goederenrechtelijk systeem, leg uit. En wat als een bank failliet gaat?

Een fzohouder kan dingen doen die een pandhouder niet kan doen:

Pandrecht mag je niet gebruiken (behalve bij een paard). Echter bij FZO zie 7:53. Hij kan de in zekerheid gegeven goederen gebruiken, verkopen, overdragen (behalve te bedingen bij kredietvorderingen). En dan ben je als zekerheidsgever je effecten kwijt. Als je bijv. een lening bij de SNS hebt en je in je pensioenb.v. aandelen Shell hebt voor je pensioen, dan heeft SNS het recht om die aandelen te verkopen en er Ziggo voor te kopen met de winst en de SNS krijgt die winst. SNS moet uiteindelijk zorgen dat er aandelen Shell terugkomen en dat is op het moment dat ik die lening moet afbetalen/terugbetalen.

 

Stel SNS gaat failliet. Die aandelen Shell waren van mij. Gaat SNS failliet voordat die aandelen Shell zijn teruggeplaatst, dan heb ik pech. Want tot dat moment heb ik een vordering tot teruglevering aandelen Shell, maar ik draag het insolventierisico van de pandhouder en in dit geval gaat de pandhouder failliet. Ik heb alleen vordering tot teruglevering en die moet ik indienen in het faillissement. 

Zie ook nog 2 sheets volgend hoorcollege 3.

Executie pandrecht op roerende zaken?

> Toe-eigeningsverbod (art. 3:235 BW)

> Bij stil pandrecht kan afgifte worden gevorderd (art. 3:237 lid 3):

§ mits: (dreigend) tekortschieten pandgever.

> Bevoegdheid tot verkoop (art: 3:248):

§ mits: verzuim

 

> Openbare verkoop (art. 3:250), tenzij:

§ voorzieningenrechter anders bepaalt (art. 3:251 lid 1); of

§ overeenstemming met pandgever, nadat pandhouder bevoegd tot verkoop is geworden (art. 3:251 lid 2 BW).

 

> Pandhouder voldoet zich uit opbrengst (art. 3:253), verplichting tot afdracht overwaarde

Derdenbescherming?

- Derdenbescherming pandhouder tegen beschikkingsonbevoegdheid pandgever: art. 3:238

BW;

§ bij stil pandrecht geen bescherming (zolang het stil blijft);

§ omzetting in vuistpand peilmoment goede trouw;

§ rangwisseling: art. 3:238 lid 2 BW.

 

- Derdenbescherming tegen een pandrecht: art. 3:86

 

lid 2 BW.

Vervolg op karakter eigendomsvoorbehoud: Waar het dus mis ging: EP, X en de leveranciers.   Lezen LJN BA 7957: Hier werd een transactie beoogt te verrichten ter zake van eigendomsvoorbehoud. 

Transactie werd beoogd te verrichten ter zake van een eigendomsvoorbehoud. X had een winkel en was aangesloten bij een franchiseorganisatie EP. Men leverde aan X onder eigendomsvoorbehoud, de leveranciers konden zich wenden tot EP als X niet zou betalen. Maar daarvoor wilde EP zekerheden hebben, hij wil die eigendomsvoorbehouden dan hebben. Jurist van EP wist dat het eigendomsvoorbehoud niet accessoir was en had daar de volgende regeling voor getroffen: als EP zou betalen zou hij worden gesubrogeerd in die vorderingen, EP zou daardoor de vorderingen verkrijgen die de leveranciers hadden. Maar dan zouden ze nog niet de eigendom hebben, want eigendomsvoorbehoud is niet accessoir en gaat niet automatisch mee over dus daar troffen ze een regeling voor. Die eigendom werd separaat nog overgedragen. X komt in de WSNP en de bewindvoerder betwist de overgang van de eigendom op EP en de bewindvoerder kreeg gelijk.

Je kunt wel zeggen de vorderingen gaan naar mij over, want ik betaal ze en dan is aan subrogatie voldaan, je kunt wel zeggen het eigendomsvoorbehoud draag ik dan over, maar door die betaling de voorwaarde in werking trad en werd de eigendom van X onvoorwaardelijk ook betaalde EP. Als vervolgens de eigendom door de leveranciers wordt overgedragen, bestaat hij niet meer. Want door de werking van die voorwaarde is de eigendom opgehouden te bestaan. Het is X die onvoorwaardelijk eigenaar is geworden en de leveranciers hadden geen eigendom meer om over te dragen. De leveranciers hebben niets meer om over te dragen, dus EP heeft niets ondanks betaling.

 

Niet behandeld in 2013: Hoe moet het dan wel?

