Samenvatting Inleiding constitutioneel recht

-
ISBN-10 9013153070 ISBN-13 9789013153071
130 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Inleiding constitutioneel recht". De auteur(s) van het boek is/zijn Paulus Petrus Theodorus Bovend' Eert. Het ISBN van dit boek is 9789013153071 of 9013153070. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Inleiding constitutioneel recht

  • 1.1 Staat, staatsrecht en functies van het staatsrecht

  • Welke drie elementen zijn de voorwaarden voor het bestaan van een staat?
    Een staat heeft een:
    1. Grondgebied
    2. Een bevolking  
    3. Uitoefening van gezag/macht door een centrale overheid
  • Welke drie functies kent het Nederlandse staatsrecht?
    1. De constituerende functie (er wordt een overheid ingesteld bestaande uit overheidsambten)
    2. De attribuerende functie (er worden bevoegdheden aan de overheidsambten toegerekend)
    3. De regulerende functie  (de onderlinge verhoudingen worden geregeld en bevoegdheden worden begrensd, zowel inzake de ambten als burgers)
  • Wat is mogelijk een vierde functie van het Nederlandse staatsrecht?
    De legitimerende functie: wordt de overheid door de burger geaccepteerd en hoe wordt zij gerechtvaardigd?
  • Het staatsrecht kan bijdragen aan legitimatie door de overheidsorganisatie met waarborgen te omgeven, bevoegdheden te onderscheiden en verdelen en door vrijheidsrechten voor de burgers te garanderen.
  • 1.2 Machtenscheiding

  • Welke drie typen werkzaamheden worden in de machtenscheidingsprincipe onderscheiden en aan welke organen worden ze toebedeeld?
    1. Wetgevende macht; de Staten-Generaal
    2. Uitvoerende macht; de regering
    3. Rechterlijke macht; de rechters
  • Welke functie kent de machtenscheidingsprincipe?
    Waarborgfunctie: het tegengaan van machtsconcentratie.
  • Welke drie kenmerken heeft het machtenscheidingsprincipe?
    1. Er zijn drie afzonderlijke, gelijkwaardige en zelfstandige staatsmachten.
    2. De machtenscheiding is niet absoluut (balances)
    3. Er is sprake van diverse vormen van controle (checks)
  • Checks and Balances: de overheid kent een zogenaamde machtenscheidingsprincipe, maar deze is niet absoluut. De wetgevende en uitvoerende macht delen bevoegdheden om elkaar te balanceren en te controleren.
  • 1.3 De democratische rechtsstaat

  • Welke vier elementen zijn te onderscheiden in het beginsel rechtsstaat?
    1. Het legaliteitsbeginsel 
    2. De machtenscheiding 
    3. Onafhankelijke rechtspraak
    4. Grondrechten
  • De legaliteitsbeginsel houdt is dat elk overheidsoptreden moet berusten op een voorafgaande algemene regeling. Het beginsel draagt bij aan de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.
  • 1.5 De staatsvorm: eenheidsstaat, federale staat en stadenbond

  • Welke drie staatsvormen zijn er?
    1. Eenheidsstaat
    2. Federale staat
    3. Statenbond
  • Eenheidsstaat: de staat is een eenheid en kent een sterk centraal gezag.
  • Federale staat (bondsstaat): de staat is verdeeld in zelfstandige deelgebieden, die samenwerken in een groter overheidsverband en belangrijke kenmerken hebben van een staat; een eigen grondwet, eigen parlement en regering en een eigen rechterlijke organisatie
  • Statenbond (confederatie): een samenwerkingsverband tussen staten op basis van een internationaalverdrag. Het is dus geen staatsvorm, maar een verdragsconstructie.
  • 1.6 Koninkrijk der Nederlanden

  • Waarom is het Koninkrijk der Nederlanden te beschouwen als een federaal samenwerkingsverband?
    Nederland op zich is een gedecentraliseerd eenheidsstaat. Daarnaast maakt Nederland deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden, wat bestaat uit Nederland en een aantal Caribische eilanden. De Caribische eilanden hebben zelf ook een eigen overheid, maar vallen wel onder het grote gezag van de federale constitutie: het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.
  • 1.7 Europese Unie

