Samenvatting Inleiding in de filosofie - Deel 2

-
ISBN-13 9789491465574
1773 Flashcards en notities
7 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Inleiding in de filosofie - Deel 2". De auteur(s) van het boek is/zijn J F Vanheste. Het ISBN van dit boek is 9789491465574. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Inleiding in de filosofie - Deel 2

  • 15 Descartes: de weg naar de methode

  • Wat is het belangrijkste werk van René Descartes? 
    Discours de la méthode (Vertoog over de methode of Inleiding in de methode), een soort intellectuele autobiografie, waarin Descartes zelf vertelt welke denkweg hij heeft afgelegd. 
  • 15.1 Inleiding tot leven en werken van Descartes

  • Wat zag Descartes als zijn goddelijke roeping?
    Om de natuurwetenschap op een geheel nieuwe leest te schoeien, tot ontwikkeling te brengen en filosofische te funderen. 
  • Wat was zijn belangrijkste uitgangspunt daarbij? 
    De wiskunde. De vruchtbare poging om algebra en meetkunde te combineren in één wetenschap (die later 'analytische meetkunde' genoemd wordt), inspireerde hem tot een stoutmoedig project, namelijk de ontwikkeling van een universele wetenschap met behulp van een universele methode
  • Wat zijn altijd van buitengewoon grote invloed gebleven? 
    Zijn filosofische ideeën. 
  • Wat is het eerste kenmerk van het Discours? 
    Het werk mikt op een breder publiek dan alleen op geleerden en vakgenoten. Het is geschreven in het Frans (niet in het Latijn), het gaat om een vertoog, niet om een traktaat of verhandeling, volgens Descartes kunnen ook niet gestudeerden zijn uiteenzettingen begrijpen. 
  • Wat is het tweede kenmerk? 
    Achter alle eenvoud van presentatie gaat toch een enorme pretentie schuil. 
    Dat blijkt uit de oorspronkelijk titel die Descartes in gedachten had en uit de claim van Descartes dat de methode zich tot alle soorten van onderwerpen uitstrekt. 
  • Wat is het derde kenmerk? 
    Het werk is geschreven in de ik-vorm. Deze vorm verleent een spannend, dubbel karakter. Ogenschijnlijk bescheiden, maar toch zelfbewust. 
  • Wat beschrijft Descartes in deel I? 
    Verslag van het genoten onderwijs. Onvrede met het genoten onderwijs, uitzondering: wiskunde.
  • Wat beschrijft Descartes in deel II?
    Het ideaal van een universele wetenschap met een universele methode. 
  • Wat beschrijft Descartes in deel III? 
    De formulering van een voorlopige moraal. Een aantal gedragsregels die het hem mogelijk zouden maken zijn maatschappelijke bestaan voort te zetten, maar zonder de vrijheid aan te tasten die hij voor zijn onderzoek nodig had. 
  • Wat beschrijft Descartes in deel IV?
    Een beschrijving van de methodische twijfel, die tenslotte uitmondt in een onwrikbare en fundamentele zekerheid: 'Ik denk, dus ik ben'. Descartes kwam tot de slotsom dat hij een denkende substantie was. Dualisme van ziel en lichaam. Godsbewijs
  • Wat beschrijft Descartes in deel V? 
    Het mechanicisme dat regelrecht voortvloeit uit zijn dualisme van ziel en lichaam. Zijn opvatting van het onderscheid tussen mens en dier. 
  • Wat beschrijft Descartes in deel VI?
    Verwachting omtrent toekomstig nut van zijn wetenschap. 
  • 15.2 Het gezond verstand en de methode

