Samenvatting Human Physiology: An Integrated Approach with Masteringa&p

-
813 Flashcards en notities
21 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Human Physiology: An Integrated Approach with Masteringa&p
  • Pearson Educacion
  • of

Samenvatting - Human Physiology: An Integrated Approach with Masteringa&p

  • 1 fysiologie 1

  • Wat bestudeert de fysiologie?
    Het functioneren van het lichaam.
  • Wat bestudeert de farmacologie?
    Het effect op chemische stoffen op het functioneren van het lichaam.
  • Op welke niveaus is de fysiologie werkzaam?
    Op moleculair niveau, op orgaan niveau en op interacties tussen organismen en omgeving.
  • Welke 3 begrippen zijn heel belangrijk binnen de fysiologie?
    homeostase
    integratieve fysiologie
    (patho)fysiologie
  • Wat is integratieve fysiologie?
    Dit betekent dat alle organen samen werken.
  • Wat is pathofysiologie?
    De studie die bestudeert hoe het lichaam een probleem moet oplossen als alles niet helemaal meer werkt zoals het moet.
  • Wat gebeurt er bij de bosjesman precies als hij de leeuw ziet?
    Na de perceptie vindt er een fight-flight reactie plaats. Dit betekent dat het immuunsysteem omlaag gaat, de overige lichaamsfuncties ook, het cortisol gaat omhoog, ACTH gaat ook omhoog, (wordt via de hypothalamus door de hypofyse vrijgemaakt en ACTH zorgt er weer voor dat er cortisol wordt vrijgemaakt). Hartslagfrequentie gaat omhoog en ook de bloeddruk. Er vindt vrijmaking van glucose plaats en vrije vetzuren. (via neuronen). Cortisol legt de rest van de lichaamsfuncties plat. 
  • Wat gebeurt er bij een visuele prikkel?
    Visuele prikkel, systemen geactiveerd, fight-flight-reactie via boodschappers. 
  • Hoe vindt de communicatie plaats tussen verschillende hersengebieden en de rest van het lichaam?
    Via neurotransmitters en hormonen. 
  • Hoe kan het dat stress zorgt voor een verhoogde kans op hart en vaatziekten?
    Bij stress wordt er glucose en vetzuren vrijgemaakt. Als deze vervolgens worden gebruikt is er niets aan de hand, maar worden deze vervolgens niet gebruikt dan kunnen er bloedvaten dicht gaan slepen. 
  • Wie heeft het interne milieu bedacht en wie het begrip homeostase?
    Claude Bernard heeft zich bezig gehouden met het interne milieu en Walter Cannon heeft het begrip homeostase bedacht. 
  • Wanneer is er sprake van pathologie?
    Als de homeostase niet meer in evenwicht is.
  • Wat doet het lichaam als er geen sprake meer is van homeostase?
    Het lichaam doet er alles aan om het weer in evenwicht te krijgen. Lukt dit niet, dan ontstaat er een ziekte. 
  • Hoe werkt homeostase?
    Je hebt een setpoint. Als er een afwijking van de setpoint wordt geconstateerd, dan wordt dit eerst opgemerkt door een systeem dat de waarde steeds meet. Dit wordt vervolgens weer doorgegeven aan een systeem die de waarde vergelijkt met de setpoint (ingestelde waarde). Als deze afwijkt dan wordt er een signaal doorgegeven aan de effector. Deze zorgt voor dat de waarde weer gelijk aan de setpoint wordt gesteld.
  • Welke onderdelen zitten er in de kringloop van homeostase?
    Een stimulus, een integrating center, een sensor en een effector. 
  • Waarom is er soms een verstoring nodig van de homeostase in het lichaam?
    Denk hierbij aan een maaltijd. Hiervoor is een verstoring nodig het glucosegehalte in het bloed, maar het is essentieel om het lichaamsgewicht in homeostase te houden. 
  • Wat is positieve feedback?
    Bepaalde verstoring van het evenwicht die alleen maar wordt versterkt. Vaak wordt dit na een poosje wel afgezet. 
  • Wat is de uterus?
    Dit is de baarmoeder. 
  • Wat gebeurt er als de baby tegen de baarmoedermond drukt?
    Dan wordt er oxitocine vrijgelaten. Dat veroorzaakt weeen. Deze worden steeds meer versterkt. Het is dus een voorbeeld van positieve feedback. Maar dit stopt na de geboorte wel weer. 
  • Noem een aantal communicatielijnen en communicatiestoffen in het bloed.
    communicatielijnen in het lichaam: bloed, lymfe, lucht, zenuwstelsel
    communicatiestoffen in het lichaam: neurotransmitters, hormonen, feromonen. 
  • Wat zijn autocriene, paracriene, endocriene, neuroendocrien en neurostoffen
    autocriene: stoffen die vrijgemaakt worden door de cel en effect hebben op de cel zelf.
    paracriene: Stoffen die effect hebben op naburige cellen.
    endocrien: Hormonen, stoffen die via het bloed een effect hebben op andere cellen. 
    neurostoffen: stoffen die via zenuwen (neurotransmissie)  worden overgeplaatst.
    neuroendocrien: zenuwen en stofjes afgeven aan het bloed. 2 in 1.
  • wat zijn feromonen?
    communicatiemiddelen voor de voortplanting.
  • Wat zijn gap junctions?
    Gaten tussen cellen waardoor ze stoffen  met elkaar kunnen uitwisselen. 
  • Wat zijn contactafhankelijke signalen?
    Dit zijn signalen die de membranen van 2 cellen aan elkaar doorgeven. 
  • wat zijn neurotransmitters?
    Dit zijn chemische stofjes die uitgescheiden zijn door neuronen en die diffunderen naar een kleine plaats in een targetcel. Ze gebruiken elekttrische signalen. 
  • wat zijn neurohormonen?
    Dit zijn ook chemische stofjes die worden uitgescheiden door neuronen in het bloed, zodat ze actie op afstand kunnen ondernemen.
  • Wat is androstenol?
    Dit is een feromoon dat in een truffel zit.
  • Wat voor soort signalen geeft insuline uit de B-cellen uit de eilandjes van Langerhans?
    paracrien: aan de cellen ernaast om glucagon niet meer af te geven. 
    endocrien: In het bloed om glucose en vet op te slaan. 
  • wat is het verschil tussen neurotransmissie en het endocrien systeem?
    neurotransmissie is sitespecifiek terwijl een hormoon het hele lichaam informeert. neurotransmissie is snel terwijl een hormoon langzaam is. Bij neurotransmitters hebben messengers een zeer korte halfwaardetijd. Hormonen hebben een zeer grote halfwaardetijd. Veel boodschappen per tijdseenheid bij de neurotransmissie. Bij hormonen gaat veel langzamer. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Human Physiology: An Integrated Approach with Masteringa&p
  • Pearson Educacion
  • 9780321798619 of 0321798619

