Samenvatting Inleiding in de gezondheidspsychologie

-
166 Flashcards en notities
8 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Inleiding in de gezondheidspsychologie". De auteur(s) van het boek is/zijn Sarafino. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Inleiding in de gezondheidspsychologie

  • 1 Zelftoetsen

  • Welke rol heeft de patiënt volgens het biomedisch model?
    De patiënt is niet verantwoordelijk voor de behandeling volgens het biomedische model.
  • Hoe heet het verwijderen van een onplezierige stimulus?
    Negatieve bekrachtiging
  • In welke categorie is de prevalentie van roken het hoogst?
    45-54 jaar.
  • Tot welke indeling behoren poliklinieken?
    tweede echelon, intramuraal
  • Wat is hardnekkige pijn?
    Chronisch ongemak dat niet samenhangt met kwaadaardigheid, maar wel altijd aanwezig is in gevarieerde intensiteit.
  • Welke copingstrategie gebruiken mensen vaak in de terminale fase?
    Ontkenning
  • Wat houdt primaire beoordeling in?
    Is het belangrijk? Is het goed? Is het stressvol?
  • Wat is een vicarious transaction?
    Dan zien we stress bij een ander, we gaan ons dan zelf ook inleven waardoor we zelf ook stress en ongelukkig gaan voelen.
  • Wat houdt primaire preventie in?
    Het ondernemen van acties, zodat je ziektes of ongelukken vermijdt.
  • Wat is secundaire preventie?
    Het ondernemen van acties om een ziekte te identificeren en te behandelen om het probleem niet erger te laten worden.
  • Wat is tertiaire preventie?
    Het ondernemen om schade van een ernstige ziekte in een vroeg stadium te beperken, voorkomen van beperkingen en revalidatie.
  • Wat is de meest voorkomende emotie in ziekenhuizen?
    Angst
  • Welke doelen heeft operante conditionering bij chronische pijn?
    Het minder afhankelijk worden van medicatie n minder bpeerkingen hebben.
  • Voor welke soorten chronische pijn is operante conditionering geschikt? En voor welke juist niet?
    Geschikt voor chronische terugkerende pijn en chronische onherleidbare pijn. Minder geschikt voor chronische progressieve pijn zoals bij kanker.
  • Wat is de beste manier om de invloed van appraisal op de stressreactie te bestuderen?
    Mensen in verschillende groepen zetten en mensen op verschillende manieren het materiaal laten zien en kijken hoe ze er op reageren. (objectief, blij, angstig, traumatisch)
  • Wat is temperament?
    Temperament is hoe je op bepaalde dingen reageert.
  • Wat houdt de buffering hypothese in?
    Sociale steun beïnvloedt de gezondheid door de persoon te beschermen tegen de negatieve effecten van hoge stress. Dit is alleen effectief als de persoon veel stress heeft. Je kunt het beoordelen als minder stressvol doordat je weet dat je sociale steun hebt, en die geven je ook wel adviezen.
  • Wat houdt de directe effecten hypothese in?
    Dat houdt in dat sociale steun voordelig is voor je gezondheid en je staat. Los van de hoeveelheid stress. Het kan mensen aanmoedigen tot een gezonde leefstijl of het geeft ze veel zelfvertrouwen waardoor mensen het als minder stressvol beoordelen.
  • Hoe kun je type A gedrag het beste meten?
    Via structured view.
  • Welke relatie heeft type A gedrag met CHD?
    Door de vijandigheid heeft Type A gedrag een grotere kans op hart- en vaatziekten. Maar als iemand veel andere risicofactoren heeft, gaat het typegedrag een kleinere rol spelen. Mensen hebben een sterker type A gedrag met een hoger inkomen en beter onderwijs.
  • Welke aspecten bepalen de intentie bij de theorie of planned behavior?
    attitude, subjectieve normen, verwachte gedragscontrole
  • Welke aspecten bepalen de intentie bij het ASE-model?
    Attitude, sociale invloeden, eigeneffectiviteitsverwachtingen.
  • Wat is het grootsteverschil tussen de theorie of planned behavior en het ASE-model?
    Bij de theorie of planned behavior gaat het om de subjectieve normen, bij het ASE-model gaat het om sociale invloeden die bestaan uit de subjectieve normen, sociale steun/druk en moddeling
  • Hoe kun je mensen er tot aan zetten hun gedrag willen te veranderen, via welke middelen?
    Via de massamedia kan men informatie geven.
  • Welke vitamines zijn oplosbaar in vetten en welke in water?
    ADEK in vet
    BC in water
  • Wat zijn vitaminen A , C en E?
    Het zijn antioxidanten, die verminderen schade aan cellen door oxidatie.
  • Welke invloed heeft vitamine E, welke A en D en welke B?
    Vitamine E vermindert het risico op hart en vaatziekten
    A en D tegen kanker
    B voor zwangere vrouwen om een baby met een openruggetje te voorkomen.
  • Waar gaat de set-point theorie vanuit?
    Ieder persoon heeft volgens de set-point theorie een hoeveelheid gewicht dat het lichaam probeert te behouden. De setting hangt o.a. van hoeveelheid e grootte van de vetcellen.
  • Welke uitspraken zijn volgens het biopsychosociaal model niet waar.
    Volgens het biopsychosociaal model
    aliggen vooral psychologische oorzaken ten grondslag aan ziekte.
    bkan ziekte geen psychologische oorzaken hebben.
    czijn medische professionals verantwoordelijk voor behandeling van ziekte.
        D .Geen van de drie bovenstaande beweringen is juist.
  • Wat is de invloed van leptine en insuline?
    Leptine zorgt ervoor dat de hypothalamus verhindert dat je gaat een en metabolisme. Insuline wordt door de alvleesklier geproduceerd en regelt de hoeveelheid suiker, glucose omzet in vet en vet in adipose.
  • Hoe konden ze verkeersongelukken verminderen?
    Een extra remlicht, verbod op de telefoon, tieners lesgeven had weinig effect, ouders op de kinderen laten letten, beschermend materiaal gebruiken
  • Wat houdt effectevaluatie in?
    Vindt zowel voor, tijdens, als na de implementatie van de psychologiche interventie en moet antwoord geven op de vraag welke effecten het heeft gehad.
  • Waarin verschilt chronische problemen met acute problemen?
    Chronische problemen vereisen vaak veranderingen in de leefstijl. Het is vaak moeilijk om je daaraan aan te passen.
  • Hoe vergaat het met de angst met de duur in een ziekenhuis?
    Die wordt hoe langer hoe groter, ondanks de gezondheidsproblemen.
  • Wat beschrijft de crisitheorie van Moos?
    Het beschrijft de factoren hoe mensen zich aanpassen gedurende eencrisis. het copingproces hangt af van ziekte-gerelateerde factoren, achtergrond en persoonlijke factoren, en de fysieke en sociale omgeving.
  • Wat houdt ziekte-gerelateerd in volgens de crisistheorie?
    disabling, pijnlijker, levensbedreigend, spasmes, te weinig eigeneffectiviteit, gênante situaties, stigmatiseren, moeilijk aanpassen
  • Wat houden omgevingsfactoren in volgens de crisistheorie?
    Ziekenhuis, invloed van anderen
  • Wat houden achtergrondsfactoren in volgens de crisistheorie?
    persoonlijkheid is veerkrachtig, leeftijd
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Welke rol heeft de patiënt volgens het biomedisch model?
4
Hoe heet het verwijderen van een onplezierige stimulus?
4
In welke categorie is de prevalentie van roken het hoogst?
4
Tot welke indeling behoren poliklinieken?
4
Pagina 1 van 42