Samenvatting Inleiding in de pedagogiek

ISBN-10 9023252640 ISBN-13 9789023252641
254 Flashcards en notities
78 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Inleiding in de pedagogiek". De auteur(s) van het boek is/zijn . Het ISBN van dit boek is 9789023252641 of 9023252640. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Inleiding in de pedagogiek

  • 1 Begrip opvoeding

  • Wat is de definitie van de opvoeding?
    Opvoeding is alle omgang tussen ouder en kind waarbij de ouder gericht een relatie aangaat met het kind. In deze omgang biedt de ouder het kind liefde, geborgenheid(gevoel van veiligheid), intimiteit, aandacht, grenzen, instructie, ondersteuning en controle. Hierdoor zal het kind tot ontplooiing komen en over het nodige zelfvertrouwen en de nodige zelfstandigheid en zelfredzaamheid beschikken om richting te geven aan zijn verdere leven.
  • Definitie opvoeding
    Opvoeding is alle omgang tussen ouder en kind waarbij de ouder gericht een relatie met het kind aangaat. In deze omgang biedt de ouder het kind liefde, geborgenheid, veiligheid, intimiteit, aandacht, grenzen, instructie, ondersteuning en controle. Hierdoor zal het kind tot zelfontplooiing komen en over het nodige zelfvertrouwen en de nodige zelfstandigheid en zelfredzaamheid beschikken om richting te geven aan zijn verdere leven.
  • wat betekent het begrip pedagogiek
    pedagogiek houdt zich bezig met de opvoeding van kinderen en jeugdigen van 0-18 jaar.
  • Wat zijn de vier basisdimensies van opvoeden?
    1. ondersteuning bieden
    2. instructie geven
    3. controle uitoefenen
    4. grenzen stellen
  • Vier basisdimensies van het opvoeden
    1. Ondersteuning bieden
    2. Instructie geven
    3. Controle uitoefenen
    4. Grenzen stellen
  • wat is het maatschappelijk belang van de 4 basisdimensies?
    als het kind deze dimensies in de opvoeding krijgt, dan zal het kind een goede zelfontwikkeling hebben gehad, waardoor het kind zich staande kan houden in de maatschappij en goed deel uit kan maken van de samenleving.
  • Wat verstaan we onder ondersteuning bieden?
    Opvoedgedrag waarbij de ouder liefde en zorg voor het kind uitdrukt en dat zich richt op zijn fysieke en emotionele welzijn. Het kind voelt zich daardoor begrepen en geaccepteerd. Voorbeelden van ondersteuningen zijn : bemoedigen, accepteren, helpen, samenwerken affectie tonen, aandacht en interesse tonen voor de handelingen, gedragingen en signalen van het kind en adequaat daarop reageren.
  • Er sprake van opvoeding als aan deze drie punten voldaan wordt:
    1. Er is sprake van wederzijds respect tussen ouder en kind.
    2. Het kind ervaart voldoende veiligheid bij, heeft vertrouwen in, kan rekenen op, voelt zich geaccepteerd door en krijgt ondersteuning van de ouder.
    3. Het kind wordt door de ouder uitgedaagd om eigen beslissingen te nemen en te experimenteren met nieuwe dingen, waardoor hij vertrouwen krijgt in zijn omgeving.
  • wat is het verband tussen het circulaire proces en de uniciteit van het kind?
    circulair proces is het reageren van de ouder en het kind. Niet ieder kind reageert hetzelfde, dus moet de ouder met ieder kind kijken naar een andere manier van reageren op elkaar.
  • Wat zorgt voor een afwijkend gedrag van een kind?
    Bij gebrek aan warmte en affectie samen met harde fysieke straffen zorgen ervoor dat het kind gevoelig worden voor agressie. Maar ook voor vandalisme en delinquentie bij het kind tot ver in de volwasseneheid.
  • Voorbeelden ten aanzien van ondersteunend opvoedgedrag
    Bemoedigen, accepteren, helpen, samenwerken, affectie tonen en liefdevol omgaan met het kind, aandacht en interesse tonen voor de handelingen, gedragingen en signalen van het kind vaststellen en adequaat daarop reageren, vertrouwen in het kind laten blijken.
  • Wat zijn de eisen van de omgang tussen een ouder en kind?
    1. wederzijdse respect tussen ouder en kind.
    2. het kind ervaart veiligheid, vertrouwen, acceptatie en ondersteuning.
    3. kind voelt zich uitdagend.
  • Warmte en affectie
    Duiden op emotionele beschikbaarheid van de ouder. Zonder warmte en affectie is er een verhoogd risico om blijvende schade op te lopen. Gevolgen zijn agressie, vandalisme en delinquentie bij het kind tot ver in de volwassenheid.
