Samenvatting Immunology.

-
ISBN-10 0323033997 ISBN-13 9780323033992
420 Flashcards en notities
7 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Immunology.". De auteur(s) van het boek is/zijn David Male. Het ISBN van dit boek is 9780323033992 of 0323033997. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Immunology.

  • 1.1 Introductie van het immuunsysteem

  • waar beschermt het immuunsysteem ons tegen?

    tegen virussen, bateriën of pathogenen, door:
    - Pathogenen uitschakelen 

    - Oude/dode/tumor cellen opruimen 

    - weefsels herstellen 

  • waar beschermt het immuunsysteem ons tegen?
    tegen pathogenen; virussen, bacteriën & parasieten, door:
    - Pathogenen uitschakelen 
    - Oude/dode/tumor cellen opruimen 
    - weefsels herstellen 
  • Hoe worden de cellen van het immuunsysteem gevormd?

    vanuit een heamopoetische stamcel. 

  • Door wat worden immuunreacties gemedieerd?
    - Een variëteit van cellen (leukocyten)
       - Lymfocyten, Fagocyten & hulpcellen, zoals basofielen, mestcellen en      bloedplaatjes)
    - Oplosbare moleculen die deze leukocyten secreteren
  • Zowel lymfocyten als fagocyten worden in het beenmerg gemaakt.
    Van de lymfocyten: de NK-cellen worden naar de bloedbaan gebracht en vervolgens naar de weefsels.
    De B-lymfocyten rijpen in het beenmerg zelf en worden naar de bloedbaan gebracht.
    Echter rijpen de T-lymfocyten in de thymus.

    Van de fagocyten, worden de monocyten naar de bloedbaan gebracht en differentiëren tot macrofagen.
    De granulocyten worden gelijk naar de weefsels gebracht, en de megakaryocyten differentiëren tot trombocyten. 

  • welke cellen behoren tot het adaptief systeem? 

    -B-cellen (lymfocyten)

    - T-cellen (lymfocyten)

  • Wat is de functie van de B-cellen?

    het maken van antistoffen en oplosbare signaalmoleculen (cytokinen)

  • Wat is de functie van de T-cellen?

    Ze spelen een belangrijke rol bij immuunreactie. Ze activeren B-cellen d.m.v cytokinen 

  • Lymfocyten zijn volledig verantwoordelijk voor de specifieke immune herkenning van ziekteverwekkers, ze initiëren adaptieve immuunreacties.
    Alle lymfocyten zijn afkomstig uit het beenmerg. T-cellen rijpen zich verder in de thymus, waar B-cellen rijpen in het beenmerg.
  • wat is de functie van Tc-cellen en welke cellen coderen ervoor?

    Doden van virussen en CD8 coderen ervoor.

  • Wat is de functie van de B-cellen?
    Elke B-cel is genetisch geprogrammeerd om een oppervlak receptor (immunoglobuline) tot expressie te brengen dat specifiek is voor een bepaald antigeen (antilichaam).
    Als een B-cel bindt aan zijn specifieke antigeen zal de B-cel zich vermenigvuldigen en differentiëren tot plasmacellen, die grote hoeveelheden van het antilichaam produceren, maar in een uitgescheiden vorm.
  • Wat is de functie van Th-cellen en welke cellen coderen ervoor?

    productie van cytokinen en regisseren immuunrespons. Ze coderen voor CD4

  • Wat is de functie van de T-cellen?
    Ze spelen een belangrijke rol bij immuunreactie.

    Zijn verantwoordelijk voor de celgemedieerde tak van het adaptieve immuunsysteem -> cellulaire immuunresponsen tegen intracellulaire pathogenen, zoals virussen.

    T-cellen hebben T-cel antigeen-receptoren.

    Er zijn verschillende typen T-cellen, en ze hebben een verscheidenheid aan functies:
    - Één groep reageert met mononucleaire fagocyten en helpt hen intracellulaire pathogenen vernietigt -> Type 1 helper T-cellen (Th1-cellen).
    - Een andere groep werkt samen met B-cellen een helpt hen te verdelen, te differentiëren, en het maken antilichamen -> type 2 helper T-cellen (Th2-cellen)
    - Een derde groep van T-cellen verantwoordelijk voor het vernietigen van de gastheercellen die besmet raken door virussen en andere intracellulaire pathogenen - dit soort actie heet cytotoxiciteit en deze T-cellen heten derhalve cytotoxische T-lymfocyten (CTLs of Tc-cellen) genoemd.

