Samenvatting Immunologie

-
188 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Immunologie

  • 2.1 'The front line of host defense'

  • Wat is het aangeboren immuunsysteem en wat doet het?
    De micro-organismen waarmee een normaal gezond individu dagelijks in contact komt, veroorzaken slechts sporadisch een waarneembaar ziekte verschijnsel. De meeste microorganismen worden binnen enkele minuten of uren gedetecteerd en vernietigd door een verdedigingsmechanisme, het aangeboren immuunsysteem, dat onafhankelijk is van de productie van antilichamen (zie verder). Het aangeboren mechanisme zal onmiddellijk in actie komen. Enkel wanneer infectieuze organismen deze eerstelijnsverdediging doorbreken volgt een adaptieve immuunrespons (zie verder). De mechanismen van de aangeboren immunitieit kunnen zeer goed een onderscheid maken tussen gastcellen (self) en pathogenen (non-self) en dragen bij aan de inductie van een gepaste adaptieve immuunrespons.
  • 2.1.1 Epitheliale oppervlakken van het lichaam als eerstelijnsverdediging tegen infecties

  • Welke verschillende epitheliale oppervlakken zijn er als eerstelijnsverdediging tegen infecties en hoe realiseren ze die verdediging?
    - De huid houdt indien intact de meeste micro-organismen tegen
    - . Melkzuur en vetzuren in zweet en talgsecreties inhiberen de bacteriële groei. Bij brandwonden is het grote gevaar de infectie!  
    - De mucus van de slijmvliezen beschermt de epitheelcellen en vangt de microbiële en vreemde partikels. Deze worden dan via hoesten, niezen en trilhaarbewegingen mechanisch verwijderd. 
    - Tranen, neussecreet en speeksel bevatten lysozymen (een enzym dat de bacteriële wand kan aanvallen).  
    -  Het zure maagsap is bactericide.  
    -  De commensale darmflora onderdrukt de groei van potentiële pathogene bacteriën en schimmels
  • 2.1.2 Fagocytose

  • Wat is fagocytose?
    Het opnemen en verteren van micro-organismen
  • Door welke belangrijke celtypes gebeurt de fagocytose?
    - Granulocyten ==>  vormen een circulerend verdedigingssysteem en zijn vooral actief tegen pyogene bacteriën
    - Macrofagen ==>  vormen een lokaal verdedigingssysteem door hun aanwezigheid in weefsels en zijn vooral actief in de strijd tegen bacteriën, virussen en protozoa, die intracellulair kunnen leven.
  • Uit wat bestaan fagocyterende cellen?
    Fagocyterende cellen bevatten een ganse reeks zuurstof afhankelijke en onafhankelijke bacteriostatische en bactericide factoren. Ze dragen receptoren voor C3b en voor het Fc gedeelte van IgG. Micro-organismen gecoat met IgG en/of C3b worden daardoor gemakkelijker gefagocyteerd (opsonisatie).
  • 2.2 De ontstekingsreactie

  • Wat is ontsteking?
    Ontsteking is het antwoord van het lichaam op bijvoorbeeld de invasie van een infectieus agens. Zoals het lichaam glucose en zuurstof voor spieren kan mobiliseren, moet het de elementen van het immuunsysteem naar de plaats van infectie brengen.
  • Van wat is de geïnduceerde respons van de aangeboren immuniteit afhankelijk?
    Een geïnduceerde respons van de aangeboren immuniteit is afhankelijk van cytokines en chemokines die geproduceerd worden als antwoord op pathogeen herkenning en onder andere inflammatie of ontsteking induceren.
  • Welke drie belangrijke functies heeft inflammatie in de strijd tegen infecties?
    1. Het aanbrengen van bijkomende effectormoleculesn en cellen naar de plaats van infectie om zo het doden van binnendringende micro-organismen door de ‘front-line’ macrofagen te stimuleren. 
    2. Een fysische barrière aanleggen in de vorm van microvasculaire coagulatie om zo verspreiding van de infectie naar de bloedstroom te voorkomen.
    3. Het promoten van herstel van beschadigde weefsels.
  • Uit welke 4 belangrijpe stappen bestaat de ontstekingsreactie?
    1. Verhoogde bloedtoevoer
    2. Verandering in de endotheliale cellen
    3. Vasodilatatie
    4. Vormen van bloedklonters
  • Welke symptomen voelt de patiënt bij inflammatie?
    - roodheid = rubor
    - warmte = calor
    - zwelling = tumor
    - pijn = dolor
  • Hoe kunnen de symptomen van inflammatie toegepast worden op de 4 stappen van de ontstekingsreactie?
    1. Verhoogde bloedtoevoer in het geïnfecteerde gebied (calor en rubor) 2. Verandering in de endotheliale cellen die de bloedvaten aflijnen. Deze cellen worden geactiveerd om adhesiemoleculen tot expressie te brengen die binding aan circulerende witte bloedcellen promoten.
    3. Vasodilatatie verhoogt de capillaire permeabiliteit. Hierdoor kunnen grotere eiwitmoleculen en cellen de bloedbaan verlaten. Belangrijk hierbij zijn de complementfactoren (zie verder). Eén van de effecten van de complementactivatie is leukocytose (verhoging van het aantal circulerende leukocyten in de bloedbaan). Dit gebeurt door het versneld vrijstellen van de reserveleukocyten uit het beenmerg en de verhoogde productie van nieuwe witte bloedcellen Leukocyten (voornamelijk de neutrofielen en in mindere mate de macrofagen) migreren uit de haarvaten naar de ontstekingshaard in het omliggende weefsel. Hiervoor gebeurt er eerst een marginatie van de neutrofielen langs de haarvaten gevolgd door diapedesis. In het weefsel vinden de neutrofielen de plaats van infectie via chemotaxis. Daarna kunnen de microorganismen gefagocyteerd worden. De activatie van het complement is hiervoor in hoge mate verantwoordelijk. (tumor door onder andere de aanvoer van leukocyten en lekkage vocht uit de bloedvaten, dolor door uitzetting van de weefsels en druk op de pijnreceptoren ).
    4. Het vormen van bloedklonters in microvaten op de plaats van infectie zorgen ervoor dat het pathogeen zich niet verder verspreidt via de bloedstroom.
  • Door wat worden al de hierboven beschreven veranderingen geïnduceerd?
    Al de hierboven beschreven veranderingen worden geïnduceerd door inflammatoire mediatoren die worden vrijgesteld als een gevolg van de herkenning van pathogenen door macrofagen.
  • Wat zal er gebeuren wanneer er verwonding is opgetreden?