  • Wat is het doel van de methode? 
    De bevordering van goed gebruik van het verstand. 
  • Waardoor laat het empirisme zich vooral inspireren? 
    Door de experimentele kant van de natuurwetenschap en beschouwt de zintuiglijke ervaring als de enige echte bron van wetenschappelijke kennis 
  • Waardoor laat het rationalisme zich vooral inspireren? 
    Door de wiskundige kant van de natuurwetenschap en beschouwt het verstand (rede) als enige echte bron van wetenschappelijke kennis. 
  • Waartoe wordt Descartes over het algemeen gerekend? 
    Tot de rationalisten, maar hij was geen rigide rationalist. 
  • Waar blijkt dat uit? 
    Uit de beginregels van het Discours, waarin Descartes de rede (la raison) zonder meer vereenzelvigt met het gezond verstand (le bon sens)
  • Wat was de bedoeling van de wetenschap, volgens Descartes? 
    De wetenschap dienstbaar te maken aan de praktijk van het leven.
  • Welke twee aspecten zijn kenmerkend voor de wetenschapsopvatting van Descartes? 
    1. Hij is van mening dat de wetenschappen veel nuttiger kunnen zijn dan ze in zijn tijd in feite waren. Descartes is er van overtuigd dat de wetenschap op den duur het leven in tal van opzichten kan vergemakkelijken en veraangenamen.
    2. Descartes ziet in de ontwikkeling van de moraal het uiteindelijk hoogtepunt en de finale bekroning van zijn universele wetenschap.  
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is het onderscheid  dat Kant maakt in het kunnen kennen van de natuurwetmatigheid op a priori niveau?
Onderscheid in verschijning (het fenomenale) en het  Ding an Sich, het noumenale, dat wij niet kunnen kennen, want niet waarneembaar(dualisme als oplossing voor het apriori kunnen kennen van de werkelijkheid.
Voor welke probleem ziet Kant zich door de moderne wetenschap geplaatst?
De moderne wetenschap beweert dat slechts de ervaring uitsluitsel kan geven over de werkelijkheid. Daarnaast blijkt dat de wetenschap wordt beheerst door een overtuiging, die universaliteit en noodzakelijkheid claimt. Als deze overtuiging juist is, kan ze niet op ervaring berusten. Maar als zij niet op ervaring berust, dan moet ze zijn gebaseerd op een beginsel a priori.
Wat is de relatie tussen natuurwetmatigheden en kennis a priori, volgens Kants verklaring op zijn vraag of er a priori empirische kennis bestaat?
De wetmatige a priori structuur van menselijke rede biedt een structuur waardoorheen de werkelijkheid gekend en ervaren wordt in haar empirische verschijningen. Met andere woorden de a priori kenbare structuur van de rede bepaald mede hoe en wat wij in de werkelijkheid ervaren. Ervaring a priori is om die rede mogelijk, natuurwetten zijn slechts tijdelijke wetten, veranderen omdat ervaringen slechts tijdelijk en nooit universeel zijn.
13.I. Met het begrip 'transcendentaal' verwijst Kant naar een hogere wereld.II. Onder 'transcendentaal' verstaat Kant: het structurerende element dat in het kenvermogen aanwezig is.
Stelling I is onjuist, stelling II is juist.
78. Een van de kritiekpunten op Gadamers hermeneutiek is dat hij weinig oog heeft voor de individuele verantwoordelijkheid van het individu.
juist
67. Gegeven: Nietzsche introduceerde het begrippenpaar 'apollinisch' en 'dionysisch'. StellingNietzsche verwijt Socrates en Euripides dat deze eenzijdig aandacht schonken aan het apollinische en daarbij  het dionysische negeerden.
juist
Vraag 5I. De 'copernicaanse wending' bij Kant staat voor zijn inzicht dat de wereld haar vormen oplegt aan het kennende subject.II. Volgens Kant wordt de wereld zoals wij die kennen deels door ons eigen kenvermogen bepaald.
Stelling I is onjuist, stelling II is juist
21.Gegeven: Isaiah Berlin introduceerde het onderscheid tussen 'negatieve vrijheid' en 'positieve vrijheid'.StellingI. In zijn denken sluit Taylor aan bij de liberale negatieve vrijheidsopvatting.II. Volgens Taylor staat de liberale negatieve vrijheidsopvatting een werkelijke dialoog tussen uiteenlopende levensbeschouwingen in de weg.
Stelling I is onjuist, stelling II is juist.
20. I. Tijdens een proces van horizonversmelting vallen alle interpretatieve vooroordelen weg.II. De hermeneutische cirkel is een omtrekkende beweging die begint bij de subjectieve mening en eindigt bij het objectieve verstaan.
Beide stellingen zijn onjuist.
19. I. Het poststructuralistsche denken stelt dat het menselijk subject gedetermineerd is door aanleg en omgeving.II. Structuralisten wijzen het bestaan van een autonoom subject af.
Stelling I is onjuist, stelling II is juist.