    In alle gevallen, herkennen de T-cellen antigenen op het oppervlak van andere cellen met een specifieke receptor - de T-cel antigeen receptor (TCR)
    T-cellen produceren de effecten ofwel:
    - Door het vrijgeven oplosbare eiwitten, cytokines, die andere cellen signaleren; of
    - Door directe cel-cel interacties
  • Wat is de functie van de NK-cellen [Natural Killer cellen]??

    Opruimen van tumor- en virusgeïnfecteerde cellen, waardoor apoptose wordt geïnduceerd. Maar ze kunnen ook cytokinen uitscheiden

  • Wat is de functie van Th1-cellen en welke cellen coderen ervoor?
    Productie van cytokinen en regisseren immuunrespons. Ze coderen voor CD4.
    Reageert met mononucleaire fagocyten en helpt hen intracellulaire pathogenen te vernietigen.
  • Hoe worden NK-cellen ook genoemd?

    LGL lymfocyten

  • Wat is de functie van Th2-cellen en welke cellen coderen ervoor?
    Werken samen met B-cellen, helpt B-cellen te delen, differentieren en het aanmaken van antilichamen. Ze coderen ook voor CD4
  • Wat is de functie van de monocyten? 

    Ze fagocyteren tumorcellen en ze hebben receptoren voor lipiden, suikers en voor de Fc-staart van IgG en complement eiwitten.
    Ze kunnen ook complement eiwitten uitscheiden, zoals cytokinen

  • wat is de functie van Tc-cellen en welke cellen coderen ervoor?
    Verantwoordelijk voor het vernietigen van de gastheercellen die besmet zijn met virussen en andere intracellulaire pathogenen. Tc-cellen hebben CD8 
  • Wat is de functie van de neutrofielen?

    ze zorgen voor apoptose en spelen een belangrijke rol bij een acute ontsteking. Ze kunnen sterk degranuleren. 

  • Wat is de functie van de eosinofielen?

    ze hebben degranulatie enzymen en ze kunnen fagocyteren. Spelen ook een belangrijke rol bij een ontstekingsreactie. 

  • Hoe worden NK-cellen ook genoemd?
    LGL's (large granular lymphocytes)
  • Wat is de functie van basofielen?

    ze degranuleren sterk en ze kunnen inflammatory mediatoren uitscheiden (ze lijken op mestcellen)

  • Wat is de functie van de eosinofielen?
    Gespecialiseerde groep leukocyten die het vermogen hebben om een binding aan te gaan met grote extracellulaire parasieten en deze te beschadigen. Ze hebben degranulatie enzymen en ze kunnen fagocyteren. Spelen ook een belangrijke rol bij een ontstekingsreactie. 
  • Wat is de functie van mestcellen?

    ze geven o.a. histamine en eotaxine af die belangrijk zijn bij allergieën en ontstekingsreactie.

  • Wat is de functie van de monocyten? 
    Leukocyten van de mononucleaire cellijn -> monocyten. Migreren van de bloedbaan naar weefsels waar ze differentieren tot macrofagen.
    Ze fagocyteren tumorcellen en ze hebben receptoren voor lipiden, suikers en voor de Fc-staart van IgG en complement eiwitten.
    Ze kunnen ook complement eiwitten uitscheiden, zoals cytokinen
  • Wat is de functie van trombocyten?

    zijn auxilary cellen die uit megakaryocyten geproduceerd worden. Ze spelen een belangrijke rol bij bloedstolling.

  • Wat is de functie van de neutrofielen?
    Belangrijke groep leukocyten. Vormen de meerderheid van de bloed leukocyten.
    Ze zorgen voor apoptose en spelen een belangrijke rol bij een acute ontsteking. Ze kunnen sterk degranuleren. 
    Migreren ze naar de weefsels bij een ontsteking. Na fagocytose van materiaal, sterven de neutrofielen.
  • Wat is de functie van weefselcellen (epitheel)?

    ze zorgen voor een barrière en produceren antibacteriële eiwitten.

  • welke cellen horen bij de "auxiliary cellen" (hulpcellen) ?
    - Basofielen
    - Mestcellen 
    - Trombocyten (bloedplaatjes)
  • welke cellen horen bij de "auxiliary cellen" ?

    -mestcellen

    - basofielen 

    - Trombocyten

  • Wat is de functie van basofielen?
    Basofielen laten ontstekingsmediatoren los. Degranuleren sterk.

    Basofielen hebben granules die verschillende mediatoren bevatten, die:
    - Ontsteking in omringende weefsels veroorzaken; en
    - Worden vrijgegeven wanneer de cellen worden geactiveerd.
    Basofielen kunnen ook een aantal mediatoren synthetiseren en secreteren die de ontwikkeling van immuunreacties sturen.

