Samenvatting Inleiding in de filosofie

-
2490 Flashcards en notities
10 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Inleiding in de filosofie". De auteur(s) van het boek is/zijn E E den Hartog de Haas. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Inleiding in de filosofie

  • 1 Wat is filosofie

  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • 1.1 De filosofische traditie

  • Wat is de letterlijke betekenis van filosofie

    Liefde voor de wijsheid, NL synoniem wijsbegeerte

  • Welke twee vormen van wijsheid onderscheiden de Grieken

    -Theoretisch, in de ruimste zin van het woord betreft dit de wetenschap
    -Praktische, richt zich op ethische vraagstukken, goede en zinvolle leven

  • Welke opvatting geeft weer dat theoretische en praktische wijsheid bij Grieken met elkaar verweven was

    De veronderstelling dat inzicht in het waarlijk goede tot dientovereenkomstig handelen zou leiden, het goede kennen leidt tot het goede doen. Men deed niet het kwade uit vrije wil maar uit onwetenheid omtrent het goede.

  • Wat was het gevolg van het onbegrensde vertrouwen in de kracht van de rede

    Een met argumenten en tegenargumenten gevoerde discussie zodat men niet over filosofie kan spreken maar over de filosofische traditie met uiteenlopende onderwerpen, en onderzoeksterreinen.

  • Descartes en Wittgenstein hebben geprobeerd de filosofische traditie te beeindigen en opnieuw te beginnen

  • Hoe moet men zich de filosofische traditie voorstellen

    Een los netwerk van invloeden en afhankelijkheden van tegenstellingen en onverwachte parallellen

  • Wat is kenmerkend voor de grootste filosofen

    Zij weten verschillende onderdelen van de traditie in een nieuwe samenhang te plaatsen, gesprek tussen verschillende posities binnen tradite vormt een van de levenselementen van de filosofie, die binnen elke cultuur eigen vragen en antwoorden geeft.

  • 1.2 Filosofische vragen

  • Wat onderscheidt filosofie van andere wetenschappelijke disciplines

    Het is niet mogelijk om filosofie te definieren aan de hand van haar object.

  • Wat is de reden hiervoor

    Er is binnen de filosofie geen grens gesteld aan de onderwerpen, die praktisch en/of theoretisch behandeld worden

  • Schopenhauer stelt twee vereisten om te filosoferen, welke zijn dat

    1 De moed hebben om elke vraag te stellen
    2 Bewust worden van elke vanzelfsprekendheid en dit als problematisch gaan zien

  • Noem de vier hoofdvragen in de filosofie volgens Kant

    1 Wat kan ik weten?
    2 Wat moet ik doen?
    3 Wat mag ik hopen?
    4 Wat is de mens?

  • De vragen drukken gevoel van verwondering uit, filosoof stelt vragen over de wereld. Door de onbevangenheid van de filosofische vragen bieden ze weerstand aan de neiging om een pasklaar antwoord te geven maar nodigen uit tot een systematisch onderzoek.

  • Noem een tweede kenmerk van filosofie

    De methodische aanpak bij de behandeling van vragen

  • Waarin onderscheidt de filosofie zich van andere wetenschappen bij het stellen van vragen

    De expliciete en systematische wijze waarop de fundamenten, vooronderstellingen en vanzelfsprekendheden van het gebruikelijke mens- en wereldbeeld wordt onderzocht, door middel van een wisselwerking met andere wetenschappen.

  • 1.3 De verhouding van filosofie en wetenschap

  • Antieke filosofie: wie het goede kent zal het goede doen; het kwade komt uit onwetendheid voort.

    Retorici en sofisten vonden niet de waarheid, maar de overtuigingskracht belangrijk. De mogelijkheid tot ware kennis werd door sceptici en cynici betwijfeld.

    In de Griekse oudheid was er geen onderscheid tussen filosofie en wetenschap.

     

    In de middeleeuwen waren er drie visies op filosofie en theologie:

    1. Filosofie was even belangrijk als theologie; de filosofie kon de waarheid van de bijbel op eigen rationele wijze bereiken.
    2. Filosofie was de dienstmaagd van de theologie (maar de dienstmaagd licht bij!)
    3. De beide domeinen zij  gescheiden er is een dubbele waarheid.

     

    Na ca. 1600 verzelfstandigden de wetenschappen zich. vier visies:

    1. Filosofie als allesomvattende these streeft naar allesomvattend begrip.
    2. Wetenschappen kunnen geen zinvragen beantwoorden, filosofie wel.
    3. Filosofie heeft een bescheiden plaats. De gedachte dat filosofie de essenties van zaken weet uit te drukken is achterhaald.
    4. Filosofie heeft een plaats naast de andere wetenschappen. ze is gespecialiseerd in systematisch en redelijk denken; toetst op geldigheid en mogelijkheden.