    Wanneer verwonding is opgetreden, zullen de beschadigde bloedvaten onmiddellijk twee beschermende enzymatische cascades op gang brengen:  
    • Het kinine systeem (productie van het vasoactieve peptide bradykinine)
      • Het coagulatiesysteem (enzymatische cascade van pro-enzymes of zymogenen, resulterende in de vorming van een fibrineklonter). 


    De lymfevaten, die normaal het interstitieel vocht afvoeren, gaan ook uitzetten en nemen het toegenomen vocht weer op samen met de afbraakstoffen van de bacteriën. Op strategische plaatsen zijn ze voorzien van lymfeknopen waar het afbraakmateriaal en eventueel de volledige micro-organismen uitgefilterd worden.  
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is karakteristiek aan type IV reacties?
Het is een immuun antwoord op een bepaald Ag. Men vindt echter geen specifieke Ab. Tevens heeft de reactie een uitgesteld karakter (slechts na 18 tot 36 u). Figuur 8.5 toont dat de reactie te wijten is aan Ag gesensibiliseerde T-lymfocyten die na plaatselijke infiltratie op de plaats van het Ag, lymfokines afscheiden wat macrofagen aantrekt met een ontstekingsreactie tot gevolg. Men krijgt typisch op de plaats van het Ag een induratie met weinig oedeem. De macrofagen kunnen giant cells vormen

T-cellen die vooraf gesensibiliseerd zijn door antigeen, maken cytokines vrij bij een tweede contact met hetzelfde antigeen. Cytokines induceren ontstekingsreacties en trekken de macrofagen aan. De cytokines activeren ook de macrofagen die op hun beurt mediatoren vrij maken
Wat zijn voorbeelden van type IV reacties?
 tuberculinereactie, contactallergieën.
Hoe wordt het complement geactiveerd?
Wanneer Ag en Ab met elkaar reageren en het Ab is complementfixerend dan wordt het complement geactiveerd. Dit gaat gepaard met de vorming van anafylatoxinen voornamelijk C3a en C5a
Wat zijn voorbeelden van reacties van type III?
 precipitine gebonden allergieën van de longen (farmer's lung) serumziekte (serotherapie met heterologe eiwitten), drug fever, glomerulonefritis, arteriitis, arthritis.
Wat gebeurt er wanneer het antigen voor de tweede keer de cel binnendringt?
Dit
Wat gebeurt er wanneer het antigen voor de eerste keer een cel binnendringt?
J
Welke imunoglobulinen kunnen werken tegen alergieën?
IgE en bij type II reacties ook IgG (een antilichaam zal binden op de targetcel waardoor de Fc-receptor kan binden op IgG
Hoe werken cytotoxische reacties bij een bloedtransfusie?
...
Hoe werken cytotoxische reacties op geneesmiddelen?
Tudum
Hoe gebeuren de reacties van type II?
Antilichaam bindt op de membranen van de doelwitcel en activeert C1 van het complement. Dit activeert op zijn beurt langs de klassieke route de complementfactoren C4, C2 en C3. Dit geeft C3b en C4b2b3b complex (= C5 convertase) op het membraan van de doelwitcel als gevolg. C3b werkt als een opsonine en kan de alternatieve versterkingslus in gang zetten. Het C5 convertase activeert lysis met vorming van het MAC (membrane attack complex) C5-9.