  • Is de Europese Unie een federale staat of een statenbond?
    De Europese Unie is een statenbond. Het bevat geen federale grondwet die staten met elkaar bind. De samenwerking van de lidstaten wordt gevormd door verdragen.
  • HvJ Costa/E.N.E.L.
    Het Europees recht vloeit voort uit autonome bron en heeft een bijzonder karakter. Het Europees recht heeft voorrang op het nationale recht die strijdig is met het Europees recht. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat zijn de drie organisatieprincipes van de regeringsstructuur?
1. Het leiderschapsbeginsel (aan een ambt kan een leidinggevende rol worden gegeven)
2. Het collegialiteitsbeginsel (de gezamenlijke besluitvorming van de bewindslieden staat centraal)
3. Het resortbeginsel  (voor de afzonderlijke ministers is er ruimte om op een eigen werkterrein een zelfstandig beleid te voeren)
Welke overheidsambten maken deel uit van de organisatiestructuur van de regering?
1. De regering
2. De Koning
3. De ministers
4. De ministerraad
5. De minister-president
6. Staatssecretarissen
Hoever strekt de ministeriële verantwoordelijkheid zich?
De ministeriële verantwoordelijkheid geldt niet alleen voor de Koning, maar ook voor de rest van het Koninklijk Huis, voor zover hun gedragingen het openbaar belang raken en dus geen privéaangelegenheden zijn.
Wat houdt de Koninklijke onschendbaarheid in?
De Koning is geen verantwoording schuldig aan het parlement of een andere staatsinstelling. Daarnaast is de Koning strafrechtelijk niet aansprakelijk, tenzij het gaat om een burgerlijk geschil. Art. 42 Gw.
De terminologie van de Grondwet is niet helemaal correct en daardoor verwarrend. Licht dit toe.
Omdat de Koning twee functies vervult (staatshoofd en lid van de regering) is de terminologie warrig. In veel wetten wordt er gesproken over de Koning, terwijl het daar juist gaat om de Regering.
Wat zijn de twee hoofdfunctie van de Koning en wat houden deze functies in?
1. Staatshoofd, de Koning vertegenwoordigt Nederland in binnen- en buitenland. Deze functie is nergens in de grondwet opgenomen, omdat het een vanzelfsprekende functie is sinds de grondwetsherziening van 1983.
2. Lid van de Regering. Dit staat vastgelegd in art. 42 Gw. Voor alle wetten waarbij een regering een medeopsteller van is, is een seign en contraseign nodig!
Wat houdt Koninklijke onbekwaamheid in en wie oefent op dat moment het Koninklijk gezag uit?
Koninklijke onbekwaamheid houdt in dat de Koning niet in staat is te regeren. Dit kan in de volgende drie gevallen:
1. Minderjarigheid, de Koning moet 18+ zijn (art. 33 Gw)
2. Koning legt zijn bevoegdheid tijdelijk neer, bijvoorbeeld door ziekte (art. 36 Gw)   
3. Koning wordt buiten staat verklaard, bijvoorbeeld door lichamelijke of geestelijke ziekte of lange afwezigheid (art. 35 Gw)

Wanneer de Koning onbekwaam is, wordt het Koninklijk gezag uitgeoefend door een regent (art. 37 Gw). Wanneer er geen regent is, oefent de Raad van State het gezag uit (art. 38 Gw).
Welke twee gevallen van een benoemde Koning onderscheid de Grondwet?
1. Een opvolger kan bij wet worden benoemd, indien het vooruitzicht bestaat dat een erfelijke opvolger zal ontbreken. (art. 30 Gw)
2. Een opvolger kan worden benoemd indien bij overlijden of afstand doen een erfelijke opvolger ontbreekt. (art. 30 Gw)
Wie vergaderen er in een verenigde vergadering?
De Staten-Generaal vergaderen samen in een verenigde vergadering. Dat zijn de Tweede en Eerste Kamer tezamen. Op deze manier wordt voorkomen dat de beide Kamers afzonderlijk beraadslagen en tot een tegengesteld oordeel komen.
Wie wordt de erfopvolger wanneer het oudste kind van de Koning dood is?
Hoofdregel is dat het oudste kind erfopvolger is. Wanneer het oudste kind dood is, wordt de erfopvolger schap niet doorgeschoven naar het een na oudste kind, maar het kind van de overledene. Wanneer daar nakomelingen ontbreken wordt het oudste kind van de ouders van de Koning erfopvolger.