    Basofielen zijn functioneel gelijk aan mestcellen, maar zijn mobiele, circulerende cellen.
  • Welke cellen horen bij de Lymfocyten?

    - B-cellen

    - T-cellen

    - NK-cellen (LGL)

  • Wat is de functie van mestcellen?
    Mestcellen laten ontstekingsmediatoren los.

    Mestcellen hebben granules die verschillende mediatoren bevatten, die:
    - Ontsteking in omringende weefsels veroorzaken; en
    - Worden vrijgegeven wanneer de cellen worden geactiveerd.
    Mestcellen kunnen ook een aantal mediatoren synthetiseren en secreteren die de ontwikkeling van immuunreacties sturen.

    Ze geven o.a. histamine en eotaxine af die belangrijk zijn bij allergieën en ontstekingsreactie.
  • welke cellen horen bij fagocyten?

    - Mononuclear fagocyt

    - Neutrofiel

    -Eosinofiel 

  • Wat is de functie van trombocyten?
    Zijn auxillary cellen die uit megakaryocyten geproduceerd worden. Ze spelen een belangrijke rol bij bloedstolling, maar kunnen ook geactiveerd worden tijdens immuunreacties om ontstekingsmediatoren vrij te laten.
  • Welke rol spelen fagocyten bij immuniteit?

    Fagocyten zijn de "pac-man" bij een ontstekingsreactie: ze eten dode/oude/tumor cellen op en ook pathogenen. Ze presenteren het antigeen m.b.v. MHC II aan de Th-lymfocyten.


  • Welke rol spelen lymfocyten bij immuniteit? 

    ze maken antistoffen en signaalmoleculen (cytokinen). Ze zorgen voor het opruimen van tumorcellen en virus-geïnfecteerde cellen (NK-cellen). 
    Ze zijn onderdeel van de 3e afweer linie ( cellulaire immuniteit en humorale immuniteit)

  • Welke cellen behoren tot de lymfocyten?
    - B-cellen
    - T-cellen
    - NK-cellen (LGL)
  • Wat is het verschil tussen adaptief en innate immuunrespons?

    Adaptief:

    - Ontwikkelt zich na contact met pathogeen

    - immunologisch geheugen

    - relatief traag

    - pathogeen-specifiek

     

    Innate:

    - bij geboorte al ontwikkeld en biologisch actief

    -  niet speficiek

    - geen immunologisch geheugen 

     

  • Welke cellen behoren tot de fagocyten?
    - Mononuclear fagocyten
    - Neutrofielen
    - Eosinofielen 
  • Wat zijn de twee  belangrijke eigenschappen van de adaptieve immuunrespons? 

    - Humorale immuniteit

    - Cellulaire immuniteit 

  • Wat wordt er bedoeld met humorale immuniteit?

    Antistofproductie door B-lymfocyten. Humor=Lichaamsvocht 

  • Wat wordt er bedoeld met cellulaire immuniteit?

    T-lymfocyten: Tc-, en Th-lymfocyten 

  • Wat is het verschil tussen adaptief en aangeboren (innate) immuunrespons?
    Adaptief:
    - Ontwikkelt zich na contact met pathogeen
    - Immunologisch geheugen
    - Relatief traag
    - Pathogeen-specifiek
    Aangeboren:
    - Bij geboorte al ontwikkeld en biologisch actief
    - Niet specifiek
    - Geen immunologisch geheugen 
  • Hoe wordt een antigeen herkend door lymfocyten?

    m.b.v. MHC II moleculen. De fagocyten presenteren antigeen aan de Th-lymfocyt

  • Wat zijn de twee  belangrijke eigenschappen van de adaptieve immuunrespons? 
    - Humorale immuniteit: B-lymfocyten en hun producten: de antistoffen
    - Cellulaire immuniteit: T- lymfocyten en hun producten: cytokines. 
  • Op welke omstandigheden verlopen fagocytose sneller?

    Opsonisatie met Ab of complementeiwitten. 

  • in welke twee fasen afspeelt een immuunrespons zich?

    -herkenning: MHC I en II
    - Verwijderen: door neutralisatie (opsonisatie), door het binden van een antilichaam met een antigeen, fagocytose door chemotoxische reactie

  • Wat wordt er bedoeld met cellulaire immuniteit?
    T-lymfocyten: Tc-, en Th-lymfocyten en hun producten cytokines.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.