  • Wat zijn de drie opvoedingsdoelen?
    1. Zelfstandigheid= het kind kan zelf keuzes maken, een eigen leven leiden en mogelijkheiden ontdekken.
    2. Zelfredzaamheiid= het kind kan eigen keuzes verantwoorden op een positieve manier vorm geven aan zijn toekomstige rol in de samenleving.
    3. Zelfvertrouwen= het kind heeft zelfvertrouwen in de eigen vaardigheden en kennis.
    Deze hangen onderling samen en versterken elkaar.
  • Responsiviteit
    Is de mate van adequaat reageren van de ouder op de signalen van het kind. Hieraan gaat sensitiviteit aan vooraf, dat gevoelig zijn voor de signalen die het kind afgeeft ten aanzien van zijn behoeften en gevoelens inhoudt. > De signalen worden door de ouder opgemerkt (sensitief) en er wordt adequaat op gereageerd (responsief.)
  • Wat is sensitiviteit?
    Dat is de gevoeligheid voor de signalen die een kind afgeeft ten aanzien van zijn behoeften en gevoelens.
  • Ondersteuning
    (Heeft te maken met de handeling van de ouder ten opzichte van het kind. Kan zichtbaar gemaakt worden in de vorm van belonen of straffen, is afhankelijk van de leeftijd van het kind. Operante conditionering.) In belonende materiële vorm (bijtring bij doorkomende tanden, schoolagenda, of samen iets doen), of emotioneel (knuffel, kusje, opgestoken duim) leiden tot een emotioneel goed gevoel. Straffen vereist consequent gedrag van ouder, en uitleg.
    - Warmte
    - Affectie
    - Responsiviteit
    - Betrokkenheid
    - Emotionele ondersteuning/straffen en belonen
    - Aandacht
  • Wat is responsiviteit?
    Dat is adequaat reageren op de signalen die een kind geeft. Bij de afwezigheid van sensiviteit en responsiviteit kan een hechtingsprobleem ontstaan.
  • Instructie geven
    Duidelijk maken aan het kind wat de bedoeling van iets is en welk gedrag verwacht wordt, gaat hier om informatie voor de ontwikkeling van kennis en vaardigheden. Zo leert het kind strategieën te ontwikkelen om zijn eigen problemen op te lossen en verantwoordelijkheid te dragen voor zijn beslissingen. Te veel instructie kan leiden tot:
    - Het kind zal een eigen initiatieven durven ontplooien.
    - Het kind zal te veel bezig zijn met wat de ouder zal denken van de acties die het van plan is te ondernemen, waardoor het niet durft te handelen.
    - Aangeven welk gedrag van het kind wordt verwacht
    - Verantwoordelijkheid leren
    - Het kind hulp bieden om zich te ontwikkelen
  • Wat verstaan we onder is instructie geven?
    Duidelijk maken wat de bedoeling is en welk gedrag verwacht wordt. Richt zich op de ontwikkeling van kennis en vaardigheden (zelf problemen oplossen en strategieën bedenken). Het doel is dan ook dat het kind zelf problemen oplost en verantwoordleijkheid neemt voor zijn eigen beslissingen.
  • Controle uitoefenen - autoritaire/restrictieve controle
    Opvoedgedrag waarbij de ouder druk uitoefent op het kind om correct gedrag te vertonen. Macht en gezegd van de ouder spelen een grote rol. Eigen behoeften van het kind worden ondergeschikt gemaakt. Geen gelijkwaardigheid tussen ouder en kind. Kind zal niet in staat zijn vorm te geven aan zijn eigen wensen en verlangens.
    - Onderdrukken negatief gedrag
    - Machtsuitoefening
    - Strikte regels
  • Wat gebeurt er als je overmatig instructies geeft?
    Het kind zal geen eigen initiatieven ontplooien en hij of zij houdt zich teveel bezig met de opinie van de ouder, waardoor hij of zij niet durft te handelen.
  • Controle uitoefenen - autoritatieve controle
    Gedragingen van de ouder waarbij uitleg wordt gegeven aan het kind en eisen worden gesteld aan zijn zelfstandigheid. Ouder geeft het kind informatie, instructie, suggesties en aanwijzingen. De ouder heeft de mogelijkheid om niet alleen ongewenst gedrag te bestraffen, maar ook gewenst gedrag te belonen. Basis van gelijkwaardigheid. Stelt het kind in staat zijn eigen weg te vinden in de richting van rijp gedrag.
    - Stimuleren positief gedrag
    - Uitleggen en verklaren
  • Wat zijn de twee soorten van controle uitoefenen?
