Samenvatting Inleiding in de filosofie deel 1

-
153 Flashcards en notities
4 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Inleiding in de filosofie deel 1". De auteur(s) van het boek is/zijn J F Vanheste. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Inleiding in de filosofie deel 1

  • 1.1 De filosofische traditie

    • Filosofie betekent letterlijk: liefde voor de wijsheid.
    • Wie het goede kende zou het goede ook doen. De mens deed het kwade niet uit vrije wil, maar uit onwetendheid omtrent het goede. --> theoretische- en praktische filosofie zijn dus niet alleen onderscheiden maar ook verweven.
    • Filosofie kan gekenschetst worden als een traditie. Die traditie is het beste voor te stellen als een los netwerk van invloeden en afhankelijkheden, van tegenstellingen en onverwachte parallellen. 
    • Kenmerkend voor de grootste filosofen is vaak dat zij verschillende onderdelen van de traditie in een nieuwe samenhang weten te plaatsen.
    • Een echte filosofische traditie vereist het bestaan van geschreven filosofische teksten.
  • Wat betekent filosofie letterlijk?
    Liefde voor de wijsheid ("wijsbegeerte")
  • 1.2 Filosofische vragen

    • Vanwege de allesomvattende, zowel theoretische als praktisch gerichte belangstelling van de filosofie is het niet mogelijk om filosofie te definiëren aan de hand van haar object.
    • De filosofie heeft geen eigen objectgebied, aan de ene kant is er geen grens gesteld aan de onderwerpen waarmee filosofen zich bezig kunnen houden; aan de andere kant zijn tegenwoordig vrijwel alle onderwerpen al geclaimd door een specifieke vakwetenschap. 
    • Filosofische vragen zijn vaak niet zozeer gericht op concrete oplossingen als wel op de vooronderstellingen die aan ons wereldbeeld ten grondslag liggen.
    • De vier hoofdvragen in de filosofie volgens Kant: 1. Wat kan ik weten?, 2. Wat moet ik doen?, 3. Wat mag ik hoopen?, 4. Wat is de mens?
    • Dergelijke vragen drukken een gevoel van verwondering uit.
    • De methodische aanpak bij de behandeling van dergelijke vragen is niet minder kenmerkend voor de filosofie dan de onbevangen vraagstelling. 
    • De filosofie onderscheidt zich door de expliciete en systematische wijze waarop zij de fundamenten, vooronderstellingen en vanzelfsprekendheden van het gebruikelijke mens- en wereldbeeld onderzoekt.
    • Filosofie bestaat niet in een vacuum, maar is afhankelijk van historische omstandigheden. Anderzijds kan filosofie ook invloed uitoefenen op die omstandigheden.
    • Filosofie kan geen rechtstreeks antwoord geven op persoonlijke kwesties: zij kan alleen een bijdrage leveren aan het beter en scherper stellen van die vragen. Wie filosofie studeert houdt er een groter bewustzijn van de raadsels die de mens en het leven ons tellen en de oplossingen die door de eeuwen heen voorgesteld zijn. 
  • 1.3 De verhouding van filosofie en wetenschap