Samenvatting - Human Physiology: An Integrated Approach with Masteringa&p

  • 1 Anatomische oriëntatietermen en oriëntatievlakken

  • SUMMA

     

  • 7 ADEMAHALING & SPIJSVERTERING

  • 1.    Wat zijn de 3 fasen van vertering?

    -          Cephalische

    -          Gastrische

    -          Intestinale 

  • 1.    Wat houdt cephalische vertering in?

    -          Zien/ruiken/proeven van voedsel

    De fase voordat het voedsel je lichaam binnen is. Het is een soort van voorbereiding op vertering 

  • 1.    Wie controleert de cephalische vertering/reflex?

    -          De medulla oblongata

  • 1.    Hoe wordt de cephalische vertering gecontroleerd?

    -          Sturen van efferent signaal door autonomische neuronen naar de speekselklier

    -          Sturen signalen door de nervus vagus naar het ENS(enterisch zenuwstelsel) 

  • 1.    Hoe heet de reflex waarbij de organen met secretie beginnen en de motoliteit gaat omhoog?

    -          Vagale reflex 

  • 1.    Welke organen spelen een belangrijke rol bij slikreflex?

    -          Tongà drukt de bolus naar achter

    -          Epiglottisà gaat naar beneden zodat er geen voedsel in de luchtwegen kan komen

    -          Sphincter in de esophagusà peristaltische beweging 

  • 1.    Wat zijn de functies van de maag?

    -          Opslag voordat de bolus in de dunne darm komt

    -          Vertering chemisch en mechanisch tot een chymus

    -          Bescherming door bacteriën van buiten te doden (tegen autodigestie)

  • 1.    Wat is de functie van peristaltiek (bovenst deel van de maag)?

    -          Dient als opslag voor voedsel tot het klaar is voor digestie

  • 1.    Wat doet de distale helft (het onderste deel van de maag)?

    -   

    -          Peristaltische bewegingen naar het pylorus toe, waardoor het voedsel gemixt wordt met het zuur en verteringsenzymen

  • 1.    Welke cellen spelen een belangrijke rol bij de gastrische fase?

    -          Hoofdcellen (chief)à pepsinogeen aanmaak (+lipase)

    -          Parietale cellenà HCL en intrinsieke factor voor opname van vit B12

    -          Gcellenà aanmaak van gastrine

    -          Hals/nek cellenà mucine en bicarbonaat als bescherm laagje

    -          ECL-cellenà histamine

    -          D-cellenà somatostatine à remt van HCL

  • 1.    Wat is de rol van zuren bij gastrische vertering?

    -          HCLà doden van bacteriën, denatureren van eiwitten

    -          Intrinsieke factor (IF)à opname vit B12

  • 1.    Wat is de rol van enzymen bij gastrische vertering?

    -          Pepsinogeen wordt omgezet in pepsine die voor afbraak van eiwitten (polypeptiden) zorgt

    -          Lipaseà voor vetafbraak 

  • 1.    Wat is de rol van paracriene secretie bij gastrische vertering?

    -          Histamineà stimuleert zuursecretie van parietale cellen

    -          Somatostatineà negatieve feedbackà remt zuur secretie en pepsinogeen en gastrine. 

  • 1.    Wat is het gevolg van cephalic reflex/vertering en peptiden in de maag en rek?

    -          G-cellen worden geproduceerdà die gastrine produceren

  • 1.    Wat gebeurt als gastrine is aangemaakt?

    -          ECL-cellen worden actief die histamine aanmakenà er is stimulatie van secretie HCL door parietale cellen.

  • 1.    Wat gebeurt er als histamine geproduceerd is?

    -          HCL in het ENS gaat omhoog, de chiefcellen gaan pepsinogeen aanmaken 

  • 1.    Wat gebeurt er als HCL geproduceerd is?

    -          Pepsinogeen wordt aangemaakt die pepsine gaat activeren

  • 1.    Wat gebeurt er als HCL te hoog is?

    -          D-cellen gaan Somatostatine aanmaken die ervoor zorgt dat HCL, gastrine, histamine en pepsinogeen geremd worden.

  • 1.    Wat treedt op bij een gastrine secernerende tumor?

    -          Steeds meer HCl productie

  • 1.    Noem 3 manieren waarop de maagwand (mucosa) is beschermd tegen aantasting door maagsap:

    -          Slijmà mucus, met een neutrale pH van 7

    -          Tight junctions

    -          H+ neutraliseren mbv bicarbonaat (HCO3-)à protonpomp

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.