    1. autoritaire controle
    1. autoritatieve controle
  • Grenzen stellen
    Heeft te maken met de wijze waarop de ouder en het kind bestraft of beloont om gewenst gedrag een te leren. Behaviorisme; al het gedrag is aangeleerd en kan dus ook weer afgeleerd worden. Gedragsverandering vindt plaats voor middel van beïnvloeding. Consequent. Respect voor autonomie van het kind.
    - Respect voor autonomie kind
    - Straffen
    - Belonen
    - Zelfstandigheid
    - Zelfredzaamheid
  • Wat verstaan we onder autoritair controle?
    Opvoedgedrag waarbij de ouder druk uitoefent op het kind om het juiste gedrag te vertonen. Er is een duidelijkheid wie de macht en gezag heeft. De behoeften van het kind wordt ondergeschikt aan de behoeften van de ouder. Dit leidt tot veel conflictsituaties waardoor het kind niet in staat is om uiting te geven aan zijn of haar eigen wensen en verlangens.
  • Intentioneel opvoedgedrag
    Het toepassen van opvoedingdoelen, de ouder is erop gericht om bewust of onbewust doelstellingen te bereiken bij het kind.
  • Wat verstaan we onder autoritatief controle?
    Opvoeggedrag waarbij uitleg wordt gegeven aan het kind en eisen worden gesteld aan de zelfstandigheid. Het kind krijgt ook een instructie voor gewenst gedrag en veel ondersteuning. Ongewest gedrag wordt bestraft en gewenst gedrag wordt beloond. De gevolg daarvan is dat het kind zijn eigen weg kan vinden richting correct gedrag. Zo krijgt het kind zelfstandigheid.
  • Drie opvoedingsdoelen
    1. Zelfstandigheid (individu). Kind is in staat zelf keuzes te maken, daarbij hoort her recht op een eigen leven en uitvinden wat van belang is. De bedoeling is dat het kind zelf beslissingen leert nemen, een eigen leven leert leiden en eigen mogelijkheden leert ontdekken.
    2. Zelfredzaamheid (samenleving). Het kind is in staat keuzes te maken en deze te verantwoorden, mondigheid en verantwoordelijkheid worden hier gestimuleerd. Het kind wordt geleerd om op een positieve manier vorm te geven aan zijn toekomstige rol in de samenleving.
    3. Zelfvertrouwen (toekomst). Het kind kan een bijdrage leveren aan de toekomst en is in staat om technische en praktische problemen op te lossen.
  • Grenzen stellen.
    De wijze waarop de ouder het kind bestraft of beloont om gewenst gedrag aan te leren. Behavourisme: gedrag is aangeleerd en kan ook weer worden afgeleerd. Stellen van grenzen vereist consequent gedrag. Door grenzen leert een kind zijn gedrag af te stemmen op de situatie en anderen.
  • Meer specifieke doelen die ouder nastreeft bij opvoeding
    Zijn afhankelijk van de opvattingen van de ouder en diens normen en waarden. Bijvoorbeeld gehoorzaamheid, respect voor ouders, goede schoolopleiding, trouw aan de familie, eerlijkheid, hulpvaardigheid, gelovig zijn, gastvrijheid, goede manieren, met twee woorden spreken, niet stelen, beleefd zijn tegen volwassenen.
  • Opvoeding als circulair proces
    1. Ouder is verantwoordelijk voor opvoeden.
    2. Ouder biedt ondersteuning, instructie, controle en grenzen.
    3. Het kind kan rekenen op onvoorwaardelijke liefde van ouder.
    4. Het kind leert zelfstandigheid, zelfredzaamheid en zelfvertrouwen.
  • Circulair proces
    Opvoeden is een circulair proces. Er is sprake van actie en reactie in de omgang tussen ouder en kind. Ouder biedt kind vier basis dimensies, kind reageert met liefde en aangepast gedrag, of boosheid en tegenstribbelen, weer ouder weer tegenreactie op geeft, waardoor er interactie ontstaat tussen beide partijen.
  • Materiële opvoeding van Maslov
    1. zelfontplooiing
    2. behoefte aan waardering en erkenning
    3. behoefte aan veiligheid en zekerheid
    4. lichamelijke behoeften
  • Uniciteit
    Ieder mens is anders en heeft andere karaktereigenschappen, hierdoor heeft ieder kind een andere aanpak nodig, en werken sommige methoden van opvoeding niet bij iedereen.
  • Materiële opvoeding.
    Zaken die kinderen nodig hebben om goed te functioneren. Wanneer het kind ouder wordt groeien de materiële behoeften. Wat het kind krijgt hangt af van de opvattingen van ouders maar ook de financiële mogelijkheden.
