Samenvatting Information systems foundation : compleet

-
ISBN-10 9076939578 ISBN-13 9789076939575
309 Flashcards en notities
10 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Information systems foundation : compleet". De auteur(s) van het boek is/zijn Edwin Faber Peter Janssen Rob Snel. Het ISBN van dit boek is 9789076939575 of 9076939578. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Information systems foundation : compleet

  • 1.1 Informatieparadigma

  • Wat houdt het informatieparadigma in?
    Het geeft de relatie weer tussen informatiesysteem (IS) en reëel systeem (RS) en de omgeving.
    Een informatieparadigma is een model waarin onderscheid wordt gemaakt tussen informatiesysteem, reëel systeem en omgeving. Het model maakt duidelijk dat het informatiesysteem een centrale positie inneemt bij de gegevensuitwisseling met de eigen organisatie en met de omgeving.
  • Wat is het verschil tussen interne en externe informatie?
    Interne informatie komt vanuit de organisatie en externe informatie wordt geleverd door bronnen buiten de organisatie.
  • Er zijn twee soorten stromen en welke plek nemen ze in binnen het informatieparadigma?
    Informatie ook wel gegevensstromen komen voor in het informatiesysteem vanuit omgeving naar IS vice versa of vanuit IS naar RS of vice versa.
    Materie ook wel gemengde stromen (gegevens en fysieke goederen) komen voor in het RS van en naar de omgeving.
  • Welke stromen komen er voor in het informatieparadigma?

    • input: gegevens en goederen die van belang zijn voor het reële systeem en afkomstig zijn uit de omgeving
    • output: gegevens en goederen die het reële systeem produceert ten behoeve van de omgeving
    • interne gegevens: brongegevens afkomstig uit het reële systeem
    • stuurinformatie: informatie die gebaseerd is op interne en externe gegevens en waarmee het reële systeem kan worden aangestuurd
    • externe gegevens: brongegevens afkomstig uit de omgeving
    • interne informatie: informatie die gebaseerd is op interne en externe gegevens en waarmee de omgeving kan worden beïnvloed, bijvoorbeeld PR, een rapportage of verantwoordingsinformatie.
  • 1.2 Informatieverzorging

  • Wat is een informatiesysteem?
    Een verzameling hardware (apparatuur) en software (programmatuur), gegevens, mensen en procedures voor het besturen van bedrijfsprocessen.
    Waarbij het bedrijfsproces kan worden gezien als:
    Invoer- verwerking-Uitvoer.
  • Noem voorbeelden van hardware.
    Computers, zoals mainframes, netwerkstations, laptops
    Geheugen, zoals diskettes, magneetschijfeenheden
    Randapparatuur zoals printers, plotters en scanners
    Communicatiemiddelen zoals modems, kabels, datacommunicatiecontrollers
  • Noem voorbeelden van software.
    Besturingssystemen, databasemanagementsysteem, autorisatieprogrammatuur, toepassingsprogrammatuur.
  • Wat is de relatie tussen gegevens en informatie?
    Gegevens zitten aan de invoer kant. De uitvoer zijn de bewerkte/verwerkte gegevens wat informatie is.
  • Welke twee subgroepen mensen zijn er in binnen het informatiesysteem?
    Gebruikers en automatiseerders.
  • Wat is een bedrijfsproces?
    Een verzameling activiteiten die input omzet in output met waarde voor de klant, dus voor de uiteindelijke producten en diensten die een bedrijf afzet.
  • Wat is nieuwswaarde?
    Dat de informatiewaarde wordt bepaald op welk moment deze wordt gegeven. 
  • Wat bepaald de informatiewaarde?
    Het verschil in waarde van de beslissing met of zonder extra informatie
  • Wat kun je vertellen over informatie?
    • Informatie is niet gratis (alleen al het bedenken of je informatie wil)
    • Informatiewaarde wordt bepaald door verschil van de beslissing met of zonder extra informatie
    • beslissingen worden genomen op grond van onvolledige informatie er is dus geen zekerheid
    • inwinnen van informatie en beslissen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
  • Vertel iets over het informatieaanbod.
    Groeit ongeveer met 10% per jaar. Eens in de 7 jaar is de informatie verdubbeld. Het kennisniveau wordt daarmee niet hoger en leidt al die informatie tot beter beslissingen.
  • Wat zijn samengevat de verschillen tussen gegevens en informatie?
    • betekenis
    • referentiekader
    • persoons/functiegebonden
    • onzekerheid
    • waarde
    • dosering/overload
  • Welke aspecten komen aan de orde als men informatie wil doseren?
    • tijdigheid
    • frequentie
    • hoeveelheid
    • dichtheid 
    • relevantie
  • Wat is informatieverzorging?
    Het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens, gericht op het verstrekken van informatie t.b.v. van het bestuur (managementprocessen) en t.b.v. de uitvoer (operationele processen).
  • Welke processtappen omvat informatieverzorging?
    • Invoer, het verzamelen en vastleggen van gegevens
    • verwerken van de gegevens tot informatie
    • uitvoer, het verstrekken van de informatie
    • opslag, het opslaan van de gegevens voor langere tijd
  • Wat is hardware?
    Alle apparaten voor de opslag van en transport van gegevens.
  • Wat is software?
    Het geheel van programma tbv de informatieverzorging bestaande uit besturingssysteemprogramma's en toepassingsprogramma's
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wie stelt het calamiteitenplan op?
De business systems analist.
Wie stelt de oplossingsalternatieven voor?
Informatieanalist en systeemontwerper.
Wie stelt het gegevensmodel op?
Informatiearchitect, systeemontwerper en webdesigner.
Wie hebben niet als taak het opstellen van het informatieprocessenmodel?
Informatiemanager, Informatieanalist en programmeur.
Wie analyseert het veranderingsvermogen?
Business systems analist, informatiearchitect en informatieanalist.
Wie bepaalt de normen voor systeemgebruik- en beheer?
Business system analist.
Wie stelt het projectplan op?
Informatiemanager.
Noem de kwaliteitsaspecten voor de vastlegging (invoer) van gegevens.
  • Juistheid
  • volledigheid
  • autorisatie
  • logica
  • consistentie
  • conformiteit met de bedrijfsregels.
Wat zijn de drie P's van de actieplan van het informatieplan?
Prioriteitsstelling, projectomschrijving en planning.
Op welke wijze kan de overdracht en invoering worden aangepakt?
Ineens, gefaseerd of parallel (schaduwdraaien).