Sleutel ligt in het Puinbreekinstallatie-arrest (geen verplichte stof):

Problematiek was ook hier de zakelijke werking van de voorwaarde die het Ev ligt besloten. Er was een puinbreekinstallatie die werd geleverd onder Ev van Bristar aan Moesbergen. Moesbergen moest dus betalen, maar daar ging het niet zo goed. Moesbergen had de installatie al bij voorbaat overgedragen aan NMB. Bristar kreegt Van Essen zover dat hij een deel van de koopprijs betaalde. Van Essen wilde dan ook deels eigenaar worden.

 

Hof: Van Essen betaalde aan Bristar en Bristar deed afstand van het Ev. Je moet zorgen dat je niet betaald, want dan gaat het ev teniet. Ook moet je zorgen dat het niet over vermogen van Moesbergen loopt, want die heeft het al bij voorbaat geleverd. Je moet afspreken met de leverancier dat de prijs niet de koopprijs is maar dat je vordering op Moesbergen koopt. Je moet er dan wel bij afspreken dat het Ev ook naar hem overgaat, dit omdat het niet accessoir is. 

Karakter eigendomsvoorbehoud

§      Geen accessoir recht: eigendomsvoorbehoud gaat niet automatisch mee. Want eigendomsrecht is het meest omvattende recht dat je op een zaak kunt hebben. Hoe kan het nou dat dat recht afhankelijk is van iets anders? Nee, dat kan niet. Dus als je de vordering overdraagt gaat het eigendomsvoorbehoud niet automatisch mee over.

§      Eigendomsvoorbehoud houdt op te bestaan door betaling, koper wordt eigenaar. Dat maakt dat het eigendomsvoorbehoud levensgevaarlijk is als je daar transacties mee gaat verrichten. Het heeft trekken van een zekerheidsrecht, maar het is het niet!

§      Maar wel eindigt het recht door betaling van de gesecureerde vorderingen.

o       Vanwege de zakelijke werking van de voorwaarde.

 

§         Bij overdracht van de gesecureerde vordering gaat het recht niet automatisch mee over. 

Einde eigendomsvoorbehoud

§      Betaling gesecureerde vorderingen

§      Derdenbescherming

o       Arrest Hoogovens/ Matex: Ev wordt erg vaak gebruikt. Hoe werkt dit uit op de goede trouw? Je weet dat er soms altijd Ev’s worden overeengekomen, dus moet je er ook rekening mee houden. Betekent het dat je niet te goeder trouw bent, omdat je moest weten van het Ev? HR: blz. 73: Wat is de betekenis van het feit dat Matex wist van het Ev? HR: Matex is wel te goeder trouw, want Swartouw was niet bekend als een bedrijf met financiele moeilijkheden. Hier wordt betekenis toegekend aan het verkeersbelang. Je weet van de koopovereenkomst en Ev, toch ben je te goeder trouw als je verkrijgt omdat je er van mag uitgaan dat de koopovereenkomst met verkoper op een normale wijze zal worden afgewikkeld. Bij een normale afwikkeling is koper niet bevoegd tot doorlevering. Maar ook zelfs als er niet betaald is heeft hij geen reden zich te verzetten. Heeft de HR gelijk? Ja in zekere zin wel. Sleutelwoord is hier het verkeersbelang. Anders zou het handelsverkeer zeer worden geschaad, omdat je nooit over de zaak kan beschikken. Het verkeersbelang moet dan prevaleren.

Zelfs als je weet van het Ev kan het toch zo zijn dat je kunt profiteren van de bescherming, op grond van de bescherming van het verkeersbelang.

§      Bevoegdelijk verrichte overdracht

o       Vaak is de koper onder eigendomsvoorbehoud bevoegd over de zaak te beschikken ‘in de normale bedrijfsuitoefening’.

 

§      Art. 92 laatste lid.

Beperkingen eigendomsvoorbehoud (vooruitlopend op week 10)

§      Volgens art. 3:92 lid 2 BW kan een eigendomsvoorbehoud slechts worden bedongen voor:

o       Tegenprestatie krachtens overeenkomst geleverde of te leveren zaken;

o       Krachtens zodanige overeenkomst verrichte of te verrichten werkzaamheden;

o       Vorderingen wegens tekortschieten in de nakoming.

 

Potharst: zelfs wanneer je alle vorderingen hebt betaald (bestendige relatie met leverancier, koopprijs, werkzaamheden), dan kan het zijn dat je nog steeds geen eigenaar bent omdat de oude leveranties nog strekken ter zekerheid voor vorderingen die in de toekomst zullen ontstaan, omdat het ook kan dienen voor mogelijke toekomstige prestaties van de leverancier. Het feit dat dat mogelijk is is voor de leverancier van groot belang. Hij hoeft zich nooit zorgen te maken of de partij die hij geleverd heeft, wel of niet betaald, want hij is eigenaar van alles totdat alles is betaald. Mocht dat niet zo zijn, dan krijg je enorme problemen bij oneigenlijke vermenging. 

Levering van een onder eigendomsvoorbehoud verkochte zaak. Wat is het probleem hierbij en de oplossing? 