    • In de Griekse en Romeinse oudheid werd nog geen principieel onderscheid gemaakt tussen filosofie en wetenschap.
    • Ook in de middeleeuwen werden wetenschap en filosofie niet onderscheiden. ER was wel een wezenlijke verandering: men hield zich namelijk vrijwel uitsluitend met filosofie bezig in samenhang met de theologie. Drie uiteenlopende visies te onderscheiden: 1. Filosofie is gelijkwaardig aan theologie, 2. Filosofie is ondergeschikt aan theologie, 3. Filosofie is geheel verschillend van theologie. Zie pagina 17.
    • In de 17de eeuw ontstond de moderne mathematische natuurwetenschap. Dit leek de filosofie overbodig te maken. Filosofie werd in de moderne tijd in de eerste plaats beschouwd als de theoretische  grondslag waarop alle verdere wetenschappelijke kennis berustte.
    • Het onderscheid tussen natuurwetenschap en filosofie kwam slechts geleidelijk tot stand en de grens was niet scherp getrokken. Beroemde filosofen werden door dit grensgebied aangetrokken en hebben bijdragen geleverd aan de ontwikkeling van de natuurwetenschappen. VB Descartes, Leibniz en Kant.
    • Vanaf 1800 heeft de geschiedenis zich tot een wetenschap ontwikkeld. In de decennia rond 1900 is de zelfstandige ontwikkeling begonnen van de mens- en maatschappijwetenschappen zoals psychologie en sociologie.
    • Deze verzelfstandiging van de wetenschappen heeft ertoe geleid dat eigenlijk alle onderwerpen die van oudsher tot het terrein van de filosofie behoorden, nu het object zijn van afzonderlijke wetenschappelijke specialismen.
    • Alle wetenschappen maakten ooit deel uit van de wijsbegeerte --> zie de titel Ph.D.
    • Globaal zijn er een viertal uiteenlopende visies op de relatie van de filosofie tot de wetenschappen te onderscheiden. 1. Filosofie als allesomvattende synthese --> streven naar een allesomvattend begrip, waarbij de resultaten van de wetenschappen in die synthese worden opgenomen. 2. Filosofie als zingeving --> Wetenschappen kunnen alleen feiten aan het licht brengen, niet de betekenis van die feiten voor het menselijk leven. Roger Scruton: oorzaken en causaliteit versus redenen waarom en waarden. 3. Filosofie als analytische begripsverheldering --> Essenties zijn niets anders dan drogbeelden, de filosofie kan de wetenschappen en het alledaagse denken hooguit helpen om zich van die schijnzekerheden los te maken. Filosofie kan niet meer doen dan de verwarring die filosofen in het verleden hebben veroorzaakt, door analyse op te helderen. 4. Filosofie als onderzoek naar gehanteerde vooronderstellingen --> Bijzondere interesse voor het onderzoeken an de eigen en andermans maatstaven. VB Claude Levi-Strauss: vooroordelen in de culturele antropologie.
  • 1.4 Filosoferen uit praktische betrokkendheid

    • Veel filosofen gaan in hun onderzoek uit van ethische of maatschappelijke betrokkenheid. Bij hen staat de vraag naar de aard van de werkelijkheid in dienst van de vraag naar andere, rechtvaardigere verhoudingen.
    • Existentialisme: Ook wel levensfilosofie genoemd. Het bestaan van de mens staat centraal en er wordt benadrukt dat dit niet door structuren buiten de mens, noch door de aard an de mens zelf is vastgelegd. De mens is vrij om zijn eigen bestaan te ontwerpen,  maar van deze vrijheid gaat onvermijdelijk ook een beklemming uit.
    • Frankfurter Schule: Richt zich eveneens tegen onderdrukking, maar besteedt daarbij in vergelijking met het existentialisme en het postmodernisme meer aandacht aan sociaaleconomische structuren. Men accepteert het maatschappelijk kader waarbinnen men werkt als een gegeven en neemt daarmee de heersende waarden over; ofwel men moet deze maatschappij en haar waarden kritisch in het onderzoek betrekken. Haar theorie is herhaaldelijk aangepast aan de gewijzigde omstandigheden, ook de filosofische grondslagen zijn geactualiseerd. Daarom steeds actueel in het filosofisch debat gebleven.
    • Postmodernisme: Gaat ervan uit dat alle pogingen om in politiek, cultuur, religie of wetenschap een definitieve waarheid vast te stellen, tevergeefs zijn en alleen als onderdrukkende machtsfactor kunnen werken. In plaats daarvan wijzen postmoderne filosofen op de ongrijpbaarheid en veranderlijkheid van de werkelijkheid.
    • Praktische filosofie kan zich richten op individueel handelen, op maatschappelijke structuren en processen of op de analyse van politieke theorieën. 
    • Tegenover diegenen die zich een heel andere maatschappij voorstellen, staan stoische en sceptische denkers die de overtuiging uitdragen dat pogingen om de wereld te verbeteren, niet of zelfs averechts werken en dat de mens zich maar beter kan schikken in zijn lot. 
    • Debatten over praktisch-filosofische vragen zijn vaak verweven met waardeoordelen en met vooraf ingenomen standpunten, waardoor zijn een geëngageerd en soms hartstochtelijk karakter krijgen. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.