  • Rode draad van opvoedproces
    1. De ouder is verantwoordelijk voor opvoeding
    2. De ouder biedt het kind ondersteuning, instructie, controle en stelt grenzen
    3. Het kind kan rekenen op onvoorwaardelijke liefde van de ouders/verzorgers
    4. Het kind leert zelfstandigheid, zelfredzaamheid en zelfvertrouwen
    (Circulair proces)
  • Geestelijke opvoeding.
    De opvoeding van het kind is ook afhankelijk van de levensovertuiging van de ouders. Deze kan religeus van aard zijn, maar dat hoeft niet dit kan ook humanistisch zijn. De overtuiging komt terug in de rituelen en keuzes in de opvoeding.
  • Wat zijn de opvoedrelaties?
    Liefdevol, intimiteit (veiligheid en geborgenheid), echtheid, uitdaging, gelijkheid, wederzijdse respect en wisselwerking.
  • Wat is hechting?
    Gehechtheid zorgt voor een emotionele band met de verzorgers. Hechten is het proces waarin deze band ontstaat. Hechtingsgedrag is het gedrag dat een baby vertoont om ervoor te zorgen dat iemand in de buurt komt en blijft.
  • 0-2 jaar : Hechting.
    0 tot en met 4 maanden : communicatieve signalen is het belangrijkste manier om nabijheid ui te lokken van alle mensen in de buurt.
    5 tot en met 7 maanden : kan onderscheid maken tussen bekende en onbekende mensen. Naar bekende meer communicatieve signalen en makkelijker te troosten.
    8 tot en met 10 maanden : gehechtheid aan 1/3 personen. Angst voor vreemden en scheidingsangst.
  • 0-2 jaar : emotionele en morele ontwikkeling
    -Kind wordt geboren met basismoties : vreugde, verdriet, woede, angst, verbazing en walging.
    -Ze hebben overlevingswaarde voor baby.
    -Uitbreiding van de emoties gebeurt door observeren en imiteren.
    -Schuld en schaamte door morele ontwikkeling.   
    Opvoedingsopgaven:
    -Grenzen stellen.
    -Instructie geven.
    -Straffen en belonen.
  • 2-4 jaar : Spraak
    Voortalige periode: vocaliseren, ze produceren losse woorden geen samenhangende klanken.
    Vroeg linguale periode: 1/2 woordcombinaties, imitaties. De woorden van 50+/- bij 18-24 maanden.
    Meertaligheid: successief (langzamerhand) en simultaan(op hetzelfde moment). Bij successief worden de eerste en tweede periode overgeslagen voor de tweede taal.
  • 2-4 jaar : Cognitieve vaardigheden.
    Sensomotorische stadium: Van reflex (aangeboren, automatische handeling) naar reflectie (handelingen doelgericht uitvoeren).
    Zintuigontwikkeling.
    Gevolgen van activiteiten--> Intentionaliteit(het ergens gericht zijn op).
    Objectpermenantie (objecten blijven bestaan, ook al zijn ze niet meer zichtbaar). 
    Opvoedingsopgave:
    Structuren
    Activiteiten aanbieden
    Instructie geven.
    Opvoedingsopgave:
    Correct communiceren met het kind(instructie bieden).
    Activiteiten aanbieden.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Congruent
Overeenstemming tussen denken, voelen en spreken.
Pedagogische reflectie
Reflectie over de aard van de pedagogische kennis, normen en waarden over opvoeding en onderwijs.
Intellectueel
Verstandelijk
Generaliseren
Een algemene conclusie afleiden.
Deductief
Logisch uit iets afleiden
Criterium
Eis waaraan iets moet voldoen.
Verlichting (18e eeuw)
- Waarheid kan alleen bewezen worden met behulp van theorie en het verstand. 
- De mens is van nature gelijk, maar verschilt van zijn medemens door de omgeving (opvoeding speelt dus een grote rol)
Rene Descartes
Belangrijke vertegenwoordiger van het Rationalisme.
Rationalisme (tegengesteld aan Empirisme)
- Richt zich op theoretische kennis. Gaat ervan uit dat de rede de meest betrouwbare bron van kennis is. 
- Men kan als gedachte experiment alles in twijfel trekken en op basis van feiten tot een conclusie komen.
- gericht op reflectie over de aard van pedagogische kennis, normen en waarden over de opvoeding.
Empirisme
Filosofische stroming;
- Kennis komt voort uit ervaring.
- Waarneming is hierbij essentieel.
- Door systematisch en doelbewust experimenteren, kan er een stelling worden geformuleerd.   
-  Gericht op reflectie over de aard van pedagogische kennis, normen en waarden over de opvoeding.