§      Probleem: levering roerende zaak geschiedt normaliter door bezitsverschaffing (art. 3:90 BW). Je kunt niet leveren via bezitsverschaffing, want bezit en eigendom gaan hand in hand. Dus daarom:

 

§      Oplossing: een nieuwe manier van levering alleen beperkt tot dit soort situaties: Art. 3:91 BW zegt dan dat levering geschiedt door verschaffing van de feitelijke macht (in plaats van bezit). Hij heeft al de koper in de goederenrechtelijke positie gesteld dat hij het zelf in de hand om volledig onvoorwaardelijk rechthebbende te worden. Door betaling wordt hij onvoorwaardelijk eigenaar. 

In het vervolg op ‘positie koper onder eigendomsvoorbehoud’: Wetgever heeft niet de consequenties van deze constructies doordacht. Wat is het als je eigendomsvoorbehoud onder voorwaarde krijgt bijvoorbeeld? Dat uit zich bijvoorbeeld als we ons afvragen wat de goederenrechtelijke positie van de koper is voordat hij betaald heeft. Kan de koper al voor betaling over zijn, dan nog voorwaardelijke, recht beschikken? Hiertoe de volgende casus: A heeft onder eigendomsvoorbehoud geleverd aan B, een machine van 1 miljoen. Stel: B heeft al 9 ton betaald, dan is A nog steeds eigenaar omdat de volledige koopprijs nog niet is betaald. Dat is de werking van het eigendomsvoorbehoud. Economisch gezien: Is het mogelijk dat B over de waarde van 9 ton kan beschikken; de waarde van de machine voor hem. Economisch gezien is de economische waarde al verschoven van A naar B. Zou B de machine kunnen overdragen aan een ander? Of zou hij er een recht op kunnen vestigen? Dat is lastig, want hoe moet dat dan? Een C kan er niets mee, B kan niet overdragen want hij is geen eigenaar. Voor B is dat moeilijk. A is nog wel eigenaar van de machine, maar onder ontbindende voorwaarde. Het is geld is als het ware geimobiliseerd, waarover niemand kan beschikken.   Hoe moet B dit doen? Wat is het karakter van het recht van B? Is het een goed, een zaak, een vermogensrecht? 

Antwoord: 3:84 lid 4: B heeft een eigendomsrecht onder opschortende voorwaarden gekregen. Waarom behandelen we het dan niet als een eigendomsrecht? Het punt is dat door het eigendomsvoorbehoud het eigendom nog niet werkt. Art. 3:1 BW. Het voorwaardelijk eigendomsrecht kent niet echt een plaats. Het vreemde is, normaal gesproken vereenzelvigen wij het eigendomsrecht met een zaak. In werkelijkheid draag je het eigendomsrecht van eigenaar over. Juridisch gooien we dat op 1 hoop. Het vreemde hier is dat je een eigendomsrecht hebt van een zaak, alleen dat is nog voorwaardelijk. Mag je zaak en eigendomsrecht dan wel vereenzelvigen? Als je zegt ik stel het recht gelijk met de zaak, dan is het een vermogensrecht.

Het is geen vordering, tegenover iedereen uit te voeren zonder dat je bevoegdheden hebt om het uit te voeren. Niettemin levert het wel geld op. Het vertegenwoordigt wel een waarde van 9 ton. Het zou mogelijk moeten zijn om erover te kunnen beschikken.

Je zegt dan art. 3:90 Bw; ik verschaf bezit. Probleem: je bezit de zaak zelf nog niet. Dus 3:90 past niet helemaal. Art. 3:91 BW is dat misschien een mogelijkheid? Je verschaft niet het bezit maar de macht, want B heeft wel de macht. Maar dit past ook niet helemaal, want dit artikel is pas van toepassing als je iets levert op grond van die verbintenis en B wil op grond van een onvoorwaardelijke verbintenis iets overdragen.

Art. 3:95 BW hierop kun je altijd terugvallen! Je levert dan door middel van een akte.

LJN BX7231 Rechtbank Den Haag heeft zich hierover uitgelaten.

 

Laat de HR zien dat je wel degelijk iets kunt met die positie die je als koper met het eigendomsvoorbehoud kunt! 

Positie koper onder eigendomsvoorbehoud

§      Wordt door voldoening van de verschuldigde prestatie onvoorwaardelijk eigenaar.

§      Dat geldt ook als de verkoper niet meer wil leveren (als hij liever aan iemand verkoopt bijvoorbeeld). De koper heeft dat recht al gekregen, al zij het onder opschortende voorwaarde.

 

§      Ook al is de verkoper inmiddels failliet, dan nog geldt dat de koper zijn positie heeft veilig gesteld. Door de zakelijke werking kan hij nog steeds eigenaar worden door aan de curator het openstaande deel te betalen. De koper is op grond van art. 3:84 lid 4 al eigenaar, alleen onder opschortende voorwaarde.