     

     

     

  • Noem de vier periodes en de daarbij behorende verhouding

    1 Griekse en Romeinse oudheid, geen onderscheid
    2 Middeleeuwen idem wel veranderde positie alleen nog maar in samen hang theologie, waardering werd hierdoor bepaald.
    - Filosofie hoogste waarheid geopenbaard Bijbel op eigen rationele manier bereiken
    - Waarheid kan alleen door geloof bereikt worden en filosofie kan geen bijdrage leveren
    - Domeinen theologie en filosofie zijn gescheiden bestaat dubbele waarheid
    3 Moderne tijd los maken van verschillende vakwetenschappen, leek filosofie overbodig te maken herdifinitie vond plaats

  • Wat is gevolg van verzelfstandiging van de wetenschappen

    Onderwerpen die tot filosofie behoorden nu object van afzonderlijke wetenschappen zijn, filosofie moet zich verdedigen tegen mening dat alle echte kennis door wetenschappen wordt geleverd.

  • Noem de vier visies op relatie van filosofie tot de wetenschappen

    1 Filosofie behandelt hoogste en omvattende vragen en betrekt resultaten van wetenschappen in synthese
    2 Wetenschappen feiten maar niet betekenis voor menselijk leven, wetenschap causaal, filosofie, redenen en waarden
    3 Neopositivisme, filosofie kan alleen de wetenschappen helpen om deze van schijnzekerheden los te maken en verwarring uit verleden door analyse op te helderen
    4 Filosofie naast andere wetenschappen, gespecialiseerd in systematisch en redelijk denken met interesse voor onderzoeken van eigen en andermans maatstaven.

  • Lees de uitgebreide beschrijving op bladzijde 18 en 18

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Taylor noemt dit substraction stories: neem alle bijgeloof en religie weg en mensheid komt vanzelf tot één en dezelfde liberale, moderne cultuur. Om welke redenen hekelt Taylor deze overtuiging.
  1. Bij de a-culturele benadering van moderniteit gaat men uit van de eigen culturele neutraliteit. In werkelijkheid berust deze op specifieke westerse ontwikkelingen
  2. Deze houding is aanmatigend en arrogant, westerse cultuur is enige waardevolle cultuur, superioriteit staat al van te voren vast maakt dialoog met andere culturen overbodig
Wat is typerend voor deze a-culturele benadering
De ontwikkelingen worden als vooruitgang beschouwd
Waar gaan sociale en wetenschappelijke ontwikkelingen mee samen
Nieuwe filosofische overtuigingen: belang van de rede, instrumentele houding tegenover de natuur en de medemens.
Welk moderniseringsproces bestaat er op wetenschappelijk vlak
Ontwikkeling van de technologie.
Welk moderniseringsproces bestaat er op sociaal vlak
Scheiding tussen religie en politiek, alfabetisering, universeel stemrecht en verstedelijking
Volgens Taylor heeft westerse liberalisme een a-culturele benadering van moderniteit meegebracht, wat bedoelt hij met a-cultureel
Dat de moderniteit bepaalde essentiële operaties kan uitvoeren op welke cultuur dan ook, onafhankelijk van de inhoud van die cultuur kunnen moderniseringsprocessen zich doorzetten.
Wat is multiple modernities
Verschillende vormen van moderniteit.
Culturele consensus op praktische niveau van gedragsnormen is mogelijk voorafgaand aan consensus over juridische vormen of filosofische rechtvaardiging. De horizonversmelting moet later tot stand komen, waarom blijft deze versmelting een vereiste
Alleen respect voor elkaars filosofische overtuigingen biedt een basis om met kans op slagen te debatteren
Discours van de mensenrechten wordt verweten dat het tot individualisme leidt, volgens Taylor is dit niet het grote probleem, wat dan wel
Het politieke vertrouwen waarop het berust. Hoe groter de vrijheid, des te sterker moeten burgers vertrouwen op elkaars welwillende bijdrage aan de samenleving.
Het achterliggende mens- en wereldbeeld brengt een probleem, hoe valt westerse klemtoon op individu te rijmen met de confucianistische of boeddhistische ethiek. Taylor vindt dat analytische benadering tot driedelig onderscheid leidt, welke
  1. Op zoek gaan naar mondiale consensus over gedragsnormen
  2. Om deze aanvaard te krijgen moeten deze in die samenleving berusten op een algemeen aanvaard filosofisch kader
  3. Om ze bekrachtigd te krijgen moeten ze uitgedrukt worden in